Ook mijn eigen feministische knopje gaat om

Catelijne de Muijnck, programmamaker bij ArtEZ studium generale, beschrijft in onderstaande blog de totstandkoming van de onderzoekslijn rondom het thema feminisme.

 

Al lopend door de wandelgangen valt het op: vrouwelijke studenten zijn flink vertegenwoordigd. Niet alleen hier, maar ook op veel andere kunstacademies in Nederland blijkt zo’n 75 procent van de studenten vrouwelijk te zijn. Het profiel van de hedendaagse beeldende kunst in Nederland wordt, zeker in vergelijking met andere landen, de laatste decennia gelukkig meer en meer door vrouwen bepaald. De omstandigheid dat uitsluitend mannen de belangrijke management functies bekleden in overheidsfuncties, bij fondsen en collecties, bij musea en presentatie-instellingen, op universiteiten en kunstacademies, is sinds een paar jaar voorbij. Dat wil nog niet zeggen dat gender geen rol meer speelt, want ondanks deze structurele verbetering in de wereld van beeldende kunst is seksisme zo geïnstitutionaliseerd, dat het een systeem vormt dat ons hele zijn – van de woorden die we gebruiken tot hoe we ons gedragen – nog altijd bepaalt. In de huidige samenleving en dus ook binnen ArtEZ wordt het als zeer relevant gezien dat we ons bezighouden met ‘diversiteitsprojecten’. En wel om het te hebben over waar het werkelijk over gaat, namelijk: gender, ras, klasse en de ongelijkheid die in dat soort categorieën verscholen ligt. Als programmamaker bij het studium generale ben ik vanaf mei 2017 bezig met het opzetten van een community die tot doel heeft de krachten te bundelen en een bewustzijn binnen ArtEZ te creëren van dominante structuren met betrekking tot gender. Uitgangspunt wordt het intersectionele perspectief want: FEMINISM WILL BE INTERSECTIONAL OR IT WILL BE BULLSHIT! (een veelgeciteerde quote van de in Amsterdam woonachtige schrijfster Flavia Dzodan).

Richtinggevend is een uitnodiging van twee docenten van BEAR – Anik Fournier en James Beckett – om aanwezig te zijn bij de oprichting door een aantal van hun studenten van een platform dat zich bezighoudt met feminisme: The School of Missing Men, an empowerment initiative in the making. De bijeenkomst is een eye-opener voor me. Groot gebracht door een uitgesproken feministische moeder moet ik bekennen dat ik tot dat moment stiekem in de veronderstelling leefde dat het feministische project bijna voltooid was. Dat dat wat aan gelijkheidsidealen nog niet gerealiseerd was, misschien wel aan de vrouwen zelf te wijten was. Maar ik schrok van het gebrek aan zelfvertrouwen bij vrouwelijke studenten en hun verbazing over het feit dat de mannelijke ArtEZ alumni in de eerste jaren na de academie sneller dan hun vrouwelijke collega’s een expositie, voorstelling, optreden of verkoop van werk weten te realiseren.

Het eerste project wordt het oprichten van een laagdrempelige feministische leesgroep die eens per maand in boekhandel Walter samenkomt. In de kern bieden we een gelegenheid voor self education, collective learning en uiteindelijk – naar wij hopen – op empowerment. In samenspraak met Isis Germano van de ArtEZ Honours, lector Peter Sonderen, Krista Jantowski van boekhandel Walter en Lieneke Hulshof van Mister Motley bespreken we de vorm waarin we dit aanbieden en de insteek die we kiezen. We besluiten te starten met de benadering van het onderwerp vanuit een hedendaags perspectief. Wat betekent het voor vrouwen tegenwoordig om feminist te zijn? Wat doe je er mee in je dagelijks leven? Bestaan er mannelijke en vrouwelijke eigenschappen? Pas later zullen we een terugblik geven op wat feminisme voor eerdere generaties heeft betekend en zullen we de beweging maken naar de vraag wat feminisme inhoudt voor de kunst, de kunstwereld en voor het kunstonderwijs.

