Familiemens

Iets meer dan een week geleden is mijn oma overleden en ik voelde me eerlijk gezegd vooral schuldig. Door verschillende omstandigheden heb ik de afgelopen jaren niet zoveel contact gehad met ‘mijn moeders kant’. Eerlijk gezegd ben ik al een jaar of vier niet op mijn oma’s verjaardag geweest, noch ben ik kerst komen vieren, noch kwam ik paaseieren zoeken. Dat komt niet doordat ik mijn oma stom vond, integendeel. Maar het gebeurde gewoon niet, en dat is iets waar ik nu spijt van heb. Ik dacht dat ik door mijn persoonlijke (psychische) omstandigheden geen ruimte had voor mijn familie. Dat ze te veel zouden vragen en mijn energievoorraad zouden opslurpen wanneer ik af zou reizen naar het dorp waar mijn familie woont. Eigenlijk was ik vooral bang om afgewezen te worden (om wat ik ben: genderqueer) en durfde daarom niet te komen. Die afwijzing had ik zelf bedacht, maar hij leek me zo aannemelijk dat ik niemand van mijn familie de kans heb gegeven om het tegendeel te bewijzen.  Dat kon ik me niet voorstellen. Dat kun je niet als je je rot voelt. Een ongelukkig mens is, of-ie het nu wil of niet, egoïstisch.

Mijn oma was dat niet. Ze was een lieve vrouw, voor zover ik weet, en dol op kinderen. Ze noemde ze ‘het kleine volkje’ en tot op het laatst maakte niets haar gelukkiger dan zo’n dreumes in de buurt te hebben. Ik denk dat ouderdom en misschien ook wel ziekte zulke fundamentele eigenschappen uitvergroten. En ik vraag me af hoe dat later bij mij zal zijn.

Ik denk niet dat ik een grote familie zal hebben, want ik denk niet dat ik kinderen op de wereld zal zetten. Dat komt vooral door de manier waarop deze witte westerse wereld kijkt naar ouderschap. Of in mijn geval naar ‘moederschap’, want ik zal (wanneer ik met een buggy rondloop) waarschijnlijk grotendeels worden gelezen als ‘moeder’ en niet als ‘ouder’. Ik voel me op dit moment in mijn leven (en ik hoop dat het ooit zal veranderen) niet fijn genoeg in mijn lijf en in mijn identiteit om niet te worstelen met de manier waarop anderen me waarnemen. En daar bovenop durf ik niet altijd te vertrouwen op het goede in de mens, dat die in staat is zijn eigen denkbeelden aan de kant te zetten of zelfs te veranderen, wanneer iemand daarom vraagt. Dat is niet per se eerlijk van me, dat is angst.

Ik ben wat dat betreft ook niet eerlijk geweest tegenover mijn familie. Ik ben weggebleven om iets te vermijden wat helemaal niet gebeurde. Het blijkt, zelfs in gelukkige tijden, lastig om realistisch te zijn in het beantwoorden van de vraag waar ik me veilig kan en mag voelen.

Tijdens de begrafenis van mijn oma heb ik al mijn familieleden omhelsd en was het net zo vertrouwd als vroeger. Mijn moeder had iedereen al op de hoogte gesteld van mijn naamsverandering en niemand maakte ook maar één fout. Heel af en toe versprak iemand zich met mijn voornaamwoord, maar telkens verbeterden ze zichzelf. Iedereen deed enorm zijn best en ik voelde me thuis en zelfs trots op mijn familie.

Ik voelde me aan het einde van de dag schuldig dat ik niet eerder tot dit inzicht was gekomen, en dankbaar voor het feit dat ze me niets verweten. Ze waren gewoon blij dat ik er was. En ik ben op mijn beurt blij dat zij er zijn. En dat mijn oma er is geweest om ons allemaal op de wereld te zetten, om voor ons te zorgen en om paaseieren mee te zoeken.

Dit is de zesde blog van Lot Veelenturf voor #DiversityStories.

VI. Activisme

De zomervakantie is voorbij. Ik zit weer in de mediatheek van de academie te werken en de stapel met boeken die ik wil gaan lezen is gestaag aan het groeien. Dit is mijn afstudeerjaar, over pak hem beet negen maanden ben ik klaar met mijn opleiding Creative Writing.

Ik schreef al eerder dat ik het gevoel heb dat ik van alles moet. Ik moet naar veel evenementen om te netwerken, elke dag schrijven, uitgaan want mijn leeftijdsgenoten doen dat ook, drugs gebruiken, sporten, gezond eten en ga zo maar door. Vorige week voelde ik me verlamd. Ik zat na te denken over de verplichtingen die ik heb en hoe mijn weken eruit zouden gaan zien en kwam erachter dat het nu al zo vol was dat ik nauwelijks tijd had om te schrijven. Ik raakte in paniek, en het was alsof alles waar ik zo blij mee was in de zomer in één keer door de wc werd gespoeld. Deze zomer was er tijd en ruimte, ik heb gelezen, ik heb nagedacht, ik ben met Krul geweest en er leek geen einde te komen aan de dagen waarop we samen helemaal niks deden.

