MAY
mon

30

dossier Body and power(lessness)

Een lichaam dat niet wordt bewoond

Over trauma, therapie, overleven en oud-Griekse klaagzangen

Beide boeken zijn te koop bij Boekhandel Hijman Ongerijmd
Beide boeken zijn te koop bij Boekhandel Hijman Ongerijmd
Author: Maurits de Bruijn – 24 January 2022

Hoe kijken wij in de huidige samenleving naar ons lichaam? Waar ligt haar kracht en waar is zij kwetsbaar? Hoe machtig of onmachtig is zij? In de serie Lichaam en (on)Macht duiken Mister Motley en ArtEZ studium generale dieper in dit onderwerp. In 2020 kwam het boek Ook mijn Holocaust uit van auteur Maurits de Bruijn. In dit essay schrijft hij over intergenerationeel trauma.

‘Weet je wat EMDR is,’ vroeg de nieuwe psycholoog. Nieuw was ze in alle opzichten: voor mij, maar ook voor de wereld. Ik schatte haar begin twintig, boven haar gezicht zweefde een toef blond haar.
Ik wist precies wat het was. Dit was niet de eerste keer dat ik met mijn ogen een object in de ruimte moest volgen terwijl ik mijn gedachten naar een traumatische plek leidde om daar zolang de hand zwaaide niet meer weg te gaan. Ik wist het, maar toch legde de nieuwe psycholoog met een stift in haar handen uit wat de techniek behelst. ‘Het lange termijn geheugen is waar je trauma’s zijn opgeslagen,’ zei ze. ‘Als ik je vraag aan je trauma te denken wordt dat deel geactiveerd, en omdat ik je vraag tegelijkertijd je ogen heen en weer te bewegen, wordt ook je werkgeheugen geactiveerd. Daardoor krijgt het werkgeheugen veel informatie te verwerken en raakt overvol. Dat leidt ertoe dat de emotionele lading van de herinnering vervaagt. De scherpe randjes gaan ervan af. En die minder heftige herinnering wordt naderhand weer opgeslagen in je lange termijn geheugen.’
Nadat ze de dop op de stift had gedaan, ging de nieuwe psycholoog zitten. ‘Gek, hè?,’ zei ze. ‘Dat het werkt.’

Ik vond het juist niet zo gek, zei ik, niet alleen omdat ik me eerder eens aan deze techniek had onderworpen, maar omdat het zo’n beetje de enige vorm van westerse psychotherapie is die het lichaam meeneemt, zij het op zeer minimale manier. Sinds een paar jaar vind ik dat vooral gek, namelijk. Nu ik meer weet over de lichamelijke sporen die traumatisering achterlaat, begrijp ik niet dat ik vrijwel nergens naartoe kan met mijn gemankeerde lijf, begrijp ik niet dat lichaam en geest in de reguliere GGZ nog altijd als twee afzonderlijke units worden bezien.

Nu ik meer weet over de lichamelijke sporen die traumatisering achterlaat, begrijp ik niet dat ik vrijwel nergens naartoe kan met mijn gemankeerde lijf, begrijp ik niet dat lichaam en geest in de reguliere GGZ nog altijd als twee afzonderlijke units worden bezien.


Mijn traumatisering is tweedehands. Mijn moeder overleefde als enige lid van haar gezin de Holocaust. Ze werd in 1943 geboren, een paar weken (hoeveel weken weten we niet) voordat het gezin waartoe ze behoorde, haar vader, moeder en twee zusjes, werd opgepakt en vermoord in het Oosten van Polen. Mijn moeder was op tijd bij niet-joodse buren ondergebracht en was zo aan de razzia en daaropvolgende moorden in Sobibor ontkomen.
Bang ben ik altijd geweest, of beter gezegd: ik kan me geen versie van mezelf herinneren die niet angstig was. Het is een waaier van fobieën die zo’n diepe groef in mijn psyche hebben geboord dat ik me een leven zonder nauwelijks kan voorstellen. Ik kon het me zo slecht voorstellen dat ik pas rond mijn dertigste voor het eerst in therapie ging. Tijdens de intake brak ik, waarop de regiebehandelaar me de clichématige doos tissues aanreikte. Ik huilde wat velletje vol, en realiseerde me; ik ben het aan het doen. Ik doe precies wat er in films gebeurt als een personage in therapie gaat, mijn lichaam werkt mee, het huilt, het laat los.
Dat was 12 weken voordat de reeks sessies werd afgesloten met mijn eerste EMDR-ervaring.

