dossier LAND

Is de openbare ruimte wel van ons allemaal?

Author: Irene Edzes – 07 June 2021

“Voor wie is de stad?” en “Van wie is de stad” zijn vragen die nauw met elkaar samenhangen. De antwoorden op deze vragen bepalen de sfeer en het karakter van een stad. Met de inrichting van straten en pleinen wordt de toon gezet, maar net zo bepalend is hoe we ons tot dit openbare domein verhouden. Trek je een hoge schutting op of leg je een geveltuintje aan. Steden zijn boeiend, omdat allerlei vormen van eigendom, eigenaarschap en gebruiksrecht er door elkaar lopen. Afbakeningen van eigendommen zijn soms hard: “verboden toegang voor onbevoegden”. Vaker zijn grenzen geleidelijk en genuanceerd. Ik heb als architect een voorliefde voor subtiele overgangen tussen openbaar gebied en privéterrein, omdat plekken er vriendelijker en uitnodigend van worden. De openbare ruimte wordt in steden nog te weinig erkend als hoofdrolspeler bij het streven naar inclusie en toegankelijkheid. Ze verdient het om met égards behandeld te worden.

Foto uit de 10-delige serie Amersfoort Schuilenburg 50-jaar © Rufus de Vries
Voor en van iedereen
Openbare ruimte is het verbindende raamwerk dat mensen uit verschillende sociale en/of culturele bubbels met elkaar in contact brengt. In de openbare ruimte moet je je tot elkaar verhouden. Het is het decor van strijd en protest, maar ook van saamhorigheid en verbondenheid. Openbare ruimte zou voor iedereen moeten zijn, maar is dat in de praktijk veelal niet. Voor veel mensen is het er behelpen; bijvoorbeeld door krap bemeten stoepen of door het chronische tekort aan openbare toiletten. Vàn iedereen is de openbare ruimte ook niet. Je kunt je eigenaar van een plek voelen zonder dit daadwerkelijk te zijn; eigenaarschap wordt dit genoemd. Buurtinitiatieven die het gevoel van eigenaarschap in de openbare ruimte versterken kunnen tegenwoordig op bijval rekenen van gemeentes. Niet alleen omdat ze de sociale cohesie mogelijk versterken, maar ook omdat het beheerkosten scheelt. Gedeeld gebruiksrecht blijkt echter niet per se een gedeeld concept: het gebruik door de één kan flink schuren met de behoefte van een ander.

Heldere begrenzing
(Openbare) ruimte is niet los te zien van de architectonische begrenzing en de stedenbouwkundige context; hoe gebouwen zich verhouden tot de (openbare) ruimte bepaalt de sfeer van een plek en de manier waarop we worden uitgenodigd om de ruimte in gebruik te nemen. Heldere ruimtelijke begrenzingen helpen daarbij. En helder staat daarbij niet gelijk aan hard. Ruimtelijke kwaliteit wordt mede bepaald door subtiele onderverdelingen die vakkundig zijn ontworpen; een hofje betreed je anders dan een winkelstraat en een straatje met groene voortuinen roept een ander gevoel op dan een laan met hoge hekken.

Veelkleurig
Een levendige stad biedt een keur aan plekken en routes met gradiënten van openbaarheid en toegankelijkheid. Een palet aan diverse, verschillende ruimtes werkt beter, dan het voor iedereen interessant willen maken van élke openbare ruimte. Juist keuzemogelijkheden tussen routes en plekken die bijvoorbeeld passen bij je stemming of karakter maken dat een stad voor iedereen is. De rust kunnen verkiezen boven de reuring, en de anonimiteit boven de zichtbaarheid, zijn belangrijke waarden wanneer je iedereen plekken van betekenis wilt bieden. Publiek-private plekken verrijken de keuzemogelijkheden in belangrijke mate, maar doen dat niet voor iedereen. Ze zijn veelal toegankelijk als je jezelf barrista-koffie kunt veroorloven en zijn uitnodigend als je past in het plaatje. Hangende jongeren of verwarde mensen passen veelal niet in dit beeld. Juist hierom speelt de openbare ruimte een centrale rol bij het streven naar een stad die iedereen welkom heet. Het is een onmisbare schakel die eigenaars, inwoners en initiatiefnemers verbindt. De avondklok maakte ons ineens bewust van het plezierige feit dat normaal gesproken voor het verblijf in de openbare ruimte geen alibi nodig is.

