Home, scenery


Gevolg gevend aan het verzoek van mijn architecten vriend A. – te lezen in Blog 1 No One Home – vond ik een brief in het archief waarin zijn zoon Lieven een kritische noot maakt bij de correspondentie tussen A. en zijn vrouw.

Mij overviel niet alleen een unheimisch gevoel bij het lezen ervan maar ook bij het feit dat hij kennelijk zijn zoon al veel eerder vroeg zijn archief te doorzoeken. Ik had gehoopt de eerste te zijn die in zijn paperassen mocht rommelen.

Ik gaf Lieven groot gelijk in de kritiek op zijn vader.

Die had namelijk in zijn eerste brief naar hun nieuwe onderkomen aan het andere eind van de wereld niet gevraagd hoe het zijn vrouw Anna en Lieven verging maar had haar een droge vragenlijst gestuurd met het dringende verzoek de vragen te responderen.


Toen ik echter de vragen onder ogen kreeg en deze, weliswaar met lichte schaamte, zelf ook poogde te beantwoorden, kreeg ik sympathie voor dit zogenaamde reageerpapier. Het leverde een aantal mooie associaties op die me nog lang bij bleven en inspireerden. Ik zou zeggen, beste lezer, doe zelf ook een poging en vul de vragen in.

En mocht iemand de behoefte hebben aan het delen ervan, het staat vrij de antwoorden te mailen naar a.andhisarchive@gmail.com. Ik zal deze dan toevoegen aan A’s archief, als kanttekening uit het heden.


No One Home

Lost Shrine, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017


De gedachte kwam al snel in me op niet thuis te geven aan het verzoek een blog te schrijven over HOME.
Mijn goede vriend A., een knorrige halfbakken intellectueel raadde me aan het juist wel te doen.
Voor degenen die hem nog niet kennen, als architect heeft hij een studio in Nederland en op Vancouver Island, Canada. Hij verslonst zijn beider architectenbureaus en kan feitelijk zijn beroep al jarenlang niet meer uitoefenen. Dit verdoezelt hij met grootse handigheid door zijn zoon te gebruiken en in te zetten om projecten vlot te trekken. Zijn grillige persoonlijkheid drijft me vaak tot onbeschrijflijke ergernissen en tegelijkertijd is hij mijn meest trouwe en beste vriend en delen we vooral elkaars bijzondere gevoel voor humor.

De reden dat hij me adviseerde wel op het verzoek in te gaan was zijn recollectie van de dag dat we samen voor één van de laatste keren mijn ouderlijk huis bezochten. En, dat toen ik de sleutel in het slot stak en we over de drempel stapten, hij droog maar plechtig de woorden: “No One Home” uitsprak. Hij had goede herinneringen aan die luttele uren in de woning en meende dat ik met het delen van onze gezamenlijke ervaring niet alleen mijzelf maar ook anderen helderheid zou kunnen verschaffen. Wie wilde dat nu niet, opperde hij monter. De frons in mijn voorhoofd bij zijn nogal vage uitspraken, dwong hem tot nadere uitleg.

“In elke hoek van dat huis lag iets opgeslagen: verhalen, belevenissen en ja, ook herinneringen.
Ik weet het, aan dat woord hebben we een broertje dood, dus laat die dan buiten beschouwing.
Maar juist door onze gesprekken van die dag op die plek, te noteren en vervolgens te delen, geef je de
buitenwereld inzicht in je achtergrond maar ook in je huidige bestaan.”
Mijn cynische oogopslag en opmerking ‘dit is niet iets om over naar huis te schrijven’ deed hem wijselijk zwijgen.

Nog geen week later gaf hij mij inzage in zijn eigen rommelige en chaotische archief, althans in een deel ervan. Hij gaf me de opdracht ermee proef te draaien. Ik zou als zijn geweten kunnen fungeren en een deel van zijn (werkbare) leven in kaart kunnen brengen maar vooral mogen en kunnen becommentariëren. Hij zou me carte blanche geven en beloofde op geen enkele manier zich te bemoeien met de inhoud ervan.
Vooralsnog ben ik niet veel verder gekomen dan het lezen van een aantal, soms Engelstalige, brieven van zijn hand.

