Huisblogger Willemijn Kranendonk derde prijs Turing gedichtenwedstrijd

Willemijn Kranendonk (1994) werd bekroond met de derde prijs bij de 10e Turing Gedichtenwedstrijd met het gedicht ‘Je kan rekenen op verandering’. De jury noemde haar gedicht “afwijkend, pamflettistisch, boos en geëngageerd”. Kranendonk zit in het vierde jaar van de opleiding Creative Writing aan ArtEZ Arnhem en heeft vorig jaar meerder blogs voor studium generale geschreven.

De Turing Gedichtenwedstrijd bekroont jaarlijks het beste Nederlandstalige gedicht met een geldbedrag van € 10.000, de grootste prijs ter wereld voor één gedicht. Deelname en jurering zijn anoniem. Dit jaar werd ‘Onder water’ van Meity Völke uit Roermond gekozen tot het beste gedicht van het jaar. De tweede prijs (€ 5.000) werd toegekend aan Truus B.A. Roeygens uit Mechelen en de derde prijs (€ 2.000) aan Willemijn Kranendonk uit Arnhem. De jury bestond dit jaar uit dichter Tsead Bruinja (juryvoorzitter), Neske Beks (multidisciplinair kunstenaar), Radna Fabias (dichter), Françoise Geelen (medeoprichter Turing Foundation) en Jeroen van Kan (presentator, redacteur en dichter).

Over het gedicht van Willemijn Kranendonk zeiden zij: “We vonden dit gedicht afwijkend, pamflettistisch, boos en geëngageerd. Neske Beks zei: “Omdat het me aangrijpt door de rauwheid en verschillende politieke statements en in het bijzonder de schreeuw die het in zich draagt. De vragen en de antwoorden. Het deed ons ook denken aan de Amerikaanse traditie van spoken word en politieke gedichten. Meerdere juryleden noemden het slot erg sterk. Het is liefdevol en streng tegelijkertijd. De dichter mag het ook zijn, want ze spaart zichzelf in het gedicht niet.”

Het gedicht van Willemijn Kranendonk:

 

Je kan rekenen op verandering

Er wordt gezegd: wacht op het startsein van de revolutie om goedgekeurd je geduld te verliezen,
zodat de mening die je koestert als een perfect gerijpte aardbei blijft.
Nu is geen tijd om pinda’s te pellen, een compromis is geen oplossing
als er mensen zijn die aangezien worden voor minder.

Ik wijs naar het systeem waar alle plekken lang geleden verdeeld zijn.
Ik zie hoe mannen zwoegen om de sterkste te blijven, hun kinderen niet zien opgroeien,
thuis zo moe zijn dat ze enkel kunnen zitten. Iedereen mag Frozen kijken en huilen,
iedereen is een kleuter in een groot log lichaam dat zich alleen met moeite laat verplaatsen.

Er zitten maar negenenveertig vrouwen in de tweede kamer.
Vrouwen moeten nog steeds stil, mooi en gehoorzaam zijn.
Ik zie niet negatief, maar glashelder en trap tegen alles aan wat ik tegenkom.
Dit lichaam plaats ik buiten mezelf om een punt te maken.

Relativeer wat zich als goed idee in je hersenen nestelt,
denk aan de foetus die je was in de warme baarmoeder,
niet alles hoeft uitgesproken te worden op twitter.

Het probleem is niet dat de vluchtelingen voorrang krijgen op een sociale huurwoning,
het probleem is dat er te weinig sociale huurwoningen zijn. Geld moet naar hardwerkende mensen
met een minimum inkomen, naar arbeiders. Ik ga niet naar het ziekenhuis met mijn
etterende ingegroeide teennagel omdat ik het eigen risico niet kan betalen,
een vriend zit thuis omdat hij stemmen hoort en niet naar een passende zorginstelling kan.

Er waren jongens die een lijst maakten met meiden uit de groep die ze het eerste zouden neuken.
Naast mijn naam onderaan stond: ze heeft overal een mening over.
Mensen die zeggen dat politieke kunst geen kunst is: dit is een gedicht en dit gedicht gaat de wereld veranderen.

In een café vraagt een meisje: waarom moet ik feminist zijn?
Kom je altijd klaar als je seks hebt, word je geloofd als je zegt dat je verkracht bent,
krijgt je moeder hetzelfde betaald als haar mannelijke collega?
Zolang klaarkomen een politieke daad is, ben ik feminist.
Het woord brengt kracht, geen negatieve connotaties.

Laten we een hand op onze buik plaatsen, daar waar eenzaamheid voelt als een versteende bal.
‘Alle mannen, alle vrouwen..’ het is niet waar.
Mijn hand leg ik op de buik van haat zaaiende mensen,
waar zit de angst waar deze ideeën in geboren worden? Vertel het me, ik word niet boos.

 

Aan de 10e editie van de Turing Gedichtenwedstrijd deden in totaal 2.442 dichters mee, van wie 25% afkomstig uit Vlaanderen, die gezamenlijk 7.155 gedichten inzonden. De 100 beste gedichten van deze editie zijn gepubliceerd in de bundel Steeds op reis en altijd thuis. De prijsuitreiking van de Turing Gedichtenwedstrijd vormt de afsluiting van de jaarlijkse Poëzieweek.

De winnaars van de 10e Turing Gedichtenwedstrijd werden bekendgemaakt tijdens een live-uitzending van het radioprogramma Met het Oog op Morgen vanuit de Rode Hoed. Bekijk de uitzending hier terug >

What could ArtEZ do to reach out? Recommendations audience of ‘How about Love? In the Wake of the Nashville Statement

Friday January 25th we organised How about Love? In the wake of the Nashville Statement. A group of people came together to listen, share stories, thoughts, experiences and strategies. During this meeting we asked the audience the following question:

If we talk about how to respond to ‘actions’ such as the Nashville declaration and other statements/actions that diminish the rights of certain groups of people (such as the LGBTQ-community but also other minorities), the question arises:

What could ArtEZ do to reach out and to create respectful conversations not from anger but from love? How can we take care and build a safe community for people regardless of their background (such as gender, culture, social background, colour etc.)? To support people from the LGBTQ-community and all other minorities, and make them feel welcome and feel at home?

These were the recommendations people who joined the meeting gave back to us:

Start a collective/joint movement; even if it is small to begin with.

Invite and welcome people from outside of ArtEZ – also the people who make us feel uncomfortable.

Don’t forget there is love.

Start a Genders & Sexualities Alliance Network.

Make Article 1 important.

Use creativity to increase awareness and safety.

More gender neutral language.

Gender neutral toilets.

Maybe more frequent support groups (not sure if needed).

I feel all departments and teachers should start and continue spreading the message: learn from each other as equal people.

Make it known what the proportion of LGBTQ/non-LGBTQ teachers we have in ArtEZ.

LGBTQ-festival.

Non-gender confirmative dance classes.

Non-gendered toilets.

Use this tipping point to create an ongoing conversation and work with Allies and partners online/offline.

How not just talking to the group who knows?

Is safety shared?

Encourage students to speak about positive and negative experiences about LGBT issues, in and outside of ArtEZ. But also don’t blame students when they come from backgrounds that exclude/do not recognize LGBT in their communities, to let them speak about their situations and give room for inner change. Let them also feel safe, and show how important inclusion is for every one > to create room for real awareness, not forced.

