Het recht om boos te zijn

Sinds een paar maanden bestaan mijn maandagavonden uit zweterige bokshandschoenen, pijnlijke knieën en een trainer die me op de zak (en zijn eigen maag en schouders) laat rammen tot ik niet meer kan. Het voelt lekker. Het voelt goed om alle opgekropte energie eruit te laten. Om te zweten. Om al mijn kracht in een stoot te leggen, of een knietje. Om even aan niets anders te denken. En stiekem voelt het ook goed om een keer iemand voor zijn bek te slaan.

Ik ben geen gewelddadig mens, integendeel. Ik ben ervan overtuigd dat communicatie het belangrijkste in de wereld is en dat conflict een stagnatie van communicatie is. We moeten luisteren naar elkaar en proberen waar het kan iets te leren. Dat doen we door af en toe stil te zijn. Schrijver, historicus en activist Rebecca Solnit geeft in haar essay A Short History of Silence een definitie van stilte, die lastig te vertalen is, maar waar ik de laatste tijd veel over na moet denken: “English is full of overlapping words, but for the purposes of this essay, regard ‘silence’ as what is imposed and ‘quiet’ as what is sought. The tranquility of a quiet place, of quieting one’s own mind, of a retreat from words and bustle, is acoustically the same as the silence of intimidation or repression but phychically and politically something entirely different.”

Ik ben bang dat het voor een hoop mensen (minderheden) in de loop van hun leven normaal is geworden om hun mond te houden wanneer er iets gebeurt wat niet goed voelt. Er zijn natuurlijk verschillende gradaties; bijna iedereen zegt er bijvoorbeeld wel iets van als er iemand op hun teen staat. De subtiele varianten zijn lastiger: laat je het merken wanneer je collega of baas je intimideert? Zeg je er iets van als je merkt dat iemand je negeert?

Sinds ik uit de kast ben als genderqueer probeer ik mijn mond open te trekken. Het toe-eigenen van die term geeft me een nieuw soort kracht, waardoor ik de stilte durf te doorbreken en het aangeef wanneer iemand me aanspreekt met mijn oude naam, of met ‘meisje’.

Juist door voor mezelf op te komen, word ik geconfronteerd met hoe vaak het nodig blijkt te zijn. Op sommige dagen kan ik daar heel verdrietig door worden, en nog meer als ik denk aan hoe alle andere minderheden (niet-wit, niet-cisgender, niet-man, niet-westers, personen met een handicap) hun dag door moeten komen, en in hoeveel situaties ze uit veiligheidsoverwegingen moeten kiezen om te zwijgen.

De Nigeriaanse sociologe Oyèrónké Oyěwùmí schrijft in The Invention of Women: Making an African Sense of Western Gender Discourses: “The reason that the body has so much presence in the West is that the world is primarily perceived by sight. The differentiation of human bodies in terms of sex, skin color, and cranium size is a testament to the powers attributed to “seeing.” The gaze is an invitation to differentiate.” Het is een verklaring voor de categorisering en discriminatie (want de differentiatie die ze hier constateert wordt door de westerse mens vaak geïnterpreteerd als minderwaardig) die in het westen plaatsvindt. Hoewel het fijn is om beter te snappen waar het vandaan komt, neemt het de pijnlijkheid van de stilte die eromheen hangt niet weg. Het toont aan hoezeer het nodig is om die te doorbreken.

Ik heb ontdekt dat ik soms, aan het einde van de boksles, wanneer mijn hoofd net één klap teveel moet incasseren, een waas voor mijn ogen krijg. Als een Mario-gamepersonage dat een supermushroom eet en drie keer zo groot wordt, groeit er een oncontroleerbare woede in mij. Binnen enkele seconden begin ik met mijn armen te maaien en met mijn benen te trappen, net zo lang tot ik begin te huilen, of de ander me een halt toeroept. “Wat was dat nou?” vraagt mijn trainer dan. Het enige wat ik dan kan denken is dat niemand me meer pijn mag doen. Dat is natuurlijk een dramatische gedachte die niet zou misstaan in een aflevering van gtst, maar het is wel een eerlijke.

Ik denk dat het nodig is om vaker eerlijk te zijn op momenten dat we boos zijn of verdriet hebben. Wanneer er ergens een diep weggestopt trauma wordt aangeboord of wanneer er een nieuwe wordt veroorzaakt. We hebben het recht om boos te zijn. Wat wel belangrijk is, is om niet te vergeten dat we in onze boosheid moeten blijven communiceren.