Iets meer dan dertig jaar geleden presenteerde de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro de Eye Movement Desensization and Reprocessing-therapie in een wetenschappelijk artikel. Inmiddels is EMDR uitgegroeid tot een absolute hype onder de (trauma)therapieën maar de techniek wordt ook voor andersoortige psychische klachten ingezet. Ook in Nederland is EMDR-therapie razend populair. Ons land kent het grootste aantal EMDR-behandelaars per hoofd van de bevolking. Inderdaad, dat zijn er ook meer dan in de VS, waar de therapie voor het eerst opdook. (Cijfers afkomstig uit ‘Twee dagen les, geen toetsing en je kan complexe trauma’s behandelen’, uit De Volskrant, 8-10-2020)

Op een elektrische deelscooter was ik naar de polikliniek gezoefd. Het GGZ-centrum waar ik word behandeld is tien kilometer van mijn huis verwijderd, en tien kilometer fietsen zou me te zeer uitputten, had ik besloten. Dus had ik mezelf de scooterapp cadeau gedaan. Mijn lichaam moest niet ook nog moe zijn. Ik reed van Amsterdam-West richting Amstelveen. De wind scheerde zo hard langs mijn scooterhelm dat ik de podcast die door mijn oordopjes klonk niet kon verstaan.

Over de afkomst en worstelingen van mijn moeder en de mijn tweedehands traumatisering die erop volgde, schreef ik Ook mijn Holocaust, een reisverslag van 6 dagen en 35 jaar. Het mechanisme van intergenerationeel trauma kent vele facetten. In veel gevallen is er sprake van parentificatie: wanneer één of beide ouders kampen met psychische problemen neemt het kind geregeld de ouderrol op zich om voor één of beide ouders te zorgen. Dat gold ook voor mij. Omdat mijn moeder niet alleen kon zijn, vergezelde ik haar waar en wanneer ik kon. Mijn moeder had niet alleen mijn hulp nodig, ze liet me kennismaken met een wereld waarin angst altijd op de loer lag.
De overerving van trauma’s kent ook een genetisch component. Dat wil zeggen dat er naast de meer voor de hand liggende echo’s van de opvoeding door een getraumatiseerd iemand ook een puur biologische overdracht van trauma bestaat. In Ook mijn Holocaust leg ik dat proces (in lekentaal, want ik ben een leek op dit gebied) als volgt uit:
“Een metafoor die vaak gebruikt wordt om de erfelijkheid van trauma’s uit te leggen, is die van een computer. Tot zo’n tien jaar geleden was de heersende gedachte dat kinderen van hun ouders alleen de hardware erven: het beeldscherm, het toetsenbord, de processor, het moederbord. Dat wil zeggen de eigenschappen die statisch zijn: huidskleur, haarkleur, de vorm van de neus, de kleur van de ogen, de aanleg voor bepaalde ziekten, de werking van de organen. Deze eigenschappen liggen vanaf je geboorte vast, zoals die ook bij je ouders vastlagen. Inmiddels is er steeds meer bewijs voor het feit dat ook de software, de programma’s en de data die op de computer staan, kunnen worden doorgegeven aan volgende generaties.
De ervaringen die een mens tijdens zijn leven opdoet (emigratie, verliefdheid, vluchtpogingen, rouwverwerking, auto-ongelukken, teleurstelling, discriminatie), blijken bij de geboorte overdraagbaar te zijn. Er zijn herinneringen die door de generatiebarrière heen glippen, kinderen die angsten ervaren die niet berusten op wat ze zelf hebben doorgemaakt, maar op ervaringen van hun ouders.” (Ook mijn Holocaust, Maurits de Bruijn)

In de maanden na de publicatie van mijn boek mocht ik veel mailtjes en Facebook-berichten ontvangen van lezers die net als ik met een intergenerationeel trauma kampen. Een groot aantal lotgenoten raadde me het boek ‘The Body Keeps the Score: Brain, Mind and Body in the Healing of Trauma’ van Bessel van der Kolk aan, dat ik gretig tot me nam.
Zodra ik me in The Body Keeps the Score onderdompelde, realiseerde ik me dat mijn trauma veel meer verband hield met mijn lichaam dan ik ooit had gedacht. ‘Trauma is niet iets wat je denkt, iets dat je verstandelijk kunt benaderen, dit gaat om je lichaam, je organisme dat is gereset om de wereld te interpreteren als een beangstigende plek. Het heeft niet van doen met cognitie… Gevoelens van goedheid en veiligheid verlaten het lichaam.’ (Bessel van der Kolk in de podcast On Being)