Happy few
Wie heeft nu daadwerkelijk het meeste bezit in de stad? In het boek dat Floor Milikowski onder de titel “Van wie is de stad” schreef, wordt aan de hand van Amsterdam een ontwikkeling beschreven die in veel grote steden gaande is. Vastgoedeigenaars en beleggers uit binnen- en buitenland veroveren in rap tempo eigendom in aantrekkelijke steden en drijven de prijzen op. Stijgende huizenprijzen maken het voor starters niet makkelijk om zich in of nabij de binnensteden te vestigen. Het vanuit overheden opwaarderen van minder aantrekkelijke wijken (gentrificatie), versterkt het effect dat minder draagkrachtige stadsbewoners steeds meer naar de randen van de stad gedreven worden. Binnensteden worden plekken voor de happy few en boeten in op diversiteit en inclusie. Daarbij speelt ook dat niet zelden de horecapanden in een stad in handen zijn van slechts enkele ondernemers. Zij hebben niet alleen grote inbreng in de uitstraling van de gevels, die bijvoorbeeld een plein omsluiten, maar ook op het gebruik van het plein zelf. Dit hoeft niet per se een probleem te zijn, maar het commerciële belang (lees het terrasgedeelte) staat soms wel op gespannen voet met het pleingebruik door anderen. Voor spelende kinderen resteert bijvoorbeeld in binnensteden maar weinig plek.

Nieuwe collectieven
Meer en meer zien we initiatieven ontstaan die ‘bezit’ op een andere manier organiseren. Collectieven die tegenwicht willen bieden aan de gevolgen van hoge grondprijzen en onbetaalbare woningen. Verschillende vormen van eigenaarschap en eigendomsrecht zijn bij nieuwbouwprojecten al lang niet meer ongebruikelijk. Zo stap je in de wijk Kerckebosch in Zeist vanuit je woning direct het bos in of de hei op. Dit landschap is geen eigendom van de gemeente en ook niet van de bewoners, maar van stichting het Utrechts Landschap. De stichting bepaalt de spelregels die gelden bij betreding van het natuurgebied. Ook initiatieven met gedeeld beheer voor een publieke zaak (ook wel omschreven met het begrip ‘the commons’) winnen terrein. Bij commons is er niet noodzakelijk sprake van gedeeld eigendom maar wel van gedeeld gebruiksrecht. Vanuit ecologische invalshoek wordt ook wel het organisatiemodel Community Land Trust (CLT) toegepast. Een uit de VS afkomstig principe, waarbij grond moet worden gebruikt om aan de basisbehoeften van bewoners te voldoen. CLT is een vereniging die met subsidies of via crowdfunding gebouwen en gronden aankoopt en beheert om ze toegankelijk te maken voor de laagste inkomensgroepen. Nadat in het Brusselse Molenbeek het eerste Europese CLT project is gestart, volgen nu ook andere steden zoals Gent, Antwerpen en Parijs. In Nederland is bijvoorbeeld Het Veerhuis in de Betuwe een pionier.