Soms heb ik het idee dat de maatschappij van me vraagt om zichtbaar te zijn op sociale media en met hashtags te slingeren. Aan de ene kant voel ik me aangesproken, omdat het simpelweg zo hard nodig is om op te staan tegen onrecht en onwetendheid tegenover leden van mijn community. Maar aan de andere kant is het ook nodig om in het oog te houden wat voor persoon ik zelf ben. Ik ben niet iemand die zich gemakkelijk in het publieke domein begeeft en voel me eerlijk gezegd iedere keer als ik iets op Facebook post heel ongemakkelijk. Iedere activist moet voor zichzelf uitmaken op welke manier en op welke schaal die zijn/haar/hun boodschap wil verspreiden. Het kan door middel van internet, foto’s en tweets, maar activisme kan ook voorkomen in de vorm van een gesprek met een familielid, een lied of een kunstwerk. Het belangrijkste is eerlijk zijn, en op een respectvolle en liefdevolle manier aangeven wanneer er iemand op je teen staat.

Dit is het derde blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

foto: U.S. Air Force photo by Airman 1st Class Dennis Hoffman

 

III. Het breekpunt

Het is grappig hoe snel dingen kunnen veranderen. Sinds deze blogs ben ik, zoals ik in mijn vorige blog zei, hyperbewust van mezelf geworden. Ik ben door dit te schrijven dagelijks bezig met wat ik denk en voel en krijg daarom langzaamaan meer inzicht in mijn seksualiteit.

Zo kwam ik erachter dat ik te weinig tijd neem voor mijzelf en mijn seksualiteit. Mijn leven is een aaneenschakeling van verschillende activiteiten. Uitrusten wordt ingepland en ik kan door mijn strakke planning vrijwel niets aan het toeval overlaten. Mijn vriendin en ik zijn zelfs begonnen met het inplannen van onze seks, omdat we er anders niet aan toe komen.
Ik wil geen slaaf meer zijn van mijn eigen planning. Ik wil niet elke dag mijn tijdschema strak in de gaten hoeven houden, niet elke dag moe zijn. Ik wil liefhebben op onverwachte momenten, seks hebben wanneer ik zin heb en me licht voelen. Niet zwaar van al het ‘moeten.’

Seksualiteit betekent voor mij nu: rust, zodat het kan ontstaan. Daarom ben ik begonnen met het opnieuw indelen van mijn leven. Ik ben op zoek naar een andere baan, bijvoorbeeld. Ik werk nu in een restaurant op wisselende tijden en dagen. Ik wil alleen nog doordeweeks werken en in het weekend tijd hebben voor mijzelf en mijn vriendin. Daarnaast probeer ik liever voor mijzelf te zijn. Dat is de grootste opgave gebleken. Lief zijn voor mijzelf is afstand doen van negatieve gedachten over mij en mijn lichaam. Ik denk vaak dat ik dik en lelijk ben, dat ik niets waard ben. De reden dat ik geen rust neem, komt doordat ik dan denk dat ik lui ben. En door alles altijd vol te plannen, verlies ik mijzelf en daarmee mijn seksualiteit uit het oog. Dat is makkelijk. Als ik druk ben, raak ik verdoofd en hoef ik niet te dealen met mijzelf en mijn gevoelens.

Het gaat voor mij nu om voelen wat ik nodig heb en mijn grenzen daarin aangeven en bewaken. Om mezelf beter te leren aanvoelen, heb ik nu één keer in de maand een holistische massage. Irene, de massagemevrouw, raakt me aan en ik moet aangeven wat ik prettig vind en wat niet. Dat klinkt makkelijk, zeggen wat je fijn vindt en wat niet, maar ik vind het heel moeilijk. Ze wilde mijn onderbeen masseren, ik verstijfde en ze vroeg of ze door mocht gaan en ik durfde niet te zeggen dat ik het niet fijn vond omdat ik dacht dat ik dan faalde. Ik werd daar heel verdrietig van, omdat ik dacht dat ik het fijn moest vinden. Ik was bang haar teleur te stellen. Ze zei daarna dat het tijdens die massage om mij gaat, niet om haar en daarna: “Ik kan heel goed voor mezelf zorgen, Willemijn.”