Dit jaar ga ik verder met mijn onderzoek naar seksualiteit, vrouw-zijn en feminisme en er is wat bijgekomen, namelijk dat ik ook het activisme wil onderzoeken. Ik denk vaak: ik kan wel lekker vanachter mijn laptop schrijven over problemen, maar dat lost niets op. Ik moet ook iets gaan doen. Er zijn veel acties van dierenrechtenactivisten waar ik aan mee wil werken, omdat ik ook echt iets wil toevoegen en veranderen. En de bio-industrie gaat me aan het hart. Ik eet nu een jaar veganistisch en dat heeft mijn kijk op hoe wij dieren mishandelen veranderd.

Dat gevoel van iets doen, dat is ook precies wat me in de weg kan zitten. Ik dacht tijdens mijn inzinking vorige week aan alle dingen die ik zo graag wil doen dat ik geen tijd meer heb om te ademen en eerder schreef ik al over hoe belangrijk rust is, hoe nodig het is om je fijn te voelen. Om zin te hebben in seks, om na te kunnen denken over seksualiteit, over mijn rol als lesbische schrijver. Daarom heb ik besloten met een aantal dingen te stoppen, zodat ik alleen naar school en naar mijn werk hoef. Zodat ik dit jaar kan focussen op wat ik wil maken, wat ik wil vertellen.

Deze week was er een avond van Studium Generale en boekhandel WALTER genaamd The Art of Feminism, How To Move From ‘I’ To ‘we’? Het ging over de manier waarop, zoals de titel al zegt, je je als individu kan verbinden aan een groep om zo een verschil te kunnen maken. Hier ging het dus ook over activisme. Eén van de sprekers was Adeola Enigbokan, kunstenaar en urbanist. In het nagesprek vertelde een groep studenten dat ze strijden voor trigger warnings bij heftige films die tijdens college worden getoond, zodat studenten met bepaalde trauma’s de les kunnen verlaten. Adeola antwoorde dat de groep zich niet op de warnings zou moeten richten, maar op het feit dat zoveel studenten mentale problemen hebben, want dat is waar het echt over gaat. En dat zette me aan het denken. Ik vond het interessant en ook inspirerend hoe zij ons allen toesprak, met overgave en met het idee dat als je je verenigt je ook echt iets kunt veranderen.

Ik hoop, door te schrijven en in actie te komen, een antwoord te vinden op de vraag hoe ik zelf de veranderingen die ik voor ogen heb kan bereiken.

Dit is het zesde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.

Out of office

Ik hoop dat je een fijne vakantie gehad hebt. Ik hoop dat je hebt gereisd en nieuwe mensen hebt ontmoet en nieuwe ervaringen hebt opgedaan. Misschien ben je deze zomer naar Frankrijk geweest, op bezoek bij een gepensioneerd familielid dat een huisje heeft in de streek rond Marseille. Misschien heb je zes weken in je eentje rondgetrokken door Azië of heb je met je vrienden een stedentrip gemaakt naar Berlijn. Ik heb geen spannende zomer gehad. Ik heb gekampeerd op Schiermonnikoog en ik heb gezwommen en gelezen en eenmaal thuis heb ik te veel Netflix gekeken en vooral niet nagedacht over mijn genderidentiteit. En het was heerlijk.

In haar Netflix-special Nanette heeft comédienne Hannah Gadsby het over een discussie over gender-labels. Deel van de grap is haar uitspraak over hoe ze zichzelf dan identificeert: als tired. Dat begrijp ik. Komend jaar ga ik afstuderen aan mijn studie Creative Writing en ik probeer me mentaal voor te bereiden. De komende vier maanden gaan compleet in het teken staan van het schrijven van mijn scriptie (over de representatie van non-binaire en transgender personages in naoorlogse Nederlandstalige fictie) en de rest van het jaar zal ik werken aan mijn eindwerk: een novelle met een non-binair hoofdpersonage. Ik vrees dat ik een tijdje niet zal kunnen ontsnappen aan het onderwerp gender en dat is oké. Het is zelfs belangrijk en nodig. Maar het is ook vermoeiend om iedere dag mee bezig te zijn. Daarom stel ik mezelf deze zomer geen vragen over hoe ik me identificeer, hoe andere mensen me zien, of waarom ik me voel zoals ik me voel. Ik heb vakantie.

Het is niet dat ik mensen niet zie kijken bij het toiletgebouw of niet hoor fluisteren op het terras.
Het is niet dat ik, wanneer ik het brede strand van Schiermonnikoog op loop, me niet afvraag waarom de wereld zo in elkaar zit dat we met z’n allen vinden dat mensen met borsten een bikini moeten dragen.
Het is niet dat ik me niet schaam voor mijn hoge stem wanneer ik moet inchecken bij de campingbalie. Maar ik kies ervoor om die gedachten niet de overhand te laten nemen. Ik voel ze in me opkomen, luister er even naar en parkeer ze dan, om er later naar te kijken.

Ik besef dat ik ontzettend gepriviligeerd ben, want niet iedereen kan dat zomaar zeggen. Ik heb de mogelijkheid om me terug te trekken, omdat ik nog steeds word gelezen als een cisgender vrouw en omdat mensen die identiteit vaak niet als aanstootgevend ervaren. Al is het niet fijn, want een vrouw ben ik nog steeds niet. Ik kies er alleen tijdelijk voor om te proberen me geen zorgen te maken over hoezeer dat feit niet lijkt te passen in deze wereld.