It meant a lot for me to see that ArtEZ put up the rainbow flag in reaction to the Nashville statement. This was enough for me to see ArtEZ as a safe space for me.

A year ago I attended a precourse at ArtEZ. I felt comfortable with the genderless toilets, when I started studying here this school year I was highly disappointed with the re-gendering of the toilets! As a gender non confirming individual I don’t want to be faced with a male/female separation when I want to use the toilet. I wonder, why was the improvement taken back? When will the toilets be open for everyone?

It might be a wrong/different answer for this question, but, as an international student I often feel a separation or isolation from Dutch communities. It is often difficult to get the local information or even school information because it’s in Dutch. In terms of ‘offline’ communication, it is also frustrating for me to communicate with Dutch since our culture is very different but we are not usually aware of/caring for the differences of culture.

To be aware of the freedom you have and how can you use this? I see love as animating force. the power that sets all good and creative in motion. Love is that makes the proton, neuron and electron dance. Uncatchable like wind, powerful like wind. Use it, do love. And in this doing many of our constructed binary opposites – problems will evaporate.

Ook mijn eigen feministische knopje gaat om

Catelijne de Muijnck, programmamaker bij ArtEZ studium generale, beschrijft in onderstaande blog de totstandkoming van de onderzoekslijn rondom het thema feminisme.

 

Al lopend door de wandelgangen valt het op: vrouwelijke studenten zijn flink vertegenwoordigd. Niet alleen hier, maar ook op veel andere kunstacademies in Nederland blijkt zo’n 75 procent van de studenten vrouwelijk te zijn. Het profiel van de hedendaagse beeldende kunst in Nederland wordt, zeker in vergelijking met andere landen, de laatste decennia gelukkig meer en meer door vrouwen bepaald. De omstandigheid dat uitsluitend mannen de belangrijke management functies bekleden in overheidsfuncties, bij fondsen en collecties, bij musea en presentatie-instellingen, op universiteiten en kunstacademies, is sinds een paar jaar voorbij. Dat wil nog niet zeggen dat gender geen rol meer speelt, want ondanks deze structurele verbetering in de wereld van beeldende kunst is seksisme zo geïnstitutionaliseerd, dat het een systeem vormt dat ons hele zijn – van de woorden die we gebruiken tot hoe we ons gedragen – nog altijd bepaalt. In de huidige samenleving en dus ook binnen ArtEZ wordt het als zeer relevant gezien dat we ons bezighouden met ‘diversiteitsprojecten’. En wel om het te hebben over waar het werkelijk over gaat, namelijk: gender, ras, klasse en de ongelijkheid die in dat soort categorieën verscholen ligt. Als programmamaker bij het studium generale ben ik vanaf mei 2017 bezig met het opzetten van een community die tot doel heeft de krachten te bundelen en een bewustzijn binnen ArtEZ te creëren van dominante structuren met betrekking tot gender. Uitgangspunt wordt het intersectionele perspectief want: FEMINISM WILL BE INTERSECTIONAL OR IT WILL BE BULLSHIT! (een veelgeciteerde quote van de in Amsterdam woonachtige schrijfster Flavia Dzodan).

Richtinggevend is een uitnodiging van twee docenten van BEAR – Anik Fournier en James Beckett – om aanwezig te zijn bij de oprichting door een aantal van hun studenten van een platform dat zich bezighoudt met feminisme: The School of Missing Men, an empowerment initiative in the making. De bijeenkomst is een eye-opener voor me. Groot gebracht door een uitgesproken feministische moeder moet ik bekennen dat ik tot dat moment stiekem in de veronderstelling leefde dat het feministische project bijna voltooid was. Dat dat wat aan gelijkheidsidealen nog niet gerealiseerd was, misschien wel aan de vrouwen zelf te wijten was. Maar ik schrok van het gebrek aan zelfvertrouwen bij vrouwelijke studenten en hun verbazing over het feit dat de mannelijke ArtEZ alumni in de eerste jaren na de academie sneller dan hun vrouwelijke collega’s een expositie, voorstelling, optreden of verkoop van werk weten te realiseren.

Het eerste project wordt het oprichten van een laagdrempelige feministische leesgroep die eens per maand in boekhandel Walter samenkomt. In de kern bieden we een gelegenheid voor self education, collective learning en uiteindelijk – naar wij hopen – op empowerment. In samenspraak met Isis Germano van de ArtEZ Honours, lector Peter Sonderen, Krista Jantowski van boekhandel Walter en Lieneke Hulshof van Mister Motley bespreken we de vorm waarin we dit aanbieden en de insteek die we kiezen. We besluiten te starten met de benadering van het onderwerp vanuit een hedendaags perspectief. Wat betekent het voor vrouwen tegenwoordig om feminist te zijn? Wat doe je er mee in je dagelijks leven? Bestaan er mannelijke en vrouwelijke eigenschappen? Pas later zullen we een terugblik geven op wat feminisme voor eerdere generaties heeft betekend en zullen we de beweging maken naar de vraag wat feminisme inhoudt voor de kunst, de kunstwereld en voor het kunstonderwijs.

We starten in april 2018 en er zijn niet alleen vrouwelijke studenten aanwezig bij de bijeenkomsten van de leesgroep, ook vrouwen uit verschillende andere generaties. Gelukkig mogen we vanaf de afleveringen dit najaar van de leesgroep ook mannen verwelkomen. De methode die we gebruiken zorgt ervoor dat iedereen aan het woord komt, en er vinden naar aanleiding van de teksten zeer persoonlijke gesprekken plaats over ervaringen met en opgedane inzichten in privileges en de daarmee samenhangende gevoeligheden. Er is intergenerationele uitwisseling en er ontstaat bij sommigen een nieuw bewustzijn. Ook mijn eigen feministische knopje gaat om.

Om het nieuwe studiejaar in september 2018 met een stevige boodschap in te gaan willen we de vraag stellen hoe we ons van het ‘ik’ naar het ‘wij’ kunnen bewegen. Geen aflevering van de leesgroep maar een goed bezocht public event over de vraag hoe we vanuit de neoliberale fixatie op het individu en identiteit (vaststaand, autonoom, aansprakelijk en verantwoordelijk voor bijna niets dan zichzelf) kunnen komen tot solidariteit en verbinding met de ander. De avond is in opdracht van studium generale gecureerd door Krista Jantowski van Walter. Een eerste kennismaking met feminisme vanuit een intersectioneel perspectief. Het wordt een avond met felle gesprekken over hoe machtsstructuren – ook binnen ArtEZ – verbonden zijn met ideeën over gender en hoe die solidariteit in de weg staan. Het is duidelijk dat we in de leesgroep meer aandacht aan intersectionaliteit moeten besteden en aan het erkennen van verschillen. Waar diversiteit vaak gaat over hokjes aanvinken, gaat intersectionaliteit over het complexe samenspel van de verschillende identiteiten die we allemaal in ons hebben. Door dat te erkennen gaan we uitsluiting tegen en kunnen we ons bewegen richting inclusief feminisme.

