“Elke vrouw worstelt met de ruimte die ze mag innemen” – een interview met Rajae El Mouhandiz & Wieke ten Cate

In 2018 over de positie van de vrouw, het gevoel vrouw te zijn, te praten in kunst brengt zo zijn valkuilen met zich mee. In deze tijd van zowel activistische bewegingen zoals #Metoo als de opkomst van grote bedrijven die in engagement vooral een sales-truc zien, kan het onderzoeken van vrouwelijkheid in de kunsten tot een met eenzelfde soort aannames doordrenkt proces verworden. Het levensverhaal van kunstenaar, muzikant, zangeres en filmmaker Rajae El Mouhandiz’ leent zich voor een hoop van die aannames: de oversteek van haar familie van een klein Marokkaans dorp naar Nederland, de jeugd in een Osdorpse flat, het schipperen tussen twee culturen, het moeten vechten voor haar vrijheid kunst te maken. Grote kans dan ook dat je van El Mouhandiz de alom bekende vertelling over uitsluiting en discriminatie verwacht, het “migrantenverhaal” zoals ze het zelf noemt, maar dat gaat in haar nieuwste voorstelling Thuis, Ontheemd #2, tot stand gekomen in samenwerking met regisseur Wieke ten Cate, niet gebeuren.

El Mouhandiz, die in 2017 een nieuwe makers-subsidie kreeg van het Fonds Podiumkunsten, wilde zich focussen op een nog groter thema dan “de migrant”: vrouw-zijn. In haar vorige voorstelling, Thuis, Ontheemd, nam El Mounadiz het concept thuis onder de loep. Waar voelen we ons thuis en waar juist niet? Waar hangt dit vanaf en hoe gaan we hiermee om? El Mouhandiz sprak voor Thuis, Ontheemd met bewoners van het Laakkwartier in Den Haag: mensen met verschillende achtergronden die nieuw waren in de wijk, in Nederland, of er juist al hun hele leven woonden, een stad zagen veranderen.

‘Ik heb toen met zo veel mensen gesproken en voor iedereen was het thuisgevoel hetzelfde: een emotie, een gevoel geliefd en geaccepteerd te worden. Maar als je over ontheemding of onthechting praat, is het voor iedereen een andere ervaring op andere plekken.’ Duidelijk bleek, aan de hand van die gesprekken, dat een gevoel ergens thuis te horen verbonden is aan het idee jezelf ergens te kunnen herkennen, in de mensen, spullen, geuren of soorten eten. Ontheemding werd dan weer ervaren als een clash met de wereld, een tijdelijke, onthutsende ervaring.

‘Ik wilde weten wat die ervaringen dan precies inhielden.’ Ontheemding, het gevoel niet verbonden te zijn met je omgeving, vindt voor mensen op verschillende manieren en niveaus plaats maar bleek ook een gevoel te zijn dat bij iedereen die ze sprak overeenkwam.

‘Je kunt je net zo goed inleven in de ontheemding van de oer-Hollandse vrouw die haar vertrouwde wijk niet meer herkent als in de Antilliaanse vrouw die zegt zich overal even thuis te voelen, ongeacht de plek, de mensen,’ legt El Mouhandiz uit. Misschien dat daarom de keuze is gemaakt de titel van het vervolg op die voorstelling niet aan te passen. Want Thuis, Ontheemd #2 gaat dan wel over vrouw-zijn, maar correspondeert alsnog met die schijnbare tegenstelling tussen onze binnenwereld en de buitenwereld, die symbool staat voor alle aannames waarmee we moeten omgaan. El Mouhandiz vertelt hoe ze dezelfde beperking van vrijheid in haar moeder zag, die in haar eentje haar kinderen moest opvoeden na gescheiden te zijn van haar man, als in Mia, de middenstandsvrouw die als vrijwilliger El Mouhandiz’ moeder les in de Nederlandse taal gaf. Hoewel de levens van deze vrouwen ontzettend verschillend waren, hadden ze beiden te maken met een wereld die hen niet toeliet zichzelf compleet te ontwikkelen.

‘Mia was misschien wel een geprivilegieerde vrouw, maar van haar werd verwacht dat ze thuisbleef nadat ze trouwde. Dat is net zo beperkend voor haar als mens als het oordeel dat door de Marokkaanse gemeenschap toentertijd over mijn moeder werd geveld omdat ze besloot te scheiden van mijn vader.’

Juist voor het vertellen van dat overkoepelende, verbindende verhaal over de realiteit van het vrouw-zijn, ging El Mouhandiz een samenwerking aan met theaterregisseur Wieke ten Cate. Ten Cate, die ook op onderzoekende manieren te werk gaat in het maken van haar voorstellingen en zich al eerder met het thema vrouw-zijn bezighield, hielp El Mouhandiz een voorstelling te maken die niet gedreven is door identiteitspolitiek, maar juist ontwapenend is in het feit dat het voorbij de tegenstellingen tussen mensen durft te gaan.