Michi-Noeki
In 2017 deed het bureau waar ik werkzaam ben, Vollmer & Partners, in interdisciplinair teamverband mee aan de prijsvraag Who Cares, voor nieuwe vormen van wonen, zorg en ondersteuning. Deze prijsvraag is uitgeschreven door Atelier Rijksbouwmeester en het Ministerie van VWS. De inzending die wij deden, Michi-Noeki (spreek uit: miesjie noe kie), viel in de prijzen en is geïnspireerd op de Michi No-Eki’s uit Japan: bemande halteplaatsen langs doorgaande wegen. Vertaald naar de wijk voorziet Michi-Noeki in goed toegankelijke routes en kleine halteplekken in de wijk op een beloopbare afstand van 400m. De halteplekken zijn voorzien van een toilet, een plekje om te zitten, informatie over de buurt en, misschien wel het allerbelangrijkste: er is altijd iemand. In dit project komt het samenspel van eigendom, eigenaarschap en gebruiksrecht in de openbare ruimte op postzegelformaat samen. Michi-Noeki is bedoeld voor jong en oud, arm en rijk, nieuwkomers en oudgedienden. Het openbare karakter en het gedeelde gebruiksrecht is een voorwaarde om de laagdrempeligheid te waarborgen. De bemensing van de halteplekken wordt hoofdzakelijk gedaan door vrijwilligers uit de buurt. Het maakt dat je als bewoner in een actieve, niet hulpbehoevende rol contact kunt leggen met buurtgenoten. Michi-Noeki wordt snel herkend als plek voor en door de buurt (eigenaarschap). Rob heeft zich als een van de eersten gemeld als vrijwilliger. Hij werkt vooral vanuit huis en klapt straks met plezier zijn laptop open in de Michi-Noeki voor een ochtend in de week. “Het lijkt me een fijne manier om in mijn eigen buurt iets te kunnen betekenen.” De lokale stomerij gaat bij de halteplekken herstelwerk ophalen en de door bewoners georganiseerde beweegroute wordt met de komst van een toilet voor meer mensen toegankelijk.
Michi-Noeki in de Groningse Oosterparkwijk @ Vollmer & Partners
Realisatie
Zo simpel als het idee in de kern is, zo eenvoudig te realiseren is het niet. In de Oosterparkwijk in Groningen wordt nu (vier jaar later!) de eerste Michi-Noeki gerealiseerd op gemeentegrond. Maar wie wordt de eigenaar van het paviljoen? Het onderbrengen van het gebouwtje bij een enkele partij, zoals een welzijnsorganisatie, brengt het risico met zich mee dat het gebruik te sterk vanuit één invalshoek wordt aangestuurd. Openbaar betekent van iedereen een beetje en niet van een bepaalde groep helemaal. Recent is door de gemeente een coördinator aangesteld die zeer goed thuis is in de Oosterparkwijk en die het openbare karakter zal bewaken. Onderzocht wordt of het beheer en eigendom van de halteplaatsen kan worden ondergebracht bij een stichting, waarin meerdere belangengroepen vertegenwoordigd zijn. Voor de financiering van Michi-Noeki wordt niet alleen gekeken naar verschillende afdelingen van de gemeente (wonen, zorg, welzijn, openbare ruimte), maar ook naar instanties die gericht zijn op preventie en gezondheid.
Impressie Michi-Noeki in de Groningse Oosterparkwijk @ dNArchitectuur
De openbare ruimte als biotoop
Misschien is de dynamiek van de openbare ruimte haar grootste troef. Gebruikers, gemeente en vastgoedeigenaars verhouden zich tot elkaar in steeds wisselende verhoudingen. Kansen voor verbetering zijn er daarmee ook voortdurend. Gemeentelijke regie in de openbare ruimte is onontbeerlijk om de balans tussen publieke en private belangen telkens opnieuw te kunnen waarborgen. Er is visie nodig om straten te veroveren op snelverkeer, pleinen op parkeerplekken en halteplaatsen op gemeentegrond. De openbare ruimte is een biotoop in de stad en aan de kwaliteit ervan draagt iedereen op eigen wijze bij. Gedeeld eigenaarschap en gezamenlijke financiële bijdrage is een voorwaarde om deze biotoop zo in te kunnen richten, dat iedereen gedijt.


Als onderdeel van ons doorlopende project LAND publiceren we samen met Mister Motley artikelen over klimaatafbraak, eigendom, territorium en kolonialisme en hoe deze zaken met elkaar samenhangen. In al deze artikelen werd er aandacht besteed aan kunstenaars en hoe zij deze thema’s een plek geven in hun praktijk.
FS7grEwwstI