Dat kan alleen maar door je wereld ontzettend klein te maken. Zo klein, dat je de rest nauwelijks waar kunt nemen. En in dat ingezoomde Erik of het klein insectenboek-wereldje is alleen plaats voor een paar mensen. ‘You are going to need to find your freak family’, zegt Ivan Coyote, auteur van Tomboy survival guide. Mijn freak family zijn mijn vriend en mijn kat en mijn bank en mijn laptop met een ononderbroken marathon van onze favoriete serie. En het verkoelende getik van regen tegen het raam na een gloeiend hete zomer.

Dit is het vierde blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

V. Pride

In juni schreef ik over Seks en leugens van Leïla Slimani. Ik zei dat ik dankbaar ben dat ik in een land woon waar homoseksualiteit niet verboden is, dat krul en ik samen kunnen wonen en dat ik de kans krijg om deze blogs te schrijven, dat ik over mijn seksualiteit mag schrijven. Daar ben ik blij mee, maar ergens krijg ik een gek gevoel als ik over mijn seksualiteit nadenk. Ik ben lesbisch en ik heb een vriendin, maar het woord ‘lesbisch’ voelt raar en dat wij twee vrouwen zijn daar denk ik heel vaak niet over na, omdat het zo normaal is voor mij. En natuurlijk is het goed dat ik er niet over na hoef te denken, maar ergens voelt het alsof ik daarmee iets negeer. Want het is ook bijzonder dat ik met een vrouw ben. Net als dat liefde tussen alle soorten mensen bijzonder is.

Ik heb het gevoel dat lesbisch zijn vaak wordt gezien als een veredelde vriendschap en niet meer dan dat. Er is weinig representatie van lesbische vrouwen en er zijn meer instanties voor homomannen dan voor lesbische vrouwen. Ik ken wel tien boeken over homomannen en een stuk minder over vrouwen. Mijn Honours Programme onderzoek ging hier ook over: representatie van de lesbische vrouw en hoe ik daar als schrijver mee om moet gaan. Ik wist niet goed of ik vanuit een vrouw durfde te schrijven omdat ik bang was in clichés te vervallen of omdat het niet belangrijk genoeg is om over te schrijven omdat er zo weinig over geschreven en over gemaakt wordt. Alle boeken over lesbische vrouwen die ik las zijn twintig jaar oud en er zijn bijna geen Nederlandse films over gemaakt.

De nieuwe serie ANNE+ gaat over een lesbisch meisje in Amsterdam die haar ex tegenkomt en terugkijkt op alle relaties die ze heeft gehad. Ik had de kans de preview te zien en het was een verademing. Opeens wist ik waar ik in mijn hele Honours Programme onderzoek naar opzoek was geweest: een personage dat op mij lijkt, niet een beetje, maar heel veel. Iemand aan wie ik me kon optrekken, iemand die ook op vrouwen valt en daar oké mee is en naar haar plek in de wereld zoekt. ANNE+ gaf me het gevoel dat het ook iets is waar je trots op mag zijn. Ik had zo graag gewild dat ik deze serie had gezien toen ik veertien was, zodat ik wist dat het niet raar was wat ik voelde en dat ik niet met mannen was gaan daten omdat ik dacht dat het moest. Terwijl ik in de zaal zat werd ik ook overspoeld met een gevoel van eenzaamheid. Opeens wist ik dat ik iets heel erg had gemist, dat er een soort leegte was die ik eerder niet onder woorden kon brengen omdat ik niet wist dat ik een leegte voelde. Maar die representatie, dat gevoel dat je ergens bij hoort, dat je niet alleen bent, dat er meer meiden zijn als jij, dat had ik zo graag zoveel eerder willen zien. Ik ben lang bezig geweest met het uitvogelen van mijn seksualiteit. Ik geloof niet dat ik niet hield van de jongens met wie ik was, maar er klopte iets niet. Het werkte niet, ik was altijd teleurgesteld en boos. Als ik eerder had geweten dat ik lesbisch ben en dat het oké is om af te wijken van de hetero normatieve norm was het waarschijnlijk makkelijker geweest.

Het is oké dat mijn leven is zoals het is. Ik ben met Krul en nu op de plek waar ik graag wil zijn. Met een vrouw. Ik voel dat het belangrijk is dat er meer positieve verhalen komen over op vrouwen vallen en ik wil me daarvoor inzetten. Want als ik door ANNE+ zo overrompeld werd, ben ik daar vast niet de enige in.

Eén essay uit mijn Honours Programme onderzoek werd gepubliceerd op zijaanzij.nl

Dit is het vijfde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.

IV. Een huisje in het bos

We worden wakker van de haan die kraait en de paarden die over de hei galopperen. We komen uit bed en trekken een pyjamabroek en grote trui aan, een van ons zet koffie en bakt croissantjes af, de ander maakt het bed op en zet de deuren open. Na het ontbijt vraag ik aan haar: ‘Wat zullen we doen vandaag?’ en Krul vraagt op haar beurt: ‘Waar heb je zin in?’

