Trojaanse paarden, het Feestaardvarken en het Plein van de Vrijheid

Schrijver en journalist Chris Keulemans schreef dit mooie bespiegelende artikel naar aanleiding van Chaos & Conflict. Metropolis M publiceerde het artikel, zie hier.

Het stationsplein ligt er prachtig bij op deze winterblauwe vrijdagochtend. Forensen haasten zich van de cirkelvormige trappen naar beneden. Het is 12 februari en niets wijst erop dat er in de Nederlandse beeldende kunst een aardverschuiving gaande is.
kok pistolet op vloer kerkIk ben op weg naar de studiedag Chaos & Conflict, georganiseerd door het studium generale van ArtEZ hogeschool voor de kunsten. De programmafolder zegt: ‘We worden er dagelijks mee omringd: conflict, oorlog en de consequenties ervan. En ook al leven we in een land waar oorlog en conflict ver weg lijken, ze komen opeens een stuk dichterbij.’ De vraag aan studenten en sprekers is: hoe verhoud je je als kunstenaar tot de wereld die in brand staat? In de workshop die Jonas Staal en ik geven gaan we de studenten beelden laten zien uit conflictgebieden. Het Plein van de Vrijheid in Kobane bijvoorbeeld. Staal was daar in november. Toen de stad door Koerdische troepen was heroverd op ISIS stond er bijna niets meer overeind. Alleen het beeld van de adelaar, die midden op het plein zijn stenen vleugels uitslaat. Nu zijn de bewoners de stad aan het herbouwen. Maar ze hebben besloten het plein zo te laten als het is, met de ruïnes als nieuwe monumenten, ter herinnering aan de oorlog. Aan de studenten gaan we vragen: waarom is dit kunst?
Bovenaan de trap kijk ik uit over het nieuwe stationsplein van Arnhem. De statigheid van vroeger is er af. Sinds kort koersen de vloeiende lijnen en glooiende vlakken over de kom tussen stad en station alsof ze rechtstreeks uit een 3D-printer zijn gerold. Maar ook Arnhem heeft een oorlog meegemaakt. Hoe lag dit plein erbij in 1945? Op een oude foto zag ik een uitgebrande trolleybus, door de Duitsers als barricade gebruikt, voorovergezakt in het stof.
In Kobane wordt het verwoeste stadsplein tot kunstwerk verklaard. In Arnhem hebben ze de trolleybus allang opgeruimd. Het nieuwe stationsplein is sierlijk en functioneel. Even verderop kom ik langs het Feestaardvarken, een sculptuur van Florentijn Hofman. Het reusachtige rode beest van beton ligt lekker op zijn rug in het gras, 30 meter lang, 9 meter hoog en 13 meter breed. Verder kunnen ze niet uit elkaar liggen, de opvattingen over de rol van kunst in de samenleving. Kunst en stad veilig en overzichtelijk naast elkaar uitgestald – of juist zo hard door de werkelijkheid in elkaar gewrikt dat je geen verschil meer ziet. Waar ga je staan, als kunstenaar, tussen die twee uitersten?

debat eline van wierenHet begint met kijken, schrijft Eline van Wieren op het ArtEZ-blog. Ze studeert creative writing en citeert Mark Twain: If you don’t read the newspaper, you’re uninformed. If you read the newspaper, you’re mis-informed. Vorig jaar kreeg ze een maand lang de krant cadeau. Ze werd er niet alleen somber van, ze wist ook niet of ze moest geloven wat ze las. Toen de krant niet meer in de bus viel was dat een opluchting. ‘De wereld en wat zich daarin afspeelt is overal om ons heen. Je hoeft alleen maar te kijken, er te zijn. Daar heb je geen krant of journaal voor nodig.’
De studenten zijn massaal komen opdagen. De onrust is tastbaar. Je hoeft de krant niet te lezen om te weten dat de wereld in brand staat. Dat weet je zelfs als je de functie ‘filmpjes automatisch afspelen’ op Facebook uitschakelt, zoals Willemijn Kranendonk deed, nog een ArtEZ-blogger, omdat ze niet ongevraagd wilde toekijken hoe mannen in oranje pakken worden onthoofd en vluchtelingen dood aanspoelen. En dus worstelt iedereen hier met de vraag: waar sta ik zelf, hoe kies ik positie?
framisOp 8 maart wordt aan de gevel van ArtEZ een nieuw werk van Alicia Framis onthuld. In strakke witte letters komt er te staan: Art is the mother of resistance. Een stevige uitspraak, van de kunstenaar en van de school, maar voor veel van deze studenten komt ze nog te vroeg. Zij moeten hun stem nog vinden, hun handschrift, hun kunstenaarspersoonlijkheid.
Je zou bijna zeggen: hun autonomie. Maar dat is een omstreden begrip geworden. Wippend op zijn tenen verleidt Merlijn Twaalfhoven, de componist die van Zaanstad tot Oost-Jeruzalem collectieve muziekmomenten dirigeert, de studenten met een pleidooi om waar te nemen – niet alleen als sleutel tot verborgen schoonheid, maar ook om te zien hoe mensen daarop reageren. Zodat je kunst niet meer over zichzelf gaat, maar over haar relaties met de ander. Op de aanzwellende muziek die het einde van zijn spreektijd inluidt roept hij: ‘En laten we het woord autonomie nooit meer gebruiken!’
Maarten Doorman, de cultuurfilosoof, springt op. ‘Ik voer het meteen weer in,’ zegt hij. ‘Autonomie zit in het DNA van onze westerse kunst. Ja, het is tijd voor engagement. Maar dat kan alleen als de kunst haar autonomie en ambiguïteit bewaart. workshop merlijn twaalfhovenAnders is het geen kunst meer.’
De studenten worden heen en weer geslingerd. Ze veren op bij Twaalfhoven, ze knikken driftig bij Doorman – die zelf in zijn laatste essaybundel De navel van Daphne: over kunst en engagement het eeuwige dilemma van de kunstenaar mooi formuleert: ‘De kunst stelt zich vanaf de romantiek buiten de werkelijkheid op, tegelijkertijd echter verhoudt ze zich voortdurend tot die werkelijkheid. Kunst staat buiten de wereld en omarmt haar soms zo hevig dat er even mee samenvalt; ze is, om het romantisch uit te drukken, absoluut in haar isolement en totaal in haar omhelzing. Beide. Tegelijk.’

