Familiemens

Iets meer dan een week geleden is mijn oma overleden en ik voelde me eerlijk gezegd vooral schuldig. Door verschillende omstandigheden heb ik de afgelopen jaren niet zoveel contact gehad met ‘mijn moeders kant’. Eerlijk gezegd ben ik al een jaar of vier niet op mijn oma’s verjaardag geweest, noch ben ik kerst komen vieren, noch kwam ik paaseieren zoeken. Dat komt niet doordat ik mijn oma stom vond, integendeel. Maar het gebeurde gewoon niet, en dat is iets waar ik nu spijt van heb. Ik dacht dat ik door mijn persoonlijke (psychische) omstandigheden geen ruimte had voor mijn familie. Dat ze te veel zouden vragen en mijn energievoorraad zouden opslurpen wanneer ik af zou reizen naar het dorp waar mijn familie woont. Eigenlijk was ik vooral bang om afgewezen te worden (om wat ik ben: genderqueer) en durfde daarom niet te komen. Die afwijzing had ik zelf bedacht, maar hij leek me zo aannemelijk dat ik niemand van mijn familie de kans heb gegeven om het tegendeel te bewijzen.  Dat kon ik me niet voorstellen. Dat kun je niet als je je rot voelt. Een ongelukkig mens is, of-ie het nu wil of niet, egoïstisch.

Mijn oma was dat niet. Ze was een lieve vrouw, voor zover ik weet, en dol op kinderen. Ze noemde ze ‘het kleine volkje’ en tot op het laatst maakte niets haar gelukkiger dan zo’n dreumes in de buurt te hebben. Ik denk dat ouderdom en misschien ook wel ziekte zulke fundamentele eigenschappen uitvergroten. En ik vraag me af hoe dat later bij mij zal zijn.

Ik denk niet dat ik een grote familie zal hebben, want ik denk niet dat ik kinderen op de wereld zal zetten. Dat komt vooral door de manier waarop deze witte westerse wereld kijkt naar ouderschap. Of in mijn geval naar ‘moederschap’, want ik zal (wanneer ik met een buggy rondloop) waarschijnlijk grotendeels worden gelezen als ‘moeder’ en niet als ‘ouder’. Ik voel me op dit moment in mijn leven (en ik hoop dat het ooit zal veranderen) niet fijn genoeg in mijn lijf en in mijn identiteit om niet te worstelen met de manier waarop anderen me waarnemen. En daar bovenop durf ik niet altijd te vertrouwen op het goede in de mens, dat die in staat is zijn eigen denkbeelden aan de kant te zetten of zelfs te veranderen, wanneer iemand daarom vraagt. Dat is niet per se eerlijk van me, dat is angst.

Ik ben wat dat betreft ook niet eerlijk geweest tegenover mijn familie. Ik ben weggebleven om iets te vermijden wat helemaal niet gebeurde. Het blijkt, zelfs in gelukkige tijden, lastig om realistisch te zijn in het beantwoorden van de vraag waar ik me veilig kan en mag voelen.

Tijdens de begrafenis van mijn oma heb ik al mijn familieleden omhelsd en was het net zo vertrouwd als vroeger. Mijn moeder had iedereen al op de hoogte gesteld van mijn naamsverandering en niemand maakte ook maar één fout. Heel af en toe versprak iemand zich met mijn voornaamwoord, maar telkens verbeterden ze zichzelf. Iedereen deed enorm zijn best en ik voelde me thuis en zelfs trots op mijn familie.

Ik voelde me aan het einde van de dag schuldig dat ik niet eerder tot dit inzicht was gekomen, en dankbaar voor het feit dat ze me niets verweten. Ze waren gewoon blij dat ik er was. En ik ben op mijn beurt blij dat zij er zijn. En dat mijn oma er is geweest om ons allemaal op de wereld te zetten, om voor ons te zorgen en om paaseieren mee te zoeken.

Dit is de zesde blog van Lot Veelenturf voor #DiversityStories.

VI. Activisme

De zomervakantie is voorbij. Ik zit weer in de mediatheek van de academie te werken en de stapel met boeken die ik wil gaan lezen is gestaag aan het groeien. Dit is mijn afstudeerjaar, over pak hem beet negen maanden ben ik klaar met mijn opleiding Creative Writing.

Ik schreef al eerder dat ik het gevoel heb dat ik van alles moet. Ik moet naar veel evenementen om te netwerken, elke dag schrijven, uitgaan want mijn leeftijdsgenoten doen dat ook, drugs gebruiken, sporten, gezond eten en ga zo maar door. Vorige week voelde ik me verlamd. Ik zat na te denken over de verplichtingen die ik heb en hoe mijn weken eruit zouden gaan zien en kwam erachter dat het nu al zo vol was dat ik nauwelijks tijd had om te schrijven. Ik raakte in paniek, en het was alsof alles waar ik zo blij mee was in de zomer in één keer door de wc werd gespoeld. Deze zomer was er tijd en ruimte, ik heb gelezen, ik heb nagedacht, ik ben met Krul geweest en er leek geen einde te komen aan de dagen waarop we samen helemaal niks deden.

Dit jaar ga ik verder met mijn onderzoek naar seksualiteit, vrouw-zijn en feminisme en er is wat bijgekomen, namelijk dat ik ook het activisme wil onderzoeken. Ik denk vaak: ik kan wel lekker vanachter mijn laptop schrijven over problemen, maar dat lost niets op. Ik moet ook iets gaan doen. Er zijn veel acties van dierenrechtenactivisten waar ik aan mee wil werken, omdat ik ook echt iets wil toevoegen en veranderen. En de bio-industrie gaat me aan het hart. Ik eet nu een jaar veganistisch en dat heeft mijn kijk op hoe wij dieren mishandelen veranderd.

Dat gevoel van iets doen, dat is ook precies wat me in de weg kan zitten. Ik dacht tijdens mijn inzinking vorige week aan alle dingen die ik zo graag wil doen dat ik geen tijd meer heb om te ademen en eerder schreef ik al over hoe belangrijk rust is, hoe nodig het is om je fijn te voelen. Om zin te hebben in seks, om na te kunnen denken over seksualiteit, over mijn rol als lesbische schrijver. Daarom heb ik besloten met een aantal dingen te stoppen, zodat ik alleen naar school en naar mijn werk hoef. Zodat ik dit jaar kan focussen op wat ik wil maken, wat ik wil vertellen.

Deze week was er een avond van Studium Generale en boekhandel WALTER genaamd The Art of Feminism, How To Move From ‘I’ To ‘we’? Het ging over de manier waarop, zoals de titel al zegt, je je als individu kan verbinden aan een groep om zo een verschil te kunnen maken. Hier ging het dus ook over activisme. Eén van de sprekers was Adeola Enigbokan, kunstenaar en urbanist. In het nagesprek vertelde een groep studenten dat ze strijden voor trigger warnings bij heftige films die tijdens college worden getoond, zodat studenten met bepaalde trauma’s de les kunnen verlaten. Adeola antwoorde dat de groep zich niet op de warnings zou moeten richten, maar op het feit dat zoveel studenten mentale problemen hebben, want dat is waar het echt over gaat. En dat zette me aan het denken. Ik vond het interessant en ook inspirerend hoe zij ons allen toesprak, met overgave en met het idee dat als je je verenigt je ook echt iets kunt veranderen.

Ik hoop, door te schrijven en in actie te komen, een antwoord te vinden op de vraag hoe ik zelf de veranderingen die ik voor ogen heb kan bereiken.

Dit is het zesde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.

OPEN CALL: PODCAST DIVERSITY STORIES #2

Altijd al een podcast willen maken? Of wil je je verhaal over diversiteit delen? Dit is je kans!

Alle verhalen over diversiteit zijn welkom. In een vorm die jij kiest. En iedereen mag meedoen.

Dus, maak jij je boos over zaken als intersectionaliteit en white privilige?
Voel jij je in je hemd staan sinds Thomas Piketty of Doughnut Economics van Kate Raworth?
Of wil jij je persoonlijke verhaal over gender of feminisme delen?
What about diversiteit in denken en geloof?
Of op het gebied van landbouw en voedselproductie?
ArtEZ wil graag een inclusieve omgeving zijn voor studenten, wat is jouw kijk daarop?

Ervaring is niet belangrijk, enthousiasme wel. En heb je nog geen idee maar ben je wel nieuwsgierig? Meld je gerust aan.

Interesse? Meld je z.s.m. aan bij Fleur Bokhoven (f.bokhoven@artez.nl). En kom woensdag 3 oktober naar de kick-off (18.00 – 20.00 uur).

Diversity Stories is een samenwerking tussen ArtEZ studium generale en Dennis Gaens (schrijver, radiomaker, docent Creative Writing).

Out of office

Ik hoop dat je een fijne vakantie gehad hebt. Ik hoop dat je hebt gereisd en nieuwe mensen hebt ontmoet en nieuwe ervaringen hebt opgedaan. Misschien ben je deze zomer naar Frankrijk geweest, op bezoek bij een gepensioneerd familielid dat een huisje heeft in de streek rond Marseille. Misschien heb je zes weken in je eentje rondgetrokken door Azië of heb je met je vrienden een stedentrip gemaakt naar Berlijn. Ik heb geen spannende zomer gehad. Ik heb gekampeerd op Schiermonnikoog en ik heb gezwommen en gelezen en eenmaal thuis heb ik te veel Netflix gekeken en vooral niet nagedacht over mijn genderidentiteit. En het was heerlijk.

In haar Netflix-special Nanette heeft comédienne Hannah Gadsby het over een discussie over gender-labels. Deel van de grap is haar uitspraak over hoe ze zichzelf dan identificeert: als tired. Dat begrijp ik. Komend jaar ga ik afstuderen aan mijn studie Creative Writing en ik probeer me mentaal voor te bereiden. De komende vier maanden gaan compleet in het teken staan van het schrijven van mijn scriptie (over de representatie van non-binaire en transgender personages in naoorlogse Nederlandstalige fictie) en de rest van het jaar zal ik werken aan mijn eindwerk: een novelle met een non-binair hoofdpersonage. Ik vrees dat ik een tijdje niet zal kunnen ontsnappen aan het onderwerp gender en dat is oké. Het is zelfs belangrijk en nodig. Maar het is ook vermoeiend om iedere dag mee bezig te zijn. Daarom stel ik mezelf deze zomer geen vragen over hoe ik me identificeer, hoe andere mensen me zien, of waarom ik me voel zoals ik me voel. Ik heb vakantie.

Het is niet dat ik mensen niet zie kijken bij het toiletgebouw of niet hoor fluisteren op het terras.
Het is niet dat ik, wanneer ik het brede strand van Schiermonnikoog op loop, me niet afvraag waarom de wereld zo in elkaar zit dat we met z’n allen vinden dat mensen met borsten een bikini moeten dragen.
Het is niet dat ik me niet schaam voor mijn hoge stem wanneer ik moet inchecken bij de campingbalie. Maar ik kies ervoor om die gedachten niet de overhand te laten nemen. Ik voel ze in me opkomen, luister er even naar en parkeer ze dan, om er later naar te kijken.

Ik besef dat ik ontzettend gepriviligeerd ben, want niet iedereen kan dat zomaar zeggen. Ik heb de mogelijkheid om me terug te trekken, omdat ik nog steeds word gelezen als een cisgender vrouw en omdat mensen die identiteit vaak niet als aanstootgevend ervaren. Al is het niet fijn, want een vrouw ben ik nog steeds niet. Ik kies er alleen tijdelijk voor om te proberen me geen zorgen te maken over hoezeer dat feit niet lijkt te passen in deze wereld.

Dat kan alleen maar door je wereld ontzettend klein te maken. Zo klein, dat je de rest nauwelijks waar kunt nemen. En in dat ingezoomde Erik of het klein insectenboek-wereldje is alleen plaats voor een paar mensen. ‘You are going to need to find your freak family’, zegt Ivan Coyote, auteur van Tomboy survival guide. Mijn freak family zijn mijn vriend en mijn kat en mijn bank en mijn laptop met een ononderbroken marathon van onze favoriete serie. En het verkoelende getik van regen tegen het raam na een gloeiend hete zomer.

Dit is het vierde blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

V. Pride

In juni schreef ik over Seks en leugens van Leïla Slimani. Ik zei dat ik dankbaar ben dat ik in een land woon waar homoseksualiteit niet verboden is, dat krul en ik samen kunnen wonen en dat ik de kans krijg om deze blogs te schrijven, dat ik over mijn seksualiteit mag schrijven. Daar ben ik blij mee, maar ergens krijg ik een gek gevoel als ik over mijn seksualiteit nadenk. Ik ben lesbisch en ik heb een vriendin, maar het woord ‘lesbisch’ voelt raar en dat wij twee vrouwen zijn daar denk ik heel vaak niet over na, omdat het zo normaal is voor mij. En natuurlijk is het goed dat ik er niet over na hoef te denken, maar ergens voelt het alsof ik daarmee iets negeer. Want het is ook bijzonder dat ik met een vrouw ben. Net als dat liefde tussen alle soorten mensen bijzonder is.

Ik heb het gevoel dat lesbisch zijn vaak wordt gezien als een veredelde vriendschap en niet meer dan dat. Er is weinig representatie van lesbische vrouwen en er zijn meer instanties voor homomannen dan voor lesbische vrouwen. Ik ken wel tien boeken over homomannen en een stuk minder over vrouwen. Mijn Honours Programme onderzoek ging hier ook over: representatie van de lesbische vrouw en hoe ik daar als schrijver mee om moet gaan. Ik wist niet goed of ik vanuit een vrouw durfde te schrijven omdat ik bang was in clichés te vervallen of omdat het niet belangrijk genoeg is om over te schrijven omdat er zo weinig over geschreven en over gemaakt wordt. Alle boeken over lesbische vrouwen die ik las zijn twintig jaar oud en er zijn bijna geen Nederlandse films over gemaakt.

De nieuwe serie ANNE+ gaat over een lesbisch meisje in Amsterdam die haar ex tegenkomt en terugkijkt op alle relaties die ze heeft gehad. Ik had de kans de preview te zien en het was een verademing. Opeens wist ik waar ik in mijn hele Honours Programme onderzoek naar opzoek was geweest: een personage dat op mij lijkt, niet een beetje, maar heel veel. Iemand aan wie ik me kon optrekken, iemand die ook op vrouwen valt en daar oké mee is en naar haar plek in de wereld zoekt. ANNE+ gaf me het gevoel dat het ook iets is waar je trots op mag zijn. Ik had zo graag gewild dat ik deze serie had gezien toen ik veertien was, zodat ik wist dat het niet raar was wat ik voelde en dat ik niet met mannen was gaan daten omdat ik dacht dat het moest. Terwijl ik in de zaal zat werd ik ook overspoeld met een gevoel van eenzaamheid. Opeens wist ik dat ik iets heel erg had gemist, dat er een soort leegte was die ik eerder niet onder woorden kon brengen omdat ik niet wist dat ik een leegte voelde. Maar die representatie, dat gevoel dat je ergens bij hoort, dat je niet alleen bent, dat er meer meiden zijn als jij, dat had ik zo graag zoveel eerder willen zien. Ik ben lang bezig geweest met het uitvogelen van mijn seksualiteit. Ik geloof niet dat ik niet hield van de jongens met wie ik was, maar er klopte iets niet. Het werkte niet, ik was altijd teleurgesteld en boos. Als ik eerder had geweten dat ik lesbisch ben en dat het oké is om af te wijken van de hetero normatieve norm was het waarschijnlijk makkelijker geweest.

Het is oké dat mijn leven is zoals het is. Ik ben met Krul en nu op de plek waar ik graag wil zijn. Met een vrouw. Ik voel dat het belangrijk is dat er meer positieve verhalen komen over op vrouwen vallen en ik wil me daarvoor inzetten. Want als ik door ANNE+ zo overrompeld werd, ben ik daar vast niet de enige in.

Eén essay uit mijn Honours Programme onderzoek werd gepubliceerd op zijaanzij.nl

Dit is het vijfde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.

Keukentafelgesprekken

Niets zo cliché als de woorden ‘home is where the heart is’. Misschien zijn ze daarom juist wel waar. Maar boeiender is de vraag achter het gezegde. Wat maakt dat je hart ergens ligt? Wat of wie is daarvoor nodig? De antwoorden zijn eindeloos, maar het gedachte-experiment levert mooie aanknopingspunten op voor een zoektocht naar wat ‘home’ kan zijn.

ArtEZ studium generale startte in mei de Kitchen Table Conversations: HOME. Maandelijks komt een groep studenten en docenten van verschillende opleidingen samen om iemands tafel. We schuiven aan, eten soep, drinken wat en praten over het thema thuis, in al zijn facetten. En dat zijn er veel. Wat we onder het begrip ‘home’ verstaan is voor iedereen anders. Is thuis hetzelfde als huis? Is het een afgebakende plek, een gevoel in je lijf, een gedeeld verleden, iets in je herinnering? Een gebied, imaginair of tastbaar, dat je hebt moeten bevechten of waar je juist ongewenst bent beland?

Het meest interessant aan de vraag wat thuiszijn betekent, is de keerzijde ervan. Wat als het schuurt? Wat als je je niet en nergens thuis voelt? Via deze ontkenning kun je ‘home’ misschien wel het beste benaderen. En natuurlijk vanuit de persoonlijke achtergronden en diverse kunstdisciplines, want dat maakt dit keukentafelgesprek zo boeiend.

Voor de eerste bijeenkomst werd iedereen gevraagd een foto mee te nemen van dat wat je associeert met thuis. Ik koos voor een van de dingen die me direct te binnen schoten: mijn boeken. Tegen elkaar aan geschoven op planken in een kast, gegroepeerd in kleine stapels op de leestafel, met de kaften naar voren op een richeltje tegen de muur. Ze wonen in mijn huis, maar soms woon ik een beetje in hen. Zoals die keer dat ik alleen naar Ierland ging en een roman van Doeschka Meijsing als reisgenoot had. Ik verdween erin op tussenmomenten – tijdens lunch bij een food shop in Cork, en op een bankje aan de river Lee. Een boek als tijdelijk toevluchtsoord.

Van de meeste boeken weet ik waar ik ze gelezen heb en waarom. Hun inhoud (verhalen, theorieën, ideeën) heeft invloed op hoe ik tegen de wereld aankijk. Daarom is het mij een raadsel waarom sommige boekenkasten zijn gesorteerd op kleur. Zodra de kaften van boeken decoratie worden, voel ik me in een woonkamer niet meer thuis. Dan klopt er iets niet, dan schuurt het.

De Franse auteur George Perec bestudeert in Espèces d’espaces* (1974) zijn dagelijkse leefomgeving. Het startpunt zijn de woorden die hij diagonaal over de bladzijde plaatst. Daarna brengt hij steeds een beetje meer in kaart: het bed van waaruit hij schrijft, de kamer, het appartementengebouw, de straat, de stad, en steeds verder. Hij tast af, associeert, breidt uit en zoomt in op de kleinste details. Perec legt verbanden tussen allerlei ruimtes, ook de denkbeeldige en conceptuele. Ligt je hart bij schrijven, dan is tekst misschien je thuis.

Ik woon aan een drukke doorgaande weg. In het midden, op een schiereiland, staat een vrij anoniem hotel. Soms kijk ik vanuit mijn appartement naar de overkant van de straat en bedenk ik me dat achter ieder gordijn een onbekende gast verblijft. Wanneer ik me inbeeld waar zij vandaan kunnen komen, ben ik voor even ergens anders dan ‘thuis’. Maar ik kan natuurlijk ook een boek uit de kast pakken.

*Ruimten Rondom in het Nederlands, Träume von Räumen in het Duits, Species of Spaces in het Engels.

De volgende Kitchen Table Conversations: HOME is op donderdagavond 28 juni, in een van de ateliers bij DBKV in Zwolle. Wil je aanschuiven? Stuur dan een mailtje naar m.vanhak@artez.nl.

Dit is de eerste blog in de serie Home door Marlies van Hak.

IV. Een huisje in het bos

We worden wakker van de haan die kraait en de paarden die over de hei galopperen. We komen uit bed en trekken een pyjamabroek en grote trui aan, een van ons zet koffie en bakt croissantjes af, de ander maakt het bed op en zet de deuren open. Na het ontbijt vraag ik aan haar: ‘Wat zullen we doen vandaag?’ en Krul vraagt op haar beurt: ‘Waar heb je zin in?’

Het huisje ligt verscholen in een bos achterop het erf van een boerderij. Het huisje is klein en oud, en er staat een vlekkerige bank in het woonkamertje dat pal grenst aan de open slaapkamer. Hier horen we alleen het geluid van vogels, kippen en paarden. Thuis horen we overdag hoe de Eusebiuskerk gerenoveerd wordt en ’s nachts hoe dronken mensen schreeuwen en tegen dingen aan trappen. We zijn hier om tot rust te komen, om vier nachten dicht tegen elkaar aan te slapen zonder stress en zonder bezig te zijn met het strakke tijdschema van de volgende dag. In mijn vorige blog vertelde ik al over de drukte, over het ‘moeten,’ en hoe dat gevoel me verlamd. We hadden dit weekendje weg een maand van tevoren geboekt en ik telde de dagen af.

Het voelt vrij om de dag zelf te kunnen bepalen wat je wilt doen. Het is een luxe die ik niet vaak heb. Ik moet naar stage of werk of er liggen verschillende verhalen op me te wachten. Hier wil ik alleen maar met Krul zijn. We wandelen door het bos en praten over vroeger en later. Ik heb tijd voor haar die ik anders niet heb en vervloek de wereld dat niet alle dagen zo kunnen zijn.

’s Avonds gaan we extra vroeg naar bed zodat we lang kunnen vrijen en ik voel me alsof ik leef ook al klinkt dat cliché. In deze blogs was ik opzoek naar een stukje ruimte om te praten over mijn seksualiteit en ik kwam erachter dat ik te druk ben om me een seksueel wezen te voelen. Hier in ons kleine huisje kijk ik naar haar lichaam en ik geniet ervan. Ik denk niet aan morgen of straks of even geleden. We zijn gewoon hier en hier is het goed.

Ik ben blij het nu zo fijn is, maar ik denk ook met enige paniek aan de tijd die komen gaat. Want straks als we weer thuis zijn, wil ik niet vervallen in oude patronen. Ik wil niet weer vergeten dat seks fijn is en dat we tijd voor elkaar moeten maken. We praten over hoe we minder televisie en series gaan kijken, want samen op de bank zitten terwijl ik lees en zij Japanse puzzels maakt, is fijner dan samen naar een scherm kijken.

De blogs gaan tot nu toe vooral over de tijd hebben voor dingen, en nu ik bijna zomervakantie heb en hier tot rust ben gekomen, heb ik zin om meer de diepte in te gaan. Ik las het boek Seks en leugens van Leïla Slimani en daarin ging een hoofdstuk over een lesbische vrouw in Marokko en hoe zij zich moet verschuilen omdat homoseksualiteit daar verboden is. Ik was toen zo opgelucht dat ik samen kan wonen met Krul en ik haar op straat een kus kan geven. Wij hebben tot nu toe geluk gehad, we zijn nog niet vaak lastiggevallen maar er is natuurlijk nog een lange weg te gaan naar volledige acceptatie van homoseksualiteit. Daarover in juli meer.

Dit is het vierde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.

Het recht om boos te zijn

Sinds een paar maanden bestaan mijn maandagavonden uit zweterige bokshandschoenen, pijnlijke knieën en een trainer die me op de zak (en zijn eigen maag en schouders) laat rammen tot ik niet meer kan. Het voelt lekker. Het voelt goed om alle opgekropte energie eruit te laten. Om te zweten. Om al mijn kracht in een stoot te leggen, of een knietje. Om even aan niets anders te denken. En stiekem voelt het ook goed om een keer iemand voor zijn bek te slaan.

Ik ben geen gewelddadig mens, integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat communicatie het belangrijkste in de wereld is en dat conflict een stagnatie van communicatie is. We moeten luisteren naar elkaar en proberen waar het kan iets te leren. Dat doen we door af en toe stil te zijn. Schrijver, historicus en activist Rebecca Solnit geeft in haar essay A Short History of Silence een definitie van stilte, die lastig te vertalen is, maar waar ik de laatste tijd veel over na moet denken: “English is full of overlapping words, but for the purposes of this essay, regard ‘silence’ as what is imposed and ‘quiet’ as what is sought. The tranquility of a quiet place, of quieting one’s own mind, of a retreat from words and bustle, is acoustically the same as the silence of intimidation or repression but phychically and politically something entirely different.”

Ik ben bang dat het voor een hoop mensen (minderheden) in de loop van hun leven normaal is geworden om hun mond te houden wanneer er iets gebeurt wat niet goed voelt. Er zijn natuurlijk verschillende gradaties; bijna iedereen zegt er bijvoorbeeld wel iets van als er iemand op hun teen staat. De subtiele varianten zijn lastiger: laat je het merken wanneer je collega of baas je intimideert? Zeg je er iets van als je merkt dat iemand je negeert?

Sinds ik uit de kast ben als genderqueer probeer ik mijn mond open te trekken. Het toe-eigenen van die term geeft me een nieuw soort kracht, waardoor ik de stilte durf te doorbreken en het aangeef wanneer iemand me aanspreekt met mijn oude naam, of met ‘meisje’.

Juist door voor mezelf op te komen, word ik geconfronteerd met hoe vaak het nodig blijkt te zijn. Op sommige dagen kan ik daar heel verdrietig door worden, en nog meer als ik denk aan hoe alle andere minderheden (niet-wit, niet-cisgender, niet-man, niet-westers, personen met een handicap) hun dag door moeten komen, en in hoeveel situaties ze uit veiligheidsoverwegingen moeten kiezen om te zwijgen.

De Nigeriaanse sociologe Oyèrónké Oyěwùmí schrijft in The Invention of Women: Making an African Sense of Western Gender Discourses: “The reason that the body has so much presence in the West is that the world is primarily perceived by sight. The differentiation of human bodies in terms of sex, skin color, and cranium size is a testament to the powers attributed to “seeing.” The gaze is an invitation to differentiate.” Het is een verklaring voor de categorisering en discriminatie (want de differentiatie die ze hier constateert wordt door de westerse mens vaak geïnterpreteerd als minderwaardig) die in het westen plaatsvindt. Hoewel het fijn is om beter te snappen waar het vandaan komt, neemt het de pijnlijkheid van de stilte die eromheen hangt niet weg. Het toont aan hoezeer het nodig is om die te doorbreken.

Ik heb ontdekt dat ik soms, aan het einde van de boksles, wanneer mijn hoofd net één klap teveel moet incasseren, een waas voor mijn ogen krijg. Als een Mario-gamepersonage dat een supermushroom eet en drie keer zo groot wordt, groeit er een oncontroleerbare woede in mij. Binnen enkele seconden begin ik met mijn armen te maaien en met mijn benen te trappen, net zo lang tot ik begin te huilen, of de ander me een halt toeroept. “Wat was dat nou?” vraagt mijn trainer dan. Het enige wat ik dan kan denken is dat niemand me meer pijn mag doen. Dat is natuurlijk een dramatische gedachte die niet zou misstaan in een aflevering van gtst, maar het is wel een eerlijke.

Ik denk dat het nodig is om vaker eerlijk te zijn op momenten dat we boos zijn of verdriet hebben. Wanneer er ergens een diep weggestopt trauma wordt aangeboord of wanneer er een nieuwe wordt veroorzaakt. We hebben het recht om boos te zijn. Wat wel belangrijk is, is om niet te vergeten dat we in onze boosheid moeten blijven communiceren.

Soms heb ik het idee dat de maatschappij van me vraagt om zichtbaar te zijn op sociale media en met hashtags te slingeren. Aan de ene kant voel ik me aangesproken, omdat het simpelweg zo hard nodig is om op te staan tegen onrecht en onwetendheid tegenover leden van mijn community. Maar aan de andere kant is het ook nodig om in het oog te houden wat voor persoon ik zelf ben. Ik ben niet iemand die zich gemakkelijk in het publieke domein begeeft en voel me eerlijk gezegd iedere keer als ik iets op Facebook post heel ongemakkelijk. Iedere activist moet voor zichzelf uitmaken op welke manier en op welke schaal die zijn/haar/hun boodschap wil verspreiden. Het kan door middel van internet, foto’s en tweets, maar activisme kan ook voorkomen in de vorm van een gesprek met een familielid, een lied of een kunstwerk. Het belangrijkste is eerlijk zijn, en op een respectvolle en liefdevolle manier aangeven wanneer er iemand op je teen staat.

Dit is het derde blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

foto: U.S. Air Force photo by Airman 1st Class Dennis Hoffman

 

III. Het breekpunt

Het is grappig hoe snel dingen kunnen veranderen. Sinds deze blogs ben ik, zoals ik in mijn vorige blog zei, hyperbewust van mezelf geworden. Ik ben door dit te schrijven dagelijks bezig met wat ik denk en voel en krijg daarom langzaamaan meer inzicht in mijn seksualiteit.

Zo kwam ik erachter dat ik te weinig tijd neem voor mijzelf en mijn seksualiteit. Mijn leven is een aaneenschakeling van verschillende activiteiten. Uitrusten wordt ingepland en ik kan door mijn strakke planning vrijwel niets aan het toeval overlaten. Mijn vriendin en ik zijn zelfs begonnen met het inplannen van onze seks, omdat we er anders niet aan toe komen.
Ik wil geen slaaf meer zijn van mijn eigen planning. Ik wil niet elke dag mijn tijdschema strak in de gaten hoeven houden, niet elke dag moe zijn. Ik wil liefhebben op onverwachte momenten, seks hebben wanneer ik zin heb en me licht voelen. Niet zwaar van al het ‘moeten.’

Seksualiteit betekent voor mij nu: rust, zodat het kan ontstaan. Daarom ben ik begonnen met het opnieuw indelen van mijn leven. Ik ben op zoek naar een andere baan, bijvoorbeeld. Ik werk nu in een restaurant op wisselende tijden en dagen. Ik wil alleen nog doordeweeks werken en in het weekend tijd hebben voor mijzelf en mijn vriendin. Daarnaast probeer ik liever voor mijzelf te zijn. Dat is de grootste opgave gebleken. Lief zijn voor mijzelf is afstand doen van negatieve gedachten over mij en mijn lichaam. Ik denk vaak dat ik dik en lelijk ben, dat ik niets waard ben. De reden dat ik geen rust neem, komt doordat ik dan denk dat ik lui ben. En door alles altijd vol te plannen, verlies ik mijzelf en daarmee mijn seksualiteit uit het oog. Dat is makkelijk. Als ik druk ben, raak ik verdoofd en hoef ik niet te dealen met mijzelf en mijn gevoelens.

Het gaat voor mij nu om voelen wat ik nodig heb en mijn grenzen daarin aangeven en bewaken. Om mezelf beter te leren aanvoelen, heb ik nu één keer in de maand een holistische massage. Irene, de massagemevrouw, raakt me aan en ik moet aangeven wat ik prettig vind en wat niet. Dat klinkt makkelijk, zeggen wat je fijn vindt en wat niet, maar ik vind het heel moeilijk. Ze wilde mijn onderbeen masseren, ik verstijfde en ze vroeg of ze door mocht gaan en ik durfde niet te zeggen dat ik het niet fijn vond omdat ik dacht dat ik dan faalde. Ik werd daar heel verdrietig van, omdat ik dacht dat ik het fijn moest vinden. Ik was bang haar teleur te stellen. Ze zei daarna dat het tijdens die massage om mij gaat, niet om haar en daarna: “Ik kan heel goed voor mezelf zorgen, Willemijn.”

Door de blog en de massage leer ik mijn negatieve gedachten steeds beter kennen. Het maakt wel dat ik opnieuw het gevoel heb dat ik iets verkeerd doe, want welke pannenkoek praat zichzelf nou telkens de grond in? Ik probeer dan lief voor mezelf te zijn. Het is oké dat ik dit denk en ik ben bezig te veranderen.

Ik kwam er ook achter dat ik mijn leven indeel om anderen en niet mijzelf te plezieren. Ik werk hard zodat niemand kan zeggen dat ik iets verkeerd doe, ik wil succes hebben zodat anderen zien hoe goed ik het doe. Mijn leven staat als je het zo bekijkt, in teken van anderen. Natuurlijk besta je altijd in relatie tot een ander, maar je moet wel blij en tevreden zijn met jezelf en dat ben ik nu niet. Ik voel me een slaaf van mijn eigen patronen en gedachten. Ik ben benieuwd wat deze nieuwe indeling me gaat brengen, wat er gaat veranderen.

Deze blog heet niet voor niets ‘Het breekpunt’. Door al mijn gewoontes en gevoelens onder de loep te nemen, kom ik erachter dat ik al heel lang geen aandacht heb besteed aan mijzelf en dat maakt me verdrietig. Ik wil graag tijd voor mijzelf, waarin ik kwetsbaar en klein kan zijn, maar er zijn door alle verplichtingen die ik aangenomen heb weinig momenten waarop dit kan. Het begin is er. Ik weet wat ik wil: meer rust, meer zelfliefde, meer seks. Nu moet ik ruimte gaan maken voor de plannen die ik heb. Ik wil meer (kinder-)boeken lezen, meer schrijven en meer doen wat ík wil. Mei gaat in het teken staan van de reorganisatie van mijn leven.

Dit is het derde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories

 

illustratie Hannah Good

Illustratie: Hannah Good