publicationessaypodcastinterviewvideoblognewsonline coursespeopleAPRIA
Cover van [i]Midtown120 Blues[/i], dj Sprinkles (schilderij door Lauren Hassel), 2009

Curatorial Practices in Music: een positiebepaling

bijdrage dossier Future Art School

essay by Radna Rumping – 01 March 2024
dossier: Future Art School

Curatorial Practices in Music is een onderzoek naar de rol van curatorschap in het muziekonderwijs van de toekomst. Het is een samenwerking van ArtEZ Conservatorium Zwolle en ArtEZ Studium Generale en maakt deel uit van het Studium Generale dossier Future Art School.

In de periode 2022-2024 onderzocht ArtEZ Conservatorium Zwolle samen met Studium Generale wat het begrip curatorial practices kan betekenen voor het onderwijs aan het conservatorium en voor toekomstige musici. Als eerste stap ging een focusgroep van docenten met elkaar in gesprek over de rol en betekenis van curatorschap in de context van hun eigen praktijk als muzikant, muziekdocent, organisator, maker. Curator Radna Rumping begeleidde het proces en schreef ter afronding van de eerste fase in januari 2023 het onderstaande artikel. Een uitnodiging tot ideeënvorming en onderzoek over de rol van curatorial practices in het muziekonderwijs van de toekomst.
Het is waarschijnlijk geen toeval dat ik binnen muziek de rol van dj en radiomaker op me heb genomen, en binnen de beeldende kunst de rol van curator. ‘Binnen’ klinkt wat strikt hier, want vaak is er geen scherp onderscheid tussen binnen en buiten, maar is er eerder sprake van een vloeibaar gebied. En toch ga ik in deze tekst woorden gebruiken als ‘muziek’, ‘beeldende kunst’, ‘musicus’, ‘kunstenaar’, ‘curator’. Woorden die helderheid scheppen en positie bepalen. ‘Labels are dangerous. They are also necessary to our survival and sanity’I, schreef choreograaf Mary Overlie. Een etiket brengt gevaar met zich mee, omdat het beperkend kan werken. Tegelijkertijd zijn definities nodig - ook als ze niet helemaal passen - om een gesprek te kunnen voeren.

Terug naar die keuze voor de rol van dj en radiomaker binnen muziek en in de beeldende kunst de rol van curator. Beide rollen gaan over het leggen van relaties. Een keuze maken uit een overvloed aan elementen, en die selectie zo samenstellen en presenteren, dat er een nieuw verhaal ontstaat. Een dj-set en een tentoonstelling kennen een auteur op meta-niveau: de dj of curator. En ze kennen vele andere auteurs: de musici, de componisten, de kunstenaars en de ontwerpers van wie werk aanwezig is in dat verhaal. Zij kennen op hun beurt weer vele medeauteurs: de kunstenaars die hen voorgingen, de schrijvers van boeken wier theorieën ze in hun kunst verwerken, de oudere musici die door een jongere generatie gesampled worden - om maar wat voorbeelden te noemen. Zo maakte beeldend kunstenaar Jeremy Deller in The History of the World het verband tussen acid house en brass bands inzichtelijk.II Waar we maar kijken: we belanden al gauw in een relationeel netwerk van mensen en dingen die elkaar beïnvloeden, en waar, zo gauw je ergens je aandacht even op vestigt, of juist als je even niet kijkt, zich steeds weer een nieuw luikje opent.
“Zo gauw je ergens je aandacht even op vestigt, of juist als je even niet kijkt, opent zich steeds weer een nieuw luikje.”
Ik spreek nu vanuit de eerste persoon, maar ik ben niet alleen. Ik spreek hier samen met al die stemmen en klanken die mij gevormd hebben. Als autodidact in de kunsten is muziek één van mijn vele leerscholen. Mijn fascinatie voor muziek bestrijkt meer dan het luisteren naar een pure klank; de context is net zo belangrijk, denkend aan de woorden van dj Sprinkles: ‘House isn't so much a sound as a situation’. III
De vraag ‘wat hoor ik?’ betekent net zo goed: vanuit welke maatschappelijke omstandigheden is deze muziek ontstaan? Waar circuleert deze muziek? Wat zegt het ontwerp van de platenhoes, de esthetiek van de videoclip of de tekst in het programmaboekje? Hoe presenteert deze artiest zichzelf in de wereld? Met welke andere genres, klanken, momenten in de geschiedenis kan ik dit in relatie brengen? Dat zijn zomaar wat vragen die mij sinds mijn tienerjaren hebben beziggehouden als ik naar muziek luister. Het zijn tevens vragen die bij curatorschap horen.
Cover van Midtown120 Blues, dj Sprinkles (schilderij door Lauren Hassel), 2009
Ik spreek hier ook samen met de stemmen van de leden van de focusgroep ‘Curatorial Practices in Music’, afkomstig uit heel verschillende achtergronden en muziekpraktijken.IV Bij aanvang rolde het begrip ‘Curatorial Practices in Music’ bij niemand gemakkelijk van de tong. Toch gebruiken we deze term omdat het over een praktijk gaat; niet vanuit de gedachte dat iedereen curator moet worden, maar wel vanuit het idee dat curatorschap een bevragende praktijk is die zich tot een context verhoudt - en dat het voor iedereen, dus ook makers en musici, waardevol is om met die praktijk bekend te zijn en zich deze eigen te maken.