In de pauze loop ik naar buiten, het Stadhuisplein op. Het is marktdag. Tussen lange rijen kraampjes met koopwaar door zoek ik een weg naar de stillere steegjes. De discussie over autonomie versus engagement is al jaren gaande, maar hij steekt des te harder op nu de crisis overal losbarst en er steeds meer kunstenaars de buitenwereld opzoeken, weg van de kunstplekken, los van de kunstcodes. Ze willen niet langer mooi zijn en zwijgen. Ze willen zich laten horen, stelling nemen, meedoen. En juist daarom hameren sommige denkers op de autonomie van de kunstenaar: Maarten Doorman, Carel Peeters, Hans den Hartog Jager, die in zijn boek Het streven. Kan hedendaagse kunst de wereld verbeteren? concludeert dat ‘als je echt iets in de maatschappij wilt veranderen, je beter politicus, hulpverlener of terrorist kunt worden dan kunstenaar.’ Maar hoe lang houdt die stelling nog stand? Voeren deze mannen geen achterhoedegevecht?
Ooit was het een daad van verzet om het kunstwerk autonoom te verklaren: los van zuilen of ideologie, alleen aan eigen wetten onderworpen, elk oeuvre zijn eigen republiekje. Het aanleggen van een strikte scheiding tussen de persoon van de maker en het karakter van zijn werk maakte de kunst vrij: losgezongen van de auteursintentie, tijdelijk bezit van elke kijker die de moeite nam, door niemand definitief op te eisen. Autonome kunst onderwierp zich niet langer aan de macht van de opdrachtgever of de partijleider. Die distantie tilde het engagement in de kunst naar een hoger plan: de impliciete erkenning dat kunst het diepe inzicht kan geven dat de directe ooggetuige mist stelde aan de kunstenaar de hoogste eisen van precisie, vormgeving en reflectie. Hij ging op zoek naar een andere taal dan de gemeenplaats en de directe mededeling.
Er zijn nog altijd veel kunstenaars die binnen dit vocabulaire prachtig werk maken. Maar de keuze voor autonomie die ooit van de kunstenaar een inbreker maakte, maakt hem nu tot eilandbewoner. Vroeger brak hij er versteende maatschappelijke codes mee open. Zijn werk viel niet tot een enkele boodschap te reduceren, en dat was een waarde in zichzelf. Tegenwoordig is autonomie alleen een optie voor iemand die de wereld de rug toekeert. Want we zijn terechtgekomen in een doorlaatbare tijd. Informatie buitensluiten is zo goed als onmogelijk: kunst bestaat niet meer zonder context.
En het ironische is dat voorheen de autonome kunstenaar voortreffelijk geëquipeerd blijkt voor de doorlaatbare nieuwe eeuw. Als grenzen het dominante thema vormen van deze wereld – grenzen tussen Fort Europa en de wereld daarbuiten, tussen godsopvattingen en de scepsis van de seculier, tussen informatiemonopolies en mediapiraten, tussen bodemloze armoede en torenhoge weelde, tussen de trots op je kleur en racistisch geweld – dan weet hij, geharde grensganger, wat hem te doen staat. Hij verstaat de kunst al om naar de werkelijkheid te kijken vanuit meerdere perspectieven tegelijk. Hij weet al wat het is om verder te kijken dan je eigen vierkante centimeter. Zijn werk is al een verslag van het gesprek met de ander.
Overal in de kunsten zie je het gebeuren. Radicaal is niet meer de autonomie, maar de communicatie. Maker en werk vallen samen en laten zich niets meer gelegen liggen aan grenzen tussen disciplines, nationaliteiten en identiteiten. De directe mededeling is weer legitiem, sterker nog, hij is noodzakelijk. Distantie maakt plaats voor onmiddellijke intimiteit.
Ik liep laatst door de verlaten Opel Garage in Maastricht, waar Marres aan de Maas de tentoonstelling Sightseeing presenteerde, samengesteld uit het afstudeerwerk van academies in Nederland, Vlaanderen en Duitsland. De wandeling door de koude garage werd een uitputtende maar opwindende wereldreis. Op elkaar schuivende tectonische platen bij IJsland, vijftig liter naar Maastricht verscheepte internationale wateren, een simulatievlucht boven de Chinese Zee inclusief harde crashes, de herovering van het National Albert Park in Congo, een utopisch eiland voor miljardairs, een drooggevallen rivier in Isfahan, de wereld volgens Rusland en de wereld volgens de EU en hoe die op elkaar knallen – hier waren jonge grensgangers aan het werk, ze stortten zich met huid en haar in de buitenwereld. Twee stappen verder in hun ontdekkingstocht dan de studenten van ArtEZ, bij elkaar gebracht door curator Agata Jaworska en drie van haar jongere collega’s. Zouden Jaworska en co zich herkennen in het credo van de vier jonge (theater)curatoren – Anne Breure, Driss Douibi, Lara Staal, Michiel Vandevelde – onlangs in rekto:verso?
‘Duurzame woede is de essentiële bron, de blijvende motor van de curator. We should be angrier than we are, much angrier, about what we’ve lost, rhetorically, collectively and ethically, zei Tony Judt. Het is geen kwaadheid die blind is, maar een vorm van vragend en geëngageerd denken. Hoe kan cureren maatschappelijke onvrede niet kanaliseren, maar bestendigen? Hoe kan cureren ons door elkaar schudden in plaats van emotioneel te zuiveren? Het laatste wat de curator mag laten gebeuren, is dat het rode pluche de verontwaardiging opzuigt. Wat in de zaal is begonnen, dient daarbuiten doorgezet. Kunstwerken zijn van die woede niet het einde, maar de voortzetting.’

