VII. Een brief

Beste Mark,

 

Allereerst zal ik mezelf voorstellen, want u kent mij niet. Mijn naam is Willemijn Kranendonk en ik woon in Arnhem. Ik ben drieëntwintig jaar oud, zit op de kunstacademie en volg de opleiding Creative Writing. Deze studie leert mij schrijven, proza tot poëzie en meer. Het is vrij breed. Momenteel zit ik in het vierde jaar, dus ik ben bezig met mijn afstudeerwerk en onderzoek. Mijn onderzoek gaat over schrijver en activist zijn, voor mijn eindwerk schrijf ik poëzie.

Ik schrijf deze brief in het kader van mijn onderzoek. Want ik ben straks schrijver en activist, en ik vind het gek hoe deze twee dingen elkaar uit lijken te sluiten. Als schrijver zit je (vaak) alleen na te denken, te lezen en te werken. Als activist mobiliseer je mensen, ben je op straat aan het protesteren of ben je bij lezingen om na te denken over tendensen en hoe je daarop kunt anticiperen. Ik wil mijn schrijverschap en activist-zijn eigenlijk verenigen, ik wil zorgen dat het één geheel wordt, dat ik straks een activistische schrijver ben.

Deze brief is hopelijk het begin van een manier om ‘iets te doen.’ Dat klinkt vaag, maar ik heb vaak een heel machteloos gevoel. Er zijn zoveel dingen waar ik me zorgen om maak, maar ik kan er vrijwel niets tegen doen. Ik zit dan weer in mijn eentje na te denken over wat ik kan doen, ik ga naar een protest of probeer door met mensen in gesprek te gaan hun ideeën te veranderen, maar ik zie dan niet gelijk resultaat. Dat is eigenlijk de reden dat ik dit nu schrijf. Ik weet bijna zeker dat dit op korte termijn ook niets verandert, maar op deze manier kan ik u in ieder geval een aantal vragen stellen, want dat kan niet via een andere weg.

Dit gaat niet over mijn persoonlijke situatie. Op de site van Rijksoverheid staat dat u niet kan ingaan op mijn persoonlijke omstandigheden en dat vraag ik ook niet. Ik hoop eigenlijk vooral dat u dit leest, dat u mijn woorden leest en er iets van vindt, omdat uw aandacht het begin kan zijn van iets groters.

Ik ben een vrouw, zoals u waarschijnlijk uit mijn naam kon afleiden en ik denk er vaak over na of ik mijzelf wil voortplanten. Ik heb een baarmoeder en word maandelijks ongesteld, ik denk dat ik vruchtbaar ben. De voornaamste reden dat mensen kinderen willen, is denk ik omdat er dan iets op deze wereld is dat op jou lijkt en waar je onvoorwaardelijk van kunt houden. Het lijkt mij menseigen om van iemand te willen houden, houden-van geeft je een doel, een mogelijkheid om ergens voor te leven. Ik wil dus wel kinderen, maar ik vraag me af of het humaan is om mijn kinderen op te laten groeien in een land waarvan ik niet weet of het er over honderd jaar nog is. Ik ben namelijk bang dat we te laat zijn met het klimaatakkoord, ik ben bang dat het al zeker is dat er een ecologische ramp gaat plaatsvinden. Ik wil in deze brief niet allemaal bronnen aanhalen, omdat ik juist denk dat de theoretische aanpak niet werkt. Er zijn heel veel artikelen gepubliceerd waar ik mijn angst op baseer en die heeft u vast gezien en gelezen, u bent tenslotte de minister-president. Ik wil kinderen, maar is het eerlijk tegenover hen dat ze er niet voor kiezen geboren te worden en het niet eens zeker is dat ze veilig zijn?

Bent u bang voor de toekomst? Ik wil graag weten wat voor een mens u bent, Mark. Waar denkt u aan als u uw eerste slok koffie neemt ’s ochtends?  Is de reden dat u politicus werd omdat u zich zorgen maakte? Of omdat u het niet eens was met het discours van ons land?

Stoppen met het eten van vlees en andere dierlijke producten helpt tegen klimaatverandering. Ik eet zoveel mogelijk veganistisch omdat ik wil dat de volgende generatie ook een plek heeft om te leven. Ik keur dierenleed af en vind dat alle dieren die gefokt worden lijden.