In de loop van het najaar kan ik met genoegen constateren dat de community rondom de leesgroep is gegroeid. Niet alleen bezoeken meer studenten de leesgroep, worden de banden met de School of Missing Men verstevigd door de aanstelling bij BEAR van Rosell Heijmen, ook mogen we deelnemers verwelkomen die andere culturele instellingen in Arnhem vertegenwoordigen zoals Museum Arnhem en het Focus Filmtheater. Eind 2018 spreken we met de verschillende partners in dit feministische project af dat we elkaar met enige regelmaat ontmoeten en zullen kijken hoe we elkaars feministische projecten kunnen versterken. Ook gaan we nadenken over hoe we op het dit voorjaar te lanceren online platform APRIA (ArtEZ Platform of Research Interventions) de kennis die we samen en in dialoog met studenten en docenten opdoen, kunnen omzetten in praktische hulpmiddelen voor het onderwijs. Want, zoals Liedeke Plate het tijdens Seks & the Sexual Politics of the Gaze (tijdens een studium generale project op 15 maart 2018) formuleerde: ‘Uiteindelijk gaat inclusief onderwijs over het creëren van leerplekken waar studenten zich gewaardeerd en gehoord voelen en bijgevolg zelfverzekerd zijn om het beste uit hun opleiding te halen.’ (“In the end, inclusive education is about creating learning spaces where students feel valued and heard and consequently are confident to pursue the best out of their education.”)

Catelijne de Muijnck
Programmamaker ArtEZ studium generale
Januari 2019

Gedicht van João da Silva

Studium Generale organiseerde 25 januari 2019 een event naar aanleiding van de Nashville-verklaring, het pamflet tegen het homohuwelijk waarin wordt gesuggereerd dat homoseksuele gevoelens te ‘genezen’ zijn, en de ondertekening daarvan door een aantal streng christelijke Nederlanders onder wie SGP-kopstuk Kees van der Staaij. We vroegen ons af hoe te reageren op zo’n verklaring. Als individu, kunstenaar en als instituut. Dit gedicht van João da Silva werd tijdens de bijeenkomst voorgelezen.

 

Rest little voice of the past
And I will put you to sleep, little voice of the past
And rest you will find, little voice of the past
When rest arrives at this present.

One moment, little one,
The voice of the past will rest in you
When the present becomes little rest
And the voice of the past speaks to you, softly
When the past no longer is a part of then
But little rest in today.

Rest little voice of the past
And I will put you to rest within the present of me
As I listen, little by little, to voice of little past
Of little body
Of little voice of rest.

Rest little voice of today
In the past of the body
Resting in little room
Filled with little voices of today.

I will put you to rest in tomorrow,
Little voice of the past,
For now there is no rest in the body,
Now there is no rest in today.

Rest little voice, rest
And I will put you to rest, side by side,
Little by little, now and then,
Little voice of the past
And I will muffle you
Little voice of the past
With cotton pads of rest.

Little voice of today, rest,
As I breathe the echo of past
As voices of now arrest the rests of you
Passing through the remains of me.

As I voice the word of rest
As I arrest outside of me the rests of today
And today no longer is than longer is the past
As I rest in echoes of resting
Within the littleness of me
Beyond the breath of life

Now

As I rest
As you rest, little voice
Grasping for breath
To become two voices
Or maybe three
Within body of no rest.

Rest little voice of silence, rest.

 

 

Dr. João da Silva is a queer movement artist and educator with a background in Experimental Dance, Choreography, Neuro Linguistic Programming and Theatre Studies. Currently he is senior lecturer and research fellow at ArtEZ University of the Arts.

Je kunt het pas voelen als je het weet

‘Soms gedraag ik me als een bepaald soort geile, sexy, zwoele vrouw’, vertelde een meisje me laatst.‘Een vrouw die ik ken uit porno. Ik deed iets na, in plaats van mijn eigen lijf te ontdekken en dacht dat ik opgewonden moest raken waar andere vrouwen opgewonden van raakten.’ Het leverde spanning op in haar lijf, zei ze.

Voor de duidelijkheid: deze uitspraak kwam van een leuke, jonge meid. Ze zag dit niet als eerste wereldproblematiek, maar het beïnvloedde wel een deel van haar leven.

Op zich heb ik, of zij, niks tegen porno in het algemeen – daar gaat dit verhaal niet over. Waar dit verhaal wel over gaat is dat verwachtingen, ideeën en beelden het lichaam kunnen beïnvloeden – positief en negatief. Verwachtingen, ideeën en beelden kunnen ook je seksualiteit beïnvloeden, zowel positief als negatief. Seksualiteit gaat namelijk voor een groot deel over hoe je in je lichaam zit, wat je denkt dat je daarmee mag doen, wat je ermee wilt doen, en wat niet. Hoe afgestemd je in je lichaam zit, bepaald weer hoe intiem je met dat lijf durft te zijn, en hoe intiem je met andere lijven durft te zijn.

Het is eng om met je eigen lichaam intiem te zijn, om er een relatie mee op te bouwen, omdat je dan de vele verwachtingen, ideeën en beelden tegen kan komen die daar gedurende je leven zijn ingeprent. Boodschappen als ‘jouw seksualiteit mag er niet zijn’, of ‘jouw lichaam is van mij’. ‘Je bent te dik/veeleisend/hard/zacht/stom/romantisch/gevoelloos/vul zelf in’. Het stomme is alleen: die boodschappen die je tegenkomt, zijn niet persoonlijk. Ze zijn er gewoon ingestopt.

Ik durfde ook niet écht met mijn lichaam te zijn. Ik was als de dood voor ontspanning, zowel in mijn leven buiten het bed, als erin. Ik stortte me om de zoveel tijd op een man, ik verlangde me suf, omdat ik hoopte dat ik op die manier wel met mijn eigen lichaam kon zijn. Dat was natuurlijk geen duurzame oplossing.

Uiteindelijk kuste ik een vreemde man, in Portugal, op een vakantie met vriendinnen, heel cliché allemaal. Mijn geliefde zat thuis in het huis waar we samenwoonden.

In mijn boek Soms is liefde dit, een brief over lichaam, seks en verlangen heb ik geprobeerd te onderzoeken wat mijn seksualiteit en mijn seksuele verlangens allemaal beïnvloedden. Hoe en wat mag ik als vrouw seksueel verlangen? Mag ik elk verlangen onderzoeken en uitleven, of is dat ook voor mezelf schadelijk? Hoe kunnen vrouwen hun eigen verlangens volgen als ze nooit hebben geleerd daarmee om te gaan? Of zijn mannen hier net zo slecht in? En is het de geest of het lichaam dat verlangens creëert?

Ik wilde dit uitzoeken omdat ik ergens vermoedde dat ook die verlangens niet eens zo heel persoonlijk waren. Zo weet ik inmiddels dat het soms zo opgehitste karakter van mijn verlangens, gedeeltelijk beïnvloed wordt door kapitalistische ideeën: door het idee dat je altijd meer en beter kan krijgen, dat perfectie bestaat, dat het nooit goed genoeg is.
Zo weet ik inmiddels ook dat ik vroeger vaker verlangde naar bemind worden, in plaats van verbinding met een ander. Dat verlangen werd, en wordt nog steeds, beïnvloed door hoe vrouwen lange tijd in de geschiedenis bevestiging kregen: door mooi te zijn. Daarom worden veel vrouwen nu nog steeds eerder opgewonden van bevestiging, in plaats van een ander lijf, persoon of een bepaalde beweging of handeling.
Ik weet inmiddels ook dat ik soms oneindig geil ben, en dat ik het dan wel met Jan en allemaal wil doen, en dat dit gevoel er gewoon mag zijn. Vrouwen worden vaak afgeschilderd als de passieve, seksloze partij, maar wie goed onderzoek doet, komt er al snel achter dat dit niet genderbepaald is. Er is gewoon minder wetenschappelijk onderzoek gedaan naar vrouwelijke seksualiteit. De man was in het verleden altijd de standaard.