Het huisje ligt verscholen in een bos achterop het erf van een boerderij. Het huisje is klein en oud, en er staat een vlekkerige bank in het woonkamertje dat pal grenst aan de open slaapkamer. Hier horen we alleen het geluid van vogels, kippen en paarden. Thuis horen we overdag hoe de Eusebiuskerk gerenoveerd wordt en ’s nachts hoe dronken mensen schreeuwen en tegen dingen aan trappen. We zijn hier om tot rust te komen, om vier nachten dicht tegen elkaar aan te slapen zonder stress en zonder bezig te zijn met het strakke tijdschema van de volgende dag. In mijn vorige blog vertelde ik al over de drukte, over het ‘moeten,’ en hoe dat gevoel me verlamd. We hadden dit weekendje weg een maand van tevoren geboekt en ik telde de dagen af.

Het voelt vrij om de dag zelf te kunnen bepalen wat je wilt doen. Het is een luxe die ik niet vaak heb. Ik moet naar stage of werk of er liggen verschillende verhalen op me te wachten. Hier wil ik alleen maar met Krul zijn. We wandelen door het bos en praten over vroeger en later. Ik heb tijd voor haar die ik anders niet heb en vervloek de wereld dat niet alle dagen zo kunnen zijn.

’s Avonds gaan we extra vroeg naar bed zodat we lang kunnen vrijen en ik voel me alsof ik leef ook al klinkt dat cliché. In deze blogs was ik opzoek naar een stukje ruimte om te praten over mijn seksualiteit en ik kwam erachter dat ik te druk ben om me een seksueel wezen te voelen. Hier in ons kleine huisje kijk ik naar haar lichaam en ik geniet ervan. Ik denk niet aan morgen of straks of even geleden. We zijn gewoon hier en hier is het goed.

Ik ben blij het nu zo fijn is, maar ik denk ook met enige paniek aan de tijd die komen gaat. Want straks als we weer thuis zijn, wil ik niet vervallen in oude patronen. Ik wil niet weer vergeten dat seks fijn is en dat we tijd voor elkaar moeten maken. We praten over hoe we minder televisie en series gaan kijken, want samen op de bank zitten terwijl ik lees en zij Japanse puzzels maakt, is fijner dan samen naar een scherm kijken.

De blogs gaan tot nu toe vooral over de tijd hebben voor dingen, en nu ik bijna zomervakantie heb en hier tot rust ben gekomen, heb ik zin om meer de diepte in te gaan. Ik las het boek Seks en leugens van Leïla Slimani en daarin ging een hoofdstuk over een lesbische vrouw in Marokko en hoe zij zich moet verschuilen omdat homoseksualiteit daar verboden is. Ik was toen zo opgelucht dat ik samen kan wonen met Krul en ik haar op straat een kus kan geven. Wij hebben tot nu toe geluk gehad, we zijn nog niet vaak lastiggevallen maar er is natuurlijk nog een lange weg te gaan naar volledige acceptatie van homoseksualiteit. Daarover in juli meer.

Dit is het vierde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.

Het recht om boos te zijn

Sinds een paar maanden bestaan mijn maandagavonden uit zweterige bokshandschoenen, pijnlijke knieën en een trainer die me op de zak (en zijn eigen maag en schouders) laat rammen tot ik niet meer kan. Het voelt lekker. Het voelt goed om alle opgekropte energie eruit te laten. Om te zweten. Om al mijn kracht in een stoot te leggen, of een knietje. Om even aan niets anders te denken. En stiekem voelt het ook goed om een keer iemand voor zijn bek te slaan.

Ik ben geen gewelddadig mens, integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat communicatie het belangrijkste in de wereld is en dat conflict een stagnatie van communicatie is. We moeten luisteren naar elkaar en proberen waar het kan iets te leren. Dat doen we door af en toe stil te zijn. Schrijver, historicus en activist Rebecca Solnit geeft in haar essay A Short History of Silence een definitie van stilte, die lastig te vertalen is, maar waar ik de laatste tijd veel over na moet denken: “English is full of overlapping words, but for the purposes of this essay, regard ‘silence’ as what is imposed and ‘quiet’ as what is sought. The tranquility of a quiet place, of quieting one’s own mind, of a retreat from words and bustle, is acoustically the same as the silence of intimidation or repression but phychically and politically something entirely different.”

Ik ben bang dat het voor een hoop mensen (minderheden) in de loop van hun leven normaal is geworden om hun mond te houden wanneer er iets gebeurt wat niet goed voelt. Er zijn natuurlijk verschillende gradaties; bijna iedereen zegt er bijvoorbeeld wel iets van als er iemand op hun teen staat. De subtiele varianten zijn lastiger: laat je het merken wanneer je collega of baas je intimideert? Zeg je er iets van als je merkt dat iemand je negeert?

Sinds ik uit de kast ben als genderqueer probeer ik mijn mond open te trekken. Het toe-eigenen van die term geeft me een nieuw soort kracht, waardoor ik de stilte durf te doorbreken en het aangeef wanneer iemand me aanspreekt met mijn oude naam, of met ‘meisje’.