Omdat curatorschap zo allesomvattend is, leek het aantal onderwerpen om te bespreken in eerste instantie oneindig. Drie thema’s die steeds weer ter sprake kwamen en het sterkst bleven resoneren, zal ik hier uitlichten.

1. Uitwisseling en confrontatie

Uitwisseling en confrontatie zijn de zuurstof waardoor kunst kan blijven ademen en haar levendigheid behoudt. Zonder wrijving en verwondering dooft de vlam, ook die van de maker. Inspiratie komt niet uit de lucht vallen - al lijkt dat soms wel het geval te zijn - maar wordt gevoed door de ontmoeting; met een ander, een geschiedenis, een landschap, een context, een herinnering. De muziekgeschiedenis zit vol met momenten van uitwisseling, juist ook tussen werelden en personen die op het eerste gezicht niet samen leken te gaan. Claude Debussy en gamelanmuziek, John Cage en Zen, de Duitse groep Kraftwerk en techno producers uit Detroit; steeds gaat hier iets samen wat vooraf niet te voorspellen was, maar de koers van muziek voorgoed zou veranderen. De kiem ligt vaak in een toevallige ontmoeting, een zekere mate van nieuwsgierigheid en een open houding. Radio legende The Electrifying Mojo komt in de jaren ’80 wat interessant uitziende platen tegen uit Duitsland, en besluit ze in zijn lokale radio show in Detroit te draaien. Daar horen zwarte musici een elektronisch geluid dat hen doet denken aan hun eigen industriële ‘motor city’. Ze combineren vervolgens, met gebruik van synthesizers en drum computers, een machinaal geluid met funk ritmes - en zo wordt Detroit techno geboren. Jaren later zal techno in een andere vorm weer terugkeren naar Duitsland.
“Zonder wrijving en verwondering dooft de vlam, ook die van de maker.”
Ontmoetingen zijn nooit helemaal toevallig. Ze hangen van allerlei condities af. Waar tref je elkaar, is er fysieke en mentale ruimte om samen te komen? Die condities kun je deels creëren, soms heeft uitwisseling een duwtje in de rug nodig. Zoals bij de pilot #MusicRevolution die in 2022 plaatsvond. Jonge talentvolle muzikanten van Deltion, ArtEZ Jazz & Pop en de Fakkelteit gingen samen met Hedon Productiehuis de studio in. Hier troffen de zogenaamde ‘zolderkamerproducent’ en de conservatoriumstudent elkaar. Ze kunnen heel andere dingen, spreken een andere taal, maar wisten elkaar na enige gewenning toch te vinden en samen muziek te produceren. Een van de deelnemers, drummer en student Koen Gardebroek zegt hierover: ‘Altijd werken met je ‘eigen’ mensen is onrealistisch voor hoe het echte muzikale werkveld eruit ziet’.V
Terry Riley en Big Boi, 2011
In 2011 dook een foto op van Big BoiVI, de rapper en producer bekend van het duo Outkast, en Terry Riley, de componist die geroemd is als minimal music pionier.VII Ze staan hier ontspannen, Riley met een papieren zak van de Burger King en flesje water in zijn hand, en bij de aanblik van deze ‘toevallige’ snapshot ontploften sommige delen van het internet - in positieve zin. Want wat zien we hier? Hier staan twee grootheden, die ieder geprezen zijn om hun creativiteit en innovatiedrang, maar die normaliter in heel andere werelden geplaatst worden. Terry Riley in de wereld van gecomponeerde muziek met bijpassende concertpodia, en Big Boi in de wereld van de popmuziek (waarbinnen overigens hiphop als muziekstroming lange tijd niet serieus werd genomen). Deze foto opent luikjes; ook al hebben Terry Riley en Big Boi zover ik weet nog geen muziek samen gemaakt, het zien van deze ontmoeting en wederzijdse waardering doet iets met onze verbeelding: hoe zou muziek van hen samen kunnen klinken?