Dear D.,
Thank you for your warm welcome on your estate. Oh, and again I apologise for my basic writing skills in English. My son recently noticed even my Dutch speech went down the drain because of our frequent travelling between the two continents. After so many years I sincerely wish my English skills still to improve.

How is your grandson K. doing? I am hoping he is enjoying his recent rebuild and converted studio. It was a grand surprise meeting him in person, and we highly appreciated him sharing some of his artworks with us.

Both my son and I photographed and explored some of the Case Study Houses and arrived home safe in our studio on Vancouver Island just two days ago.
I am happy to see everything worked out fine with replacing and installing all the furniture including the bookshelves. What happened to all tools and equipment, did you already manage to find any storage? I still doubt if you are capable of sharing the large spaces with others. Last time I noticed your temper talking to my son and one of his fellow students. Your attitude slightly surprised me. Wouldn’t it just be better if you keep those spaces to yourself? Though, I agree the spaciousness is too much to handle for only one person.

Don’t mind me asking but what happened to your sense of proportion, the benches are so harmoniously sized, but the working and living areas feel on the contrary somehow spooky because of size and scope.
I will send you a few copies of some of the correspondence I had with C., you met him as well back then, right? In a way, your loss in space reminds me of his stubbornness towards any sense of scale. Most of the time he entirely ignored the inhabitants need for proportional dimensions and any practical solutions. Speaking of, I also found one of the letters by E. – I still miss her weird but loving personality – it’s the one she had to send to C. after his brutal action in the South of France. Remember we talked about this? The envelope includes some collages and drawings as well. I made these for her, but she returned all of the material to me in her last year in Paris. I would love to show them to you one day.

Because of us travelling so much the past months I am currently breaking my head over this idea how to come up with a proper design for a house in the sense that such a concept immediately turns into a
suitable home. I miss feeling at home, I guess. I can’t figure out whether I feel like this because of being away from home so often or because of missing my dwelling. In German, they have two different words for both perceptions: Fernweh and Heimweh. It is like not knowing where the home’s reality in the house is; do you get what I mean? Either the ‘feeling at home’ awareness or even only the interior itself is controlling the space or the other way around, it doesn’t seem to offer any in-between solution.

Fernweh, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017

My first thought for figuring out this issue is buying all furnishings of any home in an auction or even directly from a family to research its history and at the same time draw and categorise all specifics. In the next step reuse all of it for a new design.
Guessing I am only then capable of casting anything in a way it makes one feel immediately comfortable in an entirely changed or brand-new environment.

However, then again, many questions and doubts pop up: am I the craftsman having an emotional issue with their or any home or is this search for precision a weird and dangerous condition that can burn any house or home down, metaphorically speaking? How to redeem the previous home of its personal touch? What are we left with, only its residue? I want to come up with any surroundings where we can see ourselves reflected in or even imagine ourselves as a personage walking in a scenario and bringing the place alive.

My second thought for dealing with this matter of emotional sustainability is getting all my old scale models from the storage and mould sculptures out of it to get rid of all specific developmental needs and end up with an improved or changed perception on designing one’s domicile.
In the end, I would like to orchestrate the whole place but end up in unrealities that seem intensely real. I could use some help here and will ask my son for advice.

Oh, last but not least I forgot to mention I spoke to our German friend Bernhard Mörtenböck, he rang to tell me all about his recent projects and specifically asked about your wellbeing, and he sends you his warm regards. We ended up stating German words trying to find new One-Liners for our One Liner Notebook. Of course, we ended up quarrelling, for example about the meaning of the German word
Einraumhaus. In his opinion, it is a household or room for just one person.

Of course, I know it is, but I started pushing him by persistently explaining it is a house that still needs to be furnished. My doggedness annoyed him so much that I needed to cheer him up with some of my latest crazy One-Liners: Home Beat(s) Home instead of Home Sweet Home or Home is the place to Tree or even the one No Home Made Home.

