No One Home

Lost Shrine, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017

 

De gedachte kwam al snel in me op niet thuis te geven aan het verzoek een blog te schrijven over HOME.
Mijn goede vriend A., een knorrige halfbakken intellectueel raadde me aan het juist wel te doen.
Voor degenen die hem nog niet kennen, als architect heeft hij een studio in Nederland en op Vancouver Island, Canada. Hij verslonst zijn beider architectenbureaus en kan feitelijk zijn beroep al jarenlang niet meer uitoefenen. Dit verdoezelt hij met grootse handigheid door zijn zoon te gebruiken en in te zetten om projecten vlot te trekken. Zijn grillige persoonlijkheid drijft me vaak tot onbeschrijflijke ergernissen en tegelijkertijd is hij mijn meest trouwe en beste vriend en delen we vooral elkaars bijzondere gevoel voor humor.

De reden dat hij me adviseerde wel op het verzoek in te gaan was zijn recollectie van de dag dat we samen voor één van de laatste keren mijn ouderlijk huis bezochten. En, dat toen ik de sleutel in het slot stak en we over de drempel stapten, hij droog maar plechtig de woorden: “No One Home” uitsprak. Hij had goede herinneringen aan die luttele uren in de woning en meende dat ik met het delen van onze gezamenlijke ervaring niet alleen mijzelf maar ook anderen helderheid zou kunnen verschaffen. Wie wilde dat nu niet, opperde hij monter. De frons in mijn voorhoofd bij zijn nogal vage uitspraken, dwong hem tot nadere uitleg.

“In elke hoek van dat huis lag iets opgeslagen: verhalen, belevenissen en ja, ook herinneringen.
Ik weet het, aan dat woord hebben we een broertje dood, dus laat die dan buiten beschouwing.
Maar juist door onze gesprekken van die dag op die plek, te noteren en vervolgens te delen, geef je de
buitenwereld inzicht in je achtergrond maar ook in je huidige bestaan.”
Mijn cynische oogopslag en opmerking ‘dit is niet iets om over naar huis te schrijven’ deed hem wijselijk zwijgen.

Nog geen week later gaf hij mij inzage in zijn eigen rommelige en chaotische archief, althans in een deel ervan. Hij gaf me de opdracht ermee proef te draaien. Ik zou als zijn geweten kunnen fungeren en een deel van zijn (werkbare) leven in kaart kunnen brengen maar vooral mogen en kunnen becommentariëren. Hij zou me carte blanche geven en beloofde op geen enkele manier zich te bemoeien met de inhoud ervan.
Vooralsnog ben ik niet veel verder gekomen dan het lezen van een aantal, soms Engelstalige, brieven van zijn hand.

Dear D.,
Thank you for your warm welcome on your estate. Oh, and again I apologise for my basic writing skills in English. My son recently noticed even my Dutch speech went down the drain because of our frequent travelling between the two continents. After so many years I sincerely wish my English skills still to improve.

How is your grandson K. doing? I am hoping he is enjoying his recent rebuild and converted studio. It was a grand surprise meeting him in person, and we highly appreciated him sharing some of his artworks with us.

Both my son and I photographed and explored some of the Case Study Houses and arrived home safe in our studio on Vancouver Island just two days ago.
I am happy to see everything worked out fine with replacing and installing all the furniture including the bookshelves. What happened to all tools and equipment, did you already manage to find any storage? I still doubt if you are capable of sharing the large spaces with others. Last time I noticed your temper talking to my son and one of his fellow students. Your attitude slightly surprised me. Wouldn’t it just be better if you keep those spaces to yourself? Though, I agree the spaciousness is too much to handle for only one person.

Don’t mind me asking but what happened to your sense of proportion, the benches are so harmoniously sized, but the working and living areas feel on the contrary somehow spooky because of size and scope.
I will send you a few copies of some of the correspondence I had with C., you met him as well back then, right? In a way, your loss in space reminds me of his stubbornness towards any sense of scale. Most of the time he entirely ignored the inhabitants need for proportional dimensions and any practical solutions. Speaking of, I also found one of the letters by E. – I still miss her weird but loving personality – it’s the one she had to send to C. after his brutal action in the South of France. Remember we talked about this? The envelope includes some collages and drawings as well. I made these for her, but she returned all of the material to me in her last year in Paris. I would love to show them to you one day.

Because of us travelling so much the past months I am currently breaking my head over this idea how to come up with a proper design for a house in the sense that such a concept immediately turns into a
suitable home. I miss feeling at home, I guess. I can’t figure out whether I feel like this because of being away from home so often or because of missing my dwelling. In German, they have two different words for both perceptions: Fernweh and Heimweh. It is like not knowing where the home’s reality in the house is; do you get what I mean? Either the ‘feeling at home’ awareness or even only the interior itself is controlling the space or the other way around, it doesn’t seem to offer any in-between solution.