2. Eigen signatuur

‘I can change through exchanging with others, without losing or diluting my sense of self’, zei de dichter en filosoof Édouard Glissant (1928-2011). Deze denker afkomstig van het Caraïbische eiland Martinique heeft een specifieke visie op creolisatie: het resultaat van relaties (die onder kolonisatie meestal onvrijwillig tot stand kwamen) tussen culturen of verschillende elementen die resulteren in verschillende identiteiten. Dat zijn rizomatische gedachtegoed inmiddels veel wordt aangehaald door curatoren, waaronder de Zwitserse ‘star curator’ Hans Ulrich Obrist, is geen verrassing. Maar in deze zin over uitwisseling valt ook iets anders op, en dat is zelfbewustzijn. Een ‘zelf’ is er, maar kan ook veranderen door uitwisseling met anderen, zonder aan zelfbewustzijn te verliezen. Is dat hoe een eigen signatuur zich ontwikkelt?

Wij zijn gewend in binairen en tegenstellingen te denken: het individu of het collectief, de curator of de kunstenaar, de emotie of de ratio, de specialist of de generalist, het zelf of de ander. Dat kan ook anders, het een hoeft het ander niet in de weg te zitten. Wat als we in plaats van ‘of’ vaker in ‘en’ leren te denken? Dan blijkt dat het heel goed mogelijk is een eigen persoonlijkheid te zijn, met een bijbehorende artistieke expressie - die tegelijkertijd in relatie is. Een relatie bestaat bij de gratie van verbinding en wederkerigheid; er valt immers weinig uit te wisselen - met een ander, maar behalve een persoon kun je ook in relatie zijn met een concept, gedachtegoed of speelveld - als je niet ook iets van jezelf inbrengt, en dus in eerste instantie een sterke relatie met jezelf ontplooit.

‘Wie ben ik?’ en ‘Waar sta ik voor?’ zijn twee van de moeilijkste vragen om te beantwoorden. Maar als musicus loont het om op zoek te gaan naar dat antwoord. Uit een dergelijk zelfbewustzijn is het gemakkelijker een positie te bepalen en vloeit een richting voort, die mogelijke antwoorden genereert op allerlei andere vragen die voorbij komen in de dagelijkse praktijk. Dat kunnen vragen zijn als: welke stukken wil ik spelen en op welke plekken? Met wie wil ik samenwerken? Hoe presenteer ik mijn werk? Voel ik mij prettig in een meer uitvoerende of leidende rol? Ik kan niet alles doen, waar wil ik verantwoordelijkheid voor nemen? En ook: wat wil ik niet? Waar liggen mijn grenzen, en wanneer zeg ik nee? Een eigen signatuur waait niet met alle winden mee, maar durft de onderbuik te volgen, en te vertrouwen op het eigen vermogen om keuzes te maken.

