FEB
wed

02

Het liminalien perspectief van Ida Leijting

YsZzI0yJu8A
Author: Rinke Fierinck – 08 December 2021

Dit is de tweede publicatie in een reeks van drie, op basis van mijn interviews met alumni rondom het thema Lichaam en (on)Macht. Deze blog is een bewerking van het gesprek dat ik met Ida Leijting van BEAR Fine Art had over haar werk en haar manier van denken. Deze publicaties en het daaraan voorafgaande onderzoek, maak ik vanwege de stage die ik loop als derdejaars DBKV ’er bij studium generale.

Bij het online zoeken naar alumni met een eigen kijk op het thema Lichaam en (on)Macht, vind ik het afstudeerwerk van Ida Leijting. Ik schrijf steekwoorden op: un-death, past-present and un-clean, en als toelichting nog: by means of sculptures, installations, and texts (often containing traces of the human body). Reden genoeg voor mij om contact te leggen en te vragen of we over haar werk kunnen praten. Niet alleen krijg ik het idee dat Ida een heel nieuw licht op ons thema Lichaam en (on)Macht kan werpen, maar het is ook net alsof haar werk iets van een rizomatische manier van denken laat zien, een niet hiërarchisch bepaalde manier van denken die vooral bekendheid heeft gekregen door het werk van Gilles Deleuze.

Ida Leijting’s afstudeerwerk is een installatie die bestaat uit in een cirkel hangende reeks glazen capsules. Ze zijn gevuld met zand dat wordt rond geblazen. De beelden op haar Instagram account tonen afwisselend een schemerige ruimte met verlichte glazen capsules, een onverlichte capsule waarin het aanwezige zand naar beneden stort, of een tekstfragment als: Crystalline structures do not grow from a predifined core, but from their borders, where every new layer will co-create the circumstances for the next one. 4.194304 MHz crystal, Philips. Ik spreek haar op een vrijdagmorgen in het academiegebouw in Arnhem. Ida opent het gesprek met vertellen dat ze zichzelf graag ziet als liminalien. Net zoals haar favoriete stripfiguur Pigpen start ze haar artistieke avonturen graag vanuit de rommelige, ongedefinieerde ruimte van de liminal space.

Story materially imagined
Als Ida nadenkt over lichaam en dan met name de eindigheid ervan, doet ze dat vanuit het liminalien principe. Daarmee bedoelt ze dat ze eerst alle bestaande grenzen bevraagt en een grenzeloosheid en/of tussenin wil creëren, dat nog zo ongedefinieerd is dat je die moet aftasten. Liminalien is de samentrekking van het Latijnse woord Limen (grens) en alien, wat betekent dat je deze grenzen met de blik van een buitenstaander verkent en zo het vreemde en dubbelzinnige gebied tussen deze grenzen kunt ervaren. Ida stelt dat kennis en bijvoorbeeld tijd -gegevens die wij als heel abstract zien in plaats van concreet en materieel- ook heel lichamelijk kunnen zijn. Daarbij maakt Ida graag gebruik van taal en tekstfragmenten. Niet als statement, maar meer als een open vraag. Ze hoopt dat mensen dat in hun hoofd en lichaam als een geheel blijven verteren, er mee door blijven gaan. Een “story materially imagined” noemt Ida dat, een verhaal dat ze zich materieel voorstelt, waarbij het altijd blijft vertellen en niet in definitieve vormen of begrippen is geschreven, maar heel erg vanuit je eigen fantasie en gevoel.

Ida’s afstudeerwerk bestaat uit industrieel ogende capsules met zand, waarbij het rondblazen in de capsule haast een fysieke reactie oproept. Zand bevat kwarts, het mineraal dat op industriële schaal gebruikt wordt om zowat al onze digitale apparaten op tijd te laten lopen. Bij het delven kunnen mensen worden blootgesteld aan uiterst fijne deeltjes stof. De tekstfragmenten verwijzen naar levens van mensen die door kwarts beïnvloed of mogelijk zelfs verwoest zijn.