We starten in april 2018 en er zijn niet alleen vrouwelijke studenten aanwezig bij de bijeenkomsten van de leesgroep, ook vrouwen uit verschillende andere generaties. Gelukkig mogen we vanaf de afleveringen dit najaar van de leesgroep ook mannen verwelkomen. De methode die we gebruiken zorgt ervoor dat iedereen aan het woord komt, en er vinden naar aanleiding van de teksten zeer persoonlijke gesprekken plaats over ervaringen met en opgedane inzichten in privileges en de daarmee samenhangende gevoeligheden. Er is intergenerationele uitwisseling en er ontstaat bij sommigen een nieuw bewustzijn. Ook mijn eigen feministische knopje gaat om.

Om het nieuwe studiejaar in september 2018 met een stevige boodschap in te gaan willen we de vraag stellen hoe we ons van het ‘ik’ naar het ‘wij’ kunnen bewegen. Geen aflevering van de leesgroep maar een goed bezocht public event over de vraag hoe we vanuit de neoliberale fixatie op het individu en identiteit (vaststaand, autonoom, aansprakelijk en verantwoordelijk voor bijna niets dan zichzelf) kunnen komen tot solidariteit en verbinding met de ander. De avond is in opdracht van studium generale gecureerd door Krista Jantowski van Walter. Een eerste kennismaking met feminisme vanuit een intersectioneel perspectief. Het wordt een avond met felle gesprekken over hoe machtsstructuren – ook binnen ArtEZ – verbonden zijn met ideeën over gender en hoe die solidariteit in de weg staan. Het is duidelijk dat we in de leesgroep meer aandacht aan intersectionaliteit moeten besteden en aan het erkennen van verschillen. Waar diversiteit vaak gaat over hokjes aanvinken, gaat intersectionaliteit over het complexe samenspel van de verschillende identiteiten die we allemaal in ons hebben. Door dat te erkennen gaan we uitsluiting tegen en kunnen we ons bewegen richting inclusief feminisme.

In de loop van het najaar kan ik met genoegen constateren dat de community rondom de leesgroep is gegroeid. Niet alleen bezoeken meer studenten de leesgroep, worden de banden met de School of Missing Men verstevigd door de aanstelling bij BEAR van Rosell Heijmen, ook mogen we deelnemers verwelkomen die andere culturele instellingen in Arnhem vertegenwoordigen zoals Museum Arnhem en het Focus Filmtheater. Eind 2018 spreken we met de verschillende partners in dit feministische project af dat we elkaar met enige regelmaat ontmoeten en zullen kijken hoe we elkaars feministische projecten kunnen versterken. Ook gaan we nadenken over hoe we op het dit voorjaar te lanceren online platform APRIA (ArtEZ Platform of Research Interventions) de kennis die we samen en in dialoog met studenten en docenten opdoen, kunnen omzetten in praktische hulpmiddelen voor het onderwijs. Want, zoals Liedeke Plate het tijdens Seks & the Sexual Politics of the Gaze (tijdens een studium generale project op 15 maart 2018) formuleerde: ‘Uiteindelijk gaat inclusief onderwijs over het creëren van leerplekken waar studenten zich gewaardeerd en gehoord voelen en bijgevolg zelfverzekerd zijn om het beste uit hun opleiding te halen.’ (“In the end, inclusive education is about creating learning spaces where students feel valued and heard and consequently are confident to pursue the best out of their education.”)

Catelijne de Muijnck
Programmamaker ArtEZ studium generale
Januari 2019

Nancy Jouwe

Nancy Jouwe (1967) is een docent, onderzoeker en spreker, actief sinds 1993 in de NGO-sector als manager en cultureel producent, met een focus op intersectionaliteit, koloniale geschiedenis, kunst, erfgoed en interculturele dialoog. Ze was mede-oprichter van Framer Framed en stond aan de basis van het onderzoeksproject Mapping Slavery, een transnationaal onderzoeksproject dat de Nederlandse koloniale geschiedenis van de slavernij in kaart brengt. Als activiste was ze in de jaren ’80 en ’90 betrokken bij krakers- en verschillende emancipatiebewegingen. Ze komt uit een familie van politieke vluchtelingen die Indonesië in het begin van de jaren ’60 moest ontvluchten, omdat haar vader een politieke leider was in de Papoea-onafhankelijkheidsbeweging. Ze schreef uitgebreid over Papua-kwesties, waaronder vrouwenrechten en de Papoea-diaspora.