Door de blog en de massage leer ik mijn negatieve gedachten steeds beter kennen. Het maakt wel dat ik opnieuw het gevoel heb dat ik iets verkeerd doe, want welke pannenkoek praat zichzelf nou telkens de grond in? Ik probeer dan lief voor mezelf te zijn. Het is oké dat ik dit denk en ik ben bezig te veranderen.

Ik kwam er ook achter dat ik mijn leven indeel om anderen en niet mijzelf te plezieren. Ik werk hard zodat niemand kan zeggen dat ik iets verkeerd doe, ik wil succes hebben zodat anderen zien hoe goed ik het doe. Mijn leven staat als je het zo bekijkt, in teken van anderen. Natuurlijk besta je altijd in relatie tot een ander, maar je moet wel blij en tevreden zijn met jezelf en dat ben ik nu niet. Ik voel me een slaaf van mijn eigen patronen en gedachten. Ik ben benieuwd wat deze nieuwe indeling me gaat brengen, wat er gaat veranderen.

Deze blog heet niet voor niets ‘Het breekpunt’. Door al mijn gewoontes en gevoelens onder de loep te nemen, kom ik erachter dat ik al heel lang geen aandacht heb besteed aan mijzelf en dat maakt me verdrietig. Ik wil graag tijd voor mijzelf, waarin ik kwetsbaar en klein kan zijn, maar er zijn door alle verplichtingen die ik aangenomen heb weinig momenten waarop dit kan. Het begin is er. Ik weet wat ik wil: meer rust, meer zelfliefde, meer seks. Nu moet ik ruimte gaan maken voor de plannen die ik heb. Ik wil meer (kinder-)boeken lezen, meer schrijven en meer doen wat ík wil. Mei gaat in het teken staan van de reorganisatie van mijn leven.

Dit is het derde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories

 

illustratie Hannah Good

Illustratie: Hannah Good

II. De zoektocht gaat verder

Maart heb ik besteed aan het vinden van een solide basis waarop ik verder kan bouwen, een basis om verder te kunnen schrijven over seksualiteit. In mijn eerste stuk ging ik gelijk de diepte in, ik vertelde jullie wie ik ben en waarom dit onderwerp me zo raakt. Ik las mijn eigen stuk, en kon het niet helpen me ook te schamen voor dat wat ik op papier had gezet, omdat de dingen die ik had verteld misschien privé hadden moeten blijven.

Vorige maand bezocht ik Marije Janssen. Marije heeft een platform voor seksualiteit en geeft verschillende lezingen en workshops. Ik ging naar die* toe om te vragen wat het zo moeilijk maakt om te praten (en schrijven) over seksualiteit. Wat ik uit dat gesprek vooral meenam is dat we allemaal te maken hebben met bepaalde normen, zoals: vrouwen kijken geen porno en mannen mogen niet huilen. We moeten onszelf hieraan ontworstelen door te blijven praten over onze verlangens en elkaar daarin serieus te nemen. Marije treedt voorbij de binaire indeling in onze samenleving en gaf me mee dat er geen eenduidig antwoord is op vragen over seks, en dat het juist daarom zo interessant is. Die identificeert zich ook als non-binair, wat betekent dat je je niet vrouw of man voelt, maar los van deze genderindelingen bestaat. Het is gek dat ik altijd dacht dat ik me moest identificeren als vrouw, maar door Marije kwam er een ruimte vrij waarin dat niet hoeft. Ik weet nog niet of ik me vrouw voel of niet, maar dat hoeft dus ook niet. Iets om in de komende maanden verder te onderzoeken.

In de trein terug naar Arnhem, realiseerde ik me dat ik mijn seksualiteit wil vatten in woorden zodat ik mezelf beter begrijp. In de eerste blog vertelde ik al over mijn zoektocht, die begon toen ik Krul ontmoette. Door het gesprek met Marije leerde ik dat ik geen antwoorden ga vinden, dat ik door dit onderzoek alleen een beter idee krijg van wat seksualiteit voor mij betekent.

Marije is op een actieve manier bezig met seksualiteit, met die van dienszelf en anderen. En dat is volgens mij de enige manier waarop ik er bezig mee moet zijn. Net zoals ik me elke dag een beetje anders voel, zo is ook mijn seksualiteit elke dag een beetje anders en ik zou de tijd en ruimte moeten nemen om elke dag te voelen wat ik nodig heb.