Anyway, speak soon and take care, my very best, A.

A Sunday Morning Modernist, Mixed media on paper, 29,7 x 42 cm, Liesbeth Doornbosch, 2017


Iets meer dan een week geleden is mijn oma overleden en ik voelde me eerlijk gezegd vooral schuldig. Door verschillende omstandigheden heb ik de afgelopen jaren niet zoveel contact gehad met ‘mijn moeders kant’. Eerlijk gezegd ben ik al een jaar of vier niet op mijn oma’s verjaardag geweest, noch ben ik kerst komen vieren, noch kwam ik paaseieren zoeken. Dat komt niet doordat ik mijn oma stom vond, integendeel. Maar het gebeurde gewoon niet, en dat is iets waar ik nu spijt van heb. Ik dacht dat ik door mijn persoonlijke (psychische) omstandigheden geen ruimte had voor mijn familie. Dat ze te veel zouden vragen en mijn energievoorraad zouden opslurpen wanneer ik af zou reizen naar het dorp waar mijn familie woont. Eigenlijk was ik vooral bang om afgewezen te worden (om wat ik ben: genderqueer) en durfde daarom niet te komen. Die afwijzing had ik zelf bedacht, maar hij leek me zo aannemelijk dat ik niemand van mijn familie de kans heb gegeven om het tegendeel te bewijzen.  Dat kon ik me niet voorstellen. Dat kun je niet als je je rot voelt. Een ongelukkig mens is, of-ie het nu wil of niet, egoïstisch.

Mijn oma was dat niet. Ze was een lieve vrouw, voor zover ik weet, en dol op kinderen. Ze noemde ze ‘het kleine volkje’ en tot op het laatst maakte niets haar gelukkiger dan zo’n dreumes in de buurt te hebben. Ik denk dat ouderdom en misschien ook wel ziekte zulke fundamentele eigenschappen uitvergroten. En ik vraag me af hoe dat later bij mij zal zijn.

Ik denk niet dat ik een grote familie zal hebben, want ik denk niet dat ik kinderen op de wereld zal zetten. Dat komt vooral door de manier waarop deze witte westerse wereld kijkt naar ouderschap. Of in mijn geval naar ‘moederschap’, want ik zal (wanneer ik met een buggy rondloop) waarschijnlijk grotendeels worden gelezen als ‘moeder’ en niet als ‘ouder’. Ik voel me op dit moment in mijn leven (en ik hoop dat het ooit zal veranderen) niet fijn genoeg in mijn lijf en in mijn identiteit om niet te worstelen met de manier waarop anderen me waarnemen. En daar bovenop durf ik niet altijd te vertrouwen op het goede in de mens, dat die in staat is zijn eigen denkbeelden aan de kant te zetten of zelfs te veranderen, wanneer iemand daarom vraagt. Dat is niet per se eerlijk van me, dat is angst.

Ik ben wat dat betreft ook niet eerlijk geweest tegenover mijn familie. Ik ben weggebleven om iets te vermijden wat helemaal niet gebeurde. Het blijkt, zelfs in gelukkige tijden, lastig om realistisch te zijn in het beantwoorden van de vraag waar ik me veilig kan en mag voelen.

Tijdens de begrafenis van mijn oma heb ik al mijn familieleden omhelsd en was het net zo vertrouwd als vroeger. Mijn moeder had iedereen al op de hoogte gesteld van mijn naamsverandering en niemand maakte ook maar één fout. Heel af en toe versprak iemand zich met mijn voornaamwoord, maar telkens verbeterden ze zichzelf. Iedereen deed enorm zijn best en ik voelde me thuis en zelfs trots op mijn familie.

Ik voelde me aan het einde van de dag schuldig dat ik niet eerder tot dit inzicht was gekomen, en dankbaar voor het feit dat ze me niets verweten. Ze waren gewoon blij dat ik er was. En ik ben op mijn beurt blij dat zij er zijn. En dat mijn oma er is geweest om ons allemaal op de wereld te zetten, om voor ons te zorgen en om paaseieren mee te zoeken.