Een goede relatie met mijn lichaam heb ik nooit gehad. Er zijn veel momenten geweest waarop ik dat lijf van mij het liefst wilde vergeten en het stelselmatig negeerde: door het te weinig eten te geven om goed te kunnen functioneren, zodat het binnenin op een heel aangename manier doodstil werd. Door niet te luisteren naar de pijnsignalen die mijn rug afgaf. Door mijn voeten te laten worstelen in te kleine schoenen, mijn nek en hoofd naar voren te laten hangen. Door niet te sporten. Door dat lijf van mij niet te vertrouwen.
Getraumatiseerde mensen verbreken de relatie met hun lichaam, stelt Bessel van der Kolk. We voelen emoties immers precies daar, in ons lichaam. Als mensen constant deze belichaamde emoties ervaren, gaan ze veelal op zoek naar manieren om deze emoties niet langer te voelen. Een manier om dat te doen is alcohol of andere drugs, een andere manier is om het emotionele bewustzijn van het lichaam uit te schakelen.
Tegen het ondergaan van massages heb ik me altijd verzet. Maar weinig ideeën stonden me zo tegen als het idee van een wildvreemde die met blote, geoliede handen over mijn blote geoliede rug zou wrijven. Ik heb ooit eens na veel moeite een tegoedbon die ik voor mijn verjaardag had gekregen weten in te ruilen voor een geurkaars die nog steeds in mijn zolderberging staat te verstoffen. De vrouw van de massagesalon kon maar niet begrijpen dat ik de bon niet voor een massage wilde gebruiken. ‘Ben je dan allergisch,’ vroeg ze uiteindelijk, moe gepraat.
‘Ja,’ zei ik. ‘Dat is het.’

Getraumatiseerde mensen verbreken de relatie met hun lichaam


Mijn nieuwe psycholoog zette een standaard voor me neer waaraan een verticale lamp was bevestigd. Op mijn oren kreeg ik een koptelefoon. De lamp bestond uit een serie kleine lampjes die van links naar rechts bewogen. Ik kreeg de taak de lampjes te volgen en aan een specifiek trauma te denken, één van de gebeurtenissen die op het white board op een tijdlijn geschreven waren. Het heldere overzicht dat de tijdlijn suggereerde, beviel me. Hoe mooi dat het allemaal te behappen was, dat het samen te vatten viel tot een gestifte infographic.
Ik liet mijn rug tegen de leuning van de stoel rusten en keek de nieuwe psycholoog in de ogen. Tussen mijn schouders rees een pijn op, die ik vaker maar nog niet vaak genoeg had gevoeld. Veel vaker had ik die pijn met succes genegeerd.

In Hoe overleven we? (2021) van schrijver Francine Oomen ontvouwen zich alle versies van haarzelf, de innerlijke stemmen die zich aan haar binnenwereld opdrongen nadat ze seksueel was misbruikt. Ze identificeert in zichzelf een ‘mol’ die staat voor de psycholoog die in ons allen huist (Wat doet een mol? Graven.), Knaag en Knak; de delen van haar die zichzelf saboteren, de Walvis, Mej. Tang, Contramientje, de Angsthaas, Schaamte, Hector Protector, stuk voor stuk mechanismen die Francine als het gevolg van haar traumatisering inzet om te overleven. Het zijn deze ‘types’ die de overhand hebben, de andere facetten die verantwoordelijk zijn voor blijdschap, dapperheid, feestelijkheid en zorgeloosheid komen in veel mindere mate aan bod. In deze moedige graphic novel blijkt Oomen in staat om uit de doeken te doen hoe slachtoffers van misbruik en intergenerationeel trauma zichzelf constant blijven straffen voor de donkerte die hen ten deel viel.
Deze negatieve stemmen hoor(de) ik ook en met het lezen van Hoe overleven we begon ik me af te vragen hoeveel energie al die zelfgecreëerde negativiteit me wel niet gekost moest hebben. Jaren van zelftwijfel, fobieën, schaamte, zelfkleinering, schichtigheid schoten aan mijn geestesoog voorbij.

De lichtjes bewogen alsmaar sneller van links naar rechts. Mijn ogen hielden het tempo nauwelijks bij. In mijn maag ontvlamde een steek die maar niet ging liggen, ik slikte plotseling met moeite vanwege een zeurende pijn in mijn keel. Vanuit mijn ooghoeken zag ik de nieuwe psycholoog naar me kijken terwijl haar vingers een afstandsbediening beroerde. Dit was een vreemd computerspel, realiseerde ik me, en ik besefte hoe vreemd het was dat ik ruimte had voor precies die meta-realisatie. Dit kon niet goed zijn, strafte ik mezelf. Ik hoorde me juist volledig aan deze lampjes over te geven, aan het brandende gevoel in mijn maag, aan de herinnering die op het whiteboard stond geschreven.