‘We hebben altijd als doel gehad een overstijgend verhaal te vertellen. Voorbij de stereotypes en bekende narratieven over vrouwen, juist door heel persoonlijk te blijven. Het ís ook moeilijk om te moeten navigeren in een wereld waarin je wordt beoordeeld op basis van je afkomst of seksuele voorkeur of genderidentiteit, maar we wilden voorbij die identiteitsclash gaan. Zonder oordeel het thema onderzoeken. Zo particulier als we voor Thuis, Ontheemd #2 hebben gewerkt, zo universeel is de voorstelling uiteindelijk geworden. En dat wilden we ook,’ zegt Ten Cate, ‘Het opentrekken, de gelijkenissen aantonen door juist diep in te zoomen.’ Zowel Ten Cate als El Mouhandiz benadrukken hoe belangrijk het voor ze was om niet een voorstelling te maken die aansluit bij de polariserende beweging die de politieke debatten op het moment maken. Of het nou over gelijke rechten voor vrouwen, migranten, lhbt’ers of andere mensen in een samenleving gaat, Ten Cate en El Mouhandiz geloven niet in een waarheid die maar vanuit één perspectief moet worden verteld. Daarom hebben ze zich gefocust op het inzoomen op persoonlijke verhalen van allerlei soorten vrouwen, waaronder dus El Mouhandiz’ moeder en adoptie-oma, om die veelheid aan perspectieven en verhoudingen tot het vrouw-zijn toe te laten.

‘Dit verhaal dat we hebben geconstrueerd, is groots omdat het in al zijn specifieke elementen verschillende mensen verbindt. Er is niet één verhaal over de Marokkaanse vrouw, één verhaal over de witte vrouw uit de middenklasse, de alleenstaande vrouw, de grootstedelijke vrouw, de oma, de puber met grote dromen. Door in te zoomen op de bijzonderheden van iemands leven trek je een persoonlijke ervaring groter,’ legt El Mouhandiz uit, ‘Ergens tussen de persoon die de maatschappij van ons verwacht dat we zijn, en de persoon die je tradities je leren te zijn, vindt je wie je bent,’ zegt El Mouhandiz, die zelf op haar vijftiende uit huis ging omdat ze, ondanks dat het haar door haar familie verboden werd, muziek wilde maken. Want je bent complex, lijken ze te zeggen, zo complex als je gevoelens, achtergrond en omgeving samen.

‘Elke vrouw worstelt met de ruimte die ze mag innemen,’ zegt Ten Cate, ‘Daarnaast wordt er maar een heel beperkt verhaal over de vrouw verteld. Ik ben niet met dezelfde bagage als Rajae opgegroeid, maar als we met elkaar spreken kunnen we op veel vlakken elkaar toch begrijpen. Dat is de gemene deler die vrouwen verbindt, daar wilden we ons op focussen.’

El Mouhandiz en Ten Cate nodigen het publiek in Thuis, Ontheemd #2 daarom uit om zelf conclusies te trekken over dat vrouw-zijn, de herkenning toe te laten waar die opspeelt, maar schuwen het afdwingen van een mening. Vrouw-zijn, lijken ze te zeggen, is iets wat net zoals een gevoel van thuis particulier is, maar hierom ook zo universeel. De betekenis van die identiteit heeft per persoon een andere herkomst, associatie en andere gevolgen, maar hierin is het ook cultuur overstijgend.  Niet omdat de maatschappij geen sporen achterlaat op een persoon, maar omdat de hokken waarbinnen we daarom over onszelf leren denken niet genoeg zijn om onze ervaringen oprecht over te brengen.

Dit stuk is geschreven door Simone Atangana Bekono voor Mister Motley in opdracht van ArtEZ Studium Generale. Het artikel is voortgekomen uit de onderzoekslijn en het programma HOME .

VII. Een brief

Beste Mark,

 

Allereerst zal ik mezelf voorstellen, want u kent mij niet. Mijn naam is Willemijn Kranendonk en ik woon in Arnhem. Ik ben drieëntwintig jaar oud, zit op de kunstacademie en volg de opleiding Creative Writing. Deze studie leert mij schrijven, proza tot poëzie en meer. Het is vrij breed. Momenteel zit ik in het vierde jaar, dus ik ben bezig met mijn afstudeerwerk en onderzoek. Mijn onderzoek gaat over schrijver en activist zijn, voor mijn eindwerk schrijf ik poëzie.