Steeds meer tegenwoordige kunst begint met woede. Om varkenskoppen bij de ingang van een asielzoekerscentrum, om een kinderlijkje op het strand, om de demagogie van Donald Trump, om de terugkeer van de grootbankiers, om de grootheidswaanzin van Erdoğan. En woede leidt tot verzet, en verzet tot partij kiezen, en partijdigheid gaat niet makkelijk samen met autonomie.

maarten doorman

foto: mike roelofs

Maarten Doorman laat zich tot dat soort woede niet verleiden. Maar gevoelig voor het ongemak van kunst in duistere tijden is hij wel: ‘Tijdens de Biënnale van Venetië werd door kunstenaars en door curator Okwui Enwezor veel aandacht aan vluchtelingen en migranten besteed. (…) Maar de niet-zichtbare muur, de muur die vluchtelingen en immigranten buiten Venetië hield, zodat de talloze kunstliefhebbers van hun cappuccino en hun eigen maatschappelijke betrokkenheid konden genieten, die muur kreeg van de kunstenaars opnieuw weinig aandacht.’
In bedekte termen is dat net zo’n oproep aan kunstenaars als die van de vier curatoren in rekto:verso. Een oproep om niet alleen de wereld in je werk te betrekken maar ook om werk te maken van die wereld zelf. Om daarbuiten door te zetten wat in de expositieruimte of theaterzaal is begonnen.
Hoe lang duurt het voordat Eline van Wieren besluit om zelf te gaan schrijven wat je niet in de kranten leest? Voordat Willemijn Kranendonk begint terug te schrijven tegen die filmpjes op Facebook, in plaats van ze over te slaan? Het zou een eerste stap zijn. Niet langer wegkijken, niet alleen waarnemen, maar je eigen talent in stelling brengen.

renzo martensEnter Renzo Martens. Hoe lang is het geleden dat hij aan vrouwen in de rij voor noodhulp in Grozny vroeg wat ze van hem vonden? Wij kregen hén wel te zien op televisie, als weeklagende oorlogsslachtoffers, maar zij konden nooit eens terugkijken naar ons. Kijk eens naar mij, vroeg hij, vind je mij geen knappe jongen? Dat was in 2000. Sinds die documentaire is Martens de meester van de omgekeerde blik.
Het baldadige is eraf, vandaag in Arnhem. Weg is de sardonische humor. ‘De kunstgemeenschap moet zijn verantwoordelijkheid nemen,’ zegt hij. Zijn werk met het Institute for Human Activities is geen grap. ‘Wij leven allemaal op de rug van economische segregatie. Onderbetaalde mensen in Congo leveren het ruwe materiaal aan, van palmolie tot de content matter voor onze kritische kunst, waar wij van profiteren. Die kritische kunst, waarmee we de ongelijkheid in de wereld aanklagen, levert maar op tien plekken ter wereld materiële waarde op: plekken als Venetië, Lower East Side en Berlin Mitte.’ Daarom bouwt hij nu een white cube in Congo, daarom exposeert hij 3D replica’s in chocolade van beelden die Congolese plantagewerkers hebben ontworpen. De opbrengst gaat naar de makers zelf: één beeldje brengt €50 op, dat zijn drie maandsalarissen. ‘Het tonen, de kritiek en de productie allemaal op dezelfde plek, zodat de winst terechtkomt bij de mensen met wie het begint, dat is wat we gaan doen.’ De niet-zichtbare muur van Doorman, Renzo Martens ziet hem en gaat hem slopen. Reverse gentrification, noemt hij dat. De omgekeerde blik blijft werken. De woede ook.

Niet iedereen is Renzo Martens. De aankomende kunstenaars van ArtEZ staan voor een dilemma. Als ze iets aan de wereld willen veranderen met hun werk, moeten ze dan naar Congo met Martens, naar Mali met Malkit Shoshan, naar Papua met Roy Villevoye, naar Benin met Le Grand Cru, naar Polen met Yael Bartana, naar Rojava met Jonas Staal? Of kunnen ze om te beginnen hier in Nederland nieuwe paarden van Troje fabriceren, zoals Hans den Hartog Jager van kunstenaars vraagt? Dat is precies wat Tobias Kokkelmans, dramaturg van theatergroep Wunderbaum, doet. In de Theatermaker schreef hij onlangs over The Art of Impact, het nieuwe fonds voor kunst met maatschappelijk effect: ‘We hebben een aanvraag gedaan voor een vervolgtournee van We doen het wel zelf: een voorstelling die regeringsbeleid in ogenschouw neemt (in dit geval de roemruchte ‘participatiesamenleving’). Met overheidsgeld kunnen we dus diezelfde overheid kritisch bejegenen. Het paard van Troje-idee, zeg maar.’
Het is een verleidelijke strategie. Maar niet bij voorbaat geslaagd. Merijn Oudenampsen, de socioloog die de arena van politiek en kunst voortdurend van kritisch commentaar voorziet, verwijst naar de Gentse architectuuractivisten van BAVO: ‘”Nog nooit werd zoveel expliciet sociaal geëngageerde kunst geproduceerd als vandaag.” Met deze observatie opent BAVO het boek Too Active To Act: cultureel activisme na het einde van de geschiedenis. Om in de daarop volgende honderdvijftig pagina’s dit nieuwe engagement zorgvuldig te fileren. Want, alle goede bedoelingen ten spijt, uiteindelijk bevestigen deze praktijken vooral de status quo. Matthias Pauwels en Gideon Boie van BAVO analyseren de groeiende betrokkenheid van culturele actoren (kunstenaars, maar ook architecten, vormgevers en bemiddelaars) bij allerlei ruimtelijke projecten. Ze vergelijken het met de praktijk van embedded journalism: ‘zoals de ingebedde journalisten verslag doen over de hedendaagse slagvelden vanuit het perspectief van de bezetter, zo maakt een bont leger van uiteenlopende culturele actoren zich vandaag nuttig in de marge van ingrijpende overheids- en marktoperaties’. Het nieuwe engagement is daarmee iets fundamenteel anders dan het oude engagement, dat we kennen van de historische avant-gardes, zo betogen de auteurs. Terwijl de avant-garde haar esthetische kunnen inzette om de status quo te ondermijnen en voorbij te streven, loopt het nieuwe engagement juist netjes in de pas van de vigerende beleidsagenda’s.’