Ik hoorde me juist volledig aan deze lampjes over te geven, aan het brandende gevoel in mijn maag, aan de herinnering die op het whiteboard stond geschreven.


Traditionele, westerse therapie draait om praten. Om vertellen, aanhoren, redeneren, kortom: om het cognitieve. Psychologen en psychiaters besteden over het algemeen weinig tot geen aandacht aan het lichaam. De Portugese neuroloog Antonio Damasio is een uitzondering op deze regel. Hij stelt dat onze kernervaring van de zelf een somatische (lichamelijke, red.) is, en dat het de taak van ons brein is om voor het lichaam te zorgen.
De delen van de hersenen die worden beïnvloed door trauma hebben geen toegang tot het cognitieve deel, en dus is praten maar ten dele behulpzaam.
Dat er een wereld zit tussen praten en de eigenlijke pijn vind ik bijna grappig, aangezien ik altijd al teveel waarde heb toebedeeld aan woorden. Ik heb ze altijd als heilig en zaligmakend beschouwd, ik ben niet voor niets schrijver geworden. En het heeft me geholpen, maar slechts tot op zekere hoogte. Er is een deel dat onaangeraakt blijft, en die onaanraakbaarheid houd ik zelf in stand.
Het fenomeen van onaangeraakte, onberoerde, in onbruik geraakte lichamen zie ik overal om me heen. Dit fenomeen doet zich ook voor als er geen sprake is van traumatisering. Sterker: Het lijkt wel alsof het moderne leven precies zo’n verhouding van ons verlangt. We werken thuis, aan onze laptops gekluisterd, om ’s avonds zogenaamd te ontspannen terwijl we op datzelfde scherm films en televisieseries bekijken. We rijden rond op elektrische fietsen en scooters die daadwerkelijke inspanning overbodig maken, in navolging van de moderne manier van werken die onze lijven allang niet meer aanspreekt. Het zijn alleen de hersenen die we daarvoor nodig hebben. Jonge mensen krijgen het liefst kant en klare maaltijden thuisbezorgd, zoals mijn oma vroeger tafeltje dekje kreeg, maar nu noemen we het luxe.