Verwachtingen, ideeën, verhalen, en beelden kunnen seksualiteit dus negatief beïnvloeden, in de zin van dat ze je beperken, maar het tegenovergestelde is ook waar: door de verbeelding kan seksualiteit ook bevrijd worden. Je kunt iets herkennen in bijvoorbeeld kunst (of een goede pornofilm) waardoor het lichaam ontspant, verwerkt, verandert.

Wil je zelf zulke verbeelding creëren – wat volgens mij de reden is dat jullie deze opleiding volgen – dan moet je geloof ik eerst kennis opdoen. Kennis over jezelf, kennis over je lichaam. Kennis over de samenleving waarin je leeft, over de opvoeding die je hebt gehad. Pas wanneer je weet hoe het zit en wat jou beïnvloedt, kun je iets anders verzinnen. En met ‘weten’ bedoel ik niet alleen weten met je geest, je lichaam kan ook dingen weten. Een buik kan boekdelen spreken. Maar ja, dat moet je dan wel weer eerst weten.

‘Je kunt het pas voelen als je het weet’, is een van mijn favoriete uitspraken. Dat vertelde Hanni Jagtman, de eigenaresse van vrouwvriendelijke seksshop Mail & Female, me ooit. Zij had het toen over de clitoris. Daarvan weten we pas sinds 1998 de ware afmeting. Ik kreeg op de middelbare school een biologieboek waarin de clitoris werd afgebeeld als het knopje dat aan de buitenkant zit, maar het genotsorgaan van de vrouw is veel groter. En wordt ook stijf, net als een penis. Eigenlijk lijken ze verdomd veel op elkaar. Behalve dan dat de clitoris meer zenuwuiteinden heeft – al is het geen wedstrijdje.

Jagtman had het over de clitoris en het gevoel in de vagina; pas als je weet waar je gevoelige zenuwuiteinde allemaal kunnen zitten in je lichaam, en waartoe je genotsorgaan in staat is, kun je het voelen. Maar ik denk dat het voor veel meer geldt.

Om mijn boek samen te vatten in een paar alinea’s is lastig, omdat het geheel net zo dynamisch is als seksualiteit. Beelden, verwachtingen, verlangens, onderzoek, vragen, spanningen: het loopt allemaal door elkaar heen. Dus daarom hieronder een lang stuk uit het tweede hoofdstuk van het boek dat nog iets meer ingaat op bovenstaande.

Mijn oma heeft nog nooit getongd. Althans, dat zegt ze.
Toen ze dit ons – mijn moeder, twee broers en mij – vertelde, moesten we allemaal heel hard lachen. Het was op een zondagmiddag, we waren bij haar op visite, het moet zo’n zes jaar geleden zijn. Mijn broers en moeder zaten opgepropt met z’n drietjes tegen elkaar op de witte bank. Mijn moeder plukte wat aan ze, ik weet hoe fijn ze dat vindt – de ene dag zijn het je baby’s, de volgende dag mag je bijna nooit meer aan ze zitten. Ik zat op het Perzische kleedje op de grond tegen de verwarming aan, het was winter. Onze gezichten waren bleek van te veel grijze dagen, we zijn een familie die significant knapper is in de zomer. Mijn oma zat zoals altijd fier rechtop op haar houten bureaustoel. Op de salontafel stonden een schaaltje met stukjes boterkoek en een metalen thermoskan koffie, gemaakt in een percolator, aangelengd met kokend water. Zoals altijd.
‘Daar geloof ik niks van, mam,’ zei mijn moeder.
‘Nou, toch is het écht waar.’
‘Je hebt drie kinderen!’ riep ik uit. ‘Hoe is dat dan gebeurd?’ Mijn broers zaten te grinniken op de bank. De een moet wat aan de ander hebben getrokken, als ze eenmaal naast elkaar zitten, laten ze elkaar niet gauw los.
‘Daar hoef je toch niet voor te tongen?’ antwoordde ze wijs. ‘Maar je hebt dus wel gekust, zonder tong?’
‘Ja,’ zei ze – als ik me niet vergis met enige trots, alsof ze ooit zielige mensen geholpen had tijdens kerstnacht – ‘ja, dat heb ik wel gedaan, hoor.’
‘Dan ga je toch vanzelf met je tong naar binnen?’ probeerde ik nog, maar ze was al opgestaan om de thermoskan nog eens bij te vullen. ‘Jullie nog limonade?’ vroeg ze aan de kronkelende puberlichamen op de bank.
Na nog twee rondes koffie en limonade reden we hyper van de cafeïne en suiker in de auto van mijn moeder terug naar huis. Natuurlijk heeft ze weleens getongd, zeiden we nog eens overtuigd tegen elkaar. Mijn moeder zette de radio van haar oude Volvo aan en luidkeels zongen we de liedjes mee.

Pas nu ik in Berlijn zit, komt die zondagmiddag weer helder in mijn hoofd naar boven. Het tongverhaal staat symbool voor alle andere verhalen over seksualiteit van mijn oma waar vaak een preuts en weinig intiem beeld uit naar voren kwam. Als ik een vriendje had, vertelde zij dat ze direct met mijn opa had moeten trouwen nadat ze een keer uit waren geweest. Ze hadden nog niet eens hand in hand over straat gelopen. Dat ze verder nooit echt liefjes had gehad. Dat er in haar tijd ook helemaal geen leuke jongens waren. Ik vertel je dit niet omdat ik denk dat haar kinderleed een een-op-een verklaring is voor mijn verlangens, maar omdat ik me door de verhalen van mijn oma voor het eerst realiseerde dat mijn seksuele ervaringen individueel zijn. Zo anders dan die van haar. En dat ik niks te zeuren zou mogen hebben, met mijn vrije lichaam.

‘Do you remember being born?’ vraagt Beyoncé op het album Lemonade (2016) terwijl ze in de clip aangespoeld aan de kustlijn in het zand ligt, het oceaanwater knabbelend aan haar zoute huid. ‘Are you thankful for the hips that cracked? The deep velvet of your mother and her mother and her mother.’ Al die moeders, al die vaders. Het kan een heerlijk, maar ook moedeloos gevoel opleveren. Heerlijk, vanwege de veilige gedachte dat de dingen wel doorlopen, je bent maar zo’n klein onderdeel van het geheel, en: je komt ergens vandaan. Maar ook moedeloos, omdat we zo onwetend zijn over wat we precies doorgeven met onze verhalen en lijven. Niemand herinnert zich zijn eigen geboorte, maar wat schonk je moeder jou toen haar lichaam openscheurde om van een mens twee te maken? Ik laat de verhalen van mijn oma meestal aan me voorbijgaan, maar in hoeverre stammen mijn seksuele verlangens van haar af? Is er een vloek in mijn familiegeschiedenis die doorbroken moet worden, omdat het patroon zich anders oneindig blijft herhalen?