Eenzaam overlijden
Ook in een eerder werk staan verwoeste levens en lichamen centraal. Ida verdiepte zich vorig jaar in het fenomeen dat mensen eenzaam sterven. In Japan bestaat daar een term voor: Kodokushi, omdat het daar een veel voorkomend verschijnsel is in de grote steden waar relatief veel éénpersoonshuishoudens wonen. Ook in Nederland komt het voor dat mensen eerst een paar maanden dood achter hun voordeur liggen zonder dat het wordt opgemerkt. Ze hebben geen familie meer, de rekeningen worden automatisch betaald, niemand die iets in de gaten heeft totdat de stoffelijke resten zich op een niet langer te negeren manier kenbaar maken aan de omgeving. In Japan bestaan er gespecialiseerde bedrijven die zich bekommeren om een afscheidsceremonie voor deze overledenen, maar ook Nederland kent zo’n organisatie: Eenzame Uitvaart. Aan de hand van wat gevonden wordt in het huishouden, probeert de organisatie te reconstrueren wie die persoon was.1 Ida veronderstelt dat met het reconstrueren en op papier zetten, het net is alsof die mensen toch even hebben bestaan en een identiteit hebben gehad. Ze vraagt zich daarbij af of het vanuit angst is dat men zich bekommert om deze overledenen naar wie niemand omkeek. Angst misschien omdat het de mens herinnert aan en confronteert met zijn sterfelijkheid. Het rouwen is dan een manier om betekenis te verlenen aan zowel het overlijden van die persoon als ook de manier waarop we in onze samenleving met dat overlijden om willen gaan.
1 Vanuit het perspectief van een alien is het misschien best een opmerkelijke reactie op een eenzame dood en zeker als je bedenkt dat in sommige oude culturen het juist gebruikelijk was dat iemand die zijn einde voelde naderen, bewust achterbleef om alleen te sterven. De stervenden namen letterlijk afstand van de groep. Iemand een identiteit geven -in ieder geval in onze westerse wereld- doen we ook door iemand een naam te geven. Denk maar aan het na de geboorte aangeven van een kind bij de burgerlijke stand. Datum, naam en geslacht wordt vastgelegd in een groter geheel dan alleen het gezinsverband waarbinnen het kind is geboren. Is een lichaam, wat etymologisch gezien zoveel betekent als vleselijk omhulsel, meer dan alleen dat omhulsel? Als je dood bent, dan ben je alleen nog maar materie, er is geen bewustzijn meer. Maar ook bij leven gaat het zonder dat we ons daar zo bewust van zijn toch vooral over lichamelijkheid en in Ida’s woorden dan over: “materialiteit waar tijd en kennis deel van uitmaken.”
Beton
Bij haar onderzoek naar dat eenzame overlijden, kwam Ida erachter dat er speciale biohazardbuckets gebruikt worden om het in onderdelen uiteengevallen lichaam in te verpakken, zodat ze daarna naar medische verbrandingsovens gebracht kunnen worden. Het beton en de muren waar de lichaamssappen zijn ingetrokken en niet meer uit verwijderd kunnen worden, moeten worden geseald met een speciale coating. Ze noemt de gruwelijkheid, maar ook het pragmatisme die bij het opruimen en het schoonmaken van zo’n plek om de hoek komen kijken. Ida heeft vervolgens een materieel werk gemaakt waarmee het verhaal verteld kan worden: door haar bestelde biohazardbuckets heeft ze volgegoten met beton. Deze betonnen werken heeft ze op allerlei manieren gekanteld en -zoals ze dat zelf noemt- ‘simpelweg’ neergezet in de schemerachtige keldergang van OK74, een expositieruimte van ArtEZ BEAR, in Arnhem zodat ze eventueel een hint zouden geven naar (omgevallen) grafstenen.