Tot 2013 was Nancy Jouwe programmadirecteur bij Kosmopolis Utrecht, een platform dat via kunst en cultuur een dialoog tussen gemeenschappen voedt, zowel nationaal als in een internationale context. Jouwe was ook directeur van Papua Cultural Heritage Foundation in Utrecht.

Jouwe co-publiceerde verschillende boeken, waaronder Papua’s? Oja, die voorzien echt, hè? Een inventarisatie van de positie van Papua-vrouwen in Nederland, 1958-1992 (met Marlise Mensink, 1993) en Caleidoscopische Visies. De zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwenbeweging in Nederland (met Maayke Botman en Prof. Gloria Wekker, 2000) en Paradijsvogels in de polder. Papoea’s in Nederland (KIT Publishers, 2012). In 2017 droeg ze bij aan de publicatie Dutch New York Histories: Connecting African, Native American and Slavery Heritage (met Dienke Hondius, Dineke Stam en Jennifer Tosch, LM Publishers / Washington University Press).

Links
Radio interview op VPRO met Nancy Jouwe
LM Publishers – Dutch New York Histories
Mapping Slavery NL
Stichting Papua Erfgoed – PACE
Kosmopolis Utrecht

Daan Borrel

Daan heeft een bachelor en master Literatuurwetenschappen gedaan aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar studie begon ze met schrijven voor Babel, het universiteitsblad van de Geesteswetenschappen. Daar deed ze ook een jaar de hoofdredactie. Na haar studie is ze blijven schrijven als freelancer, ze vindt het erg leuk om eigen projecten en onderwerpen te kiezen. Een opdracht in haar eerste jaar als freelancer bracht haar in contact met de taoïstische visie op seksualiteit. Omdat deze zo anders is dan de westerse, besloot ze uit te zoeken hoe wij in het westen seksualiteit dan precies bekijken.

www.daanborrel.nl

Je kunt het pas voelen als je het weet

‘Soms gedraag ik me als een bepaald soort geile, sexy, zwoele vrouw’, vertelde een meisje me laatst.‘Een vrouw die ik ken uit porno. Ik deed iets na, in plaats van mijn eigen lijf te ontdekken en dacht dat ik opgewonden moest raken waar andere vrouwen opgewonden van raakten.’ Het leverde spanning op in haar lijf, zei ze.

Voor de duidelijkheid: deze uitspraak kwam van een leuke, jonge meid. Ze zag dit niet als eerste wereldproblematiek, maar het beïnvloedde wel een deel van haar leven.

Op zich heb ik, of zij, niks tegen porno in het algemeen – daar gaat dit verhaal niet over. Waar dit verhaal wel over gaat is dat verwachtingen, ideeën en beelden het lichaam kunnen beïnvloeden – positief en negatief. Verwachtingen, ideeën en beelden kunnen ook je seksualiteit beïnvloeden, zowel positief als negatief. Seksualiteit gaat namelijk voor een groot deel over hoe je in je lichaam zit, wat je denkt dat je daarmee mag doen, wat je ermee wilt doen, en wat niet. Hoe afgestemd je in je lichaam zit, bepaald weer hoe intiem je met dat lijf durft te zijn, en hoe intiem je met andere lijven durft te zijn.

Het is eng om met je eigen lichaam intiem te zijn, om er een relatie mee op te bouwen, omdat je dan de vele verwachtingen, ideeën en beelden tegen kan komen die daar gedurende je leven zijn ingeprent. Boodschappen als ‘jouw seksualiteit mag er niet zijn’, of ‘jouw lichaam is van mij’. ‘Je bent te dik/veeleisend/hard/zacht/stom/romantisch/gevoelloos/vul zelf in’. Het stomme is alleen: die boodschappen die je tegenkomt, zijn niet persoonlijk. Ze zijn er gewoon ingestopt.

Ik durfde ook niet écht met mijn lichaam te zijn. Ik was als de dood voor ontspanning, zowel in mijn leven buiten het bed, als erin. Ik stortte me om de zoveel tijd op een man, ik verlangde me suf, omdat ik hoopte dat ik op die manier wel met mijn eigen lichaam kon zijn. Dat was natuurlijk geen duurzame oplossing.