Alexis Blake rock to jolt [ ] stagger to ash 2021 ,Performance, tentoonstellingsruimte met architectonische interventies, gedimd licht, geur, tabloidpublicatie. Prix de Rome 2021. Foto: Daniel Nicolas
In november woonde ik de performance ‘rock to jolt [ ] stagger to ash’ van Alexis Blake bij, waar ze later de Prix de Rome mee in de wacht sleepte. Ik stond bovenaan het trappenhuis van het Stedelijk Museum en zag hoe zes performers de oude trappen bestegen. Ik zal hier een poging doen iets te beschrijven van rock to jolt [ ] stagger to ash, maar (en dit is een zwaktebod) het zal geen recht doen aan de ervaring die het werk losmaakt. ‘Het is cruciaal dat je Blake’s optreden niet alleen intellectueel kunt begrijpen, maar ook fysiek kunt voelen,’ zo las het juryrapport van de Prix de Rome, dat me wellicht een beetje vrijpleit van het geven van een al te uitvoerige beschrijving.
Het werk rock to jolt [ ] stagger to ash is gebaseerd op de oud-Griekse klaagzangen waarbij vrouwen uiting gaven aan hun diepste emoties, terwijl ze zelfbeheersing en zelfcensuur volledig overboord gooiden. Het was loutering, het was een ritueel dat ruimte schiep voor gevoelens en de pure, rauwe uiting ervan, waar in het dagelijks leven veelal geen plek voor is. En dat bleek ook in het geval van de klaagzangen: Het op deze manier uiten van emoties werd uiteindelijk door de oude Grieken verboden, zoals zoveel gemarginaliseerde stemmen vaker, en stemmen in het hogere registers in het bijzonder door westerse patriarchale systemen tot zwijgen worden gebracht. Dit gegeven is afkomstig uit The Gender of Sound van Anne Carson, waar Blake met rock to jolt [ ] stagger to ash aan refereert.
Zoals de titel doet vermoeden, brengt het werk zowel letterlijk als figuurlijke schokken teweeg. Het sonische geweld van deze hedendaagse klaagzangen werd digitaal bewerkt en op elkaar gelegd. Het resulteerde in een soundscape dat zoveel trillingen de ruimte injoeg dat een aantal kunstwerken die zich in belendende ruimtes ophielden vanwege rock to jolt [ ] stagger to ash van de muur gehaald moesten worden. Daarmee blijkt in hoeverre Blake in staat was om het oude kunstinstituut en een deel van de gecanoniseerde kunstgeschiedenis op haar grondvesten te doen schudden.
Mijn ellenbogen en onderarmen rustten bij aanvang van de performance op de balustrade van het atrium, naarmate het werk zich vorderde, werd die balustrade iets waar ik me aan moest vastklampen.
Op driekwart van de performance, lieten de boxen geluid horen dat het beste als geweerschoten te omschrijven is, waarop mijn lichaam gevaar registreerde. Het wilde vluchten, zoals het dat zo vaak wil, ook al past die reactie niet bij de omstandigheid. Het is een reactie die past bij het verleden, één dat ik niet eens zelf heb meegemaakt, maar ouder is dan ik. Mijn traumatisering deed mijn lichaam voor flight kiezen, één van de vier klassieke richtingen waarop een getraumatiseerd iemand veelal beweegt wanneer die met dreiging wordt geconfronteerd, fight, freeze en fawn zijn de andere. Ik vertelde mijn lichaam dat het niet hoefde te vluchten, probeerde het wijs te maken dat dit niet echt was, al waren er twee problemen: Ik wist inmiddels dat het lichaam niet zoveel opheeft met rationele overwegingen en ik wist dat alles op dat moment echt was. Aan rock to jolt [ ] stagger to ash was verontrustend weinig gespeeld.
Nadat mijn lichaam en ik hadden besloten te blijven stond één van de performers gevaarlijk dichtbij. Haar mond was wijd geopend, haar lichaam stond strak, ze schreeuwde harder dan ik ooit iemand had horen schreeuwen. Ik was getuige van zoveel kracht en pijn dat het mijn hart verscheurde. Ik keek naar een deel van de andere bezoekers. Sommige van hen stonden erbij alsof ze op een Nieuwjaarsreceptie waren. Al realiseerde ik me dat ik wellicht eenzelfde indruk maakte, begreep ik niet dat we allemaal zo rustig bleven terwijl er zes mensen waren die hier onverschrokken blijk gaven van hun innerlijke pijn, op een manier die weinig meer van doen had met spel of theater. Dit was angstaanjagend echt.
Later realiseerde ik me dat het werk de aanwezige bezoekers vanzelf transformeert tot nutteloze omstanders. En precies dat is onderdeel van de problematiek die rock to jolt [ ] stagger to ash blootlegt: hoe lamgelegd, hol en beledigend leeg de maatschappij reageert wanneer het met de pijn van gemarginaliseerden wordt geconfronteerd.

Of het door de EMDR komt, het schrijven van mijn boek, het lezen van The Body Keeps the Score, of het bijwonen slash ondergaan van rock to jolt [ ] stagger to ash; langzamerhand begin ik mijn lichaam te belichamen. Ik schrik iets minder snel van de aanrakingen van mijn vriend. Ik realiseer het me als ik zonder reden met opgehouden schouders aan tafel zit, en ik corrigeer mezelf. Ik laat mijn schouders zakken, recht mijn nek, ontspan mijn kaken en vertel mezelf dat het goed is, zo. Dat ik me nergens druk over hoef te maken, dat er al heel lang geen direct gevaar meer dreigt. Het is nog niet veel, maar het is een begin.

Op woensdag 2 februari 2022 organiseren ArtEZ studium generale en Mister Motley een online lunch event (12.00 – 13.00) in het kader van het jaarthema Lichaam en (on)macht met schrijvers Francine Oomen en Maurits de Bruijn over intergenerationeel trauma. In dit programma staat de lichamelijke overerving van trauma centraal en hoe deze beide schrijvers daar invulling aan geven in hun werk. Kijk hier voor meer informatie en aanmelden >
Alexis Blake, rock to jolt [] stagger to ash, Prix de Rome 2021, foto Daniel Nicolas
Alexis Blake, rock to jolt [] stagger to ash, Prix de Rome 2021, foto Daniel Nicolas
Alexis Blake, rock to jolt [] stagger to ash, Prix de Rome 2021, foto Daniel Nicolas

Online Lunch event: Traumasporen in het lichaam

ArtEZ studium generale x Mister Motley


online event02 Feb '22