Dat is de keuze. Kunstenaars met de ambitie echt een verschil te maken staan op een driesprong. Je kan meebewegen, soms kritisch, soms volgzaam, met de wereld zoals die is. Je kan in je werk ook laten zien dat er een andere wereld mogelijk is. En je kan besluiten die andere wereld te maken.
workshop jonas staalJonas Staal kiest voor dat laatste. Aan het begin van deze studiedag leidden we samen een workshop, waarin hij de studenten vroeg of je op dit moment, nu kunst ontstaat in een wereld vol oorlog en conflict, het Plein van de Vrijheid in Kobane als een kunstwerk kan zien. Even later, voor een zaal die is volgelopen voor het slotdebat, legt hij zijn stellingname uit. Kunst kan de status quo dienen, zegt hij, zoals architect Pi de Bruijn en schilder Ruud van de Wint dat hebben gedaan bij de vormgeving van de Tweede Kamer. Zelf bouwt Staal op dit moment een heel ander parlement: in Rojava, de autonome Koerdische regio in Noord-Syrië. Een cirkelvormige agora zonder hiërarchie, voor een samenleving waar de besluiten van onderop worden genomen, in een revolutionaire democratie die door de wereldpolitiek niet wordt erkend.
Staal is een van de woedende kunstenaars van nu. Hij kiest partij. Niet voor de status quo, niet in de pas met vigerend beleid maar voor een radicaal andere agenda. Zijn eigen autonomie gaat op in die van de beweging die hij steunt. Mogen we zijn werk nog kunst noemen? Zeker, maar eigenlijk doet die vraag niet meer ter zake. Dit is kunst die een nieuwe wereld helpt vormgeven. En daarmee verantwoordelijkheid neemt. Een gruwelijke verantwoordelijkheid. Hoe zichtbaarder de revolutie van Rojava wordt, hoe groter de kans op Turkse bommen.
Dat is de verantwoordelijkheid die steeds meer kunstenaars onder ogen zien. Willen ze het verschil maken, dan moeten ze de arena in: de stad, de samenleving, de oorlog. De studiedag zit er bijna op en de spanning is te snijden. Om me heen zie ik studenten de zaal verlaten. Voor hen ligt hier de toekomst niet. De anderen blijven zitten, met strakke gezichten, zich ervan bewust dat ze een aardverschuiving meemaken.
3-feestaardvarken-giant-party-aardvark-by-florentijn-hofmanAls ik na een lange dag terugloop naar het station ligt het Feestaardvarken rustig in de late middagzon. Het werd er twee jaar geleden neergelegd. Dat voelt opeens als een eeuw geleden.

Naar aanleiding van de studiedag ‘Chaos & Conflict’, georganiseerd door het studium generale van ArtEZ hogeschool voor de kunsten, op 12 februari in Arnhem. Videoverslaglegging van de dag: www.studiumgenerale.artez.nl.
De tentoonstelling Marres Currents #3 Sightseeing is nog te zien tot 1 april in de Brakke Grond te Amsterdam

 

Identiteit bestaat niet uit pixels

Willemijn Kranendonk schreef deze tekst. Studenten Creative Writing schrijven in aanloop naar ons festival Chaos & Conflict (twee-) wekelijks een tekst, waaronder een viertal gedichten over de aanslagen in Parijs. Dit is de allerlaatste blog van een hele mooie reeks! Dank Willemijn, Eline, Kristi en David!

Ik lig opgekruld in bed en ben net wakker. Ik scrol, gaap, scrol, veeg, like. Een filmpje begint; dat is nieuw bij deze update van Facebook, dat filmpjes gewoon beginnen.
Een man in een oranje pak zit op zijn knieën en krijgt een mes op zijn keel gedrukt door de man achter hem. De beul draagt een zwarte bivakmuts. Het is een theatrale setting, het oranje steekt af bij de gelige woestijn, de bivakmuts lijkt een kostuum. Er wordt een hoofd afgehakt, er wordt gezaagd, er wordt geschreeuwd. Het filmpje heeft meer dan vijf miljoen views en honderdduizend likes.

Er worden oorlogen uitgevochten via social media. Denk aan Anonymous, een internationaal collectief van activisten en ‘hacktivisten’. Ze zijn bekend geworden door een reeks operaties op websites van overheden, religieuze organisaties en bedrijven. En zij zijn niet de enige, want wij voeren allemaal een strijd via deze platformen. We zoeken kaders voor onze identiteit, we willen alleen maar profileren, we zoeken de juiste app, de juiste filter en de juiste woorden. We maken onszelf tot een 2D versie, iets dat bestaat uit goed uitgekozen pixels, iets dat los van stroom en licht niet bestaat.

Als ik denk aan chaos & conflict, waar het in deze reeks blogs maar ook bij deze editie van Studium Generale over gaat, denk ik ten eerste aan de oorlogen, natuurlijk. Daar kan ik niet om heen. Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat het niet een ver-van-mijn-bed show is. Want dat is het. Ik zie vluchtelingen, maar ben druk met andere dingen. Noem me hypocriet, iemand die zijn ogen liever sluit, maar ik geef het toe. Ik lees de krant en daarmee vind ik het genoeg. Als ik denk aan conflict & chaos, zoek ik dichterbij mezelf. Dan denk ik aan het conflict binnenin mij, wat grotendeels veroorzaakt wordt door de sociale media. Dan denk ik aan het feit dat ik als ik iets leuks doe al de juiste woorden zoek in mijn hoofd voor de bijbehorende Facebookstatus. Ik instagram foto’s meestal gelijk, want ja, mijn leven is leuk.

Op zondagavond lig ik in bed met mijn vriendin. Ik heb haar gisteren verkering gevraagd en ze zei ja. Nu het officieel is, komt het volgende dilemma om de hoek kijken. Gaan we ‘Facebook official’ of niet?
Ik vind het eng, dan slingeren we het allemaal zo de wereld in. Maar dat durf ik niet te zeggen, ik ga haar niet het gevoel geven dat ik niet wil dat mensen weten van ons. Dus we doen het. ‘Heeft een relatie met…’ Likes stromen binnen, en WhatsApp wordt overspoeld door ‘Veel geluk samen’ en ‘Ik wist helemaal niet dat je op vrouwen valt.’

De filmpjes van IS waarin blanke journalisten worden vermoord, worden snel verwijderd, maar ze zijn er wel, eventjes. Het eerste filmpje zag ik in 2014. Ik schrok, ging naar de instellingen van Facebook, zocht ‘filmpjes automatisch afspelen’ en zette dit uit. Nu is het al normaal, dingen worden snel normaal. Idem dito met bootvluchtelingen, het nieuws daarover ‘zeker 30 doden’ en ik kijk er niet eens van op. Filmpjes van IS? Ik scrol snel door, heb liever een leuke update over dat ik onderweg ben naar Rome of een vriendin heb. De strijd die gevoerd wordt door organisaties via sociale media is goed, het is tenslotte een massamedium. Aan de andere kant moeten we ophouden onszelf te versimpelen tot likes en updates, we zijn meer waard dan dat. Toch?

Revolver

Kristi Tjon-A-Fat schreef dit gedicht. Studenten Creative Writing schrijven in aanloop naar ons festival Chaos & Conflict (twee-) wekelijks een tekst, waaronder een viertal gedichten over de aanslagen in Parijs.

’s Nachts slaapt mijn vader
met mijn moeder naast zich,
een revolver onder zijn kussen.