Ik schrijf deze brief in het kader van mijn onderzoek. Want ik ben straks schrijver en activist, en ik vind het gek hoe deze twee dingen elkaar uit lijken te sluiten. Als schrijver zit je (vaak) alleen na te denken, te lezen en te werken. Als activist mobiliseer je mensen, ben je op straat aan het protesteren of ben je bij lezingen om na te denken over tendensen en hoe je daarop kunt anticiperen. Ik wil mijn schrijverschap en activist-zijn eigenlijk verenigen, ik wil zorgen dat het één geheel wordt, dat ik straks een activistische schrijver ben.

Deze brief is hopelijk het begin van een manier om ‘iets te doen.’ Dat klinkt vaag, maar ik heb vaak een heel machteloos gevoel. Er zijn zoveel dingen waar ik me zorgen om maak, maar ik kan er vrijwel niets tegen doen. Ik zit dan weer in mijn eentje na te denken over wat ik kan doen, ik ga naar een protest of probeer door met mensen in gesprek te gaan hun ideeën te veranderen, maar ik zie dan niet gelijk resultaat. Dat is eigenlijk de reden dat ik dit nu schrijf. Ik weet bijna zeker dat dit op korte termijn ook niets verandert, maar op deze manier kan ik u in ieder geval een aantal vragen stellen, want dat kan niet via een andere weg.

Dit gaat niet over mijn persoonlijke situatie. Op de site van Rijksoverheid staat dat u niet kan ingaan op mijn persoonlijke omstandigheden en dat vraag ik ook niet. Ik hoop eigenlijk vooral dat u dit leest, dat u mijn woorden leest en er iets van vindt, omdat uw aandacht het begin kan zijn van iets groters.

Ik ben een vrouw, zoals u waarschijnlijk uit mijn naam kon afleiden en ik denk er vaak over na of ik mijzelf wil voortplanten. Ik heb een baarmoeder en word maandelijks ongesteld, ik denk dat ik vruchtbaar ben. De voornaamste reden dat mensen kinderen willen, is denk ik omdat er dan iets op deze wereld is dat op jou lijkt en waar je onvoorwaardelijk van kunt houden. Het lijkt mij menseigen om van iemand te willen houden, houden-van geeft je een doel, een mogelijkheid om ergens voor te leven. Ik wil dus wel kinderen, maar ik vraag me af of het humaan is om mijn kinderen op te laten groeien in een land waarvan ik niet weet of het er over honderd jaar nog is. Ik ben namelijk bang dat we te laat zijn met het klimaatakkoord, ik ben bang dat het al zeker is dat er een ecologische ramp gaat plaatsvinden. Ik wil in deze brief niet allemaal bronnen aanhalen, omdat ik juist denk dat de theoretische aanpak niet werkt. Er zijn heel veel artikelen gepubliceerd waar ik mijn angst op baseer en die heeft u vast gezien en gelezen, u bent tenslotte de minister-president. Ik wil kinderen, maar is het eerlijk tegenover hen dat ze er niet voor kiezen geboren te worden en het niet eens zeker is dat ze veilig zijn?

Bent u bang voor de toekomst? Ik wil graag weten wat voor een mens u bent, Mark. Waar denkt u aan als u uw eerste slok koffie neemt ’s ochtends?  Is de reden dat u politicus werd omdat u zich zorgen maakte? Of omdat u het niet eens was met het discours van ons land?

Stoppen met het eten van vlees en andere dierlijke producten helpt tegen klimaatverandering. Ik eet zoveel mogelijk veganistisch omdat ik wil dat de volgende generatie ook een plek heeft om te leven. Ik keur dierenleed af en vind dat alle dieren die gefokt worden lijden.

Laatst was ik bij een protest van The Save Movement The Netherlands. The Save Movement gaat naar slachthuizen, houdt daar vrachtwagens aan met dieren erin, om de dieren voor de laatste keer water en eten te geven en ze om vergeving te vragen voor ze worden geslacht. We waren bij een halal slachterij in Zaandam en er kwamen schapen binnen. Het was een klein slachthuis waar we zelfs binnen mochten kijken, een unicum. Het is gek dat niet de dieren, de blikken in hun ogen of de messen die aan de muur hingen mij het meeste zijn bijgebleven. Wat me het meeste is bijgebleven is de geur die in het slachthuis hing. Een geur van fabrieksmatige dood, alcohol en een zoet, goedkoop schoonmaakmiddel. Het hing in mijn kleding toen ik in de trein terug naar Arnhem zat en het maakte me misselijk.