Juist door voor mezelf op te komen, word ik geconfronteerd met hoe vaak het nodig blijkt te zijn. Op sommige dagen kan ik daar heel verdrietig door worden, en nog meer als ik denk aan hoe alle andere minderheden (niet-wit, niet-cisgender, niet-man, niet-westers, personen met een handicap) hun dag door moeten komen, en in hoeveel situaties ze uit veiligheidsoverwegingen moeten kiezen om te zwijgen.

De Nigeriaanse sociologe Oyèrónké Oyěwùmí schrijft in The Invention of Women: Making an African Sense of Western Gender Discourses: “The reason that the body has so much presence in the West is that the world is primarily perceived by sight. The differentiation of human bodies in terms of sex, skin color, and cranium size is a testament to the powers attributed to “seeing.” The gaze is an invitation to differentiate.” Het is een verklaring voor de categorisering en discriminatie (want de differentiatie die ze hier constateert wordt door de westerse mens vaak geïnterpreteerd als minderwaardig) die in het westen plaatsvindt. Hoewel het fijn is om beter te snappen waar het vandaan komt, neemt het de pijnlijkheid van de stilte die eromheen hangt niet weg. Het toont aan hoezeer het nodig is om die te doorbreken.

Ik heb ontdekt dat ik soms, aan het einde van de boksles, wanneer mijn hoofd net één klap teveel moet incasseren, een waas voor mijn ogen krijg. Als een Mario-gamepersonage dat een supermushroom eet en drie keer zo groot wordt, groeit er een oncontroleerbare woede in mij. Binnen enkele seconden begin ik met mijn armen te maaien en met mijn benen te trappen, net zo lang tot ik begin te huilen, of de ander me een halt toeroept. “Wat was dat nou?” vraagt mijn trainer dan. Het enige wat ik dan kan denken is dat niemand me meer pijn mag doen. Dat is natuurlijk een dramatische gedachte die niet zou misstaan in een aflevering van gtst, maar het is wel een eerlijke.

Ik denk dat het nodig is om vaker eerlijk te zijn op momenten dat we boos zijn of verdriet hebben. Wanneer er ergens een diep weggestopt trauma wordt aangeboord of wanneer er een nieuwe wordt veroorzaakt. We hebben het recht om boos te zijn. Wat wel belangrijk is, is om niet te vergeten dat we in onze boosheid moeten blijven communiceren.

Soms heb ik het idee dat de maatschappij van me vraagt om zichtbaar te zijn op sociale media en met hashtags te slingeren. Aan de ene kant voel ik me aangesproken, omdat het simpelweg zo hard nodig is om op te staan tegen onrecht en onwetendheid tegenover leden van mijn community. Maar aan de andere kant is het ook nodig om in het oog te houden wat voor persoon ik zelf ben. Ik ben niet iemand die zich gemakkelijk in het publieke domein begeeft en voel me eerlijk gezegd iedere keer als ik iets op Facebook post heel ongemakkelijk. Iedere activist moet voor zichzelf uitmaken op welke manier en op welke schaal die zijn/haar/hun boodschap wil verspreiden. Het kan door middel van internet, foto’s en tweets, maar activisme kan ook voorkomen in de vorm van een gesprek met een familielid, een lied of een kunstwerk. Het belangrijkste is eerlijk zijn, en op een respectvolle en liefdevolle manier aangeven wanneer er iemand op je teen staat.

Dit is het derde blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

foto: U.S. Air Force photo by Airman 1st Class Dennis Hoffman

 

III. Het breekpunt

Het is grappig hoe snel dingen kunnen veranderen. Sinds deze blogs ben ik, zoals ik in mijn vorige blog zei, hyperbewust van mezelf geworden. Ik ben door dit te schrijven dagelijks bezig met wat ik denk en voel en krijg daarom langzaamaan meer inzicht in mijn seksualiteit.

Zo kwam ik erachter dat ik te weinig tijd neem voor mijzelf en mijn seksualiteit. Mijn leven is een aaneenschakeling van verschillende activiteiten. Uitrusten wordt ingepland en ik kan door mijn strakke planning vrijwel niets aan het toeval overlaten. Mijn vriendin en ik zijn zelfs begonnen met het inplannen van onze seks, omdat we er anders niet aan toe komen.
Ik wil geen slaaf meer zijn van mijn eigen planning. Ik wil niet elke dag mijn tijdschema strak in de gaten hoeven houden, niet elke dag moe zijn. Ik wil liefhebben op onverwachte momenten, seks hebben wanneer ik zin heb en me licht voelen. Niet zwaar van al het ‘moeten.’

Seksualiteit betekent voor mij nu: rust, zodat het kan ontstaan. Daarom ben ik begonnen met het opnieuw indelen van mijn leven. Ik ben op zoek naar een andere baan, bijvoorbeeld. Ik werk nu in een restaurant op wisselende tijden en dagen. Ik wil alleen nog doordeweeks werken en in het weekend tijd hebben voor mijzelf en mijn vriendin. Daarnaast probeer ik liever voor mijzelf te zijn. Dat is de grootste opgave gebleken. Lief zijn voor mijzelf is afstand doen van negatieve gedachten over mij en mijn lichaam. Ik denk vaak dat ik dik en lelijk ben, dat ik niets waard ben. De reden dat ik geen rust neem, komt doordat ik dan denk dat ik lui ben. En door alles altijd vol te plannen, verlies ik mijzelf en daarmee mijn seksualiteit uit het oog. Dat is makkelijk. Als ik druk ben, raak ik verdoofd en hoef ik niet te dealen met mijzelf en mijn gevoelens.