Uiteindelijk kuste ik een vreemde man, in Portugal, op een vakantie met vriendinnen, heel cliché allemaal. Mijn geliefde zat thuis in het huis waar we samenwoonden.

In mijn boek Soms is liefde dit, een brief over lichaam, seks en verlangen heb ik geprobeerd te onderzoeken wat mijn seksualiteit en mijn seksuele verlangens allemaal beïnvloedden. Hoe en wat mag ik als vrouw seksueel verlangen? Mag ik elk verlangen onderzoeken en uitleven, of is dat ook voor mezelf schadelijk? Hoe kunnen vrouwen hun eigen verlangens volgen als ze nooit hebben geleerd daarmee om te gaan? Of zijn mannen hier net zo slecht in? En is het de geest of het lichaam dat verlangens creëert?

Ik wilde dit uitzoeken omdat ik ergens vermoedde dat ook die verlangens niet eens zo heel persoonlijk waren. Zo weet ik inmiddels dat het soms zo opgehitste karakter van mijn verlangens, gedeeltelijk beïnvloed wordt door kapitalistische ideeën: door het idee dat je altijd meer en beter kan krijgen, dat perfectie bestaat, dat het nooit goed genoeg is.
Zo weet ik inmiddels ook dat ik vroeger vaker verlangde naar bemind worden, in plaats van verbinding met een ander. Dat verlangen werd, en wordt nog steeds, beïnvloed door hoe vrouwen lange tijd in de geschiedenis bevestiging kregen: door mooi te zijn. Daarom worden veel vrouwen nu nog steeds eerder opgewonden van bevestiging, in plaats van een ander lijf, persoon of een bepaalde beweging of handeling.
Ik weet inmiddels ook dat ik soms oneindig geil ben, en dat ik het dan wel met Jan en allemaal wil doen, en dat dit gevoel er gewoon mag zijn. Vrouwen worden vaak afgeschilderd als de passieve, seksloze partij, maar wie goed onderzoek doet, komt er al snel achter dat dit niet genderbepaald is. Er is gewoon minder wetenschappelijk onderzoek gedaan naar vrouwelijke seksualiteit. De man was in het verleden altijd de standaard.

Verwachtingen, ideeën, verhalen, en beelden kunnen seksualiteit dus negatief beïnvloeden, in de zin van dat ze je beperken, maar het tegenovergestelde is ook waar: door de verbeelding kan seksualiteit ook bevrijd worden. Je kunt iets herkennen in bijvoorbeeld kunst (of een goede pornofilm) waardoor het lichaam ontspant, verwerkt, verandert.

Wil je zelf zulke verbeelding creëren – wat volgens mij de reden is dat jullie deze opleiding volgen – dan moet je geloof ik eerst kennis opdoen. Kennis over jezelf, kennis over je lichaam. Kennis over de samenleving waarin je leeft, over de opvoeding die je hebt gehad. Pas wanneer je weet hoe het zit en wat jou beïnvloedt, kun je iets anders verzinnen. En met ‘weten’ bedoel ik niet alleen weten met je geest, je lichaam kan ook dingen weten. Een buik kan boekdelen spreken. Maar ja, dat moet je dan wel weer eerst weten.

‘Je kunt het pas voelen als je het weet’, is een van mijn favoriete uitspraken. Dat vertelde Hanni Jagtman, de eigenaresse van vrouwvriendelijke seksshop Mail & Female, me ooit. Zij had het toen over de clitoris. Daarvan weten we pas sinds 1998 de ware afmeting. Ik kreeg op de middelbare school een biologieboek waarin de clitoris werd afgebeeld als het knopje dat aan de buitenkant zit, maar het genotsorgaan van de vrouw is veel groter. En wordt ook stijf, net als een penis. Eigenlijk lijken ze verdomd veel op elkaar. Behalve dan dat de clitoris meer zenuwuiteinden heeft – al is het geen wedstrijdje.

Jagtman had het over de clitoris en het gevoel in de vagina; pas als je weet waar je gevoelige zenuwuiteinde allemaal kunnen zitten in je lichaam, en waartoe je genotsorgaan in staat is, kun je het voelen. Maar ik denk dat het voor veel meer geldt.