Vorige week was ik naar een lezing van Edouard Louis, een witte Franse homoseksuele schrijver. Hij schreef Weg met Eddy Belleguele, De geschiedenis van het geweld en Ze hebben mijn vader vermoord. De lezing ging vooral in op de positie van de arbeider. Zijn boeken gaan hier deels over en hij sprak heel bevlogen over de rol van literatuur in onze samenleving, wat hij denkt dat literatuur moet en kan doen. Ik moest denken aan hoe ver weg de politiek voor mij voelt. Ik kan op een partij stemmen die deels mijn ideeën deelt, om vervolgens te hopen dat ze de voor mij belangrijke punten behartigen in de discussies en stemmingen. Het voelt ver weg en waarschijnlijk nog verder weg voor de ongeschoolde arbeider. Ik kan op deze manier proberen woorden te vinden voor mijn gevoelens van wanhoop, maar zij kunnen dat niet.

Wat het nog moeilijker maakt, is denk ik dat vrijwel alle mensen in de politiek wit, theoretisch opgeleid en man zijn. Ik ben wit, een vrouw en ook vrij theoretisch opgeleid en toch voel ook ik me niet gerepresenteerd. Hoe komt het dat onze leiders vrijwel allemaal witte mannen zijn? Er zijn mensen die denken dat het ligt aan de minderheden zelf, maar dat geloof ik niet. Ik denk dat de staat de verantwoordelijkheid heeft om iedereen te betrekken bij het invullen van een divers kabinet, juist om de polarisatie tegen te gaan.

Ik maak me vaak zorgen om het opkomen van rechts, over xenofobie en seksisme. Ik lig er wakker van, en ik voel me boos worden nu ik dit schrijf, want waarom zijn er niet meer landelijke acties tegen deze dingen? Waarom zijn we zo verdeeld? Natuurlijk zijn we verschillende mensen met andere achtergronden en ideeën, maar we zouden toch samen moeten werken en niet tegen elkaar? Ik vraag me af hoe u hierover denkt. Hoe moeten we dit oplossen? Ik weet niet of het zin heeft om opnieuw tot een compromis te komen, want geweld tegen migranten, homo’s en anderen is niet oké. Daar bent u het mee eens, toch?

Dit is mijn sprong in het diepe. Ik weet niet of u dit gaat lezen, of u gaat reageren, ik hoop het. Ik wil iets doen, Mark. Ik wil niet dat er zoveel armoede, haat en leed is. We zouden toch een goede samenleving moeten kunnen opbouwen. Ik ben zelf geen VVD’er en zal dat ook nooit worden, maar we moeten het met elkaar doen. U bent nou eenmaal de minister-president van Nederland en ik een Nederlander.

Ik kijk uit naar uw reactie.

 

Met vriendelijke groet,

Willemijn Kranendonk

 

Dit was mijn laatste blogpost. Het afgelopen jaar heb ik naar antwoorden gezocht omtrent seksualiteit en activisme. Ik schreef over theatervoorstellingen, boeken, nam interviews af en kwam erachter dat voor mij seksualiteit valt of staat bij rust. Ik heb rust nodig om na te kunnen denken en ook om seks te hebben. Hoe drukker ik ben, hoe minder ik deze dingen kan. Deze laatste brief aan Rutte is een manier om aandacht te vragen voor dingen waar ik me zorgen om maak. Het is de afsluiting van mijn serie. Bedankt voor het lezen.

Home, scenery

Angry Wi(n)dows Setting #2, 2018, installation

 

Gevolg gevend aan het verzoek van mijn architecten vriend A. – te lezen in Blog 1 No One Home – vond ik een brief in het archief waarin zijn zoon Lieven een kritische noot maakt bij de correspondentie tussen A. en zijn vrouw.

Mij overviel niet alleen een unheimisch gevoel bij het lezen ervan maar ook bij het feit dat hij kennelijk zijn zoon al veel eerder vroeg zijn archief te doorzoeken. Ik had gehoopt de eerste te zijn die in zijn paperassen mocht rommelen.

Ik gaf Lieven groot gelijk in de kritiek op zijn vader.

Die had namelijk in zijn eerste brief naar hun nieuwe onderkomen aan het andere eind van de wereld niet gevraagd hoe het zijn vrouw Anna en Lieven verging maar had haar een droge vragenlijst gestuurd met het dringende verzoek de vragen te responderen.

Toen ik echter de vragen onder ogen kreeg en deze, weliswaar met lichte schaamte, zelf ook poogde te beantwoorden, kreeg ik sympathie voor dit zogenaamde reageerpapier. Het leverde een aantal mooie associaties op die me nog lang bij bleven en inspireerden. Ik zou zeggen, beste lezer, doe zelf ook een poging en vul de vragen in.

En mocht iemand de behoefte hebben aan het delen ervan, het staat vrij de antwoorden te mailen naar a.andhisarchive@gmail.com. Ik zal deze dan toevoegen aan A’s archief, als kanttekening uit het heden.