Dit is de zesde blog van Lot Veelenturf voor #DiversityStories.

VI. Activisme

De zomervakantie is voorbij. Ik zit weer in de mediatheek van de academie te werken en de stapel met boeken die ik wil gaan lezen is gestaag aan het groeien. Dit is mijn afstudeerjaar, over pak hem beet negen maanden ben ik klaar met mijn opleiding Creative Writing.

Ik schreef al eerder dat ik het gevoel heb dat ik van alles moet. Ik moet naar veel evenementen om te netwerken, elke dag schrijven, uitgaan want mijn leeftijdsgenoten doen dat ook, drugs gebruiken, sporten, gezond eten en ga zo maar door. Vorige week voelde ik me verlamd. Ik zat na te denken over de verplichtingen die ik heb en hoe mijn weken eruit zouden gaan zien en kwam erachter dat het nu al zo vol was dat ik nauwelijks tijd had om te schrijven. Ik raakte in paniek, en het was alsof alles waar ik zo blij mee was in de zomer in één keer door de wc werd gespoeld. Deze zomer was er tijd en ruimte, ik heb gelezen, ik heb nagedacht, ik ben met Krul geweest en er leek geen einde te komen aan de dagen waarop we samen helemaal niks deden.

Dit jaar ga ik verder met mijn onderzoek naar seksualiteit, vrouw-zijn en feminisme en er is wat bijgekomen, namelijk dat ik ook het activisme wil onderzoeken. Ik denk vaak: ik kan wel lekker vanachter mijn laptop schrijven over problemen, maar dat lost niets op. Ik moet ook iets gaan doen. Er zijn veel acties van dierenrechtenactivisten waar ik aan mee wil werken, omdat ik ook echt iets wil toevoegen en veranderen. En de bio-industrie gaat me aan het hart. Ik eet nu een jaar veganistisch en dat heeft mijn kijk op hoe wij dieren mishandelen veranderd.

Dat gevoel van iets doen, dat is ook precies wat me in de weg kan zitten. Ik dacht tijdens mijn inzinking vorige week aan alle dingen die ik zo graag wil doen dat ik geen tijd meer heb om te ademen en eerder schreef ik al over hoe belangrijk rust is, hoe nodig het is om je fijn te voelen. Om zin te hebben in seks, om na te kunnen denken over seksualiteit, over mijn rol als lesbische schrijver. Daarom heb ik besloten met een aantal dingen te stoppen, zodat ik alleen naar school en naar mijn werk hoef. Zodat ik dit jaar kan focussen op wat ik wil maken, wat ik wil vertellen.

Deze week was er een avond van Studium Generale en boekhandel WALTER genaamd The Art of Feminism, How To Move From ‘I’ To ‘we’? Het ging over de manier waarop, zoals de titel al zegt, je je als individu kan verbinden aan een groep om zo een verschil te kunnen maken. Hier ging het dus ook over activisme. Eén van de sprekers was Adeola Enigbokan, kunstenaar en urbanist. In het nagesprek vertelde een groep studenten dat ze strijden voor trigger warnings bij heftige films die tijdens college worden getoond, zodat studenten met bepaalde trauma’s de les kunnen verlaten. Adeola antwoorde dat de groep zich niet op de warnings zou moeten richten, maar op het feit dat zoveel studenten mentale problemen hebben, want dat is waar het echt over gaat. En dat zette me aan het denken. Ik vond het interessant en ook inspirerend hoe zij ons allen toesprak, met overgave en met het idee dat als je je verenigt je ook echt iets kunt veranderen.

Ik hoop, door te schrijven en in actie te komen, een antwoord te vinden op de vraag hoe ik zelf de veranderingen die ik voor ogen heb kan bereiken.

Dit is het zesde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.


Altijd al een podcast willen maken? Of wil je je verhaal over diversiteit delen? Dit is je kans!

Alle verhalen over diversiteit zijn welkom. In een vorm die jij kiest. En iedereen mag meedoen.