Iemand die haar eigen signatuur zo heeft uitgewerkt dat het zelfs tot een nieuw genre heeft geleid, is Andrea Voets. Opgeleid als harpist en filosoof, noemt ze zichzelf tegenwoordig ‘musical journalist’ - en dat is iets anders dan een muziekjournalist. Voets doet op een journalistieke manier onderzoek en houdt interviews, die ze vervolgens verwerkt in podcasts en muziekproducties waarvoor ze nieuwe muziek componeert en speelt, in samenwerking met andere musici. Daar komt iets uit voort wat niet binnen bestaande formats past, en daarom bedacht ze zelf een nieuwe term. In november 2022 trad voor een volle zaal studenten op in Odeon Zwolle met het documentaire-concert ‘Millennial History’. Deze uitvoering, samen met Luke Deane en Sarah Jefferey, was een collage van live muziek, video en geluidsopnames, gebaseerd op een acht-delige serie muzikale podcastsIX, waarin millennials door Voets zijn geïnterviewd over grote sociaal-maatschappelijke omwentelingen die zij aan den lijve hebben meegemaakt.
Millennial History, Andrea Voets, 2022 (foto: Philip van Ooteghem)
Na afloop sprak Voets openhartig over hoe ze te werk is gegaan; hoe ze na haar opleiding zichzelf zo’n ‘zes verschillende beroepen heeft aan moeten leren’ en ook over dat deze eigen vorm voor haar noodzakelijk is: ‘Ik hou zo veel van muziek, maar ik had podiumangst als harpiste; het draaide allemaal om mij. Pas toen ik op het idee van musical journalism kwam, raakte ik ontspannen, met deze vorm kon ik wél uit de voeten, ook op het podium. Anders had ik nu niet meer op het podium gestaan.’ Haar werk is nog steeds live in een concertzaal te horen, maar bevindt zich net zo goed online als podcast, terwijl ze haar research en ideeën ook publiek maakt in geschreven vorm, bijvoorbeeld met een essay in De Groene Amsterdammer.X De vorm en plek kan telkens verschillend zijn, maar wordt steeds getoetst aan haar artistieke praktijk en principes.

Een eigen signatuur hoeft niet in een enkele slogan of woord te vatten te zijn. Zo is mijn eigen signatuur eerder hokjes ontwijkend en meanderend. Ik weet dat dat niet altijd handig is, maar het is een weloverwogen keuze. ‘Labels are dangerous,’ zei Mary Overlie immers. Een festival als Le Guess Who? staat bijvoorbeeld niet bekend om een genre, of dat wat gemakkelijk te benoemen is, maar programmeert eerder muziek die genres bevraagt, in zo’n combinatie dat bezoekers verrast worden. Die verwondering, het luisteren naar dat wat men nog niet kent, is uiteindelijk de signatuur van het festival geworden. Het avontuurlijke spreekt niet alleen uit de combinatie van artiesten op de line-up, maar ook uit de vormgeving, en de partners en gastcuratoren met wie het festival samenwerkt. En zo blijkt dat ook voor het ‘niet weten’ een groot publiek te vinden is; het festival is doorgaans uitverkocht nog voordat de namen bekend zijn gemaakt.
“En zo blijkt dat ook voor het ‘niet weten’ een groot publiek te vinden is.”

3. In de tijd, in de wereld

‘You’re enraged, feel engaged, but still retreat to your safe rabbit hole’XI, schrijft internetcriticus Geert Lovink in zijn laatste boek Stuck on the Platform. Hij beschrijft hierin de wijdverbreide social media-verslaving met vermoeidheid en depressie tot gevolg, waarbij ‘doom scrolling’(de gewoonte om voortdurend naargeestig nieuws te blijven consumeren) het nieuwe normaal geworden is. Het venster op de wereld is voor velen primair een telefoonscherm, met een constante stroom aan informatie die via een paar platforms gedistribueerd wordt. Ergens klinkt nog een vage echo van de belofte van het internet (sommigen zullen zich het gevoel van oneindige mogelijkheden om anderen te ontmoeten en nieuwe werelden te verkennen nog herinneren) maar in de huidige realiteit worden de bubbles alsmaar kleiner. In een kakafonie aan opinies, verleidelijke content en beelden die om aandacht schreeuwen, hebben mensen de neiging zich steeds verder terug te trekken.

Deze constatering stemt misschien tot somberte, maar bevat ook een grote potentie. Wat betekent het om in 2023 muziek te maken? De beelden van violisten, operazangers en gitaristen bijgestaan door buurtgenoten met potten en pannen op balkons in Italië uit 2020 lijken alweer lang geleden. Het zijn opnames van de eerste lockdown, vanwege een destijds nog onbekend virus, waarbij de dood onverwacht snel dichtbij kwam. En wat er toen gebeurde, spontane concerten vanuit huizen, op balkons als portaal tussen de binnenwereld en buitenwereld, maakte het zo helder: mensen verlangen naar muziek. Juist in periodes van crises, eenzaamheid en grote maatschappelijke veranderingen. ‘Maybe in this moment, there is the need to yell to make noise, to take anything we have and find our vibration, our melody, communicate and transform what we’re living individually and collectively’. sup]XII[/sup] Het is weer stil op de balkons. Maar betekent dat ook dat het verlangen weg is? Of dat er nu geen noodzaak meer is om ‘onze melodie te laten klinken en geluid te maken’? Nee. Er zijn vele redenen om muziek te laten klinken, en er is ook een publiek, dat zich nu schuil houdt in vele konijnenholletjes. Dat publiek koopt nu misschien geen kaartjes voor een concert in een reguliere zaal, maar heeft wel een (onbewust) verlangen door muziek geraakt te worden. Wat is er voor nodig om elkaar te vinden?