Het gaat voor mij nu om voelen wat ik nodig heb en mijn grenzen daarin aangeven en bewaken. Om mezelf beter te leren aanvoelen, heb ik nu één keer in de maand een holistische massage. Irene, de massagemevrouw, raakt me aan en ik moet aangeven wat ik prettig vind en wat niet. Dat klinkt makkelijk, zeggen wat je fijn vindt en wat niet, maar ik vind het heel moeilijk. Ze wilde mijn onderbeen masseren, ik verstijfde en ze vroeg of ze door mocht gaan en ik durfde niet te zeggen dat ik het niet fijn vond omdat ik dacht dat ik dan faalde. Ik werd daar heel verdrietig van, omdat ik dacht dat ik het fijn moest vinden. Ik was bang haar teleur te stellen. Ze zei daarna dat het tijdens die massage om mij gaat, niet om haar en daarna: “Ik kan heel goed voor mezelf zorgen, Willemijn.”

Door de blog en de massage leer ik mijn negatieve gedachten steeds beter kennen. Het maakt wel dat ik opnieuw het gevoel heb dat ik iets verkeerd doe, want welke pannenkoek praat zichzelf nou telkens de grond in? Ik probeer dan lief voor mezelf te zijn. Het is oké dat ik dit denk en ik ben bezig te veranderen.

Ik kwam er ook achter dat ik mijn leven indeel om anderen en niet mijzelf te plezieren. Ik werk hard zodat niemand kan zeggen dat ik iets verkeerd doe, ik wil succes hebben zodat anderen zien hoe goed ik het doe. Mijn leven staat als je het zo bekijkt, in teken van anderen. Natuurlijk besta je altijd in relatie tot een ander, maar je moet wel blij en tevreden zijn met jezelf en dat ben ik nu niet. Ik voel me een slaaf van mijn eigen patronen en gedachten. Ik ben benieuwd wat deze nieuwe indeling me gaat brengen, wat er gaat veranderen.

Deze blog heet niet voor niets ‘Het breekpunt’. Door al mijn gewoontes en gevoelens onder de loep te nemen, kom ik erachter dat ik al heel lang geen aandacht heb besteed aan mijzelf en dat maakt me verdrietig. Ik wil graag tijd voor mijzelf, waarin ik kwetsbaar en klein kan zijn, maar er zijn door alle verplichtingen die ik aangenomen heb weinig momenten waarop dit kan. Het begin is er. Ik weet wat ik wil: meer rust, meer zelfliefde, meer seks. Nu moet ik ruimte gaan maken voor de plannen die ik heb. Ik wil meer (kinder-)boeken lezen, meer schrijven en meer doen wat ík wil. Mei gaat in het teken staan van de reorganisatie van mijn leven.

Dit is het derde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories

 

illustratie Hannah Good

Illustratie: Hannah Good

Boodschap van mijn voeten

Ik ben in augustus ingetrokken bij mijn vriend. We wonen in een jarendertig rijtjeshuis, een bovenwoning, op de hoek van de straat. We hebben zelfs een balkon waar we ’s zomers buiten eten. Mijn vriend heeft eigenhandig de vloeren gelegd, de elektriciteit aangesloten en ervoor gezorgd dat er centrale verwarming kwam. Het is het eerste thuis dat hij zelf gecreëerd heeft. Hoewel ik er al vanaf de zomer woon, vind ik het soms lastig om me er helemaal thuis te voelen.

Wat ik meestal doe wanneer ik die stress voel, is opruimen. Dat zal voor veel mensen herkenbaar zijn: de rustgevende werking van afwasmiddel en de verdoving van badkamerbleek. Gina Lazenby, auteur van Feng Shui Wonen geeft ons gelijk. Ze zegt dat ons huis een directe verlenging is van onszelf. ‘Het is een spiegel die laat zien wie we zijn. In een woonruimte bevinden zich bewijsstukken en symbolen van onze ervaringen, gedachten en dromen uit ons verleden.’ En wanneer die bewijsstukken samen een harmonieus geheel vormen, zullen we die harmonie weerspiegeld zien in ons dagelijks leven. Na het lezen van deze passage sorteer ik meteen mijn boekenkast op kleur.

Het helpt niet. Je boekenkast sorteren werkt alleen bij dagelijkse stress. In mijn lichaam heeft zich door de jaren heen een ander soort spanning gemanifesteerd, die niet zo makkelijk weg te boenen is. Het is een spanning die ontstaat wanneer je je constant afvraagt hoe je je in godsnaam moet verhouden tot je lichaam. Ik weet niet goed hoe ik dat aan moet pakken. Hoeveel ik ook opruim, het huis verandert binnen een week weer terug in zijn oude staat.