Dus, maak jij je boos over zaken als intersectionaliteit en white privilige?
Voel jij je in je hemd staan sinds Thomas Piketty of Doughnut Economics van Kate Raworth?
Of wil jij je persoonlijke verhaal over gender of feminisme delen?
What about diversiteit in denken en geloof?
Of op het gebied van landbouw en voedselproductie?
ArtEZ wil graag een inclusieve omgeving zijn voor studenten, wat is jouw kijk daarop?

Ervaring is niet belangrijk, enthousiasme wel. En heb je nog geen idee maar ben je wel nieuwsgierig? Meld je gerust aan.

Interesse? Meld je z.s.m. aan bij Fleur Bokhoven (f.bokhoven@artez.nl). En kom woensdag 3 oktober naar de kick-off (18.00 – 20.00 uur).

Diversity Stories is een samenwerking tussen ArtEZ studium generale en Dennis Gaens (schrijver, radiomaker, docent Creative Writing).

Out of office

Ik hoop dat je een fijne vakantie gehad hebt. Ik hoop dat je hebt gereisd en nieuwe mensen hebt ontmoet en nieuwe ervaringen hebt opgedaan. Misschien ben je deze zomer naar Frankrijk geweest, op bezoek bij een gepensioneerd familielid dat een huisje heeft in de streek rond Marseille. Misschien heb je zes weken in je eentje rondgetrokken door Azië of heb je met je vrienden een stedentrip gemaakt naar Berlijn. Ik heb geen spannende zomer gehad. Ik heb gekampeerd op Schiermonnikoog en ik heb gezwommen en gelezen en eenmaal thuis heb ik te veel Netflix gekeken en vooral niet nagedacht over mijn genderidentiteit. En het was heerlijk.

In haar Netflix-special Nanette heeft comédienne Hannah Gadsby het over een discussie over gender-labels. Deel van de grap is haar uitspraak over hoe ze zichzelf dan identificeert: als tired. Dat begrijp ik. Komend jaar ga ik afstuderen aan mijn studie Creative Writing en ik probeer me mentaal voor te bereiden. De komende vier maanden gaan compleet in het teken staan van het schrijven van mijn scriptie (over de representatie van non-binaire en transgender personages in naoorlogse Nederlandstalige fictie) en de rest van het jaar zal ik werken aan mijn eindwerk: een novelle met een non-binair hoofdpersonage. Ik vrees dat ik een tijdje niet zal kunnen ontsnappen aan het onderwerp gender en dat is oké. Het is zelfs belangrijk en nodig. Maar het is ook vermoeiend om iedere dag mee bezig te zijn. Daarom stel ik mezelf deze zomer geen vragen over hoe ik me identificeer, hoe andere mensen me zien, of waarom ik me voel zoals ik me voel. Ik heb vakantie.

Het is niet dat ik mensen niet zie kijken bij het toiletgebouw of niet hoor fluisteren op het terras.
Het is niet dat ik, wanneer ik het brede strand van Schiermonnikoog op loop, me niet afvraag waarom de wereld zo in elkaar zit dat we met z’n allen vinden dat mensen met borsten een bikini moeten dragen.
Het is niet dat ik me niet schaam voor mijn hoge stem wanneer ik moet inchecken bij de campingbalie. Maar ik kies ervoor om die gedachten niet de overhand te laten nemen. Ik voel ze in me opkomen, luister er even naar en parkeer ze dan, om er later naar te kijken.

Ik besef dat ik ontzettend gepriviligeerd ben, want niet iedereen kan dat zomaar zeggen. Ik heb de mogelijkheid om me terug te trekken, omdat ik nog steeds word gelezen als een cisgender vrouw en omdat mensen die identiteit vaak niet als aanstootgevend ervaren. Al is het niet fijn, want een vrouw ben ik nog steeds niet. Ik kies er alleen tijdelijk voor om te proberen me geen zorgen te maken over hoezeer dat feit niet lijkt te passen in deze wereld.

