Origami

kraanvogelsOp alle basisschoolstagiaires hadden we wel iets aan te merken. H. leek op een Barbie, S. raakte de jongens sinds de bekendmaking van zijn seksuele geaardheid spontaan op alle mogelijke plekken aan en A. mankeerde feitelijk niks, maar zijn achternaam was nou eenmaal ‘Belwinkel’. Al een hele rits had ons kleine schooltje aan de rand van het dorp voorgoed de rug toegekeerd, toen er zich op een dag een nieuwe PABO-waaghals aandiende.

‘Ik ben M., mijn hobby’s zijn klarinet spelen en het vouwen van origamidiertjes.’

giraffeDe diertjes die we sinds haar komst verplicht elke woensdagochtend maakten, zagen er niet uit: ze hadden scheve poten, bochels en zo nu en dan verdwenen hun ingewanden uit hun buik om in een papiervliegtuigje verwerkt te worden. M. was dan genadeloos. ‘Opnieuw,’ zei ze en confronteerde mij met mijn motorische stoornis en het gebrek aan poten van de giraffe voor mijn neus. ‘En deze keer ga ik niet het voorbeeld voor je vouwen zodat je kunt zeggen dat je dat zelf gemaakt hebt.’

M. moest verdwijnen, vonden we, en omdat de vouwles op woensdagmiddag geen ontslagbrief zou kunnen garanderen, besloten we unaniem het volgende: M. stonk. Als ze naast ons stond om onze diertjes te analyseren, roken we niks: geen knoflookadem, geen zweetvoeten, geen bedorven eau de cologne, maar vanaf nu was het een feit: M. stonk.

M. werd kort daarop, naast opzichter van onze papieren dierentuin, surveillant bij het leesgroepje – het deel van de klas dat op donderdag in een afgezonderde ruimte een boek in de handen hield en dat lezen noemde. M. stonk nog steeds; iedere keer als ze langskwam knepen we demonstratief onze neus dicht. Vanachter een aantal kaften klonk onderdrukt gegiechel, een enkeling durfde het zelfs in haar zicht te doen.

Na een week of twee hield M. het niet meer uit en ging wijdbeens voor het schoolbord staan.

‘Wát is hier in godsnaam het probleem?’
Met haar postuur bedekte ze ongeveer een derde van het schoolbord.
‘Het stinkt,’ zei iemand, waarop M. de ramen openzette.
‘Zo, probleem opgelost?’
‘Jíj stinkt,’ zei mijn beste vriendin toen, en er viel een stilte. Zeker de helft van de gezichten werd nu bedekt door AVI-leesboekjes. M. keek haar lang aan, haar mond vormde nu een smal streepje, maar ze zei niets.

vlinderDe leesles erop ging M. opnieuw voor het bord staan, nog voor we de kans kregen onze boeken te pakken.
‘Beste mensen, ik heb aan mijn collega’s gevraagd of ik stink.’ Ze sloeg haar armen over elkaar heen. ‘Ze zeggen allemaal dat het onzin is.’

We beleefden die week onze laatste vouwles en de directrice benoemde zichzelf tot nieuwe surveillant. De rust in het lokaal keerde terug en het lezen werd weer daadwerkelijk lezen. Het enige wat we nog weken roken in het lokaal, was ons eigen schuldgevoel.

Else Kemps schreef deze tekst, zij is student Creative Writing van ArtEZ. Studenten Creative Writing schrijven in de aanloop naar ons festival De Grote Geheugen Show twee keer per week een tekst. Vertrekpunt van iedere tekst is een geur die een herinnering oproept; zoals Marcel Proust zijn hele A la recherche du temps perdu begon met de geur van een madeleine koekje dat hij in de thee doopt.

 

 

Nieuwste artikelen