Er is in ieder geval nieuwsgierigheid nodig naar de tijd en wereld waarin we nu leven. Tijd en wereld zijn geen gekaderde begrippen, we kunnen ze gerust in meervoud lezen, al verwijzend naar een context. Daar klinkt de muziek niet geïsoleerd, maar in verhouding; tot actuele vraagstukken, tot emoties die collectief gevoeld worden, tot plekken waar geluisterd wordt die er misschien anders uitzien dan we voorheen gewend waren. En zo kan ook een compositie van honderden jaren oud weer in de tijd zijn.

Structuur en ademruimte

We hebben nu drie thema’s verkend die belangrijk zijn voor curatorschap in muziek. Maar wat betekent dat voor studenten en voor manieren van lesgeven? Uitwisselen, een eigen signatuur ontwikkelen en dit vanuit de huidige tijd in de wereld brengen zijn ook nu al onderdeel van de opleidingen. Kunnen die elementen nog verder versterkt en benoemd worden vanuit het begrip curatorschap?

Ik haal nog een referentie uit een andere discipline aan en dat is de tekening Gay Structure (2001) van kunstenaar Sands Murray-Wassink. Ik heb deze tekening vaak in gedachten als ik denk aan het aanbrengen van structuur. Een structuur is noodzakelijk, om de grond onder je voeten te voelen en van daaruit iets op te kunnen bouwen, overzicht te krijgen. En tegelijkertijd moet er ruimte zijn om te ademen, de weg kwijt te kunnen raken, je te verwonderen, iets uit te proberen. Nu heb ik Sands niet gevraagd wat hij precies met zijn tekening bedoelt, maar voor mij staat dit werk voor een samenspel: er is een zwart raster, en daartussen - of zelfs daar dwars doorheen - kunnen veelkleurige lijnen volop bewegen, zo onbeheerst als ze willen. Het is niet het een of het ander, het raster en de lijnen hebben elkaar nodig. Als we denken aan het conservatorium, hoe verhouden structuur en ademruimte zich nu? Zien we dan iets in de trant van deze tekening of is het eerder, in de woorden van een van de leden van de focusgroep, ‘zo strak georganiseerd dat er geen onverwachte uitwisseling kan plaatsvinden’?
Sands Murray-Wassink, Gay Structure (2001), in tentoonstelling bij Auto Italia Londen, 2022
Er lijkt ook nog iets heel anders aan de hand en dat is de druk die studenten zelf ervaren - die niet zozeer door de opleiding, maar vanuit elders gevoed wordt: ‘Ik moet wel zorgen dat ik straks overleef’. Er wordt gesignaleerd dat studenten al vroeg in hun loopbaan, nog tijdens hun studie, zich zorgen maken over hun toekomst. Die zorgen kunnen op zich creatieve vormen van ondernemerschap stimuleren, maar zorgen kunnen ook afremmen. Dan komen er vragen op als: ‘Is dit bezoek aan een concert verplicht?’ of ‘Cultuurgeschiedenis, waarom is dat relevant voor mij?’. Studenten zijn dan meer bezig met de vraag hoe ze na hun studie bij een bestaande speelplek terecht kunnen komen, dan het creëren van een eigen speelplek. Voor dat laatste is ruimte nodig; ruimte om het niet direct te weten, en ruimte om iets toe te laten waarvan het nut of het resultaat bij aanvang niet helemaal helder is.