Geweld is nooit het antwoord,
zegt hij. Sluit altijd je duimen
aan de buitenkant van je vuisten.

Als je de televisie aanzet en
daar oorlog aantreft, vergeet
niet de onbekende gezichten
met je eigen gelaat te vergelijken –

observeer de overeenkomsten.

Sluit de voordeur goed achter je, en
durf recht in je eigen ogen te kijken
wanneer je voor een spiegel staat.

Mensch

Kristi Tjon-A-Fat schreef deze tekst. Studenten Creative Writing schrijven in aanloop naar ons festival Chaos & Conflict (twee-) wekelijks een tekst, waaronder een viertal gedichten over de aanslagen in Parijs.

Het is niet onze capaciteit voor geweld dat de mens onderscheidt van dieren, er is geen dier op aarde dat niet agressief kan zijn, zelfs niet de getemde die men in huis neemt. Het is ons grote vermogen als inventieve denkers en makers, en onze noodzaak om onszelf te uiten dat ons uniek maakt. Wij zijn jagers, krijgers, en soldaten; beschermers van ons eigen territorium, bereid om te vechten voor wat wij dierbaar vinden. Of dat ons land en thuis is, of het wachtwoord voor een online profiel maakt daarbij weinig uit. Maar we zijn ook gepassioneerde kunstenaars en verwoede liefhebbers van schoonheid, met lichamen die op een biologisch niveau naar muziek snakken.
Jammer genoeg is oorlog een net zo groot deel van ons, zodanig geïntegreerd in onze manier van leven dat men niet verrast opkijkt als een nieuwe terroristische groep zich bekend maakt, maar hun lippen op elkaar perst en denkt ‘het is weer eens zo ver’. Journalisten vliegen erop af als ratten op een vuilnisbelt, politici weten niet welke kant van zichzelf ze naar hu publiek moeten richten. (Zullen we helpen? Nee, ben je gek, weet je hoeveel dat mij- sorry, ons gaat kosten? Liever zij dan ik!)
Ellende en wanhoop heersen, vlak naast de sporadische toespraken over hoop en overwinning. (I had a dream! Pray for Paris!) Het perfecte milieu om geïnspireerd te raken als kunstenaar; er is niets stimulerender dan een grote hoop chaos. Er zijn manieren om een boodschap binnen te laten komen die harder knalt dan een vuurwapen of een atomische bom, en langer wordt onthouden door de wereldpopulatie dan een simpele bedreiging.

Het is een terugkerend thema: kunst als wapen. Denk hierbij aan de kunstwerken binnen het neoplasticisme en constructivisme, zo politiek geladen dat ze een stempel hebben gedrukt op de stijlen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De stromingen binnen de kunsten ontwikkelen zich tot het juiste historische moment aanbreekt en de stroming een revolutie is. Of de kunsten invloed hebben op de politieke situatie, of juist andersom, is een onderwerp waar men jaren over kan debatteren zonder tot een definitieve conclusie te komen; waar men jaren lang over heeft gedebatteerd zonder tot een definitieve conclusie te komen. Zeker is dat als de trommels worden geslagen, de kunstenaars klaar staan met hun eigen instrumenten. Het is immers dezelfde melodie die sinds de prehistorische tijd wordt gespeeld: Mensch.

Aan verschillende zijden van dezelfde kant

Eline van Wieren schreef deze tekst. Studenten Creative Writing schrijven in aanloop naar ons festival Chaos & Conflict (twee-) wekelijks een tekst, waaronder een viertal gedichten over de aanslagen in Parijs. Eline draagt tijdens het festival ook een eerder geschreven column voor.

Het is fijn om te weten aan welke kant je staat. Als je tijdens een voetbalwedstrijd geen kant kiest, heb je niets om voor te juichen. En op vakantie, luieren op het strand of een bergwandeling maken. Tijdens the Voice of Holland, zodat je weet wie je af kunt kraken. Of tijdens het ontbijt, een hard of zacht gekookt ei.
We houden ervan iets te kiezen, omdat we dan ergens bij horen. Maar wat gebeurt er als je eigenlijk niet weet aan welke kant je staat? Als je misschien niet eens weet tussen welke kanten je moet kiezen? Wat als je keuze Geert Wilders of IS is, omdat dat de enige duidelijke kampen zijn? Hoe kies je een plek als alles door elkaar lijkt te lopen?
‘Als we allemaal iets meer empathie hadden, zouden alle problemen in de wereld opgelost zijn,’ zei Kirsten van den Hul (schrijfster van (S)hevolution) een paar jaar geleden toen ik haar interviewde. Ik denk dat de plek om dit inlevingsvermogen te oefenen en op zoek te gaan naar de stukjes waar we overlappen, kunst is. Het is bij uitstek de ruimte waar alles mogelijk is.

Lotte Lentes presenteerde afgelopen november haar chapbook ‘De jongen, het stof’. Waarin ze het verhaal van de Franse Majid verteld, een jongen die opgroeit in de achterbuurten van Roubaix en er alles aan doet om gezien te worden. Om zich los te weken van zijn afkomst en te laten zien wat hij waard is, vertrekt hij naar Syrië.
Lotte schreef het boek naar aanleiding van de aanslag op het Joods Historisch Museum in Brussel en de gedachte dat deze jongens, de jongens die naar Syrië vertrekken, ook onderdeel van haar generatie zijn. Ze groeiden op in dezelfde wereld. Toch staan zij daar en wij hier. Hoe is dat mogelijk? Het resultaat is een kwetsbaar verhaal over een jongen die het eigenlijk allemaal ook niet weet en vooral gewoon heel graag iemand wil zijn.

Theatermaker Sadettin Kirmiziyüz betreedt met zijn voorstelling ‘Hollandse luchten III: De radicalisering van Sadettin K.’ een zelfde soort grond. Het stuk hangt ergens tussen theater en een college in. Sadettin vraagt zich af waarom hij nog niet geradicaliseerd is. Waarom hij nog niet naar Syrië vertrokken is. En als hij dat wel gedaan zou hebben, wat zou hij daar dan moeten doen?
Door de geschiedenis van zijn voorouders uit te tekenen, probeert Sadettin te ontdekken hoe we op dit punt gekomen zijn. Hij vertelt over zijn gezin, zijn zoon en zijn ouders. De verplichtingen die hij heeft, of denkt te hebben. Door over de geschiedenis en het heden na te denken, probeert hij een antwoord te vinden. Een oplossing zelfs, misschien.