Dat kan alleen maar door je wereld ontzettend klein te maken. Zo klein, dat je de rest nauwelijks waar kunt nemen. En in dat ingezoomde Erik of het klein insectenboek-wereldje is alleen plaats voor een paar mensen. ‘You are going to need to find your freak family’, zegt Ivan Coyote, auteur van Tomboy survival guide. Mijn freak family zijn mijn vriend en mijn kat en mijn bank en mijn laptop met een ononderbroken marathon van onze favoriete serie. En het verkoelende getik van regen tegen het raam na een gloeiend hete zomer.

Dit is het vierde blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

V. Pride

In juni schreef ik over Seks en leugens van Leïla Slimani. Ik zei dat ik dankbaar ben dat ik in een land woon waar homoseksualiteit niet verboden is, dat krul en ik samen kunnen wonen en dat ik de kans krijg om deze blogs te schrijven, dat ik over mijn seksualiteit mag schrijven. Daar ben ik blij mee, maar ergens krijg ik een gek gevoel als ik over mijn seksualiteit nadenk. Ik ben lesbisch en ik heb een vriendin, maar het woord ‘lesbisch’ voelt raar en dat wij twee vrouwen zijn daar denk ik heel vaak niet over na, omdat het zo normaal is voor mij. En natuurlijk is het goed dat ik er niet over na hoef te denken, maar ergens voelt het alsof ik daarmee iets negeer. Want het is ook bijzonder dat ik met een vrouw ben. Net als dat liefde tussen alle soorten mensen bijzonder is.

Ik heb het gevoel dat lesbisch zijn vaak wordt gezien als een veredelde vriendschap en niet meer dan dat. Er is weinig representatie van lesbische vrouwen en er zijn meer instanties voor homomannen dan voor lesbische vrouwen. Ik ken wel tien boeken over homomannen en een stuk minder over vrouwen. Mijn Honours Programme onderzoek ging hier ook over: representatie van de lesbische vrouw en hoe ik daar als schrijver mee om moet gaan. Ik wist niet goed of ik vanuit een vrouw durfde te schrijven omdat ik bang was in clichés te vervallen of omdat het niet belangrijk genoeg is om over te schrijven omdat er zo weinig over geschreven en over gemaakt wordt. Alle boeken over lesbische vrouwen die ik las zijn twintig jaar oud en er zijn bijna geen Nederlandse films over gemaakt.

De nieuwe serie ANNE+ gaat over een lesbisch meisje in Amsterdam die haar ex tegenkomt en terugkijkt op alle relaties die ze heeft gehad. Ik had de kans de preview te zien en het was een verademing. Opeens wist ik waar ik in mijn hele Honours Programme onderzoek naar opzoek was geweest: een personage dat op mij lijkt, niet een beetje, maar heel veel. Iemand aan wie ik me kon optrekken, iemand die ook op vrouwen valt en daar oké mee is en naar haar plek in de wereld zoekt. ANNE+ gaf me het gevoel dat het ook iets is waar je trots op mag zijn. Ik had zo graag gewild dat ik deze serie had gezien toen ik veertien was, zodat ik wist dat het niet raar was wat ik voelde en dat ik niet met mannen was gaan daten omdat ik dacht dat het moest. Terwijl ik in de zaal zat werd ik ook overspoeld met een gevoel van eenzaamheid. Opeens wist ik dat ik iets heel erg had gemist, dat er een soort leegte was die ik eerder niet onder woorden kon brengen omdat ik niet wist dat ik een leegte voelde. Maar die representatie, dat gevoel dat je ergens bij hoort, dat je niet alleen bent, dat er meer meiden zijn als jij, dat had ik zo graag zoveel eerder willen zien. Ik ben lang bezig geweest met het uitvogelen van mijn seksualiteit. Ik geloof niet dat ik niet hield van de jongens met wie ik was, maar er klopte iets niet. Het werkte niet, ik was altijd teleurgesteld en boos. Als ik eerder had geweten dat ik lesbisch ben en dat het oké is om af te wijken van de hetero normatieve norm was het waarschijnlijk makkelijker geweest.