Om mijn boek samen te vatten in een paar alinea’s is lastig, omdat het geheel net zo dynamisch is als seksualiteit. Beelden, verwachtingen, verlangens, onderzoek, vragen, spanningen: het loopt allemaal door elkaar heen. Dus daarom hieronder een lang stuk uit het tweede hoofdstuk van het boek dat nog iets meer ingaat op bovenstaande.

Mijn oma heeft nog nooit getongd. Althans, dat zegt ze.
Toen ze dit ons – mijn moeder, twee broers en mij – vertelde, moesten we allemaal heel hard lachen. Het was op een zondagmiddag, we waren bij haar op visite, het moet zo’n zes jaar geleden zijn. Mijn broers en moeder zaten opgepropt met z’n drietjes tegen elkaar op de witte bank. Mijn moeder plukte wat aan ze, ik weet hoe fijn ze dat vindt – de ene dag zijn het je baby’s, de volgende dag mag je bijna nooit meer aan ze zitten. Ik zat op het Perzische kleedje op de grond tegen de verwarming aan, het was winter. Onze gezichten waren bleek van te veel grijze dagen, we zijn een familie die significant knapper is in de zomer. Mijn oma zat zoals altijd fier rechtop op haar houten bureaustoel. Op de salontafel stonden een schaaltje met stukjes boterkoek en een metalen thermoskan koffie, gemaakt in een percolator, aangelengd met kokend water. Zoals altijd.
‘Daar geloof ik niks van, mam,’ zei mijn moeder.
‘Nou, toch is het écht waar.’
‘Je hebt drie kinderen!’ riep ik uit. ‘Hoe is dat dan gebeurd?’ Mijn broers zaten te grinniken op de bank. De een moet wat aan de ander hebben getrokken, als ze eenmaal naast elkaar zitten, laten ze elkaar niet gauw los.
‘Daar hoef je toch niet voor te tongen?’ antwoordde ze wijs. ‘Maar je hebt dus wel gekust, zonder tong?’
‘Ja,’ zei ze – als ik me niet vergis met enige trots, alsof ze ooit zielige mensen geholpen had tijdens kerstnacht – ‘ja, dat heb ik wel gedaan, hoor.’
‘Dan ga je toch vanzelf met je tong naar binnen?’ probeerde ik nog, maar ze was al opgestaan om de thermoskan nog eens bij te vullen. ‘Jullie nog limonade?’ vroeg ze aan de kronkelende puberlichamen op de bank.
Na nog twee rondes koffie en limonade reden we hyper van de cafeïne en suiker in de auto van mijn moeder terug naar huis. Natuurlijk heeft ze weleens getongd, zeiden we nog eens overtuigd tegen elkaar. Mijn moeder zette de radio van haar oude Volvo aan en luidkeels zongen we de liedjes mee.

Pas nu ik in Berlijn zit, komt die zondagmiddag weer helder in mijn hoofd naar boven. Het tongverhaal staat symbool voor alle andere verhalen over seksualiteit van mijn oma waar vaak een preuts en weinig intiem beeld uit naar voren kwam. Als ik een vriendje had, vertelde zij dat ze direct met mijn opa had moeten trouwen nadat ze een keer uit waren geweest. Ze hadden nog niet eens hand in hand over straat gelopen. Dat ze verder nooit echt liefjes had gehad. Dat er in haar tijd ook helemaal geen leuke jongens waren. Ik vertel je dit niet omdat ik denk dat haar kinderleed een een-op-een verklaring is voor mijn verlangens, maar omdat ik me door de verhalen van mijn oma voor het eerst realiseerde dat mijn seksuele ervaringen individueel zijn. Zo anders dan die van haar. En dat ik niks te zeuren zou mogen hebben, met mijn vrije lichaam.