Het is wellicht een personificatie van wat bij iedere Nederlander, allochtoon en autochtoon, speelt. We hebben geen idee hoe we ons moeten voelen of hoe we ons moeten verhouden tegenover de terreur en het terrorisme dat steeds dichter bij huis komt.
Kun je door de stappen van een ander na te lopen, je voorstellen hoe het zou zijn als het jouw schoenen waren, beter leren wat jouw positie is? Misschien blijft er dan wel helemaal niets van die kanten en grenzen over. Blijken we allemaal gewoon hetzelfde te zijn.

Uit Indonesië

David den Hartog schreef deze tekst. Studenten Creative Writing schrijven in aanloop naar ons festival Chaos & Conflict (twee-) wekelijks een tekst, waaronder een viertal gedichten over de aanslagen in Parijs.

Toen er in 2012 bij ons thuis werd ingebroken waren er eigenlijk maar twee belangrijke objecten weg. De twee zwaarden die mijn vader van zijn vader had gekregen hingen niet meer aan de muur. Het ene was zijn officiersdegen van het Korps Mariniers. Het andere was nog specialer, hij had het gekregen van de commandant van het jappenkamp waar hij vier jaar gevangen had gezeten. Na de Japanse capitulatie kreeg hij als hoogste officier in het kamp, volgens traditie, het samoeraizwaard van de kampcommandant.
Je zou mijn grootouders kolonisten kunnen noemen. Mijn oma woonde er sinds de jaren twintig, haar vader was koopman in Batavia. Mijn grootvader kwam aan in 1940, pas op de boot hoorde hij dat de Duitsers Nederland waren binnengevallen. Zo kwam het dat mijn grootouders elkaar ontmoetten in Batavia, krap een jaar voor de Japanse bezetting.
Die bezetting zouden ze goed doorkomen, hoewel ze in verschillende kampen zaten. Mijn grootvader moest meewerken aan de aanleg van een spoorlijn op Sumatra, welke een paar kilometers korter was dan de beruchte Birmalijn en daarom een stuk minder bekend.
Mijn vader vertelde dat altijd, wanneer het onderwerp Tweede Wereldoorlog werd aangesneden tijdens het avondeten. Hij heeft zijn vader en moeder nog actief meegemaakt toen ze weer in Nederland woonden. Opa kon er mee omgaan dat hij terug moest. Oma niet, die bleef altijd terugverlangen naar het land waar ze was opgegroeid, ondanks dat dat land niet meer bestond.
Mijn vader is in 1952 geboren in Semarang, een van de grotere steden op Java. Het huis staat er niet meer, een rijke Chinees heeft er een moderne villa neergezet. Eigenlijk is mijn vader Indo, het land was al onafhankelijk.
In 1954 zijn ze weg gegaan. Toen kon het echt niet langer. Het klimaat was al niet meer vriendelijk voor de familie. Het ging niet meer omdat mijn grootvader jaren daarvoor een van de officieren was geweest die Soekarno hadden gearresteerd. Hij was in die tijd bedrijfsleider bij een rubberfabriek en kwam met een personeelsfoto in de krant. Zo werd hij ontdekt en moest hij met de hele familie weg.
Halsoverkop verlieten ze het land, met het vliegtuig naar Singapore. Niet zoals de meeste vluchtelingen dat doen, maar vluchten desalniettemin. Bijna alles lieten ze achter, maar de zwaarden gingen mee.
Het gezin ging in Amersfoort wonen, waar hij was opgegroeid. Ik ken het huis waar mijn opa groot is geworden. Een oud huis met een klein torentje. In het bergkwartier, de rijke buurt van de stad. Mijn vader zou opgroeien in Amersfoort, en ik ook. Mijn grootmoeder, ze zou sterven toen ik net een jaar oud was, kon nooit wennen aan dit land. Als ik mijn vader mag geloven dronk ze veel. Ze bleef ook altijd die angst houden, het kamp had littekens bij haar achter gelaten. Toen mijn vader in de jaren zeventig een auto van Japanse makelij kocht weigerde zij erin te gaan zitten.

Ik heb mijn grootvader ook nooit gekend. Hij stierf aan een hartinfarct voordat ik geboren werd. Ik heb zijn zwaarden maar een keer echt gezien. Mijn vader haalde ze van de muur, hij haalde de zwaarden even uit hun schedes. Het staal van het officiersdegen was dof. Maar het samoeraizwaard was nog even scherp en glanzend gebleven als toen mijn grootvader ze kreeg.

Front Row

In aanloop naar Chaos & Conflict vertellen studenten en alumni van ArtEZ over hun werk en de relatie met de thematiek van ons festival. Asja Keeman schrijft over haar afstudeerproject Front Row dat ingaat op de politieke demonstratie die plaatsvond na de aanslag op Charlie Hebdo. Asja studeerde in 2015 af bij Graphic Design in Arnhem. Zij zal ook meediscussiëren in het debat Too Artist to Act?

De continue nieuwsstroom van vandaag de dag houdt ons geïnformeerd over de wereld om ons heen, en dat het niet uitsluitend gebaseerd is op feiten weten we allemaal. Nieuws speelt in op onze behoeftes, het moet entertainen, confronteren en hier en daar dramatisch zijn om onze aandacht vast te houden. Dit wetende zet ik altijd vraagtekens bij de informatie die we dagelijks voorgeschoteld krijgen, omdat veel dingen niet zijn zoals ze lijken. Het is vaak een kwestie van perspectief. Dit was een van de beweegredenen voor mijn afstudeerproject ‘Front Row’. Het is een performance die dieper ingaat op de politieke demonstratie die plaatsvond na de terroristische aanslag op Charlie Hebdo. De eerste foto die naar buiten kwam van de politieke demonstratie toonde de verschillende wereldleiders in een rij op Place de la République. De volgende dag verscheen echter een heel andere foto, een waarop te zien was dat wereldleiders afgeschermd en ver weg van de daadwerkelijke demonstratie op een straat stonden die zwart zag van de fotografen en journalisten. Ze hebben nooit meegelopen met de demonstratie en waren na de publiciteitsstunt snel weer vertrokken.

