Identiteit bestaat niet uit pixels

Willemijn Kranendonk schreef deze tekst. Studenten Creative Writing schrijven in aanloop naar ons festival Chaos & Conflict (twee-) wekelijks een tekst, waaronder een viertal gedichten over de aanslagen in Parijs. Dit is de allerlaatste blog van een hele mooie reeks! Dank Willemijn, Eline, Kristi en David!

Ik lig opgekruld in bed en ben net wakker. Ik scrol, gaap, scrol, veeg, like. Een filmpje begint; dat is nieuw bij deze update van Facebook, dat filmpjes gewoon beginnen.
Een man in een oranje pak zit op zijn knieën en krijgt een mes op zijn keel gedrukt door de man achter hem. De beul draagt een zwarte bivakmuts. Het is een theatrale setting, het oranje steekt af bij de gelige woestijn, de bivakmuts lijkt een kostuum. Er wordt een hoofd afgehakt, er wordt gezaagd, er wordt geschreeuwd. Het filmpje heeft meer dan vijf miljoen views en honderdduizend likes.

Er worden oorlogen uitgevochten via social media. Denk aan Anonymous, een internationaal collectief van activisten en ‘hacktivisten’. Ze zijn bekend geworden door een reeks operaties op websites van overheden, religieuze organisaties en bedrijven. En zij zijn niet de enige, want wij voeren allemaal een strijd via deze platformen. We zoeken kaders voor onze identiteit, we willen alleen maar profileren, we zoeken de juiste app, de juiste filter en de juiste woorden. We maken onszelf tot een 2D versie, iets dat bestaat uit goed uitgekozen pixels, iets dat los van stroom en licht niet bestaat.

Als ik denk aan chaos & conflict, waar het in deze reeks blogs maar ook bij deze editie van Studium Generale over gaat, denk ik ten eerste aan de oorlogen, natuurlijk. Daar kan ik niet om heen. Maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat het niet een ver-van-mijn-bed show is. Want dat is het. Ik zie vluchtelingen, maar ben druk met andere dingen. Noem me hypocriet, iemand die zijn ogen liever sluit, maar ik geef het toe. Ik lees de krant en daarmee vind ik het genoeg. Als ik denk aan conflict & chaos, zoek ik dichterbij mezelf. Dan denk ik aan het conflict binnenin mij, wat grotendeels veroorzaakt wordt door de sociale media. Dan denk ik aan het feit dat ik als ik iets leuks doe al de juiste woorden zoek in mijn hoofd voor de bijbehorende Facebookstatus. Ik instagram foto’s meestal gelijk, want ja, mijn leven is leuk.

Op zondagavond lig ik in bed met mijn vriendin. Ik heb haar gisteren verkering gevraagd en ze zei ja. Nu het officieel is, komt het volgende dilemma om de hoek kijken. Gaan we ‘Facebook official’ of niet?
Ik vind het eng, dan slingeren we het allemaal zo de wereld in. Maar dat durf ik niet te zeggen, ik ga haar niet het gevoel geven dat ik niet wil dat mensen weten van ons. Dus we doen het. ‘Heeft een relatie met…’ Likes stromen binnen, en WhatsApp wordt overspoeld door ‘Veel geluk samen’ en ‘Ik wist helemaal niet dat je op vrouwen valt.’

De filmpjes van IS waarin blanke journalisten worden vermoord, worden snel verwijderd, maar ze zijn er wel, eventjes. Het eerste filmpje zag ik in 2014. Ik schrok, ging naar de instellingen van Facebook, zocht ‘filmpjes automatisch afspelen’ en zette dit uit. Nu is het al normaal, dingen worden snel normaal. Idem dito met bootvluchtelingen, het nieuws daarover ‘zeker 30 doden’ en ik kijk er niet eens van op. Filmpjes van IS? Ik scrol snel door, heb liever een leuke update over dat ik onderweg ben naar Rome of een vriendin heb. De strijd die gevoerd wordt door organisaties via sociale media is goed, het is tenslotte een massamedium. Aan de andere kant moeten we ophouden onszelf te versimpelen tot likes en updates, we zijn meer waard dan dat. Toch?