Geïnspireerd door Pigpen en Odysseus
Pigpen, het permanent met een stofwolkje omringde vriendje van Charlie Brown, staat voor Ida voor het aftastende, dat je spelenderwijs je omgeving voor altijd blijft verkennen, nooit denken dat je het wel kent. Altijd met een nomadische blik, niet denkend dit is mijn vaste plek in de wereld. Ida: “Ik probeer altijd weer mezelf te heruitvinden als een soort ontdekkingsreiziger. Het doet me ook altijd aan de Odyssee denken. Odysseus is voor eeuwig op zoek naar zijn thuis, maar ik vind juist die reis die daartussen ligt interessant. Stel hij had nooit zijn thuis gevonden, maar die reiziger die zich voor eeuwig in dat onbekende terrein begeeft, dat vind ik dan juist het spannende deel van het verhaal en niet dat heroïsche van o ja je bent weer waar je hoort.”

Ik bedenk dat Lucy van Pelt, het ordelijke, precieze vriendinnetje van Charlie Brown, precies het tegenovergestelde vertegenwoordigt van PigPen. Zij staat dan voor het streven naar een overzichtelijkheid dat ervoor zorgt dat je je afsluit van alles dat niet direct te weten, zien of horen is. Het is verleidelijk om als kunstenaar voor Odysseus of voor PigPen te kiezen, maar Ida geeft aan dat je niet continue alleen maar in die rol kunt zitten. Je hebt ook een soort structuur nodig, overzicht, juist om die ook weer even los te kunnen laten en misschien nieuwe, andere structuren te ontdekken. Ze ziet het als een soort spel en als mogelijkheid om elkaar te bevragen, scherp te houden.

Blijven vragen
Ida’s werk geeft geen antwoord, maar is een stimulans om jezelf als kijker vragen te blijven stellen. Als dat niet zo is, dan is dat ook goed: “Ik heb er geen zeggenschap over.” Ze realiseert zich dat ze een bepaalde kracht ervaart als kunstenaar, omdat je je in zekere zin buiten de realiteit kan begeven. Ida: “Ik hoef niet persé een schilderij te maken dat er zus of zo uit moet zien, want de uitkomst wordt nooit volledig buiten mij om bepaald. Dat besef maakt dat je je heel sterk kunt voelen. Maar tegelijkertijd begeef je je in die bubbel van de kunstwereld of van fondsen of van instituten die jou toch nog steeds heel erg sturen. Op de kunstacademie verlies je soms uit het zicht dat je vaak in de rol van ondernemer zult moeten handelen. In de wereld buiten de academie ben je je er misschien beter van bewust dat ook jij gestuurd wordt en herken je makkelijker de onmacht die mensen ervaren omdat anderen voor hen bepalen wat ze moeten doen. Misschien gaat het er vooral om hoe je die onmacht aanpakt en dat je je bewust bent van de wisselwerking dat in je onmacht je ook tegelijkertijd de macht hebt hoe je daarop reageert. Het is een liminal space, in de zin van een continu spel, want zonder onmacht kan je niet zien wanneer je ergens macht over hebt.”

Samenvattend
Ida heeft zich met haar werkwijze het perspectief van een alien toegeëigend en bevraagt onze opvattingen over de eindigheid van het lichaam, de manier waarop we indrukken waarnemen, of de rituelen die we uitvoeren als het gaat om sterfelijkheid. Ze stimuleert de kijker om zich vragen te blijven stellen en haar werk spoort je aan om daar -eventueel lichamelijk gevoeld- mee verder te gaan. We kennen allemaal de drempel die we overgaan als we een andere ruimte betreden, maar het gaat haar juist om de ruimte tussenin, de liminal space van het ongenoemde, ongeziene en onervarene dat je zowel met je hoofd als lichaam moet aftasten. Als je weet dat je onmachtig bent om de uitkomst van wat je tegenkomt te sturen, dan herken je ook waar je macht hebt in hoe je reageert.