Laatst was ik bij een protest van The Save Movement The Netherlands. The Save Movement gaat naar slachthuizen, houdt daar vrachtwagens aan met dieren erin, om de dieren voor de laatste keer water en eten te geven en ze om vergeving te vragen voor ze worden geslacht. We waren bij een halal slachterij in Zaandam en er kwamen schapen binnen. Het was een klein slachthuis waar we zelfs binnen mochten kijken, een unicum. Het is gek dat niet de dieren, de blikken in hun ogen of de messen die aan de muur hingen mij het meeste zijn bijgebleven. Wat me het meeste is bijgebleven is de geur die in het slachthuis hing. Een geur van fabrieksmatige dood, alcohol en een zoet, goedkoop schoonmaakmiddel. Het hing in mijn kleding toen ik in de trein terug naar Arnhem zat en het maakte me misselijk.

Vorige week was ik naar een lezing van Edouard Louis, een witte Franse homoseksuele schrijver. Hij schreef Weg met Eddy Belleguele, De geschiedenis van het geweld en Ze hebben mijn vader vermoord. De lezing ging vooral in op de positie van de arbeider. Zijn boeken gaan hier deels over en hij sprak heel bevlogen over de rol van literatuur in onze samenleving, wat hij denkt dat literatuur moet en kan doen. Ik moest denken aan hoe ver weg de politiek voor mij voelt. Ik kan op een partij stemmen die deels mijn ideeën deelt, om vervolgens te hopen dat ze de voor mij belangrijke punten behartigen in de discussies en stemmingen. Het voelt ver weg en waarschijnlijk nog verder weg voor de ongeschoolde arbeider. Ik kan op deze manier proberen woorden te vinden voor mijn gevoelens van wanhoop, maar zij kunnen dat niet.

Wat het nog moeilijker maakt, is denk ik dat vrijwel alle mensen in de politiek wit, theoretisch opgeleid en man zijn. Ik ben wit, een vrouw en ook vrij theoretisch opgeleid en toch voel ook ik me niet gerepresenteerd. Hoe komt het dat onze leiders vrijwel allemaal witte mannen zijn? Er zijn mensen die denken dat het ligt aan de minderheden zelf, maar dat geloof ik niet. Ik denk dat de staat de verantwoordelijkheid heeft om iedereen te betrekken bij het invullen van een divers kabinet, juist om de polarisatie tegen te gaan.

Ik maak me vaak zorgen om het opkomen van rechts, over xenofobie en seksisme. Ik lig er wakker van, en ik voel me boos worden nu ik dit schrijf, want waarom zijn er niet meer landelijke acties tegen deze dingen? Waarom zijn we zo verdeeld? Natuurlijk zijn we verschillende mensen met andere achtergronden en ideeën, maar we zouden toch samen moeten werken en niet tegen elkaar? Ik vraag me af hoe u hierover denkt. Hoe moeten we dit oplossen? Ik weet niet of het zin heeft om opnieuw tot een compromis te komen, want geweld tegen migranten, homo’s en anderen is niet oké. Daar bent u het mee eens, toch?

Dit is mijn sprong in het diepe. Ik weet niet of u dit gaat lezen, of u gaat reageren, ik hoop het. Ik wil iets doen, Mark. Ik wil niet dat er zoveel armoede, haat en leed is. We zouden toch een goede samenleving moeten kunnen opbouwen. Ik ben zelf geen VVD’er en zal dat ook nooit worden, maar we moeten het met elkaar doen. U bent nou eenmaal de minister-president van Nederland en ik een Nederlander.

Ik kijk uit naar uw reactie.

 

Met vriendelijke groet,

Willemijn Kranendonk

 

Dit was mijn laatste blogpost. Het afgelopen jaar heb ik naar antwoorden gezocht omtrent seksualiteit en activisme. Ik schreef over theatervoorstellingen, boeken, nam interviews af en kwam erachter dat voor mij seksualiteit valt of staat bij rust. Ik heb rust nodig om na te kunnen denken en ook om seks te hebben. Hoe drukker ik ben, hoe minder ik deze dingen kan. Deze laatste brief aan Rutte is een manier om aandacht te vragen voor dingen waar ik me zorgen om maak. Het is de afsluiting van mijn serie. Bedankt voor het lezen.

Nieuwste artikelen