Lag het aan de omstandigheden van haar tijd dat mijn oma nooit heeft willen tongen? Is er in die tweeënvijftig jaar tussen haar en mij zoveel veranderd op het gebied van seksualiteit? Mijn broers en ik zijn opgegroeid met het beeld van tongende mensen op televisie. ‘Hoe oud was jij toen je voor het eerst tongde?’ was een van de meest gestelde vragen tijdens onze puberteit. Iedereen tongde. Dat het ook een optie is om dit niet te doen, was domweg nooit eerder in ons opgekomen. Of heeft mijn oma’s aversie persoonlijker redenen? En als het dat laatste is, wat zegt dat dan over haar relatie tot intimiteit? En misschien ook wel over die van mij? Kon – en kan – zij mannen, mensen, niet toelaten op deze intieme manier? Of was tongen voor haar zoiets als seks met een tuigje nu is: een nieuwe en spannende toevoeging voor de een onnodig en horror voor de ander?

Aan de andere kant, misschien zijn haar verhalen slechts zoete leugentjes. Misschien is het allemaal toneelspel, vindt ze dat niet-tongen meer bij haar reputatie past dan wel-tongen. Het moeten haast wel kleine leugentjes zijn, want jij weet ook wat voor ontzettende flirt mijn oma is. Tot ergernis van mijn moeder – die denkt dat mannen met haar alleen maar lachen in plaats van flirten – draagt mijn oma nog gerust een rood leren motorjack, lage decolletés en fladderende meisjesjurken. Haar lippen zijn vrijwel altijd gestift. En dat staat haar ook. Ze is het knapste oude meisje dat ik ken, een voorbeeld als het op zelfstandigheid en eigenzinnigheid aankomt. Ze flirt met hond, kind en kassajuffrouw. Het liefst gooit ze bij elke lach haar hoofd in haar nek. Van al dat flirten moet toch weleens een tongzoentje zijn gekomen?

Mijn moeder die denkt dat mannen met haar alleen lachen, en dat dit geen flirten is, mijn oma die met iedereen flirt, maar niet tongzoent. Heeft seksualiteit meer met tongzoenen te maken dan met lachen? Waar hebben we het in deze tijd eigenlijk over als we het over seksualiteit hebben?

Ik dacht altijd dat seksualiteit vanaf mijn tiende een rol begon te spelen: ik werd ongesteld, kreeg van mijn moeder een glitterpen en van mijn tante een kaart met daarop ‘gefeliciteerd’ omdat ik nu een vrouw was geworden, en vanaf dat moment werd mijn lichaam zichtbaar voor de wereld. Het werd me toen al duidelijk hoe machtig die zichtbaarheid was. Maar seksualiteit ‘kwam’ pas in mijn leven op mijn elfde, bij mijn eerste natte tongzoen op een grasveldje in een wijk verderop, en pas écht vanaf mijn ontmaagding.

Pas twee jaar terug vertelde iemand dat het typisch westers is om zo te denken. Bij seksualiteit denken we alleen aan seks, de fysieke handelingen. In de film Love (2015) krijgt het mannelijke hoofdpersonage van eind twintig door een wip buiten de deur een baby met de buurvrouw (strakke blonde pony) en verliest daardoor tot zijn verdriet zijn grote liefde (mysterieus donkere haarbos, spleetje tussen haar tanden). Pas later in de film komen we er als kijker achter dat aan de vrijpartij tussen hem en de buurvrouw nog een trio met haar en zijn eigen geliefde voorafging, maar dit had zijn honger niet gestild; hij wilde meer, meer, meer en dus arrangeerde hij nog een geheime neukpartij met de buurvrouw alleen, waarbij het condoom scheurde. Op een bepaald moment denkt hij: ‘A dick has no brain, only one purpose: to fuck.’ Het is een karakteristiek van het westerse seks denken. Seksen doe je met je geslachtsdeel, en dat geslachtsdeel is een geval apart. Zijn gedachte komt vrijwel overeen met de Nederlandse uitdrukking ‘je pik achternalopen’.

In onze samenleving wordt seksualiteit meestal weggezet als een op zichzelf staand fenomeen, als iets wat alleen in bed gebeurt. De consequentie daarvan is dat mensen een ‘normaal’ leven hebben en daarnaast een seksleven; die twee zijn niet echt met elkaar verweven. Daardoor blijven we alleen seks kennen, en niet seksualiteit. Maar een pik is nooit een pik an sich, een clitoris staat nooit op zichzelf: ze horen bij een hart, een buik, een hoofd.

Gaspar Noé, de maker van de film, zei achteraf in een interview ironisch genoeg dat hij als een van de eerste heeft geprobeerd met Love ‘sentimentele seksualiteit’ neer te zetten. Zijn uitspraak impliceert dat seksualiteit ook iets is wat zonder gevoelens, cultuur, geschiedenis – zonder invloeden – zou kunnen bestaan.

Seks kan misschien nog wel een puur fysieke activiteit zijn – seks zoals we die kennen uit porno, geregisseerde seks, al komt zelfs daar de complexiteit van twee of meer mensen, van de wereld, bij kijken – maar seksualiteit is altijd verbonden met gevoelens, met hormonen, met politiek, met aangeleerde gedachten en verlangens, met een context, met mensen, een wereld. Het kan soms lijken of seks iets zegt over iemands identiteit, maar het zegt vaak meer over alles daaromheen. Een pik zelf is dus eigenlijk even onschuldig als hij eruitziet. Hij heeft echt geen pootjes waarmee hij zijn eigen weg kan gaan.

Dit stuk is geschreven door Daan Borrel voor Mister Motley in opdracht van ArtEZ Studium Generale. Het artikel is ter voorbereiding op de leesgroep van 9 januari 2019: De Kunst van het Feminisme met Daan Borrel

“Elke vrouw worstelt met de ruimte die ze mag innemen” – een interview met Rajae El Mouhandiz & Wieke ten Cate

In 2018 over de positie van de vrouw, het gevoel vrouw te zijn, te praten in kunst brengt zo zijn valkuilen met zich mee. In deze tijd van zowel activistische bewegingen zoals #Metoo als de opkomst van grote bedrijven die in engagement vooral een sales-truc zien, kan het onderzoeken van vrouwelijkheid in de kunsten tot een met eenzelfde soort aannames doordrenkt proces verworden. Het levensverhaal van kunstenaar, muzikant, zangeres en filmmaker Rajae El Mouhandiz’ leent zich voor een hoop van die aannames: de oversteek van haar familie van een klein Marokkaans dorp naar Nederland, de jeugd in een Osdorpse flat, het schipperen tussen twee culturen, het moeten vechten voor haar vrijheid kunst te maken. Grote kans dan ook dat je van El Mouhandiz de alom bekende vertelling over uitsluiting en discriminatie verwacht, het “migrantenverhaal” zoals ze het zelf noemt, maar dat gaat in haar nieuwste voorstelling Thuis, Ontheemd #2, tot stand gekomen in samenwerking met regisseur Wieke ten Cate, niet gebeuren.