‘Do you remember being born?’ vraagt Beyoncé op het album Lemonade (2016) terwijl ze in de clip aangespoeld aan de kustlijn in het zand ligt, het oceaanwater knabbelend aan haar zoute huid. ‘Are you thankful for the hips that cracked? The deep velvet of your mother and her mother and her mother.’ Al die moeders, al die vaders. Het kan een heerlijk, maar ook moedeloos gevoel opleveren. Heerlijk, vanwege de veilige gedachte dat de dingen wel doorlopen, je bent maar zo’n klein onderdeel van het geheel, en: je komt ergens vandaan. Maar ook moedeloos, omdat we zo onwetend zijn over wat we precies doorgeven met onze verhalen en lijven. Niemand herinnert zich zijn eigen geboorte, maar wat schonk je moeder jou toen haar lichaam openscheurde om van een mens twee te maken? Ik laat de verhalen van mijn oma meestal aan me voorbijgaan, maar in hoeverre stammen mijn seksuele verlangens van haar af? Is er een vloek in mijn familiegeschiedenis die doorbroken moet worden, omdat het patroon zich anders oneindig blijft herhalen?

Lag het aan de omstandigheden van haar tijd dat mijn oma nooit heeft willen tongen? Is er in die tweeënvijftig jaar tussen haar en mij zoveel veranderd op het gebied van seksualiteit? Mijn broers en ik zijn opgegroeid met het beeld van tongende mensen op televisie. ‘Hoe oud was jij toen je voor het eerst tongde?’ was een van de meest gestelde vragen tijdens onze puberteit. Iedereen tongde. Dat het ook een optie is om dit niet te doen, was domweg nooit eerder in ons opgekomen. Of heeft mijn oma’s aversie persoonlijker redenen? En als het dat laatste is, wat zegt dat dan over haar relatie tot intimiteit? En misschien ook wel over die van mij? Kon – en kan – zij mannen, mensen, niet toelaten op deze intieme manier? Of was tongen voor haar zoiets als seks met een tuigje nu is: een nieuwe en spannende toevoeging voor de een onnodig en horror voor de ander?

Aan de andere kant, misschien zijn haar verhalen slechts zoete leugentjes. Misschien is het allemaal toneelspel, vindt ze dat niet-tongen meer bij haar reputatie past dan wel-tongen. Het moeten haast wel kleine leugentjes zijn, want jij weet ook wat voor ontzettende flirt mijn oma is. Tot ergernis van mijn moeder – die denkt dat mannen met haar alleen maar lachen in plaats van flirten – draagt mijn oma nog gerust een rood leren motorjack, lage decolletés en fladderende meisjesjurken. Haar lippen zijn vrijwel altijd gestift. En dat staat haar ook. Ze is het knapste oude meisje dat ik ken, een voorbeeld als het op zelfstandigheid en eigenzinnigheid aankomt. Ze flirt met hond, kind en kassajuffrouw. Het liefst gooit ze bij elke lach haar hoofd in haar nek. Van al dat flirten moet toch weleens een tongzoentje zijn gekomen?

Mijn moeder die denkt dat mannen met haar alleen lachen, en dat dit geen flirten is, mijn oma die met iedereen flirt, maar niet tongzoent. Heeft seksualiteit meer met tongzoenen te maken dan met lachen? Waar hebben we het in deze tijd eigenlijk over als we het over seksualiteit hebben?

Ik dacht altijd dat seksualiteit vanaf mijn tiende een rol begon te spelen: ik werd ongesteld, kreeg van mijn moeder een glitterpen en van mijn tante een kaart met daarop ‘gefeliciteerd’ omdat ik nu een vrouw was geworden, en vanaf dat moment werd mijn lichaam zichtbaar voor de wereld. Het werd me toen al duidelijk hoe machtig die zichtbaarheid was. Maar seksualiteit ‘kwam’ pas in mijn leven op mijn elfde, bij mijn eerste natte tongzoen op een grasveldje in een wijk verderop, en pas écht vanaf mijn ontmaagding.