Het is oké dat mijn leven is zoals het is. Ik ben met Krul en nu op de plek waar ik graag wil zijn. Met een vrouw. Ik voel dat het belangrijk is dat er meer positieve verhalen komen over op vrouwen vallen en ik wil me daarvoor inzetten. Want als ik door ANNE+ zo overrompeld werd, ben ik daar vast niet de enige in.

Eén essay uit mijn Honours Programme onderzoek werd gepubliceerd op zijaanzij.nl

Dit is het vijfde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.


Niets zo cliché als de woorden ‘home is where the heart is’. Misschien zijn ze daarom juist wel waar. Maar boeiender is de vraag achter het gezegde. Wat maakt dat je hart ergens ligt? Wat of wie is daarvoor nodig? De antwoorden zijn eindeloos, maar het gedachte-experiment levert mooie aanknopingspunten op voor een zoektocht naar wat ‘home’ kan zijn.

ArtEZ studium generale startte in mei de Kitchen Table Conversations: HOME. Maandelijks komt een groep studenten en docenten van verschillende opleidingen samen om iemands tafel. We schuiven aan, eten soep, drinken wat en praten over het thema thuis, in al zijn facetten. En dat zijn er veel. Wat we onder het begrip ‘home’ verstaan is voor iedereen anders. Is thuis hetzelfde als huis? Is het een afgebakende plek, een gevoel in je lijf, een gedeeld verleden, iets in je herinnering? Een gebied, imaginair of tastbaar, dat je hebt moeten bevechten of waar je juist ongewenst bent beland?

Het meest interessant aan de vraag wat thuiszijn betekent, is de keerzijde ervan. Wat als het schuurt? Wat als je je niet en nergens thuis voelt? Via deze ontkenning kun je ‘home’ misschien wel het beste benaderen. En natuurlijk vanuit de persoonlijke achtergronden en diverse kunstdisciplines, want dat maakt dit keukentafelgesprek zo boeiend.

Voor de eerste bijeenkomst werd iedereen gevraagd een foto mee te nemen van dat wat je associeert met thuis. Ik koos voor een van de dingen die me direct te binnen schoten: mijn boeken. Tegen elkaar aan geschoven op planken in een kast, gegroepeerd in kleine stapels op de leestafel, met de kaften naar voren op een richeltje tegen de muur. Ze wonen in mijn huis, maar soms woon ik een beetje in hen. Zoals die keer dat ik alleen naar Ierland ging en een roman van Doeschka Meijsing als reisgenoot had. Ik verdween erin op tussenmomenten – tijdens lunch bij een food shop in Cork, en op een bankje aan de river Lee. Een boek als tijdelijk toevluchtsoord.

Van de meeste boeken weet ik waar ik ze gelezen heb en waarom. Hun inhoud (verhalen, theorieën, ideeën) heeft invloed op hoe ik tegen de wereld aankijk. Daarom is het mij een raadsel waarom sommige boekenkasten zijn gesorteerd op kleur. Zodra de kaften van boeken decoratie worden, voel ik me in een woonkamer niet meer thuis. Dan klopt er iets niet, dan schuurt het.

De Franse auteur George Perec bestudeert in Espèces d’espaces* (1974) zijn dagelijkse leefomgeving. Het startpunt zijn de woorden die hij diagonaal over de bladzijde plaatst. Daarna brengt hij steeds een beetje meer in kaart: het bed van waaruit hij schrijft, de kamer, het appartementengebouw, de straat, de stad, en steeds verder. Hij tast af, associeert, breidt uit en zoomt in op de kleinste details. Perec legt verbanden tussen allerlei ruimtes, ook de denkbeeldige en conceptuele. Ligt je hart bij schrijven, dan is tekst misschien je thuis.

Ik woon aan een drukke doorgaande weg. In het midden, op een schiereiland, staat een vrij anoniem hotel. Soms kijk ik vanuit mijn appartement naar de overkant van de straat en bedenk ik me dat achter ieder gordijn een onbekende gast verblijft. Wanneer ik me inbeeld waar zij vandaan kunnen komen, ben ik voor even ergens anders dan ‘thuis’. Maar ik kan natuurlijk ook een boek uit de kast pakken.