Je zou kunnen zeggen dat ik, als genderqueer persoon, niet alleen qua huis, maar ook qua lichaam ben verhuisd. Niet letterlijk, want een volledige lichaamstransplantatie is niet mogelijk en staat ook niet op mijn verlanglijstje. Het gaat meer om de manier waarop ik mijn lichaam ervaar. Dat is anders sinds ik uit de kast ben en niet meer probeer een vrouw na te doen. Ik ben me extra bewust van de gegenderde delen van mijn lichaam: mijn primaire en secundaire geslachtskenmerken, om ze maar even bij de naam te noemen. Mijn borsten zelf zijn bijvoorbeeld niet veranderd, maar wel de manier waarop ik ermee omga. Soms zijn er dagen dat ik ze het liefst niet had gehad, en dan stop ik ze weg. Soms ben ik er best tevreden mee, maar dan vind ik het lastig dat te uiten. Borsten zijn helaas bij de rest van de wereld nog altijd het toonbeeld van vrouwelijkheid, en dat is precies niet hoe ik wil dat mensen me ‘lezen’.

Taal kan een hoop van dit soort dingen beter maken. Zo noem ik mijn borsten op sommige dagen ‘borst’, andere dagen ‘borsten’ en heel soms ‘tiet’ (als ik echt niet weet wat ik ermee aan moet). Iets anders dat me soms helpt zijn rituelen. Queer dichter C.A. Conrad schreef een bundel, A Beautiful Marsupial Afternoon, met ‘(soma)tic poetry excercises’: Rituelen om uit te voeren (met je lichaam (=soma)) die daarna tot een gedicht kunnen/moeten/mogen leiden. Dit is het begin van zo’n ritueel: ‘If you can be naked for this exercise it is best. Plan to be outside for 9 different sunsets. Get yourself comfortable and seated an hour before the sunset. For 50 minutes focus on your feet.’ Bij iedere zonsopgang daarna moet je je focussen op een ander lichaamsdeel: ‘Legs, Genitals, Naval, Breasts, Arms, Hands, Neck, Head (exterior), Head (interior).’ Je moet je voorstellen wat ze tegen je zouden zeggen als ze hun eigen gedachten hadden.

Ik kan me voorstellen dat als mijn borsten hun eigen gedachten hadden, ze tegen me zouden zeggen dat ik iets liever voor ze moet zijn. Dat ik niet iedere dag die strakke binder moet dragen, omdat ze daar geen lucht door krijgen. Maar dat ze het wel snappen. Ze voelen zich ook onbegrepen.
De innerlijke stem van mijn benen zou zeggen dat ik mijn haartjes moet omarmen, want wat groeit dat groeit. Mijn navel zou me zeggen dat hij (is het een hij?) op zich wel tevreden is en mijn voeten dat ze graag wat meer frisse lucht zouden krijgen. Schoenen uit, sokken uit, blote voeten in het gras. Mijn genitaliën vragen me of ik nu alsjeblieft een keer wil stoppen met een binaire rol voor ze uitkiezen. Dit is een genderqueer lichaam en dat betekent dat ook echt alles aan dit lichaam genderqueer is. Niets ervan hoeft zich te verantwoorden aan een van de twee uitersten van het genderspectrum. Er zijn namelijk niet maar twee uitersten.

Het ritueel van Conrad en de uitwerking daarvan zijn vergelijkbaar met Feng Shui. Zoals mijn voeten, borsten, benen en hoofd een deel van mij zijn, zo ben ik een deel van – en beïnvloed ik – mijn huis. Er zijn een hoop plekken waar spinnenwebben hangen of waar dingen lukraak zijn opgestapeld, met iedere seconde het risico dat de hele berg instort. Eigenlijk net als er in mijn lichaam een hoop plekken zijn waar ik ook niet genoeg aandacht aan besteed. Ik doe nu bijna elke dag een mindfulness-oefening (want dat is wat zo’n ritueel eigenlijk is, minus de excentrieke details van 9 zonsopkomsten naakt moeten bijwonen) en het helpt. Iedere keer focus ik op een klein stukje van mezelf, alsof het een kamer in mijn huis is. Ik ruim iedere ruimte helemaal leeg, stofzuig hem, dweil, gooi alle troep weg en ruim alle belangrijke dingen dan weer in. Ik zet de ramen open. Ik ga in de vensterbank zitten en kijk eens rond. Opgeruimd staat netjes.

Dit is het tweede blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

Rob Perree over Jaamil Olawale Kosoko

“Onlangs gaf Kosoko een presentatie op de kunstacademie ArtEZ in Arnhem. De zaal was niet eens half gevuld en bijna helemaal wit. Of hij dat lastig vond, werd er vanuit de zaal gevraagd. Door de enige donkere jongeman.”

Rob Perree was aanwezig bij White State – Black Mind met Jaamil Olawale Kosoko en schreef erover in Mister Motley. Lees het artikel hier.

II. De zoektocht gaat verder

Maart heb ik besteed aan het vinden van een solide basis waarop ik verder kan bouwen, een basis om verder te kunnen schrijven over seksualiteit. In mijn eerste stuk ging ik gelijk de diepte in, ik vertelde jullie wie ik ben en waarom dit onderwerp me zo raakt. Ik las mijn eigen stuk, en kon het niet helpen me ook te schamen voor dat wat ik op papier had gezet, omdat de dingen die ik had verteld misschien privé hadden moeten blijven.