 

No One Home

Lost Shrine, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017

 

De gedachte kwam al snel in me op niet thuis te geven aan het verzoek een blog te schrijven over HOME.
Mijn goede vriend A., een knorrige halfbakken intellectueel raadde me aan het juist wel te doen.
Voor degenen die hem nog niet kennen, als architect heeft hij een studio in Nederland en op Vancouver Island, Canada. Hij verslonst zijn beider architectenbureaus en kan feitelijk zijn beroep al jarenlang niet meer uitoefenen. Dit verdoezelt hij met grootse handigheid door zijn zoon te gebruiken en in te zetten om projecten vlot te trekken. Zijn grillige persoonlijkheid drijft me vaak tot onbeschrijflijke ergernissen en tegelijkertijd is hij mijn meest trouwe en beste vriend en delen we vooral elkaars bijzondere gevoel voor humor.

De reden dat hij me adviseerde wel op het verzoek in te gaan was zijn recollectie van de dag dat we samen voor één van de laatste keren mijn ouderlijk huis bezochten. En, dat toen ik de sleutel in het slot stak en we over de drempel stapten, hij droog maar plechtig de woorden: “No One Home” uitsprak. Hij had goede herinneringen aan die luttele uren in de woning en meende dat ik met het delen van onze gezamenlijke ervaring niet alleen mijzelf maar ook anderen helderheid zou kunnen verschaffen. Wie wilde dat nu niet, opperde hij monter. De frons in mijn voorhoofd bij zijn nogal vage uitspraken, dwong hem tot nadere uitleg.

“In elke hoek van dat huis lag iets opgeslagen: verhalen, belevenissen en ja, ook herinneringen.
Ik weet het, aan dat woord hebben we een broertje dood, dus laat die dan buiten beschouwing.
Maar juist door onze gesprekken van die dag op die plek, te noteren en vervolgens te delen, geef je de
buitenwereld inzicht in je achtergrond maar ook in je huidige bestaan.”
Mijn cynische oogopslag en opmerking ‘dit is niet iets om over naar huis te schrijven’ deed hem wijselijk zwijgen.

Nog geen week later gaf hij mij inzage in zijn eigen rommelige en chaotische archief, althans in een deel ervan. Hij gaf me de opdracht ermee proef te draaien. Ik zou als zijn geweten kunnen fungeren en een deel van zijn (werkbare) leven in kaart kunnen brengen maar vooral mogen en kunnen becommentariëren. Hij zou me carte blanche geven en beloofde op geen enkele manier zich te bemoeien met de inhoud ervan.
Vooralsnog ben ik niet veel verder gekomen dan het lezen van een aantal, soms Engelstalige, brieven van zijn hand.

Dear D.,
Thank you for your warm welcome on your estate. Oh, and again I apologise for my basic writing skills in English. My son recently noticed even my Dutch speech went down the drain because of our frequent travelling between the two continents. After so many years I sincerely wish my English skills still to improve.

How is your grandson K. doing? I am hoping he is enjoying his recent rebuild and converted studio. It was a grand surprise meeting him in person, and we highly appreciated him sharing some of his artworks with us.

Both my son and I photographed and explored some of the Case Study Houses and arrived home safe in our studio on Vancouver Island just two days ago.
I am happy to see everything worked out fine with replacing and installing all the furniture including the bookshelves. What happened to all tools and equipment, did you already manage to find any storage? I still doubt if you are capable of sharing the large spaces with others. Last time I noticed your temper talking to my son and one of his fellow students. Your attitude slightly surprised me. Wouldn’t it just be better if you keep those spaces to yourself? Though, I agree the spaciousness is too much to handle for only one person.

Don’t mind me asking but what happened to your sense of proportion, the benches are so harmoniously sized, but the working and living areas feel on the contrary somehow spooky because of size and scope.
I will send you a few copies of some of the correspondence I had with C., you met him as well back then, right? In a way, your loss in space reminds me of his stubbornness towards any sense of scale. Most of the time he entirely ignored the inhabitants need for proportional dimensions and any practical solutions. Speaking of, I also found one of the letters by E. – I still miss her weird but loving personality – it’s the one she had to send to C. after his brutal action in the South of France. Remember we talked about this? The envelope includes some collages and drawings as well. I made these for her, but she returned all of the material to me in her last year in Paris. I would love to show them to you one day.

Because of us travelling so much the past months I am currently breaking my head over this idea how to come up with a proper design for a house in the sense that such a concept immediately turns into a
suitable home. I miss feeling at home, I guess. I can’t figure out whether I feel like this because of being away from home so often or because of missing my dwelling. In German, they have two different words for both perceptions: Fernweh and Heimweh. It is like not knowing where the home’s reality in the house is; do you get what I mean? Either the ‘feeling at home’ awareness or even only the interior itself is controlling the space or the other way around, it doesn’t seem to offer any in-between solution.