Op 23 maart bezocht ik de voorstelling Over komen van Gian van Grunsven. Over komen is onderdeel van Gians zes jaar durende artistiek-journalistieke onderzoek naar seksualiteit. Ze is op zoek gegaan naar manieren om zichzelf te beminnen. Er kwam een heel scala aan masturbatie-experts aanbod, maar wat me vooral is bijgebleven is dat ze zich tijdens haar onderzoek realiseerde dat ze seks te doelgericht benaderde. Ze wilde het in haar zoektocht zo krampachtig goed doen, de juiste technieken volgen om haar seksuele zelf volledig te leren kennen, dat het niet lukte. Ik herkende dat. Ik wil ruimte creëren voor een open gesprek over seksualiteit, maar neem niet de tijd voor mezelf om na te gaan wat het voor mij betekent. Ik ga naar lezingen, voorstellingen en praat met mensen om antwoorden te vinden over iets heel persoonlijks. En terwijl ik dit schrijf hoor ik de stem van mijn moeder in mijn achterhoofd zeggen dat ik moet gaan mediteren, of in ieder geval iets moet doen om aandacht te schenken aan mijn diepste zelf.

Mijn moeder heeft altijd gezegd dat het grootste energiepunt in ons lichaam zit in onze diepste chakra, die tussen onze benen. Dat daar zoveel opgeslagen ligt dat als we daarmee bezig zijn, we ons diepste zijn kunnen aanraken. Ik vind het vreselijk als mijn moeder over dit soort dingen begint, ik krijg altijd zin om zo wild op te staan dat mijn stoel achterovervalt. Maar ergens weet ik dat ze gelijk heeft. Seksualiteit zit zo diep in ons binnenste dat we niet om onszelf heen kunnen als we het willen onderzoeken. Misschien is dat ook de reden dat ik sinds ik deze blogs schrijf me zo hyperbewust ben van mezelf en de manieren waarop ik mijn leven invul. Ik weet dat ik te weinig tijd neem voor mijn lichaam en mijzelf, en daarmee niet genoeg aandacht schenk aan mijn seksuele zijn.

Gian van Grunsven en Marije Janssen zijn allebei al jaren actief bezig met het onderwerp seksualiteit, en hebben nog niet antwoorden op alle vragen. In de voorstelling van Gian kwamen geen antwoorden op hoe je op je jezelf bemint, ze gaf alleen blijk van haar zoektocht zodat wij, de kijkers, daar iets uit kunnen halen wat ons kan helpen. Marije kon geen antwoord geven op wat seksualiteit nou precies is, omdat het voor iedereen anders is. Als ik iets wil leren over seksualiteit moet ik dus naar mezelf kijken. Wat betekent het voor mij? Ik leerde deze maand dat ik meer tijd en ruimte moet geven aan mezelf, om op die manier te voelen wat ik nodig heb.

*die/diens zijn voornaamwoorden die worden gebruikt voor diegenen die zich identificeren met het non-binaire.

Dit is het tweede blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories

Vrouw met boormachine

Lot stelt zich nu ongeveer een jaar aan mensen voor als genderqueer. Toch vinden veel mensen het moeilijk om bijvoorbeeld de juiste voornaamwoorden te gebruiken. Zo ook Lots moeder. Hen besloot haar te vragen wat het voor haar betekent om een kind te hebben dat geen man en geen vrouw is. Ook is hen benieuwd naar wat vrouwelijkheid voor hun moeder eigenlijk inhoudt.

Moeder: Ja. Nou. Ik moest er in het begin toen ik het hoorde ook aan wennen. Dat weet je ook, dat ik dacht van ‘is dit nu zo of is het een soort bevlieging,’ omdat je wel eens dingen in je hoofd kon halen die later wel weer afzakten.
Maar later kreeg ik in de gaten dat dit een blijvertje was.

Lot Veelenturf is genderqueer, hun moeder is feminist. In ‘Vrouw met boormachine’ spreken de twee over voornaamwoorden, vrouwelijkheid en moederschap.

Luister naar de podcast Vrouw met boormachine.