El Mouhandiz, die in 2017 een nieuwe makers-subsidie kreeg van het Fonds Podiumkunsten, wilde zich focussen op een nog groter thema dan “de migrant”: vrouw-zijn. In haar vorige voorstelling, Thuis, Ontheemd, nam El Mounadiz het concept thuis onder de loep. Waar voelen we ons thuis en waar juist niet? Waar hangt dit vanaf en hoe gaan we hiermee om? El Mouhandiz sprak voor Thuis, Ontheemd met bewoners van het Laakkwartier in Den Haag: mensen met verschillende achtergronden die nieuw waren in de wijk, in Nederland, of er juist al hun hele leven woonden, een stad zagen veranderen.

‘Ik heb toen met zo veel mensen gesproken en voor iedereen was het thuisgevoel hetzelfde: een emotie, een gevoel geliefd en geaccepteerd te worden. Maar als je over ontheemding of onthechting praat, is het voor iedereen een andere ervaring op andere plekken.’ Duidelijk bleek, aan de hand van die gesprekken, dat een gevoel ergens thuis te horen verbonden is aan het idee jezelf ergens te kunnen herkennen, in de mensen, spullen, geuren of soorten eten. Ontheemding werd dan weer ervaren als een clash met de wereld, een tijdelijke, onthutsende ervaring.

‘Ik wilde weten wat die ervaringen dan precies inhielden.’ Ontheemding, het gevoel niet verbonden te zijn met je omgeving, vindt voor mensen op verschillende manieren en niveaus plaats maar bleek ook een gevoel te zijn dat bij iedereen die ze sprak overeenkwam.

‘Je kunt je net zo goed inleven in de ontheemding van de oer-Hollandse vrouw die haar vertrouwde wijk niet meer herkent als in de Antilliaanse vrouw die zegt zich overal even thuis te voelen, ongeacht de plek, de mensen,’ legt El Mouhandiz uit. Misschien dat daarom de keuze is gemaakt de titel van het vervolg op die voorstelling niet aan te passen. Want Thuis, Ontheemd #2 gaat dan wel over vrouw-zijn, maar correspondeert alsnog met die schijnbare tegenstelling tussen onze binnenwereld en de buitenwereld, die symbool staat voor alle aannames waarmee we moeten omgaan. El Mouhandiz vertelt hoe ze dezelfde beperking van vrijheid in haar moeder zag, die in haar eentje haar kinderen moest opvoeden na gescheiden te zijn van haar man, als in Mia, de middenstandsvrouw die als vrijwilliger El Mouhandiz’ moeder les in de Nederlandse taal gaf. Hoewel de levens van deze vrouwen ontzettend verschillend waren, hadden ze beiden te maken met een wereld die hen niet toeliet zichzelf compleet te ontwikkelen.

‘Mia was misschien wel een geprivilegieerde vrouw, maar van haar werd verwacht dat ze thuisbleef nadat ze trouwde. Dat is net zo beperkend voor haar als mens als het oordeel dat door de Marokkaanse gemeenschap toentertijd over mijn moeder werd geveld omdat ze besloot te scheiden van mijn vader.’

Juist voor het vertellen van dat overkoepelende, verbindende verhaal over de realiteit van het vrouw-zijn, ging El Mouhandiz een samenwerking aan met theaterregisseur Wieke ten Cate. Ten Cate, die ook op onderzoekende manieren te werk gaat in het maken van haar voorstellingen en zich al eerder met het thema vrouw-zijn bezighield, hielp El Mouhandiz een voorstelling te maken die niet gedreven is door identiteitspolitiek, maar juist ontwapenend is in het feit dat het voorbij de tegenstellingen tussen mensen durft te gaan.

‘We hebben altijd als doel gehad een overstijgend verhaal te vertellen. Voorbij de stereotypes en bekende narratieven over vrouwen, juist door heel persoonlijk te blijven. Het ís ook moeilijk om te moeten navigeren in een wereld waarin je wordt beoordeeld op basis van je afkomst of seksuele voorkeur of genderidentiteit, maar we wilden voorbij die identiteitsclash gaan. Zonder oordeel het thema onderzoeken. Zo particulier als we voor Thuis, Ontheemd #2 hebben gewerkt, zo universeel is de voorstelling uiteindelijk geworden. En dat wilden we ook,’ zegt Ten Cate, ‘Het opentrekken, de gelijkenissen aantonen door juist diep in te zoomen.’ Zowel Ten Cate als El Mouhandiz benadrukken hoe belangrijk het voor ze was om niet een voorstelling te maken die aansluit bij de polariserende beweging die de politieke debatten op het moment maken. Of het nou over gelijke rechten voor vrouwen, migranten, lhbt’ers of andere mensen in een samenleving gaat, Ten Cate en El Mouhandiz geloven niet in een waarheid die maar vanuit één perspectief moet worden verteld. Daarom hebben ze zich gefocust op het inzoomen op persoonlijke verhalen van allerlei soorten vrouwen, waaronder dus El Mouhandiz’ moeder en adoptie-oma, om die veelheid aan perspectieven en verhoudingen tot het vrouw-zijn toe te laten.

‘Dit verhaal dat we hebben geconstrueerd, is groots omdat het in al zijn specifieke elementen verschillende mensen verbindt. Er is niet één verhaal over de Marokkaanse vrouw, één verhaal over de witte vrouw uit de middenklasse, de alleenstaande vrouw, de grootstedelijke vrouw, de oma, de puber met grote dromen. Door in te zoomen op de bijzonderheden van iemands leven trek je een persoonlijke ervaring groter,’ legt El Mouhandiz uit, ‘Ergens tussen de persoon die de maatschappij van ons verwacht dat we zijn, en de persoon die je tradities je leren te zijn, vindt je wie je bent,’ zegt El Mouhandiz, die zelf op haar vijftiende uit huis ging omdat ze, ondanks dat het haar door haar familie verboden werd, muziek wilde maken. Want je bent complex, lijken ze te zeggen, zo complex als je gevoelens, achtergrond en omgeving samen.

‘Elke vrouw worstelt met de ruimte die ze mag innemen,’ zegt Ten Cate, ‘Daarnaast wordt er maar een heel beperkt verhaal over de vrouw verteld. Ik ben niet met dezelfde bagage als Rajae opgegroeid, maar als we met elkaar spreken kunnen we op veel vlakken elkaar toch begrijpen. Dat is de gemene deler die vrouwen verbindt, daar wilden we ons op focussen.’

El Mouhandiz en Ten Cate nodigen het publiek in Thuis, Ontheemd #2 daarom uit om zelf conclusies te trekken over dat vrouw-zijn, de herkenning toe te laten waar die opspeelt, maar schuwen het afdwingen van een mening. Vrouw-zijn, lijken ze te zeggen, is iets wat net zoals een gevoel van thuis particulier is, maar hierom ook zo universeel. De betekenis van die identiteit heeft per persoon een andere herkomst, associatie en andere gevolgen, maar hierin is het ook cultuur overstijgend.  Niet omdat de maatschappij geen sporen achterlaat op een persoon, maar omdat de hokken waarbinnen we daarom over onszelf leren denken niet genoeg zijn om onze ervaringen oprecht over te brengen.

Dit stuk is geschreven door Simone Atangana Bekono voor Mister Motley in opdracht van ArtEZ Studium Generale. Het artikel is voortgekomen uit de onderzoekslijn en het programma HOME .

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Het is winter. Iedereen heeft het koud, we klagen erover, we zijn blij dat we vakantie hebben en tellen af naar het nieuwe jaar, waarin we allemaal opnieuw kunnen beginnen. We gaan het beter doen dit keer. En niet met behulp van voornemens, want we weten allemaal dat dát niet werkt. We hebben een hoop geleerd het afgelopen jaar en we komen met deze nieuwe inzichten beslagen ten ijs in 2019. Dat is het plan tenminste.

Als je nadenkt over het abstracte begrip ‘oud en nieuw’, dan kun je zeggen dat het gaat om een tegenstelling. Als ik eerlijk ben, en als je mijn eerdere blogs dit jaar hebt gelezen snap je dat, moet ik bekennen dat ik niet zo goed ben in tegenstellingen. Ik ben zelf geen man en geen vrouw, ik heb niet het idee dat de ene persoon bijzonder is en de andere gewoon, en bij nader inzien geloof ik ook niet in vroeger en nu. Ten minste, in de zin van dat het ene beter is dan het andere.

Over het begrip ‘oud en nieuw’ begrijpen we allemaal dat we zonder 2018 geen 2019 zouden hebben, maar we vergeten vaak dat dit ook op onszelf slaat. Wanneer ik bijvoorbeeld kijk naar de ontwikkeling van mijn genderidentiteit, is het makkelijk om te zeggen dat, nu ik heb gevonden wie ik ben, vroeger mezelf niet was. Niet kón zijn zelfs, omdat ik er de woorden en de (beeld)taal nog niet voor had. Maar ik denk dat het anders zit. Ik denk dat het er altijd al zat, dat ik het altijd al ben geweest, omdat ik simpelweg ‘ik’ ben. En net zoals je in een Amerikaans flatgebouw eigenlijk ook niet de dertiende etage kunt overslaan door hem een andere naam te geven, kan ik ook niet doen alsof ik, toen ik nog een andere naam had en een ander ‘label’, niet de persoon was die ik ‘echt’ ben.

Ik geloof namelijk in de transformatieve kracht van mensen en ik geloof ook dat we, om te kúnnen veranderen, door situaties en processen heen moeten waar we ons niet altijd even prettig bij voelen. Daarmee wil ik niet zeggen dat pijn, of lijden, erbij hoort, want dan zou ik stellen dat je je erbij neer moet leggen, terwijl ik altijd een voorstander ben van vechten tegen een oneerlijke situatie. Wat ik bedoel is dat, voor het geval je in een pijnlijke positie zit, je moet weten dat jij de enige bent die weet wat goed voelt en wat echt is en dat je daarop moet vertrouwen. Niemand mag je vertellen dat je eerder niet goed genoeg was, of dat je nog niet goed genoeg bent en al helemaal niet dat je het nooit zal worden, want dat is simpelweg niet waar. In alle fases van je leven ben je jezelf, met hoeveel vraagtekens dan ook, en dat is altijd goed genoeg.

Als ik nadenk over wie ik was aan het begin van dit jaar, en wie ik het jaar daarvoor en het jaar daarvoor was, dan kan ik niet ontkennen dat ik ben veranderd. Eerder was ik iemand die eerder hun mond zou houden dan zonder schroom te vertellen waar hun mee bezig was. Ik schreef over dingen die mij aangingen en gebruikte vooral mijn eigen leven als referentiekader. Nu heb ik ontdekt dat ik een redelijk extraverte kant heb, waarmee ik me kan inzetten voor dingen die groter zijn dan mijzelf. Ik schrijf nog wel verhalen, maar ik ben nu vooral bezig met het opzetten van een platform, zodat andere schrijvers, met een (intersectionele) queer identiteit, een veilige plek hebben om hun werk te publiceren en hun stem te laten gelden. Ik heb tegelijkertijd met mijn ontwikkeling in het opkomen voor anderen ook geleerd dat ik soms helemaal niet hoef te spreken. Dat soms mijn eigen privileges me juist in de weg zitten bij dat opkomen voor anderen, omdat die ‘ander’ (wanneer is iemand een ‘ander’, dat is de grote vraag) vaak helemaal niet zit te wachten op iemand die invult wat diegene nodig heeft. Dat weet diegene namelijk zelf veel beter.

Sla dus vooral mijn ‘Happinez’-adviezen van daarnet in de wind en bepaal lekker zelf waar je zin in hebt. Het is 2019. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Dit is de laatste blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

 

VII. Een brief

Beste Mark,

 

Allereerst zal ik mezelf voorstellen, want u kent mij niet. Mijn naam is Willemijn Kranendonk en ik woon in Arnhem. Ik ben drieëntwintig jaar oud, zit op de kunstacademie en volg de opleiding Creative Writing. Deze studie leert mij schrijven, proza tot poëzie en meer. Het is vrij breed. Momenteel zit ik in het vierde jaar, dus ik ben bezig met mijn afstudeerwerk en onderzoek. Mijn onderzoek gaat over schrijver en activist zijn, voor mijn eindwerk schrijf ik poëzie.

Ik schrijf deze brief in het kader van mijn onderzoek. Want ik ben straks schrijver en activist, en ik vind het gek hoe deze twee dingen elkaar uit lijken te sluiten. Als schrijver zit je (vaak) alleen na te denken, te lezen en te werken. Als activist mobiliseer je mensen, ben je op straat aan het protesteren of ben je bij lezingen om na te denken over tendensen en hoe je daarop kunt anticiperen. Ik wil mijn schrijverschap en activist-zijn eigenlijk verenigen, ik wil zorgen dat het één geheel wordt, dat ik straks een activistische schrijver ben.

Deze brief is hopelijk het begin van een manier om ‘iets te doen.’ Dat klinkt vaag, maar ik heb vaak een heel machteloos gevoel. Er zijn zoveel dingen waar ik me zorgen om maak, maar ik kan er vrijwel niets tegen doen. Ik zit dan weer in mijn eentje na te denken over wat ik kan doen, ik ga naar een protest of probeer door met mensen in gesprek te gaan hun ideeën te veranderen, maar ik zie dan niet gelijk resultaat. Dat is eigenlijk de reden dat ik dit nu schrijf. Ik weet bijna zeker dat dit op korte termijn ook niets verandert, maar op deze manier kan ik u in ieder geval een aantal vragen stellen, want dat kan niet via een andere weg.

Dit gaat niet over mijn persoonlijke situatie. Op de site van Rijksoverheid staat dat u niet kan ingaan op mijn persoonlijke omstandigheden en dat vraag ik ook niet. Ik hoop eigenlijk vooral dat u dit leest, dat u mijn woorden leest en er iets van vindt, omdat uw aandacht het begin kan zijn van iets groters.

