Revolutie. WTF

picture: John Baldessari

Voor Revolte hebben we studenten, docenten en alumni verzameld wiens werk of interesses raakt aan de thematiek van ons project. Docent Luna van Loon laat haar licht schijnen over thema revolutie.

Revolutie. Interessant. Belangrijk ook. Goed thema. Kunst en revolutie zijn als het ware voor elkaar gemaakt. Toch?

Het zijn krachten die elkaar tot grote hoogte kunnen opstuwen. De één doelgericht en nietsontziend, de ander mysterieus, ongrijpbaar maar minstens zo gevaarlijk en aantrekkelijk. De kracht van hedendaagse kunst lijkt besloten te liggen in haar autonome, subversieve en visionaire potentie. De kracht van kunstenaars in de weigering om het keurslijf (dat de maatschappij (whatever that may be), de buren, de reclamewereld, Walt Disney, de traditie of wie weet: de vrijmetselaars en de Roteryclub) voor de brave burgerman en vrouw uitgerold aan te trekken.

Uit de pas lopen, out of the box denken, de geest de vrije loop laten, verbeelding voorbij de verbeelding. De ware kunstenaar laat de geneugten van Centreparks, de vrijmibo, de doorzonwoning, de twee kinderen en de Golden Retriever, de zegeltjes van de AH en wasverzachter voor wat het is. De vrije kunstenaar verkiest een spartaans bestaan omwille van het hogere. Wat dat hogere is, ach, dat doet er eigenlijk niet zo toe. Dat is een van de mysteries die alleen de kunstenaar zelf kent en waar zijn of haar armoede het bewijs van is. Want, zo wil de mythe en de praktijk: kunstenaars zijn arm. En die vrijwillige keuze voor armoede en bestaansonzekerheid moet wel ingegeven zijn door een even ongrijpbaar als diepgevoeld enigma, waar de ware kunstenaar ten alle tijden mee in contact is. Toch?

Die keuze voor armoede en bestaansonzekerheid ademt een zekere romantiek uit. De gearriveerde kunstenaar die zich met graagte laat uitnodigen door het koninklijk paar, om daar aan te schuiven bij een zogenaamd ‘creatief diner’ wordt met argwaan en stiekeme (door jaloezie ingegeven) minachting bekeken. Het is een schisma, het schisma van ‘the winner takes it all-nijd’.

What do you mean what does it mean? – Anthony Burril

Het zijn zomaar wat gedachtes, wat clichés zo je wilt, die ik uit m’n toetsenbord ram ter introductie van iets triviaals: namelijk de wens om te begrijpen waar m’n ergernis en verwarring met betrekking tot het thema Revolutie vandaan komt. Het is de ergernis van de slang die in z’n eigen staart blijkt te bijten: mijn eigen wens om authentiek, onafhankelijk, creatief en kunstzinnig of in ieder geval Anders te zijn, is zo voorspelbaar, cliché, afhankelijk van erkenning door anderen en voor de hand liggend, dat het me stoort. Dat is de grond onder de ergernis die ik voel bij het (door het voor mij toch belangrijke instituut ArtEZ) gekozen thema: Revolutie. Revoluties zijn controversieel, kunst is controversieel. Zet wat controversiële iconen op een podium en laat ze bewonderend en ondervragen door controversiële kunstenaars in wording en Hoppa. Klaar. Goed bezig.

Maar ook die constatering is een cirkelredenering: om te ontsnappen aan het cliché, wil ik het cliché benoemen, zo niet vermorzelen. Met mijn onafhankelijke geest becommentarieer ik het thema maar met m’n commentaar lever ik geen enkele wezenlijke bijdrage. Kritiek leveren vanaf de zijlijn is gemakkelijk. Is er meer dan dat?

Ja, wellicht. Een laagje dieper jaagt het thema me angst aan. Wordt er iets van me verwacht? Moet ik achter m’n toetsenbord vandaan komen. Moet ik de afwas, de deadline, de bijbaan, het avondeten achter me laten? Moet ik de straat op? Scanderen dat de revolutie is begonnen. Roepen dat we (waar zijn de anderen?) het niet langer pikken? Dat het genoeg is geweest?

Redenen te over: de zeeën en oceanen veranderen in een plasticsoep,de aardkloot (waar we het toch mee moeten doen) warmt langzaam op, bejaarden vereenzamen, vrouwen staan nog steeds op 3-0 achterstand waar het lichamelijke integriteit betreft. Het stikt van de corrupte, dan wel ronduit egocentrische, haatdragende en racistische politici die op wereldniveau de dienst uitmaken, steggelend over wie het meest te zeggen heeft over wie. Er is sprake van een dreigende kernoorlog, die me, de jaren tachtig indachtig (Ban de bom), bijna karikaturaal overkomt. Ik voel ten opzichte van dit alles vooral de kikker uit die Chinese mythe: mijn badwater warmt langzaam maar gestaag op, zo langzaam dat ik nauwelijks in de gaten heb dat ik levend gekookt wordt. En ondertussen blijf ik zitten waar ik zit.