Fernweh, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017

My first thought for figuring out this issue is buying all furnishings of any home in an auction or even directly from a family to research its history and at the same time draw and categorise all specifics. In the next step reuse all of it for a new design.
Guessing I am only then capable of casting anything in a way it makes one feel immediately comfortable in an entirely changed or brand-new environment.

However, then again, many questions and doubts pop up: am I the craftsman having an emotional issue with their or any home or is this search for precision a weird and dangerous condition that can burn any house or home down, metaphorically speaking? How to redeem the previous home of its personal touch? What are we left with, only its residue? I want to come up with any surroundings where we can see ourselves reflected in or even imagine ourselves as a personage walking in a scenario and bringing the place alive.

My second thought for dealing with this matter of emotional sustainability is getting all my old scale models from the storage and mould sculptures out of it to get rid of all specific developmental needs and end up with an improved or changed perception on designing one’s domicile.
In the end, I would like to orchestrate the whole place but end up in unrealities that seem intensely real. I could use some help here and will ask my son for advice.

Oh, last but not least I forgot to mention I spoke to our German friend Bernhard Mörtenböck, he rang to tell me all about his recent projects and specifically asked about your wellbeing, and he sends you his warm regards. We ended up stating German words trying to find new One-Liners for our One Liner Notebook. Of course, we ended up quarrelling, for example about the meaning of the German word
Einraumhaus. In his opinion, it is a household or room for just one person.

Of course, I know it is, but I started pushing him by persistently explaining it is a house that still needs to be furnished. My doggedness annoyed him so much that I needed to cheer him up with some of my latest crazy One-Liners: Home Beat(s) Home instead of Home Sweet Home or Home is the place to Tree or even the one No Home Made Home.

Anyway, speak soon and take care, my very best, A.

A Sunday Morning Modernist, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017

Keukentafelgesprekken

Niets zo cliché als de woorden ‘home is where the heart is’. Misschien zijn ze daarom juist wel waar. Maar boeiender is de vraag achter het gezegde. Wat maakt dat je hart ergens ligt? Wat of wie is daarvoor nodig? De antwoorden zijn eindeloos, maar het gedachte-experiment levert mooie aanknopingspunten op voor een zoektocht naar wat ‘home’ kan zijn.

ArtEZ studium generale startte in mei de Kitchen Table Conversations: HOME. Maandelijks komt een groep studenten en docenten van verschillende opleidingen samen om iemands tafel. We schuiven aan, eten soep, drinken wat en praten over het thema thuis, in al zijn facetten. En dat zijn er veel. Wat we onder het begrip ‘home’ verstaan is voor iedereen anders. Is thuis hetzelfde als huis? Is het een afgebakende plek, een gevoel in je lijf, een gedeeld verleden, iets in je herinnering? Een gebied, imaginair of tastbaar, dat je hebt moeten bevechten of waar je juist ongewenst bent beland?

Het meest interessant aan de vraag wat thuiszijn betekent, is de keerzijde ervan. Wat als het schuurt? Wat als je je niet en nergens thuis voelt? Via deze ontkenning kun je ‘home’ misschien wel het beste benaderen. En natuurlijk vanuit de persoonlijke achtergronden en diverse kunstdisciplines, want dat maakt dit keukentafelgesprek zo boeiend.

Voor de eerste bijeenkomst werd iedereen gevraagd een foto mee te nemen van dat wat je associeert met thuis. Ik koos voor een van de dingen die me direct te binnen schoten: mijn boeken. Tegen elkaar aan geschoven op planken in een kast, gegroepeerd in kleine stapels op de leestafel, met de kaften naar voren op een richeltje tegen de muur. Ze wonen in mijn huis, maar soms woon ik een beetje in hen. Zoals die keer dat ik alleen naar Ierland ging en een roman van Doeschka Meijsing als reisgenoot had. Ik verdween erin op tussenmomenten – tijdens lunch bij een food shop in Cork, en op een bankje aan de river Lee. Een boek als tijdelijk toevluchtsoord.

Van de meeste boeken weet ik waar ik ze gelezen heb en waarom. Hun inhoud (verhalen, theorieën, ideeën) heeft invloed op hoe ik tegen de wereld aankijk. Daarom is het mij een raadsel waarom sommige boekenkasten zijn gesorteerd op kleur. Zodra de kaften van boeken decoratie worden, voel ik me in een woonkamer niet meer thuis. Dan klopt er iets niet, dan schuurt het.

