Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Het is winter. Iedereen heeft het koud, we klagen erover, we zijn blij dat we vakantie hebben en tellen af naar het nieuwe jaar, waarin we allemaal opnieuw kunnen beginnen. We gaan het beter doen dit keer. En niet met behulp van voornemens, want we weten allemaal dat dát niet werkt. We hebben een hoop geleerd het afgelopen jaar en we komen met deze nieuwe inzichten beslagen ten ijs in 2019. Dat is het plan tenminste.

Als je nadenkt over het abstracte begrip ‘oud en nieuw’, dan kun je zeggen dat het gaat om een tegenstelling. Als ik eerlijk ben, en als je mijn eerdere blogs dit jaar hebt gelezen snap je dat, moet ik bekennen dat ik niet zo goed ben in tegenstellingen. Ik ben zelf geen man en geen vrouw, ik heb niet het idee dat de ene persoon bijzonder is en de andere gewoon, en bij nader inzien geloof ik ook niet in vroeger en nu. Ten minste, in de zin van dat het ene beter is dan het andere.

Over het begrip ‘oud en nieuw’ begrijpen we allemaal dat we zonder 2018 geen 2019 zouden hebben, maar we vergeten vaak dat dit ook op onszelf slaat. Wanneer ik bijvoorbeeld kijk naar de ontwikkeling van mijn genderidentiteit, is het makkelijk om te zeggen dat, nu ik heb gevonden wie ik ben, vroeger mezelf niet was. Niet kón zijn zelfs, omdat ik er de woorden en de (beeld)taal nog niet voor had. Maar ik denk dat het anders zit. Ik denk dat het er altijd al zat, dat ik het altijd al ben geweest, omdat ik simpelweg ‘ik’ ben. En net zoals je in een Amerikaans flatgebouw eigenlijk ook niet de dertiende etage kunt overslaan door hem een andere naam te geven, kan ik ook niet doen alsof ik, toen ik nog een andere naam had en een ander ‘label’, niet de persoon was die ik ‘echt’ ben.

Ik geloof namelijk in de transformatieve kracht van mensen en ik geloof ook dat we, om te kúnnen veranderen, door situaties en processen heen moeten waar we ons niet altijd even prettig bij voelen. Daarmee wil ik niet zeggen dat pijn, of lijden, erbij hoort, want dan zou ik stellen dat je je erbij neer moet leggen, terwijl ik altijd een voorstander ben van vechten tegen een oneerlijke situatie. Wat ik bedoel is dat, voor het geval je in een pijnlijke positie zit, je moet weten dat jij de enige bent die weet wat goed voelt en wat echt is en dat je daarop moet vertrouwen. Niemand mag je vertellen dat je eerder niet goed genoeg was, of dat je nog niet goed genoeg bent en al helemaal niet dat je het nooit zal worden, want dat is simpelweg niet waar. In alle fases van je leven ben je jezelf, met hoeveel vraagtekens dan ook, en dat is altijd goed genoeg.

Als ik nadenk over wie ik was aan het begin van dit jaar, en wie ik het jaar daarvoor en het jaar daarvoor was, dan kan ik niet ontkennen dat ik ben veranderd. Eerder was ik iemand die eerder hun mond zou houden dan zonder schroom te vertellen waar hun mee bezig was. Ik schreef over dingen die mij aangingen en gebruikte vooral mijn eigen leven als referentiekader. Nu heb ik ontdekt dat ik een redelijk extraverte kant heb, waarmee ik me kan inzetten voor dingen die groter zijn dan mijzelf. Ik schrijf nog wel verhalen, maar ik ben nu vooral bezig met het opzetten van een platform, zodat andere schrijvers, met een (intersectionele) queer identiteit, een veilige plek hebben om hun werk te publiceren en hun stem te laten gelden. Ik heb tegelijkertijd met mijn ontwikkeling in het opkomen voor anderen ook geleerd dat ik soms helemaal niet hoef te spreken. Dat soms mijn eigen privileges me juist in de weg zitten bij dat opkomen voor anderen, omdat die ‘ander’ (wanneer is iemand een ‘ander’, dat is de grote vraag) vaak helemaal niet zit te wachten op iemand die invult wat diegene nodig heeft. Dat weet diegene namelijk zelf veel beter.

Sla dus vooral mijn ‘Happinez’-adviezen van daarnet in de wind en bepaal lekker zelf waar je zin in hebt. Het is 2019. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Dit is de laatste blog van Lot Veelenturf voor Diversity Stories.

 

Nieuwste artikelen