Pas twee jaar terug vertelde iemand dat het typisch westers is om zo te denken. Bij seksualiteit denken we alleen aan seks, de fysieke handelingen. In de film Love (2015) krijgt het mannelijke hoofdpersonage van eind twintig door een wip buiten de deur een baby met de buurvrouw (strakke blonde pony) en verliest daardoor tot zijn verdriet zijn grote liefde (mysterieus donkere haarbos, spleetje tussen haar tanden). Pas later in de film komen we er als kijker achter dat aan de vrijpartij tussen hem en de buurvrouw nog een trio met haar en zijn eigen geliefde voorafging, maar dit had zijn honger niet gestild; hij wilde meer, meer, meer en dus arrangeerde hij nog een geheime neukpartij met de buurvrouw alleen, waarbij het condoom scheurde. Op een bepaald moment denkt hij: ‘A dick has no brain, only one purpose: to fuck.’ Het is een karakteristiek van het westerse seks denken. Seksen doe je met je geslachtsdeel, en dat geslachtsdeel is een geval apart. Zijn gedachte komt vrijwel overeen met de Nederlandse uitdrukking ‘je pik achternalopen’.

In onze samenleving wordt seksualiteit meestal weggezet als een op zichzelf staand fenomeen, als iets wat alleen in bed gebeurt. De consequentie daarvan is dat mensen een ‘normaal’ leven hebben en daarnaast een seksleven; die twee zijn niet echt met elkaar verweven. Daardoor blijven we alleen seks kennen, en niet seksualiteit. Maar een pik is nooit een pik an sich, een clitoris staat nooit op zichzelf: ze horen bij een hart, een buik, een hoofd.

Gaspar Noé, de maker van de film, zei achteraf in een interview ironisch genoeg dat hij als een van de eerste heeft geprobeerd met Love ‘sentimentele seksualiteit’ neer te zetten. Zijn uitspraak impliceert dat seksualiteit ook iets is wat zonder gevoelens, cultuur, geschiedenis – zonder invloeden – zou kunnen bestaan.

Seks kan misschien nog wel een puur fysieke activiteit zijn – seks zoals we die kennen uit porno, geregisseerde seks, al komt zelfs daar de complexiteit van twee of meer mensen, van de wereld, bij kijken – maar seksualiteit is altijd verbonden met gevoelens, met hormonen, met politiek, met aangeleerde gedachten en verlangens, met een context, met mensen, een wereld. Het kan soms lijken of seks iets zegt over iemands identiteit, maar het zegt vaak meer over alles daaromheen. Een pik zelf is dus eigenlijk even onschuldig als hij eruitziet. Hij heeft echt geen pootjes waarmee hij zijn eigen weg kan gaan.

Dit stuk is geschreven door Daan Borrel voor Mister Motley in opdracht van ArtEZ Studium Generale. Het artikel is ter voorbereiding op de leesgroep van 9 januari 2019: De Kunst van het Feminisme met Daan Borrel

VI. Activisme

De zomervakantie is voorbij. Ik zit weer in de mediatheek van de academie te werken en de stapel met boeken die ik wil gaan lezen is gestaag aan het groeien. Dit is mijn afstudeerjaar, over pak hem beet negen maanden ben ik klaar met mijn opleiding Creative Writing.

Ik schreef al eerder dat ik het gevoel heb dat ik van alles moet. Ik moet naar veel evenementen om te netwerken, elke dag schrijven, uitgaan want mijn leeftijdsgenoten doen dat ook, drugs gebruiken, sporten, gezond eten en ga zo maar door. Vorige week voelde ik me verlamd. Ik zat na te denken over de verplichtingen die ik heb en hoe mijn weken eruit zouden gaan zien en kwam erachter dat het nu al zo vol was dat ik nauwelijks tijd had om te schrijven. Ik raakte in paniek, en het was alsof alles waar ik zo blij mee was in de zomer in één keer door de wc werd gespoeld. Deze zomer was er tijd en ruimte, ik heb gelezen, ik heb nagedacht, ik ben met Krul geweest en er leek geen einde te komen aan de dagen waarop we samen helemaal niks deden.

Dit jaar ga ik verder met mijn onderzoek naar seksualiteit, vrouw-zijn en feminisme en er is wat bijgekomen, namelijk dat ik ook het activisme wil onderzoeken. Ik denk vaak: ik kan wel lekker vanachter mijn laptop schrijven over problemen, maar dat lost niets op. Ik moet ook iets gaan doen. Er zijn veel acties van dierenrechtenactivisten waar ik aan mee wil werken, omdat ik ook echt iets wil toevoegen en veranderen. En de bio-industrie gaat me aan het hart. Ik eet nu een jaar veganistisch en dat heeft mijn kijk op hoe wij dieren mishandelen veranderd.