Vorige maand bezocht ik Marije Janssen. Marije heeft een platform voor seksualiteit en geeft verschillende lezingen en workshops. Ik ging naar die* toe om te vragen wat het zo moeilijk maakt om te praten (en schrijven) over seksualiteit. Wat ik uit dat gesprek vooral meenam is dat we allemaal te maken hebben met bepaalde normen, zoals: vrouwen kijken geen porno en mannen mogen niet huilen. We moeten onszelf hieraan ontworstelen door te blijven praten over onze verlangens en elkaar daarin serieus te nemen. Marije treedt voorbij de binaire indeling in onze samenleving en gaf me mee dat er geen eenduidig antwoord is op vragen over seks, en dat het juist daarom zo interessant is. Die identificeert zich ook als non-binair, wat betekent dat je je niet vrouw of man voelt, maar los van deze genderindelingen bestaat. Het is gek dat ik altijd dacht dat ik me moest identificeren als vrouw, maar door Marije kwam er een ruimte vrij waarin dat niet hoeft. Ik weet nog niet of ik me vrouw voel of niet, maar dat hoeft dus ook niet. Iets om in de komende maanden verder te onderzoeken.

In de trein terug naar Arnhem, realiseerde ik me dat ik mijn seksualiteit wil vatten in woorden zodat ik mezelf beter begrijp. In de eerste blog vertelde ik al over mijn zoektocht, die begon toen ik Krul ontmoette. Door het gesprek met Marije leerde ik dat ik geen antwoorden ga vinden, dat ik door dit onderzoek alleen een beter idee krijg van wat seksualiteit voor mij betekent.

Marije is op een actieve manier bezig met seksualiteit, met die van dienszelf en anderen. En dat is volgens mij de enige manier waarop ik er bezig mee moet zijn. Net zoals ik me elke dag een beetje anders voel, zo is ook mijn seksualiteit elke dag een beetje anders en ik zou de tijd en ruimte moeten nemen om elke dag te voelen wat ik nodig heb.

Op 23 maart bezocht ik de voorstelling Over komen van Gian van Grunsven. Over komen is onderdeel van Gians zes jaar durende artistiek-journalistieke onderzoek naar seksualiteit. Ze is op zoek gegaan naar manieren om zichzelf te beminnen. Er kwam een heel scala aan masturbatie-experts aanbod, maar wat me vooral is bijgebleven is dat ze zich tijdens haar onderzoek realiseerde dat ze seks te doelgericht benaderde. Ze wilde het in haar zoektocht zo krampachtig goed doen, de juiste technieken volgen om haar seksuele zelf volledig te leren kennen, dat het niet lukte. Ik herkende dat. Ik wil ruimte creëren voor een open gesprek over seksualiteit, maar neem niet de tijd voor mezelf om na te gaan wat het voor mij betekent. Ik ga naar lezingen, voorstellingen en praat met mensen om antwoorden te vinden over iets heel persoonlijks. En terwijl ik dit schrijf hoor ik de stem van mijn moeder in mijn achterhoofd zeggen dat ik moet gaan mediteren, of in ieder geval iets moet doen om aandacht te schenken aan mijn diepste zelf.

Mijn moeder heeft altijd gezegd dat het grootste energiepunt in ons lichaam zit in onze diepste chakra, die tussen onze benen. Dat daar zoveel opgeslagen ligt dat als we daarmee bezig zijn, we ons diepste zijn kunnen aanraken. Ik vind het vreselijk als mijn moeder over dit soort dingen begint, ik krijg altijd zin om zo wild op te staan dat mijn stoel achterovervalt. Maar ergens weet ik dat ze gelijk heeft. Seksualiteit zit zo diep in ons binnenste dat we niet om onszelf heen kunnen als we het willen onderzoeken. Misschien is dat ook de reden dat ik sinds ik deze blogs schrijf me zo hyperbewust ben van mezelf en de manieren waarop ik mijn leven invul. Ik weet dat ik te weinig tijd neem voor mijn lichaam en mijzelf, en daarmee niet genoeg aandacht schenk aan mijn seksuele zijn.

Gian van Grunsven en Marije Janssen zijn allebei al jaren actief bezig met het onderwerp seksualiteit, en hebben nog niet antwoorden op alle vragen. In de voorstelling van Gian kwamen geen antwoorden op hoe je op je jezelf bemint, ze gaf alleen blijk van haar zoektocht zodat wij, de kijkers, daar iets uit kunnen halen wat ons kan helpen. Marije kon geen antwoord geven op wat seksualiteit nou precies is, omdat het voor iedereen anders is. Als ik iets wil leren over seksualiteit moet ik dus naar mezelf kijken. Wat betekent het voor mij? Ik leerde deze maand dat ik meer tijd en ruimte moet geven aan mezelf, om op die manier te voelen wat ik nodig heb.

*die/diens zijn voornaamwoorden die worden gebruikt voor diegenen die zich identificeren met het non-binaire.

Dit is het tweede blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories