Revolutie, een tricky business

Op de Documenta 14, locatie Neue Neue Galerie viel Irena Haiduk op met haar modeshow van vormeloze Oostblokkleding. De schoenen van haar label Yugoexport gingen als warme broodjes over de toonbank. Dit ondanks of dankzij het koopcontract dat bepaalt dat de sleehakken alleen tijdens het werk gedragen mogen worden. Een ander anachronisme was het verbod op het maken van opnames. Bezoekers die gewend waren om alles met hun smartphone of fototoestel vast te leggen, kregen van de mannequins de spreekwoordelijke tik op de vingers.

Bij een deur verzamelden zich mensen en ik sloot mij aan zonder te weten wat mij te wachten stond. Ik was de laatste van de 25 personen die naar binnen mochten. We konden plaatsnemen op ligstoelen en de ruimte werd verduisterd. Zo maakte ik kennis met een geluidswerk van Irena Haiduk. Seductive Exacting Realism was een interview met één van de oprichters van CANVAS, Srđa Popović. Hij is een voormalig lid van Otpor!, de beweging van jongeren die dictator Milošević ten val wisten te brengen en hun revolutionaire knowhow naar Georgië, Oekraïne en de Arabische wereld exporteerden.

Eén van de vragen die Irena Haiduk in haar werk opwerpt: zijn deze geweldloze revoluties niet een kolfje naar de hand van de neoliberalen (dictatuur omverwerpen = nieuwe afzetmarkt + nieuwe goedkope arbeidskrachten)? Fijntjes laat Irena Haiduk weten dat het onderzoek dat Srđa Popović aan de universiteit van Harvard verricht door het bedrijfsleven wordt gesponsord…

CANVAS heeft een handboek voor het maken van een revolutie en een syllabus voor studenten:
handboek: http://canvasopedia.org/wp-content/uploads/2015/08/50-Crucial-Points-web.pdf
syllabus: http://canvasopedia.org/wp-content/uploads/2015/08/CANVAS-Core-Curriculum_EN.pdf

Hoe gebruik jij de ruimte?

Als je in Arnhem studeert heb je hem misschien weleens zien zitten, in zijn huisje. Henry Alles, theatermaker en student Master of Theatre Practices. Vanuit zijn huisje onderzoekt hij hoe de ruimte functioneert. Hoe gebruikers haar gebruiken. Volgens de regels of niet. Vrijer misschien.

In aanloop naar het programma Revolte verplaatst Henry Alles zijn onderzoek naar Enschede. Wat mag hier wel en wat niet? Is dit oké of moet het anders? Wat vind jij? Vanuit zijn eigen gebouwde huisje onderzoekt Henry de ruimtes van de AKI en het conservatorium in Enschede.

Als je in Enschede studeert kom je hem binnenkort dus tegen. Henry bivakkeert tijdelijk in het conservatorium (vanaf 16 oktober) en daarna een aantal dagen in de AKI (vanaf 6 november). Hij zal je aanspreken op hoe jij de ruimte gebruikt. En het liefst bouwt Henry, in samenwerking met studenten en passanten, aan een operateske performance, met een huisje, een orkest en mening. Om gezamenlijk een stem te geven aan de gebruikers van de ruimte.

Als je je geroepen voelt hier iets van te vinden – het is immers ook jouw ruimte – doe dan mee! Neem plaats, zing je protest, wees aanwezig, maak een statement. Op 9 november weten we of ArtEZ zijn ruimtes in Enschede wel goed gebruikt.

Klik hier voor meer info.

The (Un)official How to start a revolution starter-kit (preview)

Do you feel trapped in your room? Unsafe in the streets or in the sheets? Confused and concerned by what others think you represent? Tired of being profiled as ‘the artsy one’, as if your art is solely a state of value necessary to differentiate you from the real world? Tired of hearing your Slavic friends complain about the shit countries they live in? Upset with the way refugees are treated and named with a collective pronoun by your mother? Frustrated with the pink and the blue and how people think that if you swim on the outer rims of the gender spectrum you’re gentrifying cis-people? Do you believe in individuality? Do you have some spare time and state of mind? Then this might be for you!

Donya Batta, student Creative Writing, nodigt je uit om met deze starter-kit je eigen revolutie te ontketenen. Download hier je toolkit (op p. 20 start de starter-kit, maar lees en bekijk vooral ook de 1e 19 pagina’s!) en stuur ons jouw revolutionaire ideeën/beelden/acties: f.bokhoven@artez.nl.

 

Tekst: Donya Batta
Afbeeldingen en ontwerp: Catalogtree

 

Manifesto van Julian Rosefeldt in Focus

Focus en studium generale werken in oktober en november samen aan een programma rond het thema revolutie. Focus toont o.a. Manifesto – een regelrechte aanrader!

Van de site van Focus:
Voortreffelijk eerbetoon aan verschillende (kunst-)manifesten van de 19de en 20ste eeuw, variërend van het communisme tot Dogma, virtuoos gekoppeld aan dertien personages, onder wie een dakloze man, een fabrieksarbeider en een directeur – allemaal gespeeld door de onvolprezen Cate Blanchett. Een bijzondere, humoristische audiovisuele ervaring.

Een keurige moeder bidt aan tafel voor de lunch, terwijl haar zoons en echtgenoot ongeduldig luisteren. “Ik ben voor een kunst die niet alleen op zijn kont zit in een museum”, zegt ze. “Ik ben voor kunst waar gaten in vallen als in sokken, die gegeten wordt als een stuk taart.” De woorden komen uit een manifest van popart-kunstenaar Claes Oldenburg uit 1961. Ze worden uitgesproken door Cate Blanchett, in een van de dertien (!) rollen die de actrice speelt in Manifesto, Julian Rosefeldts experimentele film waarvoor hij putte uit de statements van meer dan vijftig kunstenaars en andere denkers uit de twintigste eeuw.

De film, afgeleid van Rosefeldts gelijknamige multiscreen-filminstallatie, is een tour de force waarin leidende denkbeelden over kunst en maatschappij handzaam worden vervat in twaalf delen. De verbluffend veelzijdige Blanchett (ze speelt onder meer een zwerver, poppenspeler, directeur en choreograaf) maakt de teksten fris en springlevend, het bewijs dat visionaire ideeën werkelijk tijdloos kunnen zijn. (bron IFFR)

Lees hier de eerdere blog die ik schreef over de vrij geniale filminstallatie van Rosefeldt.

Kom van je kont af!

Kom van je kont af!

Ben je aspirant-revolutionair en zoek je nog een goed boek voor de zomer?

Je kunt natuurlijk kiezen voor On Revolution (1963) van Hannah Arendt, de filosofe die haar hele leven heeft gewijd aan het onderzoek naar de diepere laag onder en achter de politieke actualiteit van verleden en heden. Voor het eerst uitgegeven in de roerige jaren ‘60 en in 2006 heruitgegeven in de serie moderne klassiekers van uitgeverij Penguin. Bereid je voor op een analyse van de onderliggende principes van revolutie aan de hand van een vergelijking tussen de Amerikaanse en Franse Revolutie aan het eind van de 18de eeuw.

Studium generale beveelt je ook graag een ander boek aan: Zo Begin je een Revolutie  (2017) van Nadja Tolokonnikova (27), een wonder van kunst en rebellie. Toen Nadja tien was, werd ze feministe, op haar zestiende ging ze filosofie studeren en op haar eenentwintigste richtte ze samen met Katja en Maria de antiPoetin-punkband Pussy Riot op, die met hun anarchistische en provocatieve optredens een revolutie proberen te ontketenen in het ultraconservatieve Rusland. Met korte rokjes aan en bivakmutsen op zingen ze punkliedjes bovenop metro-ingangen, op het Rode Plein in Moskou en in de kathedraal van Christus de Verlosser. Na een optreden waarbij ze Poetin en de Kerk bespotten en feminisme en homoseksualiteit propageren, worden ze bij een schijnproces tot twee jaar strafkamp veroordeeld wegens ‘subversieve provocaties’. Nadja zit die twee jaar bijna helemaal uit en schrijft dit boek op basis van haar dagboekaantekeningen.

Even een waarschuwing van Nadja voor wie een kant en klare handleiding verwacht vol tips waarmee je direct aan de slag kan: „Neem mij en mijn boek toch niet zo serieus. Ik ben geen politicus, geen econoom. Ik ben anarchist. Ik wil verandering. Er is geen uitgewerkt plan, onze acties zijn niet gepland. Het is veel stommer dan dat. Ik stort me erin zonder aan de consequenties te denken. Ik leid mijn leven als een puber.” En alvast een tipje van de sluier: ‘Tip 200: Als je iets wilt veranderen, kom dan van je kont af. Het is hier zelfbediening.’ (Nadja in een interview met Rinskje Koelewijn in het NRC naar aanleiding van de Nederlandse vertaling van haar boek: >>> https://www.nrc.nl/nieuws/2017/02/21/wil-je-verandering-kom-dan-van-je-kont-af-6818695-a1547012)

Boek kopen? Kom van je kont af, ga naar je lokale boekhandel en koop of bestel het daar!!

Documenta 14 Kassel: Hardcore speuren

Onlangs schreef Rutger Pontzen een pittig stuk in de Volkskrant. Het artikel begint als volgt: ‘Kunst verdrinkt in goede bedoelingen op Documenta. Voor kwalitatief hoogstaande kunst hoef je niet naar Kassel af te reizen. Natuurlijk, goede bedoelingen, prachtig… Maar als het zinneprikkelende van de kunst ten onder gaat in de aandacht voor al die maatschappelijke onderwerpen, wat blijft dan nog van de kunst zelf over, vraagt Rutger Pontzen zich af op de Documenta.’

Het artikel werd direct op Facebook gepost, waar al snel een discussie op gang kwam. ‘Geëngageerde kunst is zelden goede kunst,’ werd er geroepen. En: ‘Ik ken geen kunstenaar die zijn werk geëngageerd noemt. Dat is meer een typologie van de kunstcriticus of- historicus. En wat zijn de criteria voor goede kunst?’ Kortom, binnen twee weken naar de opening van een van de belangrijkste kunsttentoonstellingen van Europa, zijn er al flink wat meningen. Moet je erheen?

Studium generale ging om er de kunst van het moment op te snuiven, revolutie te zoeken (input voor ons novemberproject REVOLTE) en ideeën op te doen voor nieuwe projecten. Wat vonden we er? Het was hardcore zoeken geblazen.

Eerder dit jaar opende de tentoonstelling in Athene. Een bijzondere keuze en een statement van curator Adam Szymczyk. Hij wilde ‘zijn’ Documenta onderdeel van de echte wereld laten zijn en die wereld kun je beter vanuit Athene benaderen dan vanuit Kassel. Athene is immers een door de financiële crisis geteisterde stad die op het kruispunt van drie continenten ligt. De tentoonstelling, nu dus deel twee in Kassel, gaat over allerlei maatschappelijke vraagstukken zoals immigratie, ons koloniale verleden en de gevolgen daarvan, onderdrukking etc. Een rode draad is de vraag ‘Wat kunnen we leren van het verleden en de verhalen van ouderen?’. Daarnaast maakt Szymczyk ook een statement tegen de door enkele iconen gedomineerde Westerse kunstmarkt door heel veel kunstenaars uit te nodigen die niet deel uitmaken van deze markt (zoals ook in 2015 bij de Biënnale van Venetië waar veel ‘outsider kunst’ te zien was).

Gewapend met deze informatie gingen wij vol goede moed op pad. De locaties waar de tentoonstellingen plaatsvonden waren verspreid over de hele stad. De routing en informatievoorziening bleken belabberd. Een van de grootste kunsttentoonstellingen van Europa heeft op het gebied van informatievoorziening waarschijnlijk veel te hoge ambities gehad en haar kruit reeds verschoten in Athene, waar de boel beter en overzichtelijker geregeld was, zo hoorden wij. Gelukkig hadden we voorwerk gedaan en wat recensies verzameld die ons op weg hielpen. Als je een tentoonstelling bezoekt wil je aan het denken worden gezet en (visueel) verrast worden. Esthetische ervaring speelt een rol, net als vernuftig onderzoek en bijzondere vertalingen van concepten. Maar waar waren deze kunstwerken? De tentoonstellingsruimtes puilden uit. Kunst van inderdaad weinig bekende namen, maar ook veel van een onduidelijke kwaliteit (daar hoeft natuurlijk niet per definitie een verband tussen te bestaan). In het Fridericianum is de gehele kunstcollectie van het museum voor Hedendaagse Kunst in Athene te zien. Een vrij gemiddelde collectie van een lokaal kunstmuseum. Daar zaten wij niet op te wachten. Wat betekende deze bijdrage anders dan meer aandacht voor Griekse kunstenaars die in de collectie waren vertegenwoordigd? En ook in de Neue Galerie troffen we vooral kunstwerken van twijfelachtig niveau. En soms, daartussen verstopt, een kunstwerk waar je wat langer bij stil kon staan. Dat iets meer vroeg dan een vluchtige blik. Net zoals Rutger Pontzen vroegen wij ons herhaaldelijk af: kijken wij nu niet naar een geschiedenisles, een heel goede documentaire of bijzonder onderzoek? Maar waar is de kunst? Waar is die bijzondere vertaling die ons raakt en verder laat denken? Die bij je blijft doordat ze zowel visueel als ook inhoudelijk interessant in elkaar steekt. En ons verder brengt dan de gedachte: ja, maar natuurlijk moeten wij iets met het milieu, ongelijkheid, migratie etc. Dat wisten wij namelijk al…

Desondanks vonden wij toch een paar parels:

Angela Melitopoulos, Crossings, 2017 (locatie Giesshaus)
Een vierluik geprojecteerd op de wanden van het gebouw. Over ‘schuldig landschap’. De kunstenaar filmde in vluchtelingenkampen in Piraeus en Lesbos. En ze filmde Griekse mijnbouw. 109 minuten over een gebied dat al millennia lang het strijdtoneel is van economische problemen. De film zit heel bijzonder in elkaar door haar afwisseling in geluid, beeld en verhalen. Een must see! En blijf vooral een hele tijd zitten.

Preah Kunglong, 2017 (locatie Ottoneum)
Een visueel pareltje. Film over een door geopolitiek en milieuvervuiling bedreigde stam (de Chong die leven in regenwouden in Cambodja). De kunstenaar probeert samen met een choreograaf een beeld te vormen van hoe deze stam omgaat met haar leefomgeving.

Britta Marakatt-Labba, Historja, 2003-2007 (locatie Documenta Halle)
Een prachtig geborduurd wandkleed dat de niet-lineaire geschiedenis vertelt van de Sami. Over de rendierjacht, Sami geloof, maar ook over onderdrukking en verzet tegen de autoriteiten.

Gauri Gill, Acts of Appearance, 2015- (locatie Hessisches Landesmuseum)
Gill maakt foto’s over staatlozen of groeperingen die onderdrukt worden door de autoriteiten. Zij maakte een portretserie waarbij zij een familie in India vroeg om maskers te maken. Deze keer niet om goden uit te beelden zoals dat gebruikelijk is. Maar om aandacht te vragen voor de dagelijkse realiteit. Dit levert bijzondere portretten op die zweven tussen droom en werkelijkheid. 
Stefanos Tsivopoulos, Precarious Archive, 2015 (locatie Fridericianum helemaal bovenin)
Een alternatieve geschiedschrijving in de vorm van een archief over enkele belangrijke politieke gebeurtenissen uit de recente geschiedenis van Griekenland. Bijzondere installatie, vraagt wel om geconcentreerde aandacht en een beetje lees- en puzzelwerk. Interessant qua geschiedenis maar zeker ook qua vorm.

Verder is er nog interessant werk van Regina Jose Galindo te zien in Palais Bellevue en zijn er verschillende performances. Wij troffen een opmerkelijke ‘ecoseks performance’ van de Amerikaanse Annie Sprinkle. Een heel theatrale oproep om van de aarde en natuur te houden. Sprinke geeft diverse ‘tours’ tijdens Documenta.

Check ook vooral ‘Vijf hoogtepunten op Documenta 14’ van Sandra Smallenburg NRC 9 juni 2017.

Documenta 14 Kassel 10 juni t/m 17 september, Athene begon in april en duurt tot half juli.

Manifesto: prachtige filminstallatie

Nu te zien op het Holland Festival: Manifesto van Julian Rosefeldt. Ik zag deze filminstallatie een jaar geleden in het Hamburger Bahnhof in Berlijn en ik was totaal betoverd. Door de fantastische scenografieën, door de gelaagdheid en door een verbluffende Cate Blanchett.

Als basis voor zijn filminstallatie heeft Julian Rosefeldt bekende manifesten genomen, van onder anderen André Breton, Guy Debord, Lars von Trier, Karl Marx, Sol LeWitt en Jim Jarmusch. Als bezoeker van de installatie wandel je langs dertien korte, parallel vertoonde films. Iedere film heeft een geheel eigen setting, sfeer en hoofdpersonage. Cate Blanchett speelt dertien heel verschillende rollen; een zwerver, een conservatieve moeder, een spreker op een begrafenis, een poppenspeler (wow, die scenografie is zo mooi!), een punker, etc.

De manifesten worden door Rosefeldt en Blanchett in een hedendaagse context geplaatst. Dat werkt vervreemdend, maar tegelijkertijd klinken die manifesten soms juist heel actueel.

Afgelopen week stonden de recensies in de kranten, stuk voor stuk lovend. Ik kan het je van harte aanbevelen: gaat dat zien!

Zie hier voor meer informatie en een trailer.

De revolutionaire kracht van kunst

We herdenken dit jaar niet alleen de Russische Revolutie die, geholpen door kunstenaars en vormgevers, het begin moest vormen van een wereldrevolutie. Het is ook 100 jaar geleden dat Marcel Duchamp het werk ‘Fountain’ tentoonstelde, een gesigneerd urinoir. Een kunstwerk dat een revolutie in het denken over de waarde en betekenis van kunst teweegbracht.

Het lijken de twee uitersten van het spectrum waartussen kunst zich nog steeds beweegt. Enerzijds het idee dat door het mobiliseren van kunst voor of tegen een ideaal of moraal gestreden kan worden. Het uitgangspunt voor een hedendaagse kunstenaarsbeweging als Hands Off Our Revolution die kunst wil inzetten in de strijd tegen het opkomend rechts populisme. En anderzijds het idee van de autonomie van het reflectieve kunstwerk dat in dit geval alleen betekenis heeft voor wie op de hoogte is van de (moderne) kunstgeschiedenis.

Literair criticus Arnold Heumakers beschrijft in zijn als boek uitgegeven dissertatie ‘De Esthetische Revolutie’ (2015) precies hoe deze bandbreedte ontstond tijdens de Romantiek en Verlichting. Hij laat zien hoe het revolutionaire concept van kunst als autonome kracht, en de herkenning van schoonheid als een apart geestelijk vermogen, postvatte. En hoe dat revolutionaire concept van de esthetische autonomie sindsdien ons denken over kunst en kunstenaar bepaalt. “De esthetische revolutie verkreeg een dubbel aspect. Ten eerste in de verabsolutering van de kunst, bekender als l’art pour l’art. Ten tweede in de totalisering van de kunst, in het verlangen om via de kunst een nieuwe wereldorde te scheppen, een Umwertung aller Werte, niet minder ingrijpend dan de Franse revolutie.” ‘Kunst om de kunst’ of ‘de verbeelding aan de macht’ dus. De rode draad: de kunstenaar als iemand waar tegen op te kijken valt. Iemand die ‘hogere’ waarden stelt tegenover een wereld waar van alles op aan te merken is.

In Nederland ligt de laatste jaren de nadruk op de maatschappelijke impact van de kunsten. Je zou denken: een prima hedendaagse invulling van bovenstaand idee over de kunstenaar. Maar in dagblad Trouw konden we recent lezen dat dit voor kunst op de lange termijn wel eens een heel gevaarlijke positie zou kunnen zijn, zo betoogt Tiffany Jenkins, Britse cultuurcritica en BBC-presentatrice. “Zodra de kunsten worden ingezet om iets te doen wat niet uniek is aan de kunsten, worden ze vervangbaar. Ik geef u een voorbeeld. We horen al jaren dat kunst goed is voor onze gezondheid, dat musea misschien wel net zo belangrijk zijn als ziekenhuizen. Het klinkt fantastisch en als er geld is voor projecten om kunst te brengen naar wijken en gebouwen waar mensen niet zo gezond zijn, kan het allemaal. Maar zodra er bezuinigingen komen en je moet kiezen tussen kunst en een ziekenhuis, dan legt het museum het af. Probleem is dat je dan al te laat bent om nog te zeggen dat kunst eigenlijk bijdraagt aan schoonheid en waarheid. Immers, dát argument hebben we allang niet meer gehoord. Wanneer we stoppen om het op te nemen voor de kunsten vanwege wat ze écht doen, waarom ze waarde hebben en onvervangbaar zijn, dan worden de kunsten irrelevant.”

Kunst; niet functioneel maar mooi en waar…. iets om over te na te denken. Schrijver en filosoof Albert Camus (1913 – 1960) zou zich niet zo’n zorgen maken: ‘Kunst is niet groot omdat ze revolutionair is, maar revolutionair omdat ze groot is’, schreef hij. Kunst kan volgens hem een alternatieve wereld laten zien, een wereld waarin alles (radicaal) anders is. Haar revolutionaire kracht: de ultieme, geweldloze opstand, zoals geen enkel ander medium dat kan.

ArtEZ studium generale is benieuwd hoe daar door ArtEZ studenten over wordt gedacht.

Nieuw thema: revolutie

Achter de schermen zijn wij al enige tijd bezig met een nieuw thema, een nieuw onderzoek en een nieuw verlanglijstje met interessante kunstenaars en wetenschappers. Nu is het de hoogste tijd om dat thema ook wereldkundig te maken. Voor ons komende programma hebben we gekozen voor het thema: revolutie. Op en rond 9 november presenteren we diverse events waaronder workshops, lezingen en een filmprogramma.

Een toelichting op het thema:

‘The revolution will be live’, klinkt het steeds weer in de intro van de populaire, op de actualiteit gebaseerde televisieserie Homeland. Op het Avdiplein in het centrum van Athene staat in het kader van de internationale kunsttentoonstelling Dokumenta een ‘Monument to Revolution’. Uit luidsprekers klinkt een collectieve speech van antifascistische actiegroepen uit heel de wereld. In 90 steden in Rusland ging men recent massaal de straat op om te protesteren tegen corruptie. Is het toeval dat het V&A recent een blockbuster organiseerde over de impact van de kunst, muziek, design en  politiek activisme van de late jaren ’60 onder de titel van de bekende Beatle song ‘You Say You Want a Revolution’? Is er 100 jaar na de Russische Revolutie weer sprake van een revolutionair elan?

Tijden zijn roerig. De maatschappij is sterk verdeeld over de juiste aanpak van problemen. Het democratische stelsel staat onder druk. Energiebronnen raken op en het milieu verkeert in crisis. De roep klinkt steeds breder en luider om in opstand te komen tegen de situatie in de wereld en de heersende ideologieën. Er heerst woede en verbijstering over de absurditeit van het bestaan. Al in 1951 schreef de Franse schrijver-filosoof Albert Camus in L’Homme Révolté dat de opstand of revolte ‘existentieel’ is en ‘de adem van de levensenergie’. Maar ook gevaarlijk; want hoewel revoluties altijd een omkering betekenen, uiteindelijk leiden ze altijd tot een terugkeer naar de oude situatie. Met dit verschil dat er nu andere machthebbers zijn, die als het tegenzit andere tegenstanders vermoorden.

Op 9 november onderzoekt ArtEZ studium generale het verlangen om de wereld vergaand te veranderen. Maar wat willen we precies veranderen en hoe dan? Kan een boek een revolutie ontketenen? Een theaterstuk? Een lied? Een enkel persoon of alleen de grote meerderheid? Zoals in de jaren ‘80 met hanenkam en leren jas op de barricaden? En wat hebben we geleerd van de Arabische lente, die een revolutie 2.0 moest zijn, maar volgens velen een mislukte onderneming is gebleken? Spelen kunst en design een grote rol zoals 100 jaar geleden tijdens de Russische Revolutie? We onderzoeken welke voorwaarden aan de basis liggen van een geslaagde revolutie, welke tools je ter beschikking staan, wat de uitdagingen zijn. Zit de revolutie in jou?

Tegen de hokjesgeest

Op verzoek van ArtEZ Studium Generale schreef filosoof Thijs Lijster (auteur van o.m. ‘De Grote Vlucht Inwaarts’) een verslag van het programma Lost in Transtion – Identity in a changing world, dat plaats vond op 16 maart 2017.
 

Op een prachtige, zonnige lenteochtend zit ik in de trein op weg naar Arnhem, waar zo meteen het symposium van ArtEZ Studium Generale, getiteld Lost in Transition. Identity in a Changing World, plaats gaat vinden. Terwijl ik blader door de krant – het is een dag na de Tweede Kamerverkiezingen en de krant staat vol met nieuws over de uitslagen – zie ik hoe actueel en urgent het thema is dat vandaag centraal staat. De vraag naar onze identiteit lijkt tegenwoordig een collectieve obsessie, in Nederland net zo goed als daarbuiten. Tijdens de verkiezingsdebatten ging het over weinig anders. Er waren politici die zeiden dat we ‘normaal’ moesten doen of anders maar moesten ‘oppleuren’. Er waren politici die graag zouden zien dat schoolkinderen iedere ochtend voor de les (staand!) het Wilhelmus aanheffen. Er waren politici die spraken van een ‘homeopathische verdunning van de Nederlandse cultuur’. Er waren politici die alle moskeeën willen sluiten en korans willen verbieden. Inderdaad, de wereld verandert en als gevolg daarvan lijken veel mensen wanhopig vast te willen houden aan wat ze kennen, aan wat ‘wij’ zijn. Maar wie zijn die ‘wij’, en wie heeft het recht of de macht om vast te stellen wie of wat daar wel en niet toe behoort?

Niet alleen op collectief en politiek niveau is identiteit een vraagstuk. Ook individueel lijken veel mensen te worstelen met de vraag wie ze zijn. “Wees gewoon jezelf”, zo luidt het advies dat we regelmatig gevraagd en ongevraagd te horen krijgen. Maar blijkbaar is dat toch nog niet zo gemakkelijk. Boekwinkels zijn gevuld met ‘zelfhulpboeken’ en je kan tegenwoordig geen tijdschrift openslaan of er staan tips in over hoe je moet zijn of worden wie je bent. We geven bakken geld uit therapeuten en coaches die ons helpen ‘gewoon’ onszelf te zijn, aan dure reizen waarmee we onszelf hopen te vinden, of aan spulletjes waarmee we onszelf kunnen onderscheiden van anderen.

Maar waarom zijn we eigenlijk zo bezig met onszelf? Wat zegt dat over onze tijd? En kunnen de kunsten ons misschien een handje helpen met het zoeken of vinden van onszelf, of ons juist een uitweg bieden uit onze zelf-obsessie? Op het eerste gezicht lijkt dat niet waarschijnlijk, want als je ergens tobbers, navelstaarders, narcisten en verwarde types tegenkomt, dan is dat toch immers wel onder kunstenaars? Zo is althans het beeld dat veel mensen van kunstenaars hebben. Maar dat beeld werd op die zonnige lentedag in Arnhem grondig ontkracht.

Identiteit als onderneming
Een voor de hand liggend antwoord op de vraag waarom we tegenwoordig zo met onze identiteit worstelen, is vanwege het verdwijnen van traditionele gemeenschapsvormen, de kerkgenootschappen, dorpsgemeenschappen, enzovoorts. Een eeuw geleden was het voor veel mensen immers zonneklaar wie of wat ze waren of zouden moeten zijn, omdat dat vanaf geboorte al was bepaald. Je werd geboren als katholiek of socialist, je werd timmerman omdat je vader timmerman was, en als vrouw diende je thuis voor de kinderen te zorgen. Modernisering en democratisering leveren een enorme vrijheid op om zelf te kiezen wie je wilt zijn, en globalisering en media openen onze ogen voor andere culturen. Maar tegelijkertijd is die vrijheid ook beangstigend, want je wordt vervolgens ook zelf verantwoordelijk geacht voor die keuzes.

De zelfhulpindustrie kan dan ook in de eerste plaats gezien worden als een reactie op die keuzestress. Bovendien sluit ze nauw aan bij de wijze waarop we tijdens de afgelopen decennia in de westerse wereld over de verhouding tussen leven en werk zijn gaan denken. Over deze ontwikkeling heb ik het ’s ochtends met de studenten tijdens de workshop die ik voorbereid heb samen met kunstenaar en naamgenoot Thijs Ebbe Fokkens. Onze persoonlijke identiteit lijkt steeds meer gedetermineerd te worden door het economisch systeem waarin we vandaag leven. Ons ‘zelf’ is een koopwaar of een onderneming geworden waarmee we de markt betreden: we investeren in ons ‘menselijk kapitaal’ door ons te scholen, op reis te gaan, of vrijwilligerswerk te doen. Zo ontwikkelen we onze ‘emotionele intelligentie’ en de 21st century skills waarmee we met anderen kunnen concurreren op de arbeidsmarkt. Zelfs over persoonlijke relaties praten we in termen van ‘investeringen’. Zo worden we allemaal een ‘Totaalmens’, zoals ik die in mijn boek De grote vlucht inwaarts beschreef: een persoon die leeft voor zijn werk, en voor wie de grens tussen werk en vrije tijd betekenisloos is geworden. En hoewel deze vervaging door velen met gejuich verwelkomd is (je hebt immers ‘van je hobby je werk gemaakt’), sluipt er tegelijkertijd een venijnige (zelf)exploitatie in: omdat je je volledig identificeert met je werk, omdat alles – zelfs persoonlijke ontwikkeling en relaties – in het teken staan van zo efficiënt mogelijk productie draaien, heb je nooit eens de mogelijkheid om ‘uit’ te staan, om niet te werken, of om iets betekenisvols te doen dat niet functioneel of nuttig is. Niet voor niets kampen we massaal met zelftwijfel, depressies, en burn-out klachten, iets waar later op de dag wetenschapshistoricus Trudy Dehue nog op zou terugkomen.

Uit de discussie blijkt dat velen zich in het verhaal herkennen. Bovendien blijkt het een verhaal dat juist ook op kunstenaars van toepassing is, want, zoals Pascal Gielen zegt: “De nieuwe modelarbeider is een soort kapitalistische karikatuur van de kunstenaar.
Hij is nomadisch, heeft geen negen-tot-vijfmentaliteit, denkt ‘out of the box,’ is multi-inzetbaar, beweegt van project naar project, kan van weinig leven en heeft de potentie om met geringe middelen iets te creëren.” Dat maakt hem of haar echter tegelijk extra kwetsbaar voor de genoemde zelfexploitatie.

Van te voren hebben we de studenten gevraagd om na te denken over ‘vormen van verzet’: hoe kunnen we ons verzetten tegen een dergelijke overheersing van het economisch denken, en hoe kunnen we – letterlijk – vorm geven aan dat verzet? De studenten komen met diverse oude en nieuwe voorbeelden, van dada en surrealisme tot street art en pussy hats. Ook Thijs Ebbe Fokkens noemt diverse voorbeelden in zijn presentatie, waarvan de meest opmerkelijke wel de Franse kunstenaar Abraham Poincheval is, die een week in een steen leefde (nadat hij eerder twee weken in een opgezette beer had gewoond). Vervolgens vragen we de studenten om na de pauze in groepen na te denken over vormen van verzet. Zoals we van te voren al een beetje verwacht hadden, besluit een groep zich tegen de opdracht zelf te verzetten en van het mooie weer te gaan genieten.

De andere groepen komen met bijzondere ideeën. Een groep zet het efficiency-denken nog wat extra aan met een ontwerp voor de ‘Totaalbaby’, die van nature stressbestendig is, en die uiteraard zonder moeder (die daarvoor immers haar carrière zou moeten onderbreken) ter wereld kan komen. Een andere groep stelt zich een wereld voor waarin arbeid niet meer nodig is omdat robots al het werk doen, waardoor mensen volstrekt lethargisch geworden; daarom hebben ze een soort sekte nodig om hun leven van betekenis te voorzien. Uit deze voorstellen blijkt eens te meer dat wat we doen in het dagelijks leven van groot belang is voor onze ideeën over wie we zijn, en voor onze eigenwaarde. Dat is precies waarom we – en kunstenaars wel in het bijzonder – zo kwetsbaar zijn voor nieuwe vormen van uitbuiting.

Geconstrueerde identiteit
We spreken tegenwoordig soms van een ‘fluïde’ of ‘geconstrueerde’ identiteit, waarmee dan bedoeld wordt dat onze identiteit geen vaste, diepliggende kern is, geen eenheid, maar ‘vloeibaar’, en dus voortdurend in beweging en aan verandering onderhevig. De suggestie is dan dat we een grote vrijheid hebben om onze identiteit zelf te ‘kiezen’ en te bewerken. Inderdaad, zoals hierboven al aangegeven biedt de moderne wereld veel mogelijkheden om je eigen pad te kiezen, om te worden wie je wilt zijn. De filosoof Nietzsche zei het al: “Wees meester en vormgever van jezelf”, en IKEA zegt het hem na: “Design your own life.”

Toch worden bij die gedachte tijdens het symposium ook de nodige kritische kanttekeningen geplaatst. In de eerste plaats moeten we de vraag stellen: wie construeert jouw identiteit precies? Doe jij dat zelf, of doen anderen dat samen met jou, of zelfs voor jou? Een simpel voorbeeld: toen ik in Arnhem aankwam, wist ik de weg niet vanaf het station, dus liep ik maar achter een groep meiden aan met kleurrijke jurken, blauwe haren en hippe tassen. ‘Jullie zijn vast op weg naar het ArtEZ congres’, zeg ik als ik ze inhaal bij een kruispunt. ‘Hoe weet u dat?’, vraagt er een verbaasd. Wat ik hiermee zeggen wil: ik identificeerde deze dames als kunststudenten, en hun uiterlijk fungeerde (in dit geval letterlijk) als een wegwijzer voor mij.

Dit is natuurlijk een onschuldig voorbeeld, maar het kan soms ook beklemmend of beperkend zijn om op die wijze, namelijk op basis van uiterlijke kenmerken, door anderen geïdentificeerd te worden. Een identiteit schept verwachtingen: jij bent een x, dus je zult wel y doen/vinden. Denk bijvoorbeeld aan het ‘etnisch profileren’ , dat onlangs nog een publiek debat opleverde nadat rapper Typhoon er de aandacht op vestigde. Een donkere man in een dure auto, dat is verdacht, omdat men kennelijk vermoedt dat die man niet op een eerlijke manier aan die auto is gekomen, of aan het geld om die te kopen.

Het identificeren begint al bij de geboorte, en nog voor we er zelf iets over te zeggen hebben: jongens moeten stoer zijn, meisjes schattig. In de promovideo voor het symposium noemt beeldend kunstenaar en genderactivist Julius Thissen gender een ‘taal’ die we allemaal, bewust of onbewust spreken, maar die we niet altijd even goed begrijpen. Hoewel we in een tijd leven waarin het ‘fluïde’ karakter van gender meer en meer bespreekbaar is geworden, levert dat bij sommigen ook onzekerheid en frustratie op – ben ik wel mannelijk/vrouwelijk genoeg? – en daardoor het benadrukken van de eigen gendernormen. Dat komt niet in de laatste plaats door de verwachtingen van mannelijk- en vrouwelijkheid die door diverse media worden geschapen. Zo laat mediawetenschapper Dan Hassler-Forest bijvoorbeeld zien hoe in Disneyfilms de prinsessen weliswaar vaak de hoofdrol spelen, maar stelselmatig minder regels tekst hebben dan hun mannelijke tegenspelers. Oftewel: meisjes mogen een mooie jurk aan, maar kunnen voor de rest beter hun mond houden.

Ook spoken word artist Donya Batta heeft het tijdens haar indrukwekkende voordracht die middag over de wijze waarop we van kinds af al aan in hokjes worden ingedeeld en hoe daar allerlei gedrag bij hoort. Over de letter ‘v’ in haar paspoort zegt ze: “Deze V kan mij net zo goed kruislings door mijn borst worden geslagen, want deze V is wat ik mijn hele leven zal moeten gaan dragen.” En dan was ze ook nog eens “te bruin” in ons land. “Maar ik ben het niet, ik ben verdomme gewoon mezelf,” aldus Batta, die zich in klare taal afzet tegen de hokjesgeest. In het programmaboekje stelt ze zichzelf voor als een “nongender, polyamoreuze queer, veganist”. Ook een vorm van identificatie, allicht, en misschien is het überhaupt wel onmogelijk om iemand te zijn zonder je met iets of iemand anders te identificeren. Maar in dit geval speelt Batta een spel met gebruikelijke en herkenbare identiteiten, een spel dat ons ook doet nadenken over onze eigen identiteit. Het is een sterk voorbeeld van de wijze waarop kunstenaars in opstand kunnen komen tegen vormen van identificatie.

Een ander sprekend voorbeeld, dat later die middag ter sprake komt in de lezing van kunstenaar Kapwani Kiwanga, is dat van de Koreaanse kunstenaar Nikki S. Lee. In haar Projects 1997-2001 infiltreerde ze diverse subculturen van New York, van latino skaters en punks tot bejaarden en academici. Ze maakte zich hun uiterlijke kenmerken, manieren en bewegingen eigen en liet zich vervolgens door toevallige voorbijgangers met hen fotograferen. Het fascinerende van dit project is ook weer de dubbele beweging van het enerzijds identificeren van een bepaalde groep of subcultuur, en het anderzijds deconstrueren ervan doordat Lee laat zien hoe ze die identiteit als een jas aan en uit kan trekken. Zo maakt ze ons andermaal bewust van het geconstrueerde karakter van onze eigen identiteit.

Identiteitspolitiek
Identiteit is niet alleen een individuele zoektocht of een sociaal gebeuren, maar ook een politieke kwestie. Dat bleek, zoals ik hierboven al noemde, al wel uit de verhitte verkiezingsstrijd over ‘de Nederlandse cultuur’. Al langer zijn identiteitskwesties hete hangijzers in het publiek debat: denk aan de politieke relletjes die uitbraken toen een bekende winkelketen ‘paaseitjes’ ineens ‘verstopeitjes’ ging noemen, of toen een onderwijsinstelling geen kerstbomen wilde plaatsen in de schoolgebouwen, om mensen van andere religies niet tegen het hoofd te stoten. Of denk aan de moeder al dezer discussies: het zwartepietendebat, dat intussen al bijna zelf tot de traditie van het Sinterklaasfeest behoort. Ondertussen lijk je het in discussies over gender niet gauw goed te kunnen doen, want zodra je je solidariteit met LHBT’ers hebt uitgesproken, blijk je alweer een gros aan alternatieven buiten te sluiten (intussen spreekt men van LHBTQQIP2SA).

Lange tijd heb ik me niet zoveel aangetrokken van dergelijke discussies. Ik kon me maar moeilijk inleven zowel in de felle en soms overspannen kritiek van de tegenstanders van zwarte piet, paaseitjes of weigerambtenaren, als in het krampachtig vasthouden aan de traditie. Bovendien bekroop me nog wel eens de gedachte: kom op mensen, kunnen we onze energie niet beter besteden aan écht urgente problemen zoals klimaatopwarming, of de allesvernietigende macht van het grootkapitaal?

Maar laten we eerlijk zijn: ik ben een blanke, hoogopgeleide, heteroseksuele man, en alleen dat al maakt het voor mij al heel eenvoudig om me ironisch te distantiëren van dergelijke discussies. Veel mensen hebben die luxe niet, en voor hen zijn het kwesties die direct raken aan wie ze zijn. Van die bevoorrechte positie werd ik me nog maar weer eens bewust tijdens de lezing van Claudia Caro Sullivan, docent aan de University of California. Zij vertelt over de gevolgen van de verharding van het politieke klimaat in de Verenigde Staten voor haar studenten, die in een voortdurende angst leven om gedeporteerd worden omdat ze niet over de juiste status beschikken. Ook zijzelf, zegt ze, is en blijft ondanks haar verblijfsstatus een ‘body of colour’, wat bijvoorbeeld betekent dat ze bij paspoortcontrole altijd extra gecontroleerd wordt. Het indrukwekkende verhaal van Sullivan maakt duidelijk dat de discussie over identiteit voor velen allerminst vrijblijvend is; dat het een kwestie is waar hun bestaanszekerheid van afhangt. En het maakt nog eens duidelijk hoe bepalend de taal is die in het publieke domein wordt gesproken over identiteit, of meer specifiek over de identiteit van bepaalde minderheidsgroepen. Sullivan, zelf Mexicaanse en getrouwd met een Amerikaans staatsburger, merkt in het leven van alledag, in de blikken van de mensen op straat, de invloed van Donald Trumps verkiezingsretoriek, die immigranten in het algemeen en Mexicanen in het bijzonder collectief als moordenaars en verkrachters, als ‘bad hombres’, wegzette. Identificeren wordt zo het eerste stadium voor een politiek van uitsluiting.