Het is zinvol dat studenten tijdens hun opleiding enigszins worden voorbereid op een beroepspraktijk die vaak competitief en precair is, en aandacht voor ondernemerschap hoort daarbij. Toch wordt nog weleens gedacht dat dat op gespannen voet zou staan met curatorschap, terwijl ik eerder denk dat het tegenovergestelde waar is. Het curatorschap kan het ondernemerschap juist voeden; er wordt een positie ontwikkeld, er worden luikjes geopend en relaties gelegd, er worden keuzes gemaakt, en dat is niet alleen artistiek gezien bevorderlijk, maar kan ook weerbaarheid en zichtbaarheid vergroten, en zal leiden tot een vorm van ondernemerschap die passend is.
“Juist een studie is de periode om dat pad te gaan uitvinden, de blik op de wereld groter te maken en ontmoetingen aan te gaan - en curatorschap biedt daar een gereedschapskist voor.”
Van een student die net aan een opleiding begint, kun je niet verwachten dat zij al precies weet waar ze naar toe wil. Dat lijkt me zelfs onwenselijk. Maar je kunt het denken over een mogelijk pad en het positioneren van een artistieke praktijk wel vanaf het eerste jaar prikkelen. Juist een studie is de periode om dat pad te gaan uitvinden, de blik op de wereld groter te maken en ontmoetingen aan te gaan - en curatorschap biedt daar een gereedschapskist voor. Door tijdens de gehele studie uitwisseling en confrontatie te stimuleren, kunnen studenten hun eigen signatuur steeds scherper krijgen, en vervolgens vanuit dit zelfbewustzijn in de tijd en in de wereld contact maken met een publiek. Dit contact zal weer leiden tot een nieuwe uitwisseling, en zo het maakproces beïnvloeden in een nieuwe cyclus, waarbij studenten zich in iedere stap verder ontwikkelen. Ik kan alleen maar benieuwd zijn naar hoe dat gaat klinken.

Notes

IDe volledige quote is: “It is difficult to get outside the circle of definitions that bind our world. Labels are powerful things. People go to war because of them. Conflicts between religious definitions, national boundaries, race and class distinction are some of the profoundly treacherous members of the world of labels. Labels are dangerous. They are also necessary to our survival and sanity” - uit een samenvatting van The Six Viewpoints, een theorie van Mary Overlie (1946-2020) voor het ontwikkelen van postmoderne performance. www.sixviewpoints.com/the-bridge
IIThe History of the World - Jeremy Deller — Google Arts & Culture
IIIZin uit ‘Midtown 120 Intro’, de openingstrack van het album Midtown 120 Blues (2008) door dj Sprinkles, een artiestennaam van Terre Thaemlitz, die ingaat op hoe house-muziek niet universeel is, maar juist hyper-specifiek. Ze beschrijft hoe het house-geluid van New York ontstond op specifieke clubavonden, met een queer publiek en onderbetaalde dj’s, in het midden van de AIDS-epidemie. www.comatonse.com/writings/2008_midtown120blues.html
IVDe focusgroep bestond uit Ivo van Emmerik en Maria-Paula Majoor (Klassieke Muziek), Annelore Horn en Jaap de Jong (Docent Muziek), Zosja El Rhazi en Coen Witteveen (Jazz & Pop) en coördinator Mirjam Zegers.
VVoor meer informatie en een video over de #MusicRevolution pilot zie: www.artez.nl/stories/2022-06-13-musicrevolution-een-uniek-inkijkje-in-de-muziekindustrie
VIwww.npr.org/sections/allsongs/2011/05/16/136369324/terry-riley-and-big-boi-hanging-out-like-its-not-a-thang
VIIDe foto is gemaakt op het festival All Tomorrow’s Parties (1999-2016) in Minehead, Engeland. Het festival werd iedere editie door een muzikant of band gecureerd. In 2011 was dat Animal Collective, die een eclectische line-up samenstelde waarbij zowel Terry Riley als Big Boi optraden. Dat Big Boi door een breed scala aan muziek is beïnvloed is ook te zien in deze video, waarin hij spreekt over Kate Bush. www.youtube.com/watch?v=oSdHgq3oBD8
VIIIEen serie van gesprekken tussen Glissant en Obrist werd in 2021 gepubliceerd als The Archipelago Conversations. 032c.com/magazine/edouard-glissant-and-hans-ulrich-obrist
IXDe volledige serie is hier terug te beluisteren: www.resonate-productions.com/Millennial%20History.html
XAndrea Voets, Empathie alleen is niet genoeg. De Groene Amsterdammer, 2022/44, 2 november 2022
www.groene.nl/artikel/empathie-alleen-is-niet-genoeg
XIPag. 78, hoofdstuk ‘Exhaustion of the Networked Psyche’, Stuck on the Platform: Reclaiming the Internet, 2022, Valiz.
XIIUit een video van The New Yorker, The Italians Making Music on Balconies Under Coronavirus Quarantine, maart 2020, www.youtube.com/watch?v=EBByYjjvNzs