Tenslotte
Om een nog wat scherper omlijnd beeld te krijgen van wat haar interesseert en wie haar inspireert, maar ook om de relevantie van het thema meer zichtbaar te maken, heb ik Ida nog de volgende vragen gesteld:

Wat zijn voorbeelden in de kunst of wetenschap die jou inspireren?

Ida: "Ik heb altijd de neiging om aan mijn werk een soort (semi)wetenschappelijk onderzoek vooraf te laten gaan, waarin ik me vaak laat inspireren door ideeën uit de natuurkunde en (forensische) archeologie.

Zo lees ik graag teksten van Karen Barad, een feministische theoretica en natuurkundige die vanuit de kwantummechanica laat zien dat er geen onderscheid te maken valt tussen de materiële wereld en onze observatie ervan. In de kwantumwereld gaan deeltjes niet vooraf aan hun interactie, maar bestaan ze slechts in hun onlosmakelijke verbondenheid, in hun intra-actie, een liminaal tussengebied waarin dualismen (zoals observerende-geobserveerde, immaterieel-materiaal en ik-ander) geen enkele betekenis hebben.

Ook heb ik mij laten inspireren door de Peruaanse kunstenares Maya Watanabe, die in haar video-installaties veelal lege (micro)landschappen weergeeft, op het liminale moment dat de sporen van menselijk handelen (geweldsconflicten) hier enerzijds nog duidelijk voelbaar zijn, maar anderzijds langzaam in hun omgeving opgaan."

Waarom is dit thema Lichaam en (on)macht van belang?

Is het lichaam alleen een thema in een specifiek werk of loopt het door je hele oeuvre?

Ida: "Het lichaam is voor mij onlosmakelijk verbonden met liminaliteit, het is dé plek die de wereld van ‘buitenaf’ verbindt met je gedachten en gevoelens ‘binnenin’ tot één onlosmakelijk geheel, waarin geen transcendentie mogelijk is, geen duidelijke grenzen te trekken zijn. Zodoende is het aanwezig in al het werk dat ik maak. In mijn onderzoek naar de eenzame dood bijvoorbeeld, zette ik het lichaam van de religieuze kluizenaar -als een transcedent, goddelijk lichaamloos en heilig persoon waar men naar opkijkt- tegenover de moderne kluizenaar -als een eenzaam overleden ontbonden lichaam waar op neer gekeken wordt.

Ook in mijn afstudeerwerk ligt de focus op de lichamelijkheid van een bepaald fenomeen, in dit geval ‘de tijd’ (zoals GMT). De tijd is iets waarvan we vaak het gevoel hebben dat het onze lichamen overstijgt (transcendentie), maar dat in principe zijn voorttikken dankt aan de lichamelijkheid van het kwartskristal (dat met zijn materiële eigenschappen de mechanismen van vele horloges en digitale (computer)klokken wereldwijd aanstuurt). Dit is een materialiteit die ook voelbaar is in het verhaal van Klaas Vaak (ook wel bekend als het Zandmannetje of Ole Lukøje), en de manier waarop hij lichamen tot slapen brengt: door zand in de ogen te strooien (een materiële barrière te creëren), zorg hij ervoor dat je je ogen simpelweg niet meer open kunt houden. Van daaruit ben ik voor het eerst mijn eigen lichaam gaan betrekken in mijn werk."
Over Ida Leijting en BEAR Fine Art
Ida Leijting is in 2021 afgestudeerd aan de opleiding BEAR Fine Art bij ArtEZ. Voor haar afstuderen heeft Ida een installatie gebouwd waarbij meerdere glazen capsules gevuld zijn met zand en door een onzichtbaar mechanisme wordt dat zand in een ongelijk tempo in de rondte geblazen. Ze omschrijft zichzelf graag als ‘liminalien’, een samenvoeging van het Latijnse woord Limen, dat zoveel als grens betekent, en alien, wat aangeeft dat ze graag met de blik van een buitenstaander naar de dingen kijkt. Ze is gefascineerd door de continue beweging en verplaatsing van zand, water, verkeer en andere (menselijke) processen.