 

Lecture Emily Witt (author Future Sex)

A Clean Well-Lighted Space: The Visual Presentation of Sexual Identity  – lecture by Emily Witt (author Future Sex) on 15 March 2018

In the early 1990s, when the first internet dating sites appeared on the World Wide Web, entrepreneurs discovered broad differences in what kinds of graphic design would attract users of different genders and sexual orientations. To attract women, in particular, dating sites used a strategy of white backgrounds, and friendly logos. They banned sexually explicit photographs and erased all hints of open sexuality, even though these were sites where people were coming to find sexual partners. This marketing strategy came to be known as creating a “clean, well-lighted space,” where women could feel comfortable looking for dates online. This lecture will explore the lessons and limitations of this visual strategy, and what it reveals about the stories we tell ourselves.

I. Het Begin

Een onderzoek naar seksualiteit door Willemijn Kranendonk.

Seksualiteit is iets dat ik niet begrijp. Het heeft met je seksuele voorkeur te maken, maar dat is niet het enige en ook niet alles. Het is de manier waarop je je leven indeelt, je lichaam liefhebt, hoe je kijkt naar anderen. Het is wie je bent, maar je bent niet enkel je seksualiteit.

Ik ben Willemijn en ik ben een lesbische schrijver. Ik heb ook relaties met mannen gehad en dat vond ik makkelijker. Hij was de man, ik was de vrouw, ik stelde geen vragen omdat ik niet wist welke vragen ik zou moeten stellen. Er veranderde veel toen ik een relatie kreeg met Krul, een vrouw, en ik opeens niet dienstplichtig mijn rol als ‘vrouw in een patriarchale relatie’ kon vervullen. Eigenlijk was mijn relatie met Krul het begin van een zoektocht naar wie ik ben als ik niet meer de heteroseksuele partner ben. Het klinkt misschien gek, omdat ik net zei dat je seksualiteit niet is wie je bent, maar voor mij is het wel een groot onderdeel van mijn identiteit. Ik voel me nu een lesbische vrouw.

De aankomende negen blogs ga ik op zoek naar een manier om mijn seksualiteit in woorden te vatten. Ik vind het belangrijk dat hierover geschreven wordt omdat het in mijn ogen te weinig gebeurt. Ik wil lezen over mensen die op onderzoek uitgaan naar hun seksualiteit, naar hoe dat tot stand komt of dat het er juist al is en dat je jezelf alleen moet leren kennen.

Er zijn voorbeelden van boeken, essays en kunstenaars die me nu al heel erg hebben geholpen zoals Maggie Nelson met De Argonauten. Nelson heeft een queer partner en ze onderzoekt al schrijvend hoe ze daarmee om wil en kan gaan. Berlinde de Bruyckere maakt mensfiguren met een doek om het bovenlichaam en hoofd. Door haar werk, dat beeld, wist ik ineens dat dat is hoe ik me soms voel als vrouw: ik ben er, maar ik word tegelijkertijd verstikt door geldende normen.

*

Ik woon samen met Krul en we hebben een liefdevolle, maar complexe relatie. Complex omdat we allebei hiervoor heteroseksuele relaties hebben gehad waarin we onszelf ondergeschikt maakten aan de man. Nu zijn we gelijkwaardig en dat geeft frictie. We willen de ondergeschikte rol aan doen als een oude jas die perfect past, maar stinkt naar opgedroogde zure regen. Samen zijn we sinds het begin op zoek naar een manier waarop we zowel als paar en los van elkaar kunnen bestaan. Twee individuen die elkaar volledig respecteren in alles wat ze zijn. Twee mensen die ervoor kiezen om voor elkaar te vechten en elkaar te geven wat nodig is.

Op seksueel vlak was het helemaal wennen. Ik was voor ik met Krul was nooit klaargekomen omdat ik niet wist dat mijn orgasme net zo belangrijk is als dat van mijn partner en ik mezelf nooit aanraakte omdat ik niet wist dat dat fijn kon zijn. Krul leerde me dat ik even belangrijk ben als de ander. Zij liet me voor het eerst klaarkomen, zij leerde me liefde om te zetten in iets lichamelijks. Ze leerde me knuffelen, liefhebben en dat een warm lichaam naast je hebben genoeg kan zijn.