Dat gevoel van iets doen, dat is ook precies wat me in de weg kan zitten. Ik dacht tijdens mijn inzinking vorige week aan alle dingen die ik zo graag wil doen dat ik geen tijd meer heb om te ademen en eerder schreef ik al over hoe belangrijk rust is, hoe nodig het is om je fijn te voelen. Om zin te hebben in seks, om na te kunnen denken over seksualiteit, over mijn rol als lesbische schrijver. Daarom heb ik besloten met een aantal dingen te stoppen, zodat ik alleen naar school en naar mijn werk hoef. Zodat ik dit jaar kan focussen op wat ik wil maken, wat ik wil vertellen.

Deze week was er een avond van Studium Generale en boekhandel WALTER genaamd The Art of Feminism, How To Move From ‘I’ To ‘we’? Het ging over de manier waarop, zoals de titel al zegt, je je als individu kan verbinden aan een groep om zo een verschil te kunnen maken. Hier ging het dus ook over activisme. Eén van de sprekers was Adeola Enigbokan, kunstenaar en urbanist. In het nagesprek vertelde een groep studenten dat ze strijden voor trigger warnings bij heftige films die tijdens college worden getoond, zodat studenten met bepaalde trauma’s de les kunnen verlaten. Adeola antwoorde dat de groep zich niet op de warnings zou moeten richten, maar op het feit dat zoveel studenten mentale problemen hebben, want dat is waar het echt over gaat. En dat zette me aan het denken. Ik vond het interessant en ook inspirerend hoe zij ons allen toesprak, met overgave en met het idee dat als je je verenigt je ook echt iets kunt veranderen.

Ik hoop, door te schrijven en in actie te komen, een antwoord te vinden op de vraag hoe ik zelf de veranderingen die ik voor ogen heb kan bereiken.

Dit is het zesde blog van Willemijn Kranendonk voor #diversitystories.

Adeola Enigbokan

Adeola Enigbokan is an artist and urbanist based in Amsterdam. Her research practice is informed by theory and methods from environmental psychology, anthropology and historical studies. She conducts research on urban experience with architects, designers, educators and other social researchers in neighborhoods of New York, Tel Aviv, Moscow, Saint Petersburg, Beijing, Mexico City and Amsterdam. In Piece-Walk/Free Zone, she created a walk through New York’s Garment District, based on research into the living conditions of garment workers between 1930 and 1980. For Under Construction/Working at the New Queens Museum, she designed a participatory public performance based on eight weeks spent working alongside a custodian, a curator, a development officer and an artist at the museum.

She holds an MPhil in Anthropology and Historical Studies from The New School for Social Research, and a PhD in Environmental Psychology from the City University of New York, based on her doctoral dissertation, Archiving the City: A Guide to the Art of Urban Interventions. She has taught in the Department of Technology, Culture and Society at New York University. She currently teaches Urban Sociology at the undergradute and graduate level at the University of Amsterdam. Her writing appears in the Journal of Urbanism, Cultural Geographies, The New Inquiry and Art and the Public Sphere.

Linda Duits

Linda Duits (Zeist, 1976) is an independent social scientist specialized in popular culture. She studied Political Science at the University of Amsterdam, with political theory and political behaviour as main subjects. She obtained her PhD at the Amsterdam School of Communications Research (ASCoR) with an ethnographic study of girls’ culture in Dutch multicultural society. From January 2008 till August 2010, she was Assistant Professor at the University of Amsterdam, teaching research methods and investigating the uses of popular culture in religion. In 2010, she decided to focus on the dissemination of academic knowledge to a larger audience. To this end, she started Diep. Linda is an active blogger, a columnist for Folia and a regular contributor to print media like NRC Handelsblad.

Simon(e) van Saarloos

Simon(e) van Saarloos is a writer and philosopher, living in New York and Amsterdam. She studied Philosophy and Literature studies at the University of Amsterdam and at the New School in New York City and is the author of several books. In the last Dutch general elections, Simon(e) was a candidate for the intersectional political party led by Sylvana Simons; Bij1.

Simon(e) speaks during the event How To Move From ‘I’ To ‘we’?

photo: Maaike Engels