Gebaseerd op deze beruchte foto van de wereldleiders vertelt mijn performance ‘Front Row’ een ingrijpende ‘navertelling’ van de politieke demonstratie. Wekenlang sprak ik eens per week met Anke Spieringhs (een theaterstudent); ik ging met haar in discussie over het gebruik van theater in de politiek en vice versa. Vanuit deze discussies ontstond het idee van een ‘navertelling’ in de vorm van een performance. Ik gebruikte de metafoor van een Shakespeareaans theaterstuk om de kleinste manoeuvres van de wereldleiders te bekritiseren. Mijn onderzoeksvraag was: “Wat is de waarde van symboolpolitiek en hoe beïnvloedt dit de crisissituatie?” Het antwoord vond ik in het theater.

Bij een gebeurtenis als deze speelt de wereldleider een belangrijke rol, de rol van het vertegenwoordigen van de afwezigen: Het volk. Bij de demonstratie stonden ze echter symbool voor vrijheid waardoor de mens achter het symbool uit zicht raakt. Hierdoor konden wereldleiders zoals Netanyahu, die enerzijds het Joodse volk representeerde en anderzijds het conflict, ook meedoen aan de demonstratie. Symboolpolitiek veroorzaakt een versimpeling van de werkelijkheid waardoor het desbetreffende conflict onopgelost blijft, het spektakel is belangrijker dan het uiteindelijke doel. De zogenaamde wereldleiders worden acteurs voor onze entertainment. Hierdoor verandert ook de waarde van de wereldleider, die ligt namelijk niet langer in de persoon of waar hij of zij voor staat, maar in hun rol. De performance Front Row bestaat daarom niet uit een specifieke cast, maar kan door middel van de scripts door iedereen uitgevoerd worden.

Lees voor een uitgebreidere uitleg en een deel van het script: Front Row op mijn website: asjakeeman.com/frontrow.html

Kussen en kijken tegen haat in Israël

Het is vrijdagavond 15 januari. Ik heb mijzelf op de bank genesteld. Kopje thee en het achtuurjournaal aan. Ondertussen kijk ik wat op mijn telefoon en like hier en daar een Facebook-bericht. Het journaal gaat over ISIS, over het zoveel jaar bestaan van Wikipedia. Ik kijk niet heel geconcentreerd. Dan opeens grijpt het beeld mij toch. Een totaal onverwacht item over kunstenares Deborah Ashoras. ‘In een wereld die gedomineerd wordt door conflict, zijn er soms toch positieve momenten te vinden’, zegt de nieuwslezer. Kunstenares Deborah Ashoras maakte de film Eye to Eye waarin zij Israëliërs en Arabieren met elkaar in contact brengt. En in een ander project laat zij wildvreemde mensen elkaar kussen. Steeds een Jood en een Palestijn. Een jongen en een meisje kussen elkaar teder. Een ander stel kust heftig, weer een ander verlegen. Mannen kussen elkaar, vrouwen kussen elkaar. Het project wordt gezien als protest tegen de minister van onderwijs die een verbod legde op een boek waarin een Jood en een Palestijn verliefd op elkaar werden.
Deborah wil zich ver van politiek houden. Zij is blij met het enthousiasme waarmee haar projecten door sommigen wordt ontvangen. ‘Mijn projecten bieden een sprankje hoop. Kunst kan verschil maken.’
Wel voor mij op die vrijdagavond.

nos.nl/video/2080750-kussen-en-kijken-tegen-haat-in-israel.nl

To dictate, to be dictated, to be a dictator

In aanloop naar Chaos & Conflict vertellen studenten en alumni van ArtEZ over hun werk en de relatie met de thematiek van ons festival. Eef Veldkamp voelde zich bewogen om een essay te schrijven. Eef rondde in 2015 zijn Bachelor of Fine Arts af. Eef is ook betrokken bij de workshop Subversive future development. A mapping workshop  door ruangrupa (curatoren SONSBEEK 2016), ruru huis en ruru buitendienst.

We hebben allemaal wel eens een hekel aan de machthebbers, de autoriteit. De grote bazen doen het, mild uitgedrukt, regelmatig verkeerd en soms lijkt het alsof ze geen flauw benul hebben van de gemaakte fouten. En het allerergste; luisteren naar ons, want wij hebben ‘er’ wel verstand van, nee, dat doen ze al helemaal niet. De talloze gesprekken die ik als kind meemaakte tijdens verjaardagsfeestjes van mijn ouders, verbaasden mij over de absurditeit van de ‘volwassenenwereld’ waar ik toentertijd nog geen deel van uit mocht maken. Nu ben ik er zelf onderdeel van en betrap ik mijzelf op hetzelfde denken.

Best wel plausibel, misschien zelfs waar, die kritiek op de machthebbers. Maar is de mogelijkheid tot slecht bestuur en nog veel ergere dingen die geen benaming verdienen inherent aan de menselijke aard? Kortom, is de mogelijkheid tot het totale wanbeleid iets wat in ons allen zit en niet alleen in het selecte groepje machthebbers die wij slecht vinden? Mijn meest natuurlijke reactie is er een van polemische aard; ‘nee, zij zijn slecht, ik ben goed’ en van die gedachte schrik ik. Soms vergeet ik dat achter alles een mens zit, een ‘mens’. Die ook gewoon van zijn of haar moeder houdt, de afwas moet doen en de drol van de hond opruimt. Maar blijkbaar gebeurt er iets met de mens wanneer deze wordt blootgesteld aan een bepaalde ‘hoeveelheid’ macht.

Is het dan zo dat die macht echt iets met je doet? Clichés zijn niet voor niets vaak waar, macht dat doet iets met je en dat heeft het altijd en overal gedaan. Het deed iets met de oermens, het doet iets met de mensaap en het zal iets doen met ons. Alfa’s, de sterkste mannen of vrouwen, hebben veel meer seks, kinderen en eten dan die andere slappere medemens, mensapen en oermens en dat is ook niet zo raar, en bovendien, wie wil dat niet? De occasionele moord die het alfamannetje of -vrouwtje moet plegen om de machtpositie te behouden is dan misschien maar een verplicht kwaad, om de rust en vrede te bewaren. Er wordt vaak vergeten dat je voor macht en autoriteit ook iets moet je doen, je draagt de verantwoordelijkheid en autoriteit die het collectief aan je verleent. En dan heb je het als democratisch machthebber toch al snel moeilijk.

Voor alle duidelijkheid, dit is geen lofrede op het kwaad. Maar ik wil het graag begrijpen, al is het alleen voor het contrast dat ik nodig heb om mezelf een plaats te bieden in de wereld.