De Franse auteur George Perec bestudeert in Espèces d’espaces* (1974) zijn dagelijkse leefomgeving. Het startpunt zijn de woorden die hij diagonaal over de bladzijde plaatst. Daarna brengt hij steeds een beetje meer in kaart: het bed van waaruit hij schrijft, de kamer, het appartementengebouw, de straat, de stad, en steeds verder. Hij tast af, associeert, breidt uit en zoomt in op de kleinste details. Perec legt verbanden tussen allerlei ruimtes, ook de denkbeeldige en conceptuele. Ligt je hart bij schrijven, dan is tekst misschien je thuis.

Ik woon aan een drukke doorgaande weg. In het midden, op een schiereiland, staat een vrij anoniem hotel. Soms kijk ik vanuit mijn appartement naar de overkant van de straat en bedenk ik me dat achter ieder gordijn een onbekende gast verblijft. Wanneer ik me inbeeld waar zij vandaan kunnen komen, ben ik voor even ergens anders dan ‘thuis’. Maar ik kan natuurlijk ook een boek uit de kast pakken.

*Ruimten Rondom in het Nederlands, Träume von Räumen in het Duits, Species of Spaces in het Engels.

De volgende Kitchen Table Conversations: HOME is op donderdagavond 28 juni, in een van de ateliers bij DBKV in Zwolle. Wil je aanschuiven? Stuur dan een mailtje naar m.vanhak@artez.nl.

Dit is de eerste blog in de serie Home door Marlies van Hak.

Boodschap van mijn voeten

Ik ben in augustus ingetrokken bij mijn vriend. We wonen in een jarendertig rijtjeshuis, een bovenwoning, op de hoek van de straat. We hebben zelfs een balkon waar we ’s zomers buiten eten. Mijn vriend heeft eigenhandig de vloeren gelegd, de elektriciteit aangesloten en ervoor gezorgd dat er centrale verwarming kwam. Het is het eerste thuis dat hij zelf gecreëerd heeft. Hoewel ik er al vanaf de zomer woon, vind ik het soms lastig om me er helemaal thuis te voelen.

Wat ik meestal doe wanneer ik die stress voel, is opruimen. Dat zal voor veel mensen herkenbaar zijn: de rustgevende werking van afwasmiddel en de verdoving van badkamerbleek. Gina Lazenby, auteur van Feng Shui Wonen geeft ons gelijk. Ze zegt dat ons huis een directe verlenging is van onszelf. ‘Het is een spiegel die laat zien wie we zijn. In een woonruimte bevinden zich bewijsstukken en symbolen van onze ervaringen, gedachten en dromen uit ons verleden.’ En wanneer die bewijsstukken samen een harmonieus geheel vormen, zullen we die harmonie weerspiegeld zien in ons dagelijks leven. Na het lezen van deze passage sorteer ik meteen mijn boekenkast op kleur.

Het helpt niet. Je boekenkast sorteren werkt alleen bij dagelijkse stress. In mijn lichaam heeft zich door de jaren heen een ander soort spanning gemanifesteerd, die niet zo makkelijk weg te boenen is. Het is een spanning die ontstaat wanneer je je constant afvraagt hoe je je in godsnaam moet verhouden tot je lichaam. Ik weet niet goed hoe ik dat aan moet pakken. Hoeveel ik ook opruim, het huis verandert binnen een week weer terug in zijn oude staat.

Je zou kunnen zeggen dat ik, als genderqueer persoon, niet alleen qua huis, maar ook qua lichaam ben verhuisd. Niet letterlijk, want een volledige lichaamstransplantatie is niet mogelijk en staat ook niet op mijn verlanglijstje. Het gaat meer om de manier waarop ik mijn lichaam ervaar. Dat is anders sinds ik uit de kast ben en niet meer probeer een vrouw na te doen. Ik ben me extra bewust van de gegenderde delen van mijn lichaam: mijn primaire en secundaire geslachtskenmerken, om ze maar even bij de naam te noemen. Mijn borsten zelf zijn bijvoorbeeld niet veranderd, maar wel de manier waarop ik ermee omga. Soms zijn er dagen dat ik ze het liefst niet had gehad, en dan stop ik ze weg. Soms ben ik er best tevreden mee, maar dan vind ik het lastig dat te uiten. Borsten zijn helaas bij de rest van de wereld nog altijd het toonbeeld van vrouwelijkheid, en dat is precies niet hoe ik wil dat mensen me ‘lezen’.