Fernweh, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017

My first thought for figuring out this issue is buying all furnishings of any home in an auction or even directly from a family to research its history and at the same time draw and categorise all specifics. In the next step reuse all of it for a new design.
Guessing I am only then capable of casting anything in a way it makes one feel immediately comfortable in an entirely changed or brand-new environment.

However, then again, many questions and doubts pop up: am I the craftsman having an emotional issue with their or any home or is this search for precision a weird and dangerous condition that can burn any house or home down, metaphorically speaking? How to redeem the previous home of its personal touch? What are we left with, only its residue? I want to come up with any surroundings where we can see ourselves reflected in or even imagine ourselves as a personage walking in a scenario and bringing the place alive.

My second thought for dealing with this matter of emotional sustainability is getting all my old scale models from the storage and mould sculptures out of it to get rid of all specific developmental needs and end up with an improved or changed perception on designing one’s domicile.
In the end, I would like to orchestrate the whole place but end up in unrealities that seem intensely real. I could use some help here and will ask my son for advice.

Oh, last but not least I forgot to mention I spoke to our German friend Bernhard Mörtenböck, he rang to tell me all about his recent projects and specifically asked about your wellbeing, and he sends you his warm regards. We ended up stating German words trying to find new One-Liners for our One Liner Notebook. Of course, we ended up quarrelling, for example about the meaning of the German word
Einraumhaus. In his opinion, it is a household or room for just one person.

Of course, I know it is, but I started pushing him by persistently explaining it is a house that still needs to be furnished. My doggedness annoyed him so much that I needed to cheer him up with some of my latest crazy One-Liners: Home Beat(s) Home instead of Home Sweet Home or Home is the place to Tree or even the one No Home Made Home.

Anyway, speak soon and take care, my very best, A.

A Sunday Morning Modernist, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017

Keukentafelgesprekken

Niets zo cliché als de woorden ‘home is where the heart is’. Misschien zijn ze daarom juist wel waar. Maar boeiender is de vraag achter het gezegde. Wat maakt dat je hart ergens ligt? Wat of wie is daarvoor nodig? De antwoorden zijn eindeloos, maar het gedachte-experiment levert mooie aanknopingspunten op voor een zoektocht naar wat ‘home’ kan zijn.

ArtEZ studium generale startte in mei de Kitchen Table Conversations: HOME. Maandelijks komt een groep studenten en docenten van verschillende opleidingen samen om iemands tafel. We schuiven aan, eten soep, drinken wat en praten over het thema thuis, in al zijn facetten. En dat zijn er veel. Wat we onder het begrip ‘home’ verstaan is voor iedereen anders. Is thuis hetzelfde als huis? Is het een afgebakende plek, een gevoel in je lijf, een gedeeld verleden, iets in je herinnering? Een gebied, imaginair of tastbaar, dat je hebt moeten bevechten of waar je juist ongewenst bent beland?

Het meest interessant aan de vraag wat thuiszijn betekent, is de keerzijde ervan. Wat als het schuurt? Wat als je je niet en nergens thuis voelt? Via deze ontkenning kun je ‘home’ misschien wel het beste benaderen. En natuurlijk vanuit de persoonlijke achtergronden en diverse kunstdisciplines, want dat maakt dit keukentafelgesprek zo boeiend.

Voor de eerste bijeenkomst werd iedereen gevraagd een foto mee te nemen van dat wat je associeert met thuis. Ik koos voor een van de dingen die me direct te binnen schoten: mijn boeken. Tegen elkaar aan geschoven op planken in een kast, gegroepeerd in kleine stapels op de leestafel, met de kaften naar voren op een richeltje tegen de muur. Ze wonen in mijn huis, maar soms woon ik een beetje in hen. Zoals die keer dat ik alleen naar Ierland ging en een roman van Doeschka Meijsing als reisgenoot had. Ik verdween erin op tussenmomenten – tijdens lunch bij een food shop in Cork, en op een bankje aan de river Lee. Een boek als tijdelijk toevluchtsoord.

Van de meeste boeken weet ik waar ik ze gelezen heb en waarom. Hun inhoud (verhalen, theorieën, ideeën) heeft invloed op hoe ik tegen de wereld aankijk. Daarom is het mij een raadsel waarom sommige boekenkasten zijn gesorteerd op kleur. Zodra de kaften van boeken decoratie worden, voel ik me in een woonkamer niet meer thuis. Dan klopt er iets niet, dan schuurt het.