Ik schrik van de afhankelijkheid die ik heb opgebouwd jegens dè politiek. En dan heb ik het niet perse over een daadkrachtige afhankelijkheid betreft de dingen die ik doe, maar voornamelijk in mijn mentaliteit. Die zich ontwikkelt tot een bij uitstek onverschillig wezen die zijn vorm vindt als een pingpongballetje in een wedstrijd tussen twee schapen in wolfskleding, of zijn het nou wolven in schaapskleding? Ik wil mijn gedachten niet meer laten leiden door schijnbare feitjes en cijfers in het nieuw. Ik wil mijn gedachten niet meer laten leiden door het idee dat het maar voor een politieke ‘kleur’ goed kan zijn. Hoe kan ik een eigen duurzame ethiek opbouwen, moet ik wel naar de politiek kijken als ik een probleem opgelost wil hebben? Hoopvol ben ik, laat ik dat dan ook zijn. Geen wedstrijd zonder pingpongbal.

Toch wijst de geschiedenis, met een ontelbare hoeveelheid voorbeelden dat deze macht meer dan af en toe in het verkeerde keelgat schiet. En dan heb je het over subtiele fraudeurs tot losgeslagen dictators. Maar, als je fungeert als de katalysator van een collectief, waarbij individuen eisen aan je stellen en tegelijkertijd van je verwachten dat jij het antwoord voor ze hebt wordt de situatie als snel grimmig.
Machiavelli benoemde al vroeg in de 16e eeuw, een tijd die we best bruter kunnen noemen dan het nu, dat een machthebber voor het collectieve welzijn af en toe best wel wat harteloze en simpelweg gruwelijke daden moet kunnen verrichten, hij schreef er zelfs een handboek over. Misschien brengen deze daden je naar de volwassenenwereld? Volwassen worden we allemaal, met een beetje hulp van de tijd maar de volwassenenwereld klinkt mij veel te definitief in de oren. Bovendien, alles wat ooit bedacht is kan ook veranderd worden, dus zo ook alles wat wij doen en de systemen waarin wij leven. De nieuwe generaties zijn toch ook de volwassenen van de toekomst? Dan zouden we toch ook de volwassenenwereld kunnen veranderen? Waar of niet waar, dat is niet de vraag. Even los van de polemiek waar ik me af en toe onbewust in verschuil. Ik ben oprecht benieuwd hoe ik grip kan krijgen op de staat van onze samenleving. Ik vraag me af, stel dat, als het zo zou zijn, je weet het maar nooit, ik in zo’n machtspositie zou belanden. Dan wel als dictator of als minister president, hoe zou ik dan leiden? En dan probeer ik realistisch te denken, zou ik het beter, hetzelfde of slechter doen? Hoe zou de samenleving eruit zien als ik de grote baas was?

Wat zou goed en kwaad zijn? Hoe zou ik om zijn gegaan met de hedendaagse grote problemen? Zou ik dezelfde of ergere fouten maken? Zou het volk mij haten? Ik geloof, en ik stel je graag dezelfde vraag, dat ieder mens uiteindelijk opzoek is naar het goede. Niet altijd worden de goede middelen gebruikt, soms is het idee van het goede vertroebeld, maar zoals de pijnlijke gedachte die Kant benoemde luidt: het gaat om de goede bedoeling, en blijkbaar niet om de gevolgen. Kant is de grondlegger van de westerse ethiek; wat wij als goed en kwaad zien.

Wat zouden de gevolgen van jou zijn, stel dat jij de grote machthebber zou zijn? Ik ben erg benieuwd, laat het me horen: eef@eefveldkamp.nl

 

– Eef Veldkamp

Om dichterbij te komen

In aanloop naar Chaos & Conflict vertellen studenten en alumni van ArtEZ over hun werk en de relatie met de thematiek van ons festival. Myriam Keijzer studeerde in 2015 af bij Illustration Design.

foto osasikmadridTijdens mijn afstudeerjaar heb ik een aantal maanden doorgebracht in Madrid. Lopend over de winkelstraat Gran vía zag ik een lachende man staan voor een boekenwinkel. Hij hield de deur open voor mensen. Af en toe zag ik iemand hem wat geld toe stoppen als bedankje. Ik vroeg hem waarom hij in Madrid was. “Ik kom uit Nigeria”, zei hij. “Ik woon nu al vijf jaar in Spanje. Ik kwam hier met een boot, met vele anderen samen in een boot.”
Hij heette Osagie, maar hij noemde zichzelf Osas. Dat was makkelijker in Spanje.

Net als zovelen had hij de oversteek gemaakt vanuit Libië naar Spanje. Hij had een moeilijke tijd gehad op straat, maar nu had hij een plek om te wonen. Alleen werk vinden lukte hem niet.

osas p18-19klVanaf die dag ging ik elke week even koffie met hem drinken. Hij vertelde over zijn moeder die uren voor de spiegel kon staan om een lap stof om haar haar te wikkelen en over zijn broertje die altijd spelletjes wilde spelen. Wanneer hij het over Nigeria had zag je hem genieten.
Hij vertelde met veel liefde over Nigeria. Ondertussen schreef ik alles op en vroeg hem of hij het goed zou vinden als ik zijn verhalen tot een boek zou maken. Een beetje verbaasd stemde hij daarmee in.
Op een gegeven moment heb ik hem ook gevraagd mee te tekenen. Hij voegde dingen toe in mijn tekeningen en ik ging weer verder op die van hem. Zo ontstonden beelden die ik zelf nooit had kunnen bedenken. Het voelde goed om op die manier met hem samen te werken. Het verhaal bleef dicht bij hem en zijn hand was ook zichtbaar in het beeld.

Hetgeen wat mij raakte toen ik Osas tegenkwam, was niet het verhaal van zijn overtocht, maar de dingen die hij vertelde over zijn moeder en broertje.

osas p14-15klEen verhaal komt dichterbij zodra je iets van jezelf erin herkent. Er zijn weinig Nederlanders die zich zelf herkennen in een gevaarlijke tocht over zee. Maar enorm veel mensen zullen zich herkennen in het missen van je moeder of het buiten spelen met broertjes en zusjes. Doordat Osas hierover vertelde, wist hij de afstand tot de vluchtelingen situatie voor mij te verkleinen. Met mijn boek wil ik dat doorgeven.

In mijn ogen is dat de rol van de kunstenaar in deze tijd. Om kanten te belichten die te weinig gezien worden en de verhalen dichterbij te brengen. Daarvoor moeten we zelf eerst dichterbij komen.

– Myriam Keijzer