Taal kan een hoop van dit soort dingen beter maken. Zo noem ik mijn borsten op sommige dagen ‘borst’, andere dagen ‘borsten’ en heel soms ‘tiet’ (als ik echt niet weet wat ik ermee aan moet). Iets anders dat me soms helpt zijn rituelen. Queer dichter C.A. Conrad schreef een bundel, A Beautiful Marsupial Afternoon, met ‘(soma)tic poetry excercises’: Rituelen om uit te voeren (met je lichaam (=soma)) die daarna tot een gedicht kunnen/moeten/mogen leiden. Dit is het begin van zo’n ritueel: ‘If you can be naked for this exercise it is best. Plan to be outside for 9 different sunsets. Get yourself comfortable and seated an hour before the sunset. For 50 minutes focus on your feet.’ Bij iedere zonsopgang daarna moet je je focussen op een ander lichaamsdeel: ‘Legs, Genitals, Naval, Breasts, Arms, Hands, Neck, Head (exterior), Head (interior).’ Je moet je voorstellen wat ze tegen je zouden zeggen als ze hun eigen gedachten hadden.

Ik kan me voorstellen dat als mijn borsten hun eigen gedachten hadden, ze tegen me zouden zeggen dat ik iets liever voor ze moet zijn. Dat ik niet iedere dag die strakke binder moet dragen, omdat ze daar geen lucht door krijgen. Maar dat ze het wel snappen. Ze voelen zich ook onbegrepen.
De innerlijke stem van mijn benen zou zeggen dat ik mijn haartjes moet omarmen, want wat groeit dat groeit. Mijn navel zou me zeggen dat hij (is het een hij?) op zich wel tevreden is en mijn voeten dat ze graag wat meer frisse lucht zouden krijgen. Schoenen uit, sokken uit, blote voeten in het gras. Mijn genitaliën vragen me of ik nu alsjeblieft een keer wil stoppen met een binaire rol voor ze uitkiezen. Dit is een genderqueer lichaam en dat betekent dat ook echt alles aan dit lichaam genderqueer is. Niets ervan hoeft zich te verantwoorden aan een van de twee uitersten van het genderspectrum. Er zijn namelijk niet maar twee uitersten.

Het ritueel van Conrad en de uitwerking daarvan zijn vergelijkbaar met Feng Shui. Zoals mijn voeten, borsten, benen en hoofd een deel van mij zijn, zo ben ik een deel van – en beïnvloed ik – mijn huis. Er zijn een hoop plekken waar spinnenwebben hangen of waar dingen lukraak zijn opgestapeld, met iedere seconde het risico dat de hele berg instort. Eigenlijk net als er in mijn lichaam een hoop plekken zijn waar ik ook niet genoeg aandacht aan besteed. Ik doe nu bijna elke dag een mindfulness-oefening (want dat is wat zo’n ritueel eigenlijk is, minus de excentrieke details van 9 zonsopkomsten naakt moeten bijwonen) en het helpt. Iedere keer focus ik op een klein stukje van mezelf, alsof het een kamer in mijn huis is. Ik ruim iedere ruimte helemaal leeg, stofzuig hem, dweil, gooi alle troep weg en ruim alle belangrijke dingen dan weer in. Ik zet de ramen open. Ik ga in de vensterbank zitten en kijk eens rond. Opgeruimd staat netjes.

Dit is het tweede blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

Bright O. Richards: theater diverser maken

Daar waar het goed met je gaat, is je thuis. Niet daar waar je geboren bent en niet daar waar je zou willen zijn.

De Volkskrant publiceerde zaterdag 30 maart een interview met acteur Bright O. Richards over zijn nieuwe voorstelling The Bright Side of Life. Met de voorstelling onderzoekt hij wat het betekent om je bekende plek te verlaten en te integreren in een nieuwe omgeving.

Bright O. Richards was te gast bij Studium Generale in 2016. Na een vlucht uit Liberia in 1993 volgde Richards de toneelschool bij ArtEZ in Arnhem en richtte hij de stichting New Dutch Connections op. Daarmee biedt hij vluchtelingen een podium om zich te presenteren aan het bedrijfsleven. Hoewel die sector steeds diverser wordt, merkte Richards op dat het theater in Nederland op dit vlak achterblijft.

Uit het interview met De Volkskrant: “Op het gebied van diversiteit is het bedrijfsleven veel verder dan de culturele sector. Hoe kan dat? Ondertussen is het overal gaande: de politie, het leger, het bedrijfsleven. Die wíllen diversiteit. Als ik met iemand van Arcadis praat, zegt zo iemand: het maakt mij niet uit of hij een verblijfsvergunning heeft, als hij maar ingenieur is. Wij zitten overal in de wereld. Terwijl de culturele sector vaak niet verder kijkt dan de eigen eilandjes.”

Richards stelt in The Bright Side of Life de vraag: wat kun jij doen om de vluchteling zijn waardigheid terug te geven? Dat begint al hier! Als je naar de voorstelling gaat, is het mogelijk een extra kaartje te kopen voor een vluchteling. Zo ontmoet je zelf nieuwe mensen en bezorg je anderen een bijzondere theaterervaring.