Ik ben dus vooral op zoek naar hoe vrouwen hun seksualiteit vormgeven. Niet omdat ik iemand wil buitensluiten, maar omdat ik zelf een vrouw ben en weet hoe belangrijk het is om te leren wat je verdient. Als ik eerder had geweten dat mijn orgasme net zo belangrijk is, had ik dat kunnen aangeven en wie weet waren relaties misschien minder ongelijk geweest. Bij vrouwen is seksualiteit iets kwetsbaars omdat er vaak misbruik van gemaakt wordt. Juist daarom vind ik het noodzakelijk om mezelf te onderwijzen over dit onderwerp en via deze blogs mijn kennis door te geven.

Ik ga in mijn blogs in gesprek met verschillende mensen over seksualiteit om er zodoende over te kunnen schrijven. Seksualiteit, en seks in het algemeen, moet bespreekbaar zijn. Ik wil met mijn schoonmoeder op de bank kunnen praten over haar gevoelens en ideeën hierover zonder dat het ongemakkelijk is, al ontstaat op die ongemakkelijke momenten soms juist een belangrijk gesprek. In de omvangrijke facetten van seksualiteit ligt een stuk van mijn en ieders identiteit besloten. Ik ga op zoek naar woorden om hier makkelijker over te kunnen praten.

Ik schreef eerder al gedichten over intimiteit, relaties en vrouwenlichamen.
Beluister ze hier.

Beeld: Aanéén-genaaid door Berlinde de Bruyckere, 2000

Diversity Stories blogger: Lot Veelenturf

ArtEZ studium generale richt zich de komende jaren op het thema Diversity Stories. Diversiteit is een complex begrip dat we op meerdere lagen gaan ontrafelen en onderzoeken. We besteden aandacht aan gender, feminisme, burgerschap en diversiteit in denken. Ook kijken we naar inclusiviteit binnen ArtEZ als hogeschool voor de kunsten. Daarbij proberen we antwoord te vinden op de vraag: Diversity for What? Volg ons via #diversitystories.

Ontmoet Lot Veelenturf!

Lot Veelenturf (1996) is derdejaars student Creative Writing aan ArtEZ Arnhem en doet onderzoek naar identiteit, het belang van genderneutrale voornaamwoorden en wat het betekent om een lichaam te hebben. Hen is zelf genderqueer en schrijft korte verhalen, essays en werkt aan een serie podcasts rondom het thema gender. Eerder dit jaar trad Lot op bij Perdu in Amsterdam, binnenkort verschijnt er een essay van hen op Hard//hoofd en vanaf februari loopt hen stage bij Lebowski Publishers, waar hen de redactie voor hun rekening neemt.

Voor het thema Diversity Stories zal Lot maandelijks bloggen over thema’s als genderqueer, taal en gender, wat het betekent om je ergens thuis te voelen en familie. Lots eerste blog verschijnt eind maart.

Beeld: Untitled | filmstill | 2016 | Juliana van Mulligen

Diversity Stories blogger: Willemijn Kranendonk

ArtEZ studium generale richt zich de komende jaren op het thema Diversity Stories. Diversiteit is een complex begrip dat we op meerdere lagen gaan ontrafelen en onderzoeken. We besteden aandacht aan gender, feminisme, burgerschap en diversiteit in denken. Ook kijken we naar inclusiviteit binnen ArtEZ als hogeschool voor de kunsten. Daarbij proberen we antwoord te vinden op de vraag: Diversity for What? Volg ons via #diversitystories.

Ontmoet Willemijn Kranendonk!

Willemijn Kranendonk (1994) zit in het derde jaar van de opleiding Creative Writing aan ArtEZ Arnhem. Ze schrijft korte verhalen en poëzie en onderzoekt daarin wat het voor haar betekent om een vrouw te zijn. In 2017 stond ze in de finale van Write Now! met haar verhaal Veiligheidsvest. Haar werk verscheen o. a. op De Optimist en ze trad op bij de Nijmeegse Gedichtennacht. Ze loopt momenteel stage bij Perdu in Amsterdam en doet de productie van Mooie Woorden in Utrecht.

Voor het thema Diversity Stories zal Willemijn maandelijks bloggen over de zoektocht naar seksualiteit – die van anderen en van haarzelf. Willemijns eerste blog verschijnt begin maart. Tijdens SEX & the Sexual Politics of the Gaze zal zij voordragen uit eigen werk.