In het aangrijpende verhaal van Sullivan komt helder naar voren dat identificeren altijd een vorm van machtsuitoefening is, zeker als dat door een staat gebeurd. Technologie blijkt daarbij steeds vaker een belangrijke bondgenoot. Daags na de verkiezingsuitslag liet zij de foto’s van die studenten die geen status hadden daarom van de website van de universiteit halen. Dat we op internet onder voortdurend toezicht staan, daar kijkt eigenlijk al niemand meer van op, maar ook buiten de virtuele wereld spant zich een web om ons heen van identificatiemiddelen, van biometrische paspoorten tot met gezichtsherkenningssoftware uitgeruste surveillancecamera’s. Zach Blas, een kunstenaar die eerder die dag door Thijs Ebbe Fokkens in zijn lezing werd aangehaald, thematiseert het bondgenootschap van macht en technologie in zijn werk. Zo ontwerpt Blas zogenaamde ‘face cages’, die de lijnen waarmee biometrische software ons gezicht scannen tastbaar maken, als een zware en koude ijzeren kooi. De ‘face cages’ tonen tegelijk hoe daarmee het ware gezicht van de persoon aan het zicht onttrokken wordt.

In haar lezing feliciteert Claudia Caro Sullivan ‘ons’ Nederlanders met de verkiezingsuitslag, en zegt dat wij nu de ‘leaders of the free world’ zijn. Dat is heel aardig van haar, maar ondertussen hebben hier die politici gewonnen die de loftrompet zongen van onze Nederlandse cultuur. Doorgaans worden er bij die borstklopperij en zelffelicitatie niet alleen bepaalde groepen uitgesloten, maar ook nogal selectief geshopt uit de eigen geschiedenis: er wordt gesproken over zeeheld Michiel de Ruyter en de VOC, over de schilderkunst van Rembrandt, Van Gogh en Mondriaan. Voor het gemak vergeet men de eeuwen van exploitatie en onderdrukking die ook bij de eigen geschiedenis horen. Daarop wijst Jennifer Tosh, die de Black Heritage Tour in de binnenstad van Amsterdam en andere steden ontwikkelde, om te wijzen op de verborgen stukken geschiedenis – de geschiedenis van haar voorouders – die ons in onze alledaagse omgeving omringen, maar waar we regelmatig blind en doof voor zijn. Tijdens haar verhaal moet ik denken aan een citaat van de filosoof Walter Benjamin: “Er is geen document van cultuur dat niet tegelijk een document van barbarij is.”

Chris Keulemans, die haar interviewt, heeft ooit deelgenomen aan de tour, en vertelt hoezeer hij onder de indruk was, maar ook hoe verschrikkelijk het is dat hij nu nooit meer onbevangen kan genieten van zijn stad Amsterdam. Toch is dat niet waar het Tosh om te doen was. Het gaat er, zo zegt ze, niet om een groep slachtoffers te creëren, en een andere groep te demoniseren, maar om het volledige verhaal vertellen. “I invite people to be comfortable in feeling uncomfortable.” Als je het wilt hebben over de Nederlandse cultuur, of de Nederlandse identiteit, dan hoort de geschiedenis van de gekleurde mensen die hier zeker sinds de 16e eeuw woonden ook bij. Zoals Tosh het verwoordt op haar website: een gezamenlijke toekomst scheppen kan alleen door de geschiedenis te delen.

In een afsluitend gesprek tussen Tosh, Kapwani Kiwanga, en designtheoreticus Rosa ter Velde wordt nog eens onderstreept hoe nauw identiteit samenhangt met macht en ideologie. Maar, aldus Kiwanga, ook met verbeelding, en juist als het daar om gaat kan de kunst een belangrijke rol spelen. Identiteit is immers eerst en vooral een verhaal dat we onszelf en elkaar vertellen, en dat opent tegelijk de mogelijkheid dat wij invloed kunnen uitoefenen op dat verhaal en hoe het verteld wordt.

Voorwaarts
Op mijn weg terug naar huis ben ik weer een stuk hoopvoller over de wereld dan toen ik ’s ochtends in de krant las over de verkiezingsuitslag. Van te voren had ik er eerlijk gezegd ietwat tegenop gezien om een dag lang over het thema identiteit te praten en na te denken. De focus op het eigen zelf is maar al te vaak een symptoom van wat ik ‘de grote vlucht inwaarts’ noem: het je afwenden van de boze buitenwereld, die we in toenemende mate zijn gaan beschouwen als iets gevaarlijks waarover we geen controle hebben, en jezelf terugtrekken in de veilige comfort zone van de eigen identiteit. Maar wat ik vandaag heb gezien en gehoord, in de vele lezingen, performances en gesprekken met studenten, stond daar mijlenver vandaan. Het reflecteren over identiteit – over de vraag wie ‘ik’ ben, wie ‘wij’ zijn – hoeft klaarblijkelijk niet noodzakelijkerwijs te verzanden in narcisme en navelstaarderij. Integendeel, juist door met identiteiten te experimenteren openen kunstenaars ons dikwijls de ogen voor de ander. Ze maken van identiteit een publieke zaak, door ons de ingebakken manier te tonen waarop we identificeren, en de wijze waarop we ons laten identificeren. Ze tonen de verborgen machtsmechanismen in de eigen identiteitsvorming en de vormen van identificatie door anderen of door de staat. Daar kan in de beste gevallen een emancipatoire kracht van uit gaan: het bewust worden van die macht is immers de eerste stap in de richting van verzet. Het doel van die emancipatie, van dat verzet, is de erkenning van verschillen, met het paradoxale resultaat dat identiteit er uiteindelijk niet meer toe doet.

Thijs Lijster is docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Vorig jaar publiceerde hij de essaybundel De grote vlucht inwaarts. Essays over cultuur in een onoverzichtelijke wereld (Bezige Bij).

Dit artikel verscheen ook in de Mr. Motley: http://www.mistermotley.nl/art-everyday-life/tegen-de-hokjesgeest

(foto Thijs Lijster: Marc Schoeters)