*Ruimten Rondom in het Nederlands, Träume von Räumen in het Duits, Species of Spaces in het Engels.

De volgende Kitchen Table Conversations: HOME is op donderdagavond 28 juni, in een van de ateliers bij DBKV in Zwolle. Wil je aanschuiven? Stuur dan een mailtje naar m.vanhak@artez.nl.

Dit is de eerste blog in de serie Home door Marlies van Hak.

IV. Een huisje in het bos

We worden wakker van de haan die kraait en de paarden die over de hei galopperen. We komen uit bed en trekken een pyjamabroek en grote trui aan, een van ons zet koffie en bakt croissantjes af, de ander maakt het bed op en zet de deuren open. Na het ontbijt vraag ik aan haar: ‘Wat zullen we doen vandaag?’ en Krul vraagt op haar beurt: ‘Waar heb je zin in?’

Het huisje ligt verscholen in een bos achterop het erf van een boerderij. Het huisje is klein en oud, en er staat een vlekkerige bank in het woonkamertje dat pal grenst aan de open slaapkamer. Hier horen we alleen het geluid van vogels, kippen en paarden. Thuis horen we overdag hoe de Eusebiuskerk gerenoveerd wordt en ’s nachts hoe dronken mensen schreeuwen en tegen dingen aan trappen. We zijn hier om tot rust te komen, om vier nachten dicht tegen elkaar aan te slapen zonder stress en zonder bezig te zijn met het strakke tijdschema van de volgende dag. In mijn vorige blog vertelde ik al over de drukte, over het ‘moeten,’ en hoe dat gevoel me verlamd. We hadden dit weekendje weg een maand van tevoren geboekt en ik telde de dagen af.

Het voelt vrij om de dag zelf te kunnen bepalen wat je wilt doen. Het is een luxe die ik niet vaak heb. Ik moet naar stage of werk of er liggen verschillende verhalen op me te wachten. Hier wil ik alleen maar met Krul zijn. We wandelen door het bos en praten over vroeger en later. Ik heb tijd voor haar die ik anders niet heb en vervloek de wereld dat niet alle dagen zo kunnen zijn.

’s Avonds gaan we extra vroeg naar bed zodat we lang kunnen vrijen en ik voel me alsof ik leef ook al klinkt dat cliché. In deze blogs was ik opzoek naar een stukje ruimte om te praten over mijn seksualiteit en ik kwam erachter dat ik te druk ben om me een seksueel wezen te voelen. Hier in ons kleine huisje kijk ik naar haar lichaam en ik geniet ervan. Ik denk niet aan morgen of straks of even geleden. We zijn gewoon hier en hier is het goed.

Ik ben blij het nu zo fijn is, maar ik denk ook met enige paniek aan de tijd die komen gaat. Want straks als we weer thuis zijn, wil ik niet vervallen in oude patronen. Ik wil niet weer vergeten dat seks fijn is en dat we tijd voor elkaar moeten maken. We praten over hoe we minder televisie en series gaan kijken, want samen op de bank zitten terwijl ik lees en zij Japanse puzzels maakt, is fijner dan samen naar een scherm kijken.

De blogs gaan tot nu toe vooral over de tijd hebben voor dingen, en nu ik bijna zomervakantie heb en hier tot rust ben gekomen, heb ik zin om meer de diepte in te gaan. Ik las het boek Seks en leugens van Leïla Slimani en daarin ging een hoofdstuk over een lesbische vrouw in Marokko en hoe zij zich moet verschuilen omdat homoseksualiteit daar verboden is. Ik was toen zo opgelucht dat ik samen kan wonen met Krul en ik haar op straat een kus kan geven. Wij hebben tot nu toe geluk gehad, we zijn nog niet vaak lastiggevallen maar er is natuurlijk nog een lange weg te gaan naar volledige acceptatie van homoseksualiteit. Daarover in juli meer.

Dit is het vierde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.