Ik ben een vrouw, zoals u waarschijnlijk uit mijn naam kon afleiden en ik denk er vaak over na of ik mijzelf wil voortplanten. Ik heb een baarmoeder en word maandelijks ongesteld, ik denk dat ik vruchtbaar ben. De voornaamste reden dat mensen kinderen willen, is denk ik omdat er dan iets op deze wereld is dat op jou lijkt en waar je onvoorwaardelijk van kunt houden. Het lijkt mij menseigen om van iemand te willen houden, houden-van geeft je een doel, een mogelijkheid om ergens voor te leven. Ik wil dus wel kinderen, maar ik vraag me af of het humaan is om mijn kinderen op te laten groeien in een land waarvan ik niet weet of het er over honderd jaar nog is. Ik ben namelijk bang dat we te laat zijn met het klimaatakkoord, ik ben bang dat het al zeker is dat er een ecologische ramp gaat plaatsvinden. Ik wil in deze brief niet allemaal bronnen aanhalen, omdat ik juist denk dat de theoretische aanpak niet werkt. Er zijn heel veel artikelen gepubliceerd waar ik mijn angst op baseer en die heeft u vast gezien en gelezen, u bent tenslotte de minister-president. Ik wil kinderen, maar is het eerlijk tegenover hen dat ze er niet voor kiezen geboren te worden en het niet eens zeker is dat ze veilig zijn?

Bent u bang voor de toekomst? Ik wil graag weten wat voor een mens u bent, Mark. Waar denkt u aan als u uw eerste slok koffie neemt ’s ochtends?  Is de reden dat u politicus werd omdat u zich zorgen maakte? Of omdat u het niet eens was met het discours van ons land?

Stoppen met het eten van vlees en andere dierlijke producten helpt tegen klimaatverandering. Ik eet zoveel mogelijk veganistisch omdat ik wil dat de volgende generatie ook een plek heeft om te leven. Ik keur dierenleed af en vind dat alle dieren die gefokt worden lijden.

Laatst was ik bij een protest van The Save Movement The Netherlands. The Save Movement gaat naar slachthuizen, houdt daar vrachtwagens aan met dieren erin, om de dieren voor de laatste keer water en eten te geven en ze om vergeving te vragen voor ze worden geslacht. We waren bij een halal slachterij in Zaandam en er kwamen schapen binnen. Het was een klein slachthuis waar we zelfs binnen mochten kijken, een unicum. Het is gek dat niet de dieren, de blikken in hun ogen of de messen die aan de muur hingen mij het meeste zijn bijgebleven. Wat me het meeste is bijgebleven is de geur die in het slachthuis hing. Een geur van fabrieksmatige dood, alcohol en een zoet, goedkoop schoonmaakmiddel. Het hing in mijn kleding toen ik in de trein terug naar Arnhem zat en het maakte me misselijk.

Vorige week was ik naar een lezing van Edouard Louis, een witte Franse homoseksuele schrijver. Hij schreef Weg met Eddy Belleguele, De geschiedenis van het geweld en Ze hebben mijn vader vermoord. De lezing ging vooral in op de positie van de arbeider. Zijn boeken gaan hier deels over en hij sprak heel bevlogen over de rol van literatuur in onze samenleving, wat hij denkt dat literatuur moet en kan doen. Ik moest denken aan hoe ver weg de politiek voor mij voelt. Ik kan op een partij stemmen die deels mijn ideeën deelt, om vervolgens te hopen dat ze de voor mij belangrijke punten behartigen in de discussies en stemmingen. Het voelt ver weg en waarschijnlijk nog verder weg voor de ongeschoolde arbeider. Ik kan op deze manier proberen woorden te vinden voor mijn gevoelens van wanhoop, maar zij kunnen dat niet.

Wat het nog moeilijker maakt, is denk ik dat vrijwel alle mensen in de politiek wit, theoretisch opgeleid en man zijn. Ik ben wit, een vrouw en ook vrij theoretisch opgeleid en toch voel ook ik me niet gerepresenteerd. Hoe komt het dat onze leiders vrijwel allemaal witte mannen zijn? Er zijn mensen die denken dat het ligt aan de minderheden zelf, maar dat geloof ik niet. Ik denk dat de staat de verantwoordelijkheid heeft om iedereen te betrekken bij het invullen van een divers kabinet, juist om de polarisatie tegen te gaan.

Ik maak me vaak zorgen om het opkomen van rechts, over xenofobie en seksisme. Ik lig er wakker van, en ik voel me boos worden nu ik dit schrijf, want waarom zijn er niet meer landelijke acties tegen deze dingen? Waarom zijn we zo verdeeld? Natuurlijk zijn we verschillende mensen met andere achtergronden en ideeën, maar we zouden toch samen moeten werken en niet tegen elkaar? Ik vraag me af hoe u hierover denkt. Hoe moeten we dit oplossen? Ik weet niet of het zin heeft om opnieuw tot een compromis te komen, want geweld tegen migranten, homo’s en anderen is niet oké. Daar bent u het mee eens, toch?

Dit is mijn sprong in het diepe. Ik weet niet of u dit gaat lezen, of u gaat reageren, ik hoop het. Ik wil iets doen, Mark. Ik wil niet dat er zoveel armoede, haat en leed is. We zouden toch een goede samenleving moeten kunnen opbouwen. Ik ben zelf geen VVD’er en zal dat ook nooit worden, maar we moeten het met elkaar doen. U bent nou eenmaal de minister-president van Nederland en ik een Nederlander.

Ik kijk uit naar uw reactie.

 

Met vriendelijke groet,

Willemijn Kranendonk

 

Dit was mijn laatste blogpost. Het afgelopen jaar heb ik naar antwoorden gezocht omtrent seksualiteit en activisme. Ik schreef over theatervoorstellingen, boeken, nam interviews af en kwam erachter dat voor mij seksualiteit valt of staat bij rust. Ik heb rust nodig om na te kunnen denken en ook om seks te hebben. Hoe drukker ik ben, hoe minder ik deze dingen kan. Deze laatste brief aan Rutte is een manier om aandacht te vragen voor dingen waar ik me zorgen om maak. Het is de afsluiting van mijn serie. Bedankt voor het lezen.

Home, scenery

Angry Wi(n)dows Setting #2, 2018, installation

 

Gevolg gevend aan het verzoek van mijn architecten vriend A. – te lezen in Blog 1 No One Home – vond ik een brief in het archief waarin zijn zoon Lieven een kritische noot maakt bij de correspondentie tussen A. en zijn vrouw.

Mij overviel niet alleen een unheimisch gevoel bij het lezen ervan maar ook bij het feit dat hij kennelijk zijn zoon al veel eerder vroeg zijn archief te doorzoeken. Ik had gehoopt de eerste te zijn die in zijn paperassen mocht rommelen.

Ik gaf Lieven groot gelijk in de kritiek op zijn vader.

Die had namelijk in zijn eerste brief naar hun nieuwe onderkomen aan het andere eind van de wereld niet gevraagd hoe het zijn vrouw Anna en Lieven verging maar had haar een droge vragenlijst gestuurd met het dringende verzoek de vragen te responderen.

Toen ik echter de vragen onder ogen kreeg en deze, weliswaar met lichte schaamte, zelf ook poogde te beantwoorden, kreeg ik sympathie voor dit zogenaamde reageerpapier. Het leverde een aantal mooie associaties op die me nog lang bij bleven en inspireerden. Ik zou zeggen, beste lezer, doe zelf ook een poging en vul de vragen in.

En mocht iemand de behoefte hebben aan het delen ervan, het staat vrij de antwoorden te mailen naar a.andhisarchive@gmail.com. Ik zal deze dan toevoegen aan A’s archief, als kanttekening uit het heden.