Mijn houding met betrekking tot het thema Revolutie, die nogal blasé is, plaatst me voor een aantal raadsels. Ik ontwaar een zekere passiviteit, die grenst aan cynisme: ‘wat heeft het voor zin?’. Gecombineerd met egoïsme en luiheid: ik kan het net opbrengen om wat regeltjes te typen, maar eigenlijk heb ik meer zin om een serie te kijken, aan gevuld met bier en de inhoud van de koelkast….En (dat is misschien nog wel het grootste raadsel) ik schaam me er niet eens voor. Nog niet een beetje.

Bij revoluties denk ik aan grootse en meeslepende bewegingen in het verleden, of elders. Aan grote woorden als ‘Verlichting’, en Volksverheffing, aan ‘Socialisme, Kapitalisme en Communisme’. Maar dat is al geweest. Het is gebeurd. We zijn nu hier. En ja, er is allerlei onrecht. Maar dat is niet mijn schuld. En wat kan ik nu helemaal doen? Wie ben ik om ergens ver weg te gaan vertellen wat rechtvaardig en goed is. Ik twijfel, dus ik besta (Ja, dat is Descartes).

fragment van Lotterysellers – Jan Hoek

Ik kan lezen, ik kan schrijven, ik kan tot op zekere hoogte m’n eigen gedachten vormen en desgevraagd commentaar leveren. Laat me toch. Dan doe ik de afwas, stop het kind in bed, trek de koelkast open en kijk een serie. Bij voorkeur een serie waar strijden gestreden worden die niet de mijne zijn (iets met maffia, drugs, pistolen en marteling) maar waarbij ik niettemin iets voel. Sympathie voor de bad guy die desalniettemin oprecht is in de liefde voor zijn vrouw, trouw is aan zijn vrienden en witheet wordt als z’n dochter onheus bejegend wordt. Heerlijk: er is allerlei shit, we rommelen allemaal wat aan, met of zonder guns, maar uiteindelijk zijn we allemaal gewoon maar mensen, met gewone verlangens, gewone dilemma’s, behoefte aan warm eten, een warm bed en mensen om ons heen die ons vertellen dat het oké is, alle knagende onrust om grote, dan wel kleine, problemen ten spijt.

Is daarmee alles gezegd? Nee.

Ok, ik kan accepteren dat ik ook maar gewoon een mens ben, met zeer voor de hand liggende wensen en verlangens. Maar ik heb ook een zeker rechtsgevoel, een zekere ethiek en notie van het geluk te zijn geboren in het relatief welvarend deel van de wereld. En een vaag idee dat ik misschien de wereld niet kan redden, maar toch een bijdrage kan leveren.

Hoe? Tsja. Mijn idee van een revolutie mag dan vaag en clichématig zijn: ik heb wat beelden van studentenopstanden, helden, die bereid zijn omwille van een ideaal van alles en nog wat op te offeren, geweld te trotseren, en daar komt de analogie weer: omwille van een hoger doel af te zien van comfort, het burgerlijke bestaan, om me te wijden aan een door een enigma ingegeven hoger doel: de Kunst, de Revolutie…. Als de mate waarin ik bereid ben offers te brengen de meetlat is, waarlangs mijn toewijding aan de kunst wordt gelegd, dan ben ik een matig kunstenaar.

Ik hecht te veel waarde aan m’n kind, m’n huis, m’n pinpas en m’n dagelijkse rituelen om de straat op te gaan, om de onrechtvaardigheid in de wereld van de daken te schreeuwen. Ik mis de kracht, de durf en misschien ook wel de wanhoop, of naïviteit om de volgende revolutie te verkondigen. Daarbij vrees ik, door het gebrek aan op afroep beschikbare medestanders, als schizofreen versleten te worden.

Wat ik wel kan doen: het teveel aan eigen passiviteit, cynisme en luiheid registreren, ontstijgen en me laven aan diegenen die het podium wel durven te betreden. Wellicht hoor ik, met mijn kritische onafhankelijk geest, allerlei clichés, die ik met wat logische en analytische denktrucs met gemak af kan kachelen. Maar wie weet hoor ik ook iets nieuws. Een gedachte, een actie, een manier van spreken en zijn, die me kan inspireren. Die me verder brengt dan m’n eigen cirkelredeneringen. Al is het maar een millimeter. Want een cirkel die maar een millimeter uit de bocht gebracht wordt, kan nog wel eens tot grote hoogte stijgen….

Miranda July – Lucie Young