De Franse auteur George Perec bestudeert in Espèces d’espaces* (1974) zijn dagelijkse leefomgeving. Het startpunt zijn de woorden die hij diagonaal over de bladzijde plaatst. Daarna brengt hij steeds een beetje meer in kaart: het bed van waaruit hij schrijft, de kamer, het appartementengebouw, de straat, de stad, en steeds verder. Hij tast af, associeert, breidt uit en zoomt in op de kleinste details. Perec legt verbanden tussen allerlei ruimtes, ook de denkbeeldige en conceptuele. Ligt je hart bij schrijven, dan is tekst misschien je thuis.

Ik woon aan een drukke doorgaande weg. In het midden, op een schiereiland, staat een vrij anoniem hotel. Soms kijk ik vanuit mijn appartement naar de overkant van de straat en bedenk ik me dat achter ieder gordijn een onbekende gast verblijft. Wanneer ik me inbeeld waar zij vandaan kunnen komen, ben ik voor even ergens anders dan ‘thuis’. Maar ik kan natuurlijk ook een boek uit de kast pakken.

*Ruimten Rondom in het Nederlands, Träume von Räumen in het Duits, Species of Spaces in het Engels.

De volgende Kitchen Table Conversations: HOME is op donderdagavond 28 juni, in een van de ateliers bij DBKV in Zwolle. Wil je aanschuiven? Stuur dan een mailtje naar m.vanhak@artez.nl.

Dit is de eerste blog in de serie Home door Marlies van Hak.

Boodschap van mijn voeten

Ik ben in augustus ingetrokken bij mijn vriend. We wonen in een jarendertig rijtjeshuis, een bovenwoning, op de hoek van de straat. We hebben zelfs een balkon waar we ’s zomers buiten eten. Mijn vriend heeft eigenhandig de vloeren gelegd, de elektriciteit aangesloten en ervoor gezorgd dat er centrale verwarming kwam. Het is het eerste thuis dat hij zelf gecreëerd heeft. Hoewel ik er al vanaf de zomer woon, vind ik het soms lastig om me er helemaal thuis te voelen.

Wat ik meestal doe wanneer ik die stress voel, is opruimen. Dat zal voor veel mensen herkenbaar zijn: de rustgevende werking van afwasmiddel en de verdoving van badkamerbleek. Gina Lazenby, auteur van Feng Shui Wonen geeft ons gelijk. Ze zegt dat ons huis een directe verlenging is van onszelf. ‘Het is een spiegel die laat zien wie we zijn. In een woonruimte bevinden zich bewijsstukken en symbolen van onze ervaringen, gedachten en dromen uit ons verleden.’ En wanneer die bewijsstukken samen een harmonieus geheel vormen, zullen we die harmonie weerspiegeld zien in ons dagelijks leven. Na het lezen van deze passage sorteer ik meteen mijn boekenkast op kleur.

Het helpt niet. Je boekenkast sorteren werkt alleen bij dagelijkse stress. In mijn lichaam heeft zich door de jaren heen een ander soort spanning gemanifesteerd, die niet zo makkelijk weg te boenen is. Het is een spanning die ontstaat wanneer je je constant afvraagt hoe je je in godsnaam moet verhouden tot je lichaam. Ik weet niet goed hoe ik dat aan moet pakken. Hoeveel ik ook opruim, het huis verandert binnen een week weer terug in zijn oude staat.

Je zou kunnen zeggen dat ik, als genderqueer persoon, niet alleen qua huis, maar ook qua lichaam ben verhuisd. Niet letterlijk, want een volledige lichaamstransplantatie is niet mogelijk en staat ook niet op mijn verlanglijstje. Het gaat meer om de manier waarop ik mijn lichaam ervaar. Dat is anders sinds ik uit de kast ben en niet meer probeer een vrouw na te doen. Ik ben me extra bewust van de gegenderde delen van mijn lichaam: mijn primaire en secundaire geslachtskenmerken, om ze maar even bij de naam te noemen. Mijn borsten zelf zijn bijvoorbeeld niet veranderd, maar wel de manier waarop ik ermee omga. Soms zijn er dagen dat ik ze het liefst niet had gehad, en dan stop ik ze weg. Soms ben ik er best tevreden mee, maar dan vind ik het lastig dat te uiten. Borsten zijn helaas bij de rest van de wereld nog altijd het toonbeeld van vrouwelijkheid, en dat is precies niet hoe ik wil dat mensen me ‘lezen’.

Taal kan een hoop van dit soort dingen beter maken. Zo noem ik mijn borsten op sommige dagen ‘borst’, andere dagen ‘borsten’ en heel soms ‘tiet’ (als ik echt niet weet wat ik ermee aan moet). Iets anders dat me soms helpt zijn rituelen. Queer dichter C.A. Conrad schreef een bundel, A Beautiful Marsupial Afternoon, met ‘(soma)tic poetry excercises’: Rituelen om uit te voeren (met je lichaam (=soma)) die daarna tot een gedicht kunnen/moeten/mogen leiden. Dit is het begin van zo’n ritueel: ‘If you can be naked for this exercise it is best. Plan to be outside for 9 different sunsets. Get yourself comfortable and seated an hour before the sunset. For 50 minutes focus on your feet.’ Bij iedere zonsopgang daarna moet je je focussen op een ander lichaamsdeel: ‘Legs, Genitals, Naval, Breasts, Arms, Hands, Neck, Head (exterior), Head (interior).’ Je moet je voorstellen wat ze tegen je zouden zeggen als ze hun eigen gedachten hadden.

Ik kan me voorstellen dat als mijn borsten hun eigen gedachten hadden, ze tegen me zouden zeggen dat ik iets liever voor ze moet zijn. Dat ik niet iedere dag die strakke binder moet dragen, omdat ze daar geen lucht door krijgen. Maar dat ze het wel snappen. Ze voelen zich ook onbegrepen.
De innerlijke stem van mijn benen zou zeggen dat ik mijn haartjes moet omarmen, want wat groeit dat groeit. Mijn navel zou me zeggen dat hij (is het een hij?) op zich wel tevreden is en mijn voeten dat ze graag wat meer frisse lucht zouden krijgen. Schoenen uit, sokken uit, blote voeten in het gras. Mijn genitaliën vragen me of ik nu alsjeblieft een keer wil stoppen met een binaire rol voor ze uitkiezen. Dit is een genderqueer lichaam en dat betekent dat ook echt alles aan dit lichaam genderqueer is. Niets ervan hoeft zich te verantwoorden aan een van de twee uitersten van het genderspectrum. Er zijn namelijk niet maar twee uitersten.

Het ritueel van Conrad en de uitwerking daarvan zijn vergelijkbaar met Feng Shui. Zoals mijn voeten, borsten, benen en hoofd een deel van mij zijn, zo ben ik een deel van – en beïnvloed ik – mijn huis. Er zijn een hoop plekken waar spinnenwebben hangen of waar dingen lukraak zijn opgestapeld, met iedere seconde het risico dat de hele berg instort. Eigenlijk net als er in mijn lichaam een hoop plekken zijn waar ik ook niet genoeg aandacht aan besteed. Ik doe nu bijna elke dag een mindfulness-oefening (want dat is wat zo’n ritueel eigenlijk is, minus de excentrieke details van 9 zonsopkomsten naakt moeten bijwonen) en het helpt. Iedere keer focus ik op een klein stukje van mezelf, alsof het een kamer in mijn huis is. Ik ruim iedere ruimte helemaal leeg, stofzuig hem, dweil, gooi alle troep weg en ruim alle belangrijke dingen dan weer in. Ik zet de ramen open. Ik ga in de vensterbank zitten en kijk eens rond. Opgeruimd staat netjes.

Dit is het tweede blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

Bright O. Richards: theater diverser maken

Daar waar het goed met je gaat, is je thuis. Niet daar waar je geboren bent en niet daar waar je zou willen zijn.

De Volkskrant publiceerde zaterdag 30 maart een interview met acteur Bright O. Richards over zijn nieuwe voorstelling The Bright Side of Life. Met de voorstelling onderzoekt hij wat het betekent om je bekende plek te verlaten en te integreren in een nieuwe omgeving.

Bright O. Richards was te gast bij Studium Generale in 2016. Na een vlucht uit Liberia in 1993 volgde Richards de toneelschool bij ArtEZ in Arnhem en richtte hij de stichting New Dutch Connections op. Daarmee biedt hij vluchtelingen een podium om zich te presenteren aan het bedrijfsleven. Hoewel die sector steeds diverser wordt, merkte Richards op dat het theater in Nederland op dit vlak achterblijft.

Uit het interview met De Volkskrant: “Op het gebied van diversiteit is het bedrijfsleven veel verder dan de culturele sector. Hoe kan dat? Ondertussen is het overal gaande: de politie, het leger, het bedrijfsleven. Die wíllen diversiteit. Als ik met iemand van Arcadis praat, zegt zo iemand: het maakt mij niet uit of hij een verblijfsvergunning heeft, als hij maar ingenieur is. Wij zitten overal in de wereld. Terwijl de culturele sector vaak niet verder kijkt dan de eigen eilandjes.”

Richards stelt in The Bright Side of Life de vraag: wat kun jij doen om de vluchteling zijn waardigheid terug te geven? Dat begint al hier! Als je naar de voorstelling gaat, is het mogelijk een extra kaartje te kopen voor een vluchteling. Zo ontmoet je zelf nieuwe mensen en bezorg je